Waarom Djoser?

Groepsreizen voor iedereen die veel individuele vrijheid wil combineren met het gemak van een groepsreis.

> Lees meer

Reis zoeken

Soort reis

Regio

Met oog voor

Reisduur

Vertrekperiode

Prijs

Belevenissen van een Djoserreiziger in Egypte

Daar staat-ie dan te glimmen in de zon: de onvervalste Djoserbus, de andere manier van reizen. Dat het een èchte andere manier van reizen zal worden kunnen we nog niet bevroeden.

Na een heerlijk en (te) uitgebreid ontbijt in ons hotel in Hurghada stappen we, onder de ons toelachende zonnestralen, in de bus. We zijn met twintig Egypte-ontdekkers. Daarmee zit de bus meteen al vol, maar het voelt wel heel knus. Onze chauffeur, een vriendelijk ogende man, zet de bus in beweging. Halverwege de middag zullen we in Luxor zijn, zegt Wil, onze reisleidster.

De dag daarvoor was ik niet lekker, ik had een griepdag en dat voel ik nog in mijn lijf. Stil en wat in mijzelf gekeerd kijk ik door het raam naar de eindeloze zandvlaktes. Af en toe duikt er een hoge zandsculptuur op die de onmetelijke zandvlakte aangenaam onderbreekt. Ik heb het gevoel dat ze een beetje bewegen, maar al snel merk ik dat het busje af en toe zigzagt op de weg. Nou, dat zal wel aan mij liggen, ik ben immers nog niet in mijn beste doen. We naderen de plek vanwaar we in konvooi verder zullen reizen.

Even mogen we uitstappen voor een plaspauze. Een korte plaspauze, benadrukt Wil: wanneer de politie het vertreksein geeft moeten we heel snel instappen. De politie kent geen pardon. Wie niet op tijd terug is, moet wachten op het volgende konvooi dat pas ’s avonds vertrekt. We zorgen er dus wel voor dat we op tijd in de bus zitten, dan maar afknijpen.

Onze bus rijdt praktisch achteraan in het konvooi met daarachter alshekkesluiter de politie in een aftandse blauwe pick-up. Ik doezel een beetje weg tot een oorverdovende knal mij plotsklaps wakker schudt. We rijden op dat moment met een behoorlijke snelheid. Dankzij zijn behendige stuurmanskunst weet de chauffeur het busje veilig naar de kant van de weg te loodsen. Wat een schrik! Is dit een aanslag? Ik tuur meteen de omgeving af. Niets te zien!

Twee achterbanden van de bus zijn geklapt waarvan er een finaal aan flarden is gescheurd. De bus gaat nogal schuin hangen en de chauffeur gebaart dat we onmiddellijk moeten uitstappen. De bus zou door ons gewicht en de volle rugzakken slagzij kunnen maken. Tja, daar staan we dan, tussen Safaga en Qena. Wat spannend!

We zijn amper van de eerste schrik bekomen of de kordate politiemannen in hun smoezelige blauwe uniformen melden zich. Met de wapens in de aanslag speuren ze meteen de omgeving af. En weldra verschijnt een Egyptenaar met kind en vrolijk kwispelende hond van achter een berg zand. Gealarmeerd door de knal is hij natuurlijk heel nieuwsgierig geworden naar wat zich afspeelt langs de weg. Ver komt hij niet, een politieman houdt de man op afstand. Niets wordt aan het toeval overgelaten. Intussen probeert onze chauffeur, met hulp van een andere politieman, op provisorische wijze de niet al te fraaie reserveband te plaatsen naast een band die er ook niet zo fris meer uitziet. Zijn gereedschap: een haperende krik en een paar stenen. Het is een heftige klus en onze chauffeur zweet van zijn oksels tot zijn tenen. Ik schat de temperatuur al op ruim 25 graden. Uiteindelijk zit de band op zijn plaats en kunnen we in slakkengang naar onze eerste stopplaats. In de bus moeten we zoveel mogelijk aan een kant gaan zitten om het gevaar voor kantelen te voorkomen. De drie meest ‘gewichtige’ reisgenoten, waaronder ik, nemen plaats in de politieauto, hoe interessant.

Wanneer we het cafetaria bereiken, verwijst een boze politieman onze bus meteen door naar de colonne die bij de controlepost staat te wachten op het sein: ‘go’. Kennelijk is ons niet-geplande oponthoud hem in het verkeerde keelgat geschoten. Intussen probeert onze reisleidster het gezelschap te slijten aan andere bussen die ook naar Luxor gaan, helaas zonder resultaat. Hoe moet dat nu? Ons arme Djoserbusje kan zo niet verder, dat zou levensgevaarlijk zijn. Bij de controlepost worden we buitenspel gezet door dezelfde blonde, geïrriteerde politieman. Is dat trouwens wel een Egyptenaar, hij heeft meer van een macho Europeaan. Onder geen beding mogen we de bus uit en dat terwijl de temperatuur in en buiten de bus oploopt. Maar we blijven opmerkelijk koel en proberen ons te vermaken met het spelletje: ik zie, ik zie, wat jij niet ziet.....

Aan de controlepost speelt zich inmiddels een fikse ruzie af tussen onze chauffeur en de politiemannen. De Arabische leestekens vliegen heen en weer. Onze chauffeur wil terug naar het cafetaria om daar te wachten op een nieuwe bus. Zo kunnen we toch niet blijven staan, bij zo’n desolate controlepost in de Sahara. Ook onze reisbegeleidster gaat zich ermee bemoeien. Tevergeefs. In Oosterse landen leg je het als buschauffeur altijd af bij die bureaucratisch ingestelde dienaren van de wet en als vrouw al helemaal. Toch mogen we rond 12.00 uur, na gesoebat van minstens een uur, bij de gratie van Allah terug naar het cafetaria, om te eten, te rusten en te wachten op de nieuwe bus. De avond valt en de zon verdwijnt achter het Saharazand. Uiteindelijk stappen we om 19.00 uur doodmoe, maar zeker niet chagrijnig in de verse bus en sluiten aan bij het laatste konvooi naar Luxor.

Bekijk ook...