Videofilmen op reis deel 2 (door Gé Kikkert)
Een film maken is een ander vak
Je kent die reclames misschien wel: ‘Koop deze camcorder en je bent de nieuwe Steven Spielberg’. Nou, vergeet het maar. Je videocamera bedienen is één ding, een film maken is iets anders.
Vergelijk een videofilm met een boek van een paar honderd pagina’s. Scheur alle pagina’s uit het boek en gooi ze door elkaar. Maak er een stapel van en begin te lezen. Het verhaal is nog helemaal aanwezig, maar je snapt er niets meer van: er is geen relatie meer tussen de opvolgende pagina’s. En zo is het ook met veel videofilms van (beginnende) amateurs. De relatie tussen achtereenvolgende shots ontbreekt vaak.
Vijf W’sWe nemen een eenvoudig voorbeeld dat je in alle landen ter wereld kunt toepassen: je gaat een videofilmpje maken van een markt. Onthoud deze vijf woorden: Wie, Wat, Waar, Waarom en Wanneer. De beroemde 5 W’s.
Probeer bij elk stukje film dat je maakt een of meer van deze vijf vragen in beelden te beantwoorden. Film je medereizigers die op weg gaan naar de markt (Wie). Let erop, dat je die mensen steeds in dezelfde richting laat lopen. Bijvoorbeeld steeds van links naar rechts door het beeld. Laat je ze een keer van rechts naar links lopen dan lijkt het alsof ze terug gaan, en dat is niet de bedoeling. Richting heet dat in filmtaal. Ze komen aan bij de markt. Maak eerst, bijvoorbeeld vanaf een hoog standpunt, een totaalbeeld van de hele markt (Waar). Vertel vervolgens het verhaal van de aankoop bij een kraampje (Wat): film eerst de hele kraam en daarna details, in close-up, van de uitgestalde goederen. Maak altijd veel close-ups! Luister ook goed naar wat er gezegd wordt: fi lm met je oren. Film de verkoper die zijn waren aanprijst ende klant die iets wil kopen. Trek een denkbeeldige lijn tussen de twee personen: de bewegingslijn of line of action. Ga met je camcorder niet over die lijn.

Springers
Omdat je verschillende shots maakt van dezelfde handeling moet je uitkijken dat je geen springers in beeld maakt. Een springer ontstaat wanneer je vanaf één standpunt twee maal een opname (shot) maakt. Er zit dan een gat in de handeling. Om springers te voorkomen, ga je steeds als je een shot gemaakt hebt, ergens anders staan. Maak ook steeds andere uitsneden: totalen, half-totalen en close-ups. En, het belangrijkste: vraag jezelf steeds af of het shot dat je wilt maken wel past aan het eerder gemaakte shot.
De hierboven beschreven werkwijze noemen we ‘monteren in de camcorder’. Geroutineerde filmers doen dat zonder er bij na te denken. Het is net als autorijden: als je iets vaak genoeg doet, gaat het vanzelf.

Filmen is niet alleen een verhaal vertellen in beelden. Filmen is ook beweging vastleggen. Soms zie je videofi lms met moeder voor de kerk, dochter voor de ijskraam, zoon voor het zwembad, enzovoort. Ze staan stil en kijken in de lens. Daarvoor gebruik je een fototoestel! Natuurlijk mag je altijd je familie of reisgenoten filmen, maar ze moeten wel iets doen. Iets dat past in het verhaal dat je vertelt. Behalve de beweging in beeld, zijn ook de bewegingen die je maakt met je camcorder van grote invloed. Ze zijn aan filmwetten gebonden, zoals:
• Als je een panorama (pan) van de markt wilt maken, begin dan met een stilstaande camcorder. Beweeg daarna de camcorder heel rustig van rechts naar links (of andersom) en eindig weer met een stilstaand beeld van enkele seconden. Niet gaan ‘tuinsproeien’. Een pan is dus een horizontale beweging met de camcorder.
• Een kerktoren filmen van boven naar beneden werkt op dezelfde manier. Dat heet een tilt down (omlaag) of tilt up (omhoog).
• Voor de derde beweging, de zoom, gebruik je uiteraard de zoomlens. Een inzoom gaat van groothoek (totaal) naar telestand (close-up), de uitzoom is dus van tele naar totaal. Ook bij de zoombeweging houd je de camera eerst een paar seconden stil, dan de zoombeweging en dan weer een paar seconden stil. Onthoud dat een camcorderbeweging een doel moet hebben. Je pant, tilt of zoomt altijd om iets duidelijk te maken. Zo maar ergens naar toe bewegen heeft geen zin.
OnderwegFilm je een keer vanuit de auto of vanaf een boot, film dan steeds naar dezelfde kant. Wil je toch aan de andere kant iets filmen, maak dan eerst een pannaar de andere kant en film daarna wat je filmen wilt. Het is dan later voor de kijker duidelijk hoe het zit.
Proeffilmje
Heb je pas een nieuwe camcorder gekocht? Maak dan, voor je op reis gaat, eerst een proeffilmpje. En kijk of alles goed is gegaan.
Filmtaal
Wil je meer weten over de begrippen diein de filmtaal worden gebruikt, kijk dan opwww.videofilmer.nl/woorden.php
Dit is de tweede afl evering in de serie Videofilmen op reis. Deel 1 vind je op www.djoser.nl.
Volgende keer: Voordat je op reis gaat.




Volg ons op:
Tel: 071-5126400