Reisverslag China fietsreis September 2010
China – fietsreis Djoser – 3 tot 18 september 2010
Op vrijdag 3 september 2010 stap ik om 14.30 uur precies op de trein in Oudenaarde, hart van de Vlaamse Ardennen met zijn beruchte en vaak snedige fietshellingen, om koers te zetten naar het zuiden van China, en er in het karstgebied mijn fietsbenen te meten met de wereldberoemde en fotogenieke heuvels aldaar.
Vier uren en drie overstappen later kom ik aan in Schiphol. Bij reisorganisator Djoser hadden zich, naast 2 Belgen, ook 7 Nederlanders aangemeld voor deze uit de kluiten gewassen 14-daagse fietsreis. Van de deelnemers had ik op voorhand enkel een naam ontvangen. In de vertrekhal kijk ik daarom uit naar gespierde benen en sportschoenen. Eén koppel lijkt me aan die voorwaarde te voldoen, en als ik hen aanspreek, blijkt dit ook te kloppen. Ik maak uitgebreid kennis met mijn eerste reisgenoten Gerrit en Hennie, en even later stappen we samen in het vliegtuig.
Na een vlucht van 11 uren plus 6 uren tijdsverschil, landen we op zaterdag om 14.30 uur precies in Hongkong. Daar worden we opgewacht door Alette, onze Nederlandse reisbegeleidster en een lokale gids, die ons per bus naar het Panda Hotel brengen. Ondertussen maak ik ook kennis met de andere medereizigers: Ria, Tinie, Nel, Lenie, Ingrid en Theo.
Bij het verlaten van de luchthaven is het net of ik in een sauna stap: de hitte van het subtropische zuiden van China valt als een blok op mijn schouders. Al enkele weken voor het vertrek had ik in de krant de Hongkongse temperaturen gevolgd. Daar kun je nog zo vaak lezen dat het er tussen 30 en 35 graden warm is, het is pas als je die warmte aan den lijve voelt, dat je beseft hoe heet dat is. Voeg daar nog een vochtigheidsgraad van zo’n 80 % aan toe en je hebt het geweten: dit wordt zweten.
In het hotel deel ik de kamer met Theo, een 65-jarige Nederlandse opa, die op het eerste gezicht wel lijkt mee te vallen. Na vele camping- en andere ervaringen met luidruchtige Nederlanders met soms onverstaanbare accenten, is mijn grootste vrees dat niet de Chinese bergen, maar Nederland me parten zal spelen. Twee weken intensief samenleven met 8 Nederlanders zal me echter leren dat er ook fijne ‘Hollanders’ zijn, zelfs hartstikke fijne. Theo is er alvast een van. De behoefte om met de andere Vlaamse reizigster af en toe een woordje Vlaams te ‘klappen’, steekt tot mijn eigen verbazing zelfs de kop niet op.
’s Avonds gaan we in een restaurantje in de buurt Chinees eten: rijst, string beans, spinazie, tofu, ajuin, ei, tomaat, paprika, sojasaus, vlees, vis en nog wat ingrediënten: het soort maaltijd dat ons nog vaak zal verblijden de komende paar weken. De gevulde borden worden midden op tafel gezet en ieder schept er met een lepeltje wat van in zijn of haar kommetje. Daaruit probeer je met twee stokjes het eten in je mond te stoppen. Dat is de Chinese manier. Na veel oefenen, morsen en knoeien, krijgen de meesten van ons deze techniek in de loop van de komende weken aardig onder de knie.
De volgende dag gaat het per bus en boot naar Yangzhou, alwaar we de nachttrein nemen naar Guilin. Daar staat James ons in de vroege ochtend op te wachten. James wordt onze lokale fietsende gids in de komende week. We nemen onze intrek in het Fubo Hotel. Een jetlag van formaat, een dag en een nacht onophoudelijk reizen in niet altijd comfortabele omstandigheden, het zijn zaken die aan de ribben plakken. Daarom zijn een opfrisbeurt en een rustpauze meer dan welkom.
Dan gaan we onze fietsen ophalen. Als blijkt dat het formaat niet echt is aangepast aan mijn grootte, slaat de schrik me om het lijf. Gelukkig kan ik het stuur en het zadel een heel eind ‘uitrekken’, waardoor het al bij al nog tamelijk comfortabel fietsen wordt. Ik neem me voor om Djoser later voor te stellen uit te kijken naar grotere modellen, want de meeste Nederlanders en Belgen zijn toch groter dan de gemiddelde Chinees.
Nadat alle fietsen zijn getest, bijgesteld en aangepast, rijden we naar de bank om geld te wisselen. Onze verbazing is groot als blijkt dat we van enkele onofficiële ‘money changers’ in de bank sneller en meer yuans krijgen in ruil voor onze euro’s dan van de bank zelf. Onze eerste (proef)rit gaat naar de ‘Reed Flute Cave’, een grottencomplex met spectaculaire, maar nogal kitscherig verlichte stalactieten en stalagmieten. Later zal blijken dat kitschverlichting een Chinese favoriet is. Op weg naar het restaurant aan het Ronghu-meer worden we ’s avonds overvallen door een typisch subtropische bui: kort, krachtig en verkoelend voor even. Het eten smaakt er niet minder lekker door, maar de vrees voor een week van natte fietstochten maakt zich van me meester. Onnodig, zo zal later blijken. Bij terugkomst in het hotel volgt nog een prettige verrassing. Aan de overkant van de straat zien we groepjes Chinezen zich dansend en zingend samen vermaken. Het is een ritueel dat rust en vrede uitstraalt en dat ik wel kan smaken.
De volgende ochtend vertrekken we voor onze eerste, echte fietstocht vanuit Guilin over zo’n 40 km langsheen de ‘Li River Scenic Route’. De weg is nog niet aangepast aan wat de naambordjes laten vermoeden, maar dat zal wellicht snel veranderen. Ook China heeft het wereldtoerisme ontdekt. Dus hotsen en botsen we over hobbelige keien, en het heeft zelfs iets charmants. Steeds meer komen ook de fameuze karstbergen in zicht, die het uitzicht van deze streek bepalen en het haar wereldwijde bekendheid geven. In het vissersdorpje Daxu lunchen we en struinen we door een traditionele Chinese straat, die door de Chinezen als een reliek van het verleden wordt gekoesterd, en voor ons een ‘scenic spot’ oplevert. ’s Avonds komen we moe maar gelukkig aan in het Cloudy and Fog Hotel in Chaoping. De naam voorspelt niet veel goeds, maar het heeft toch een verrassing van formaat voor ons in petto: er is een zwembad, en daar maken we al te graag gebruik van.
De dag nadien is er eerst een steile klim van 12 km over grindwegen. De vrouwen verkiezen dat stukje per bus af te leggen. Gerrit, Theo en ik laten ons niet kennen en pakken als echte mannen de waterbuffel, en de fiets, bij de horens. De klim blijkt al bij al nog mee te vallen. Onderweg vallen er enkele druppels regen, al lijkt het meer de ‘cloudy and fog’ van het hotel dat op ons neerdaalt. Het zijn in ieder geval de enige verkoelende druppels die we tijdens de hele fietsreis te verwerken krijgen. Op de top vervoegen de vrouwen ons en samen gaat het nog 25 km bergaf, en soms ook weer bergop natuurlijk. Maar iedereen bijt op de tanden en haalt alle toppen, een pluim voor ons, en zeker voor Lenie, die ons ’s avonds trakteert, met terechte trots op haar prestatie. In Xinping volgt nog de steilste klim, te voet op de Laozaiberg. Het zweet gutst iedereen van het gezicht, maar het uitzicht op de top is de inspanning meer dan waard.
Xinping is een mooi stadje en we vinden het jammer dat we er niet langer kunnen blijven. In de voormiddag maken we een boottocht op de Li. Tijd om te genieten van prachtige zichten op de bergen, en ook, James achterna, van een duik in het koele water. Daarna springen we alweer op de fiets en gaat het 20 km richting Yangshuo, langs pittoreske dorpjes met velden vol rijst, kumquats, pindanoten, pompoenen, sinaasappels, pomelo’s, druiven en wat nog al niet.
Vandaag is ook 9 september en is mijn zoontje Lennart jarig. Om 14.30 uur bel ik hem op, dat moet ongeveer de tijd zijn dat hij klaarstaat om naar school te vertrekken. Hij is verheugd met mijn 9.000 km verre verjaardagswensen en blij verrast met de groeten van mijn medefietsers. Ook Katrien is blij met mijn telefoontje, maar toch ook een beetje jaloers op mijn Chinese belevenissen.
Als we in het Li River Hotel in Yangshuo aankomen is het al bijna avond. Yangshuo is een vrij grote stad en dé toeristische trekpleister van het karstheuvelgebied, waarvan West Street het zenuwcentrum vormt. Er lopen dan ook heel wat toeristen rond, maar anders dan in dergelijke ‘verwesterde’ straten in andere Zuid-Aziatische landen, vormen de Chinese toeristen hier duidelijk de meerderheid. ’s Avonds kun je in West Street en wijde omgeving over de Chinese hoofden lopen. Af en toe worden we zelfs op de foto gezet, want blijkbaar zijn blanken net zo’n exotische bijzonderheid voor hun als zij voor ons.
Na een heerlijke maaltijd in Lucy’s Place en een wolkbreuk over de stad, blijven Ingrid, Theo en ik nog wat hangen bij een lekker Liquan biertje. Lucy schuift bij ons aan en probeert ons een Chinees kaartspel aan te leren, wat moeilijker is dan het lijkt. De komende dagen zullen we Lucy nog vaak terugzien. Ze praat honderduit en ik luister geboeid. Ze is een hele sterke vrouw en haar levensverhaal is een toonbeeld van moed, ambitie en doorzetting. Als oudste van drie zussen ontvluchtte ze het platteland, leerde Engels en huurde een restaurantje in Yangshuo, dat ze nu samen met haar ouders uitbaat. Het is merkwaardig, maar tevens fijn om te zien hoe er in deze uithoek van de wereld, althans uiterlijk, een gelijkwaardigheid tussen Chinese vrouwen en mannen bestaat, die elders soms ver te zoeken is.
De komende dagen trekken we er vanuit onze uitvalsbasis Yangshuo op uit, per fiets naar Moon Hill, naar Dragon Bridge, naar de Giggling Tree, te voet naar Stone Village en naar een lokale markt, waar ongeveer alles wordt verkocht maar ook tanden worden getrokken en haar geknipt, en we houden ook nog wat tijd over voor souvenirkoopjes in de stad. James brengt ons zoals steeds welgemutst en onvermoeibaar langs kleine, lokale wegeltjes en fotogenieke plekjes, en bij mensen thuis, waar we op de thee of op een verrukkelijke lunch worden getrakteerd. Het zijn even zo vele als leuke verrassingen, we zien lotusbloemen, katoenplanten en andere voor ons vreemde gewassen, we plukken gemberwortel, we eten dadels, we genieten van de rust en de mooie plekjes, we zwemmen in de rivier, we kijken naar de mensen, de dieren en het land, we zoeken en vinden soms contact, ook al spreken wij geen Chinees en zij geen Engels. Op een avond krijgen we een spektakel zonder weerga te zien met honderden prachtig uitgedoste spelers die zingen en dansen, in een wervelende show vol feestelijke lichtjes tegen een achtergrond van idyllisch verlichte karstbergen. En op de laatste avond in Yangshuo is er zelfs tijd voor een aalscholvershow voor de helft van onze groep, terwijl de andere helft Chinees leert koken.
Daarna is het tijd om Yangshuo te verlaten. Jammer maar helaas voor mij moet dat per bus, want de laatste nacht moet ik aan den lijve ondervinden dat de waarschuwing voor maag- en darmklachten in subtropisch China niet zonder reden was. Die dag overleef ik op een trosje druiven, een banaan en een cola. Een kleine zuiveringskuur als het ware, terwijl de rest van de groep de hele dag langsheen een tamelijk drukke autoweg naar Gongchen fietst. Veel moois heb ik niet gemist volgens Ria, die me daarmee een hart onder de riem steekt. Onder meer door haar opbeurende en altijd gulle gelach ben ik ’s avonds al zover hersteld dat ik me mee laat tronen naar een oude Confuciustempel en een krijgsheertempel.
De volgende dag houd ik het op druiven en banaan. Dat moet volstaan voor 20 km fietsafdaling van de top van de berg, waar de bus ons heenbracht, naar het volgende verblijf te Caotian. Het uitzicht vanop de bergflanken is bijwijlen adembenemend.
Op de laatste fietsdag fietsen Gerrit, Theo, Ingrid en ik vol goede moed de volgende berg op, terwijl de anderen ons even later per bus vervoegen voor de laatste fietstocht naar Guilin, zo’n 50 km in totaal, over weinig drukke, glooiende asfaltwegen, met lunchpauze in een rustiek dorp met een ‘man-made’ kanaal vol kleurige vissen. Even verder staat de bus ons op te wachten en gaan de fietsen in het laadbusje. Het besef dringt niet meteen door, maar dit was het dus. De fietsreis is ten einde. Alles wat we nu nog gaan doen, is afronden, al doen we dat in stijl. Gerrit heeft namelijk onderweg ‘fire crackers’ gekocht (stukken goedkoper dan in Nederland, beweert hij), die we ’s avonds in Guilin bij de rivier ontsteken. Een knallend schouwspel, dat zelfs enkele Chinezen doet opkijken.
De volgende ochtend nemen we afscheid van James, die naast een goede gids ook een vriend is geworden, van de chauffeur en de mecanicien, van Nel, die nog een kort verblijf in Shanghai te goed heeft, en van Ingrid, die nog enkele dagen ter plaatse blijft. Wij keren per bus, vliegtuig en boot terug naar het Panda Hotel te Hongkong. ’s Avonds genieten we van een oogverblindende lasershow op de wolkenkrabbers van Kowloon en Hongkong. Diezelfde wolkenkrabbers gaan we op onze laatste dag bekijken vanop de hoge Victoria Peak. In de namiddag trekt Theo naar Po Lin en het reuzenstandbeeld van Boeddha, terwijl de rest van ons geniet van een duik in het zwembad op de 8e verdieping van het Panda Hotel.
Het zijn onze laatste momenten samen, de laatste momenten in Azië. Afscheid nemen is altijd een wat moeilijk, van mensen, van landen, van een reis. Het besef dat deze unieke fietsreis een heerlijke en verrijkende ervaring is geweest voor ieder van ons, maakt het afscheid toch een beetje draaglijk. Het was prettig om deze reis te maken, en ze zal in mijn herinnering verbonden blijven met Nel, Ria, Lenie, Tinie, Ingrid, Gerrit, Hennie, Alette, James en Theo.
Johan Veys
