Zoute vis, rauwe
uitjes en ‘paas’-eieren zijn belangrijke ingrediënten van het
Egyptische voorjaarsfeest Shem El-Nessim. Ieder jaar op tweede paasdag
trekken alle Egyptenaren, moslim of christen, naar de oevers van de
Nijl om de lente al picknickend te verwelkomen.
Shem El-Nessim heeft, ondanks de timing en de beschilderde hardgekookte
eieren, niets met Pasen te maken. Dit multiculturele feest staat los
van religies en stamt al uit de tijd van de farao’s. In de oudheid viel
het voorjaarsfeest samen met de lentenachtevening (21 maart), wanneer
dag en nacht even lang zijn. Volgens de oude Egyptenaren
vertegenwoordigde dat tijdstip het begin van de schepping. De naam is
een verbastering van het oorspronkelijke uit 2700 voor Christus
stammende ‘feest van Shamo’, wat ‘vernieuwing van het leven’ betekent.
De feestdag werd altijd pas de avond van tevoren afgekondigd, aan de
voet van de grote piramide van Cheops in Gizeh. Later is het feest
gekoppeld aan de dag die volgde op de feestdag van de
koptisch-christelijke minderheid: Pasen (dat in de meeste christelijke
culturen, in tegenstelling tot de Nederlandse, één dag duurt).
Tegenwoordig beschouwen veel Egyptenaren het feest als een uiting van
verbroedering tussen moslims en christenen.
Nijlvis
Dorpelingen die iets verder van de Nijl wonen, vieren het feest in de
steden. Luxor, Aswan en Cairo trekken altijd veel plattelanders met
Shem El-Nessim. De ‘happy few’ huurt een luxe hotelkamer en brengt het
feest door aan het zwembad, maar het leeuwendeel van de bevolking zoekt
een parkje of groenstrook op aan de rivier. Het feest begint rond zes
uur met een vroeg ontbijt aan het water, met beschilderde eieren voor
de kinderen. Nijlwater wordt gebruikt voor belangrijke rituelen als
voeten wassen en er gaat een kleine hoeveelheid mee om het huis te
besprenkelen. In de overbevolkte parken strijken de families neer voor
een picknick die de hele dag duurt. De andere bezigheid op deze dag is
genieten van het zachte voorjaarsbriesje aan de rivier. De
belangrijkste etenswaren zijn de ‘fiseekh’, de rauwe of gerookte
Nijlvis die maanden van tevoren in zout wordt ingelegd en voor de
gelegenheid in grote hoeveelheden wordt ingeslagen, en rauwe
lenteuitjes. Ook bij de Egyptenaren uit de oudheid zouden deze
lekkernijen al op het feestmenu hebben gestaan, maar dan als offergaven
voor de goden.
Uitje uit Memphis
De populariteit van het lente-uitje stamt uit het oude Memphis, volgens
een legende uit het einde van de zesde dynastie. De bij het volk zeer
geliefde enige zoon van een farao werd geveld door een onbekende ziekte
en raakte jaren aan bed gekluisterd. In die droevige tijd zag de
bevolking, uit liefde en respect, jaren af van feestvieren. De farao
ging te rade bij de hogepriester van de tempel van Oun, die als
diagnose stelde dat de ziekte van de prins het werk was van boze
geesten. De priester schreef een lente-ui voor, een rijp exemplaar voor
onder het prinselijk hoofd en een tweede, in schijfjes gesneden, legde
de priester op de neus van de patiënt zodat hij het weldadige aroma wel
moest opsnuiven. Volgens de oude papyrus herstelde de prins snel en
werd dat heuglijk feit, dat samenviel met het begin van de lente,
gevierd vanuit het paleis. Als gebaar van sympathie voor de koning hing
de bevolking bossen lente-ui boven hun huisdeuren en sindsdien is de
geurige groente niet meer weg te denken op het menu van Shem El Nessim.
Tegenwoordig hebben de lente-ui en andere groene groenten, de scherpe
zoute vis en de gekleurde eieren betekenis als symbolen van de
levenscyclus en de vruchtbaarheid. Een uiting van verbroedering tussen
moslims en christenen
|
Volg ons op:
Tel: 071-5126400