Inca-trail in Peru
De dag voorafgaand aan de trail
Het was op een maandagavond in een
hostal in één van de nauwe straatjes van Cusco. Een gids met z’n
assistent gids, komen ons informatie verstrekken over ‘de tocht’. Van
de negentien djosers gaan wij met z’n vieren de trail lopen.
Ali, zoals de gids zich noemt, doet me denken aan een zoon van de
laatste Inca koning. Misschien………ach natuurlijk niet, maar dat is nu
ook niet belangrijk. Ik moet opletten wat hij allemaal te vertellen
heeft, want morgen gaat het gebeuren. Aan de hand van een kaartje wordt
ons uitgelegd hoe de route door de medogenloze Andes loopt. Als we een
niet al te zware rugzak willen dragen, dus alleen de dagelijkse dingen
die je onderweg nodig zullen we nog een drager moeten huren. Dat is OK.
In totaal mogen we met z’n vieren in de meegebrachte blauwe zak
vijftien kilo stauwen. En niet meer ! Er wordt nog wat gekletst over
kleding; vier T-shirts, voldoende ondergoed, sokken, een warme trui en
regenkleding. Voor de rest moet iedereen maar meenemen wat zijn of haar
lichaam verlangt. Dat zul je toch wel eens weten na vijftig jaar; ja,
het zijn niet de jongsten die dit avontuur tegemoet gaan. Vluchten kan
niet meer.
Alles duidelijk ? Dan komen we jullie morgenochtend om 6 uur halen. Buenas noches.
Tot nu toe is er geen vuiltje aan de lucht. Alhoewel het wel koud
is en de weersverwachting is nu niet bepaald gunstig; regen. Tja,
afgesproken is afgesproken. Welterusten.
dinsdag, de eerste dagOm
vijf uur gaat de wekker. Aankleden en alles bij elkaar pakken. Onze
andere spullen zetten we ergens anders neer, want deze kamer wordt voor
de tijd dat we er niet zijn gereserveerd voor andere gasten. We nemen
een kop cocathee; straks ontbijten we ergens met de ‘nieuwe’ groep: de
inca-trailers.
Maar we zijn niet alleen met z’n vieren; er zijn een paar djosers
opgestaan om ons te komen uitzwaaien. Het geeft een goed gevoel. Het
heeft zoiets van: jullie krijgen deze opdracht en moeten dit goed
volbrengen, we wensen jullie alle sterkte toe. Tim, onze gids, Noortje
en Jean Pierre en Hans zwaaien ons uit als de gids ons om kwart over
zes komt ophalen en een drager onze 15 kilo zak op de schouders
slingert. We zwaaien naar de achterblijvers en ieder van ons vieren
denkt: ‘ waar zijn we in godsnaam aan begonnen’ . Onze lichaamstaal
zegt: ‘ kom op, hier zijn we voor gekomen, het onbekende met frisse
moed tegemoet’. Als we in de bus stappen maken we kennis met nog drie
‘inca-trailers’. De bus rijdt verder door het dan nog kille en
slaperige Cusco. Na een kleine tien minuten stappen de laatste vier
lotgenoten in. De groep is compleet; een (nederlands) elftal + de gids
en zijn assistent. Dat zijn er dertien ! Hier komen nog 14 dragers bij
en dan is de bus ook echt vol. Onder deze veertien personen zit een kok
met z’n assistent, een hoofddrager en een ‘waiter’.
We rijden nog zeker drie kwartier door en gaan dan in een
restaurantje met z’n dertienen ontbijten. Het is er wel erg koud. ’t
Hoort er allemaal bij. De stemming is prima en we hebben ons inmiddels
aan elkaar voorgesteld.
Het weer is grauw en regenachtig als we opstappen en verder
rijden richting ’82 km punt’. In een klein dorpje stoppen we nog een
keer. Hier krijgen we de gelegenheid om nog wat kleine boodschappen te
doen. Je kunt hier spulletjes kopen voor onderweg om bijvoorbeeld het
suikergehalte op peil te houden; chocola, fruit, vruchtenkoekjes en
natuurlijk cocaproducten. Tevens kun je hier water inslaan. We kopen
hier flessenhouders, uit ervaring weten we dat die handig zijn. Je kunt
ze gemakkelijk schuin over je schouder dragen. Het zijn leuke
borduursels die ze er op gemaakt hebben. Handig is om een wandelstok
van bamboe aan te schaffen. Het geeft je een extra steun bij al die
klimmen die je moet bedwingen. De chauffeur weet precies wat voor
lengte zo’n bamboestok moet hebben. De lengte is gelijk aan een
gestrekte onderarm. De stokken worden hier lachend op maat gezaagd. En
de bijgeleverde lus aan het eind heeft de regionale kleurtjes. Mooie
stok hoor. Soms wel onhandig bij het instappen, maar straks laat de bus
ons toch achter. Na een kleine twintig minuten komen we aan bij het
eindpunt, of eigenlijk het beginpunt. Dit is dus het 82 km punt. Een
miezerige regen dwingt ons onder een afdak in afwachting wat er verder
gaat gebeuren. Maar je krijgt toch het gevoel dat je iets bijzonders
gaat doen.
We
staan onder een afdak, waar ook de dragers zich allemaal verzamelen. De
hoofddrager weegt met een veerunster de bagage en verdeelt het onder de
dragers. Er zijn een aantal lokale vrouwen, die terwijl ze lopend hun
kind de borst geven, ons regenponcho’s proberen aan te smeren. Wel
doen, niet doen ? Het zal straks toch wel opklaren ? Alhoewel, voor de
zekerheid ? We schaffen ons toch maar zo’n veredelde vuilniszak aan.
Het is keurig opgevouwen in een zakje en kost bijna niets. Ik weet nu
al, dat ik dat van z’n levensdagen nooit meer zo inelkaar krijg. Ik kan
nu al verklappen, dat het de beste koop van deze vier dagen zou worden
! We deden de regenbeschermer direct over onze schouders. Je rugzak
blijft op deze manier wel mooi droog.
Als
de nodige voorbereidingen allemaal getroffen zijn gaan we met de gids
naar het officiële inschrijvingspunt. We lopen een stukje naar beneden
langs de spoorlijn en van hier sluiten we aan in de rij voor een
kantoortje, waar wordt nagegaan of je papieren kloppen (ook je
paspoort). Na een kleine twintig minuten zijn we gescreend en gaat het
echt beginnen. Om half twaalf lopen we over de hangbrug met onder ons
in de diepte de woest stromende Urubamba. Het is direct al een klimmend
parcours, maar heel goed te doen.
Iedereen
heeft natuurlijk zoiets van: dit moet ik een makkie vinden, want wat
voor ons ligt zal wel vele malen ‘erger’ zijn. De gesprekken gaan dan
ook niet over de steilheid, maar dat de natuur prachtig is. Soms
miezert het wat en dan is het weer droog. Dus poncho aan, poncho uit.
Toch geweldig tussen deze reuzen van bergen te wandelen. Na zo’n twee
uur zien we in de diepte LLaqtapata, een mooie Inca ruïne, waar de gids
leuke wetenswaardigheden over vertelt. Het is dan nog een half uur
afdalen naar ons eerste lunchpauze punt. De dragers hebben de
keukentent en eettent al opgezet als we aankomen. De kok en z’n maatje
zijn druk bezig om ons te laten bijtanken. Onze shirts zijn doornat van
het zweet en hangen we te drogen aan en op wat struiken. De droge
kleding uit onze rugzakken trekken we aan om geen kou te vatten. Even
gewoon stilstaan of op een platte rots zitten. Jeetje, da’s lekker zeg.
Om op krachten te komen schenkt de ‘waiter’ ons allemaal een heerlijk
koel zoet drankje in. Deze waiter is gemakkelijk te herkennen; wit
capje op en een strak wil kieltje met lange mouwen. Perfect.
Na een poosje geeft de waiter aan, dat we aan tafel kunnen. In de
eettent staat een grote tafel waar we gemakkelijk met de groep en
gidsen aan kunnen zitten. De tafel is gedekt met eenvoudige bordjes en
bestek. Op het moment dat het eten op schalen wordt binnen gebracht, is
het helemaal stil. Vol verbazing kijken we naar de schitterende
schotels met de heerlijkste dingen. Dat hadden we echt niet verwacht.
Het ziet er heerlijk uit en het
smaakt nog beter. Soep, rijst, groente, vruchten, teveel om op te
noemen. Er is altijd wel iets van je gading bij. Geweldig goed om
zoiets hier in de bergen klaar te maken. De lunch is meer dan
voortreffelijk en we zijn er weer helemaal klaar voor; het laatste
stuk. De spullen die te drogen hangen kunnen we weer aantrekken en de
droge shirts gaan weer in de rugzak. De tenten hebben we geen omkijken
naar, die worden door de dragers opgeruimd. Ze pakken de spullen
bijelkaar en verdelen de bagage over hun gespierde ruggen. Straks halen
ze ons wel weer in.
Deze jongens, vaak zijn het al mannen, lopen in een bepaald ritme
over het pad. We kunnen er alleen maar jaloers naar kijken. Om kwart
over drie zijn we klaar voor de laatste etappe.
Heerlijk gelopen door deze indrukwekkende natuur. De paden zijn
wel ‘verhard’, maar door zeer grote stenen, die zeer onregelmatig
verspreid liggen. Het klimmen is goed te doen. Bij het dalen moet je
echt goed uitkijken waar je je voet neer zet. Je moet steeds
geconcentreerd lopen. Wat zijn het een reuzen die ons omringen, wij
zijn heel klein.
Tegen 17.00 uur komen we aan in Wayllabamba, ons eerste kamp. We
zijn nu 250 meter geklommen en zitten nu op 3000 meter. Ongeveer 12 km
hebben we langs de Cusichaca river gelopen. Niet ver maar wel een
stevige wandeling. Goed te doen. Het is nog steeds regenachtig en
nevelig. De
tenten zijn al voor ons opgezet. Het zijn lage tweepersoons nylon
tentjes. Je moet er echt induiken. Door de laaghangende bewolking is
het al vrij vroeg donker en de zon is hier snel achter de grote
kolossen verdwenen. De zaklampen worden tevoorschijn gehaald. Iedereen
duikt even voor een uurtje de tent in. We willen uitgerust aan de warme
maaltijd beginnen.
Om
kwart voor zeven zitten we allemaal achter het bord en genieten van de
kookkunst van de kok. Heerlijk. Fantastisch. Nog een beetje nakletsen
en dan wil iedereen wel de slaapzak in. Het is dan kwart voor negen en
stikdonker buiten. ’s Nachts wordt er wacht gelopen. Schoenen moeten in
de slaaptent staan, ze zijn wel eens gepikt. Dan heb je een gigantisch
probleem. En nu slapen, morgen is het om zes uur opstaan, welterusten.
woensdag, de tweede dag
Zes uur is het, als er op de tent
wordt getikt en de dragers ons verrassen met een kop hete cocathee.
Heerlijk om zo wakker te worden. Wel een beetje tempo maken, want over
een half uur gaan we gezamenlijk ontbijten. Vannacht heeft het
behoorlijk geregend. Wassen is er niet bij, er is hier weinig aan
sanitair. Je kunt wel naar een wc, alhoewel het allemaal niet veel
voorstelt. ’s Ochtends heb je de neiging om je ‘Europese’ stappen te
nemen. Maar dat wordt direct afgestraft; je hart waarschuwt je en je
wordt ook direct kortademig. Gewoon rustig lopen, kleine stapjes.
Rustig aan, het is vakantie.
(ja, dat heb ik me al eerder afgevraagd of dat zo is ) Na een
voortreffelijk ontbijt, met vruchtendrankjes, lekkere broodjes,
pannenkoekjes en weet ik niet al, verzamelen we ons voor de tenten. De
gids, z’n naam is Ali, stelt ons voor aan de dragers ( gids en zijn
assistente, kok en assistent, waiter, hooddrager en acht dragers). En
wij doen dat ook aan hun. Zo, nu zijn we toch één groep. Het zal ook
wel moeten, want vandaag komt het erop aan; de zwaarste dag, met de
zwaarste klim. We gaan de pas (4200m) van de Dode Vrouw bedwingen, hier
bekend als de Warmiwañusca.
Dit betekent, dat we vandaag een hoogte van 1200 meter moeten overbruggen.
We vertrekken wat later dan gepland, maar om acht uur beginnen we aan ‘de tocht der tochten’.
Iedereen loopt in zijn of haar eigen tempo. Je moet je eigen ritme
zien te vinden en je niet laten opjagen door anderen. Neem de tijd en
drink voldoende. Ook vaak genoeg blijven staan om om je heen te kijken
en foto’s maken van dit ongelooflijk mooi gebied. Hoe hebben ze in
godsnaam dit pad zo aan kunnen leggen. Het is zo steil op bepaalde
plekken, dat is niet te beschrijven, dat moet je voelen. En je voelt
het, in je hele lijf. Al gauw ben je nat van het zweet en de kleding is
verzadigd met je ‘koelvloeistof’. Het is vandaag nog grijs, grauw en
regenachtig weer. Het regent niet constant, maar toch. Het is vervelend
om met zo’n poncho te lopen, want door de wind wappert het dunne
plastic alle kanten op. Je krijgt het ook warm van zo’n stuk plastic.
Als het droog is, meteen dat ding af. Blij dat we deze regenbeschermer
hebben aangeschaft, echt een goede koop. Er lopen wel veel mensen deze
trail, maar onderweg heb je daar geen last van. De ‘avonturiers’ zijn
mooi verspreid over het traject. De gids heeft ons uitgelegd waar we
naar toe moeten lopen voor de eerste stop. We gaan stoppen bij
Llullucha Pampa. Hier kan water en wat andere spulletjes worden
gekocht. Dit vergt zo’n twee en half uur klimmen.
We beginnen aan een pittige en stevige klim. Je moet regelmatig
stoppen om even weer op adem te komen. Het traject bestaat uit
bergpaden die z’n weerga niet hebben. Soms egaal, maar ook vaak rotsig,
puntig en glad. Je komt ook veel treden tegen, maar onregelmatig en het
zijn behoorlijke opstappen; ontelbaar. De stenen liggen schots en
scheef door en op elkaar. Bij dalingen is het een zware belasting voor
de enkels. Je moet opletten waar je loopt. Maar let ook op de natuur om
je heen; je moet het ervaren, je bent er een deel van en daardoor te
moeilijk om te beschrijven. Het is geweldig, ik ben blij dat ik eraan
begonnen ben, hoewel het zwaar is. Maar voor mooie dingen moet je iets
over hebben.
Tegen half elf bereiken we de eerste stop, doornat van het zweet.
Blij dat we even kunnen rusten. We zoeken een beschut plekje op dit
vlakke stuk in de bergen en trekken de bezwete kleding uit. Het
‘kleeft’ gewoon aan je dampende lijf. We hangen het aan en op een paar
struiken. Drogen zal het niet echt, want al is het nu even droog, de
luchtvochtigheid is heel hoog. Lekker om droge kleding aan te trekken,
zo blijf je lekker warm. In een tijdsbestek van een half uur is
iedereen aangekomen op deze plek. Even bijkomen. De kok zorgt voor
drinken en zoete dingen om op krachten te blijven. We lunchen hier
niet, dat doen we vanmiddag op onze kampplaats.
Nu houden we een theepauze met
lekkere kleine dingetjes. Chocola en snickers zijn hier vele malen
lekkerder dan in het dagelijks leven. Als we zo wat bij elkaar staan,
zien we heel in de verte mensen bij de berg op gaan en aan het eind
zijn het ‘mieren’ die de pas hebben bereikt. Het is wel even zuchten,
als we zien, dat deze trip nog voor ons ligt. Om half twaalf moeten
onze droge kleren weer uit en dan is het even doorbijten; de natte
kleding gaat weer aan. Anders heb je straks niets droogs. Na tien
minuten ben je weer warm en ben je alles weer vergeten en…..heb je nog
droge kleding. Bij mooi weer speelt dit natuurlijk minder, dan is je
shirt gedroogd door de zon.
Nu komt het allerzwaarste; nog bijna twee uur alleen maar klimmen.
En wat voor klim. Echt zwaar. Rustig doorstampen dan kom je er vanzelf.
Het weer is slecht, regen, soms wat sneeuw en hagel. Het is koud en het
wordt nog kouder, want we zijn nog niet boven. De laatste vierhonderd
meter heb je het gevoel of je echt niet opschiet. Het is een
martelgang, je bent de uitputting nabij. Het gaat echt langzaam en je
moet vaak stoppen. Weinig zuurstof. Je hart gaat tekeer. Even stoppen
en dan weer verder. Maar je weet ook dat je het haalt. Tussen 13.00 en
13.40 uur komt iedereen aan op de top: 4200 meter. Geweldig! Het geeft
een heerlijk gevoel als je bij de paal staat, die zegt dat je er echt
bent: 4215 meter.
En dan begint de afdaling. Onderschat dit niet, het is wel
afdalen, maar kijk uit waar je loopt. De treden zijn hoog, glibberig en
de ‘treden’ zijn van ongelijksoortige stenen en liggen echt niet vlak.
Geconcentreerd lopen dus. Kijk om je heen, want wat je hier ziet is zo
mooi. De natuur is hier de baas.
Na zo’n twee uur over een afstand van 3 km. komen we in Pacaymayu
aan. Hier gaan we overnachten, maar eerst nog wat eten, want de ‘tank’
is leeg. Er is een foute planning gemaakt, want nu moet er nog geluncht
worden. Een beetje laat, maar wel noodzakelijk. Het ziet er weer
voortreffelijk uit; verrukkelijk.
Het tijdstip van het avondeten wordt opgeschoven, maar of iedereen
dan al weer trek heeft ? Een beetje rondkijken en in de tent liggen
voor we gaan warm eten.
Je bent hier in de wolken en vanuit je tentje heb je een prachtig
uitzicht op de verder gelegen besneeuwde toppen. Tegen acht uur worden
we aan tafel geroepen. Wederom een heerlijke maaltijd met
vermicellisoep, rijst, vlees, kip en als toetje koffie, thee of
chocolademelk. Er bleef dit keer nogal wat over, maar dat is niet erg,
want de dragers weten daar wel raad mee.
Na deze heerlijke maaltijd heeft iedereen het wel gehad en zoekt
de tent op. Het was een zware, maar mooie dag. Om nooit meer te
vergeten; de Dode Vrouwen pas. Morgen vroeg op. Het regent een beetje,
lekker om in slaap te vallen. De natte spullen leggen we op het matje
en onder de slaapzak, dan is het morgen weer droog en klaar voor
gebruik. Het is hier écht stil, alleen de regendruppels.
donderdag, de derde dag
Vanmorgen
worden we weer wakker gemaakt om 6.00 uur met een dampende kop
cocathee. En als we naar buiten kijken, zien we dat het droog is en
naar de lucht kijkend, lijkt het erop, dat het vandaag een mooie dag
gaat worden. Hebben we ook wel verdiend na twee dagen regen. Om kwart
voor zeven heeft iedereen z’n bagage weer bijelkaar gepakt en schuiven
we aan voor een stevig, overvloedig en voortreffelijk ontbijt. Het is
bijna onvoorstelbaar wat de kok en z’n assistent voor elkaar krijgen in
de kooktent. Chapeau !
Vandaag ook weer een pittige dag. Wel niet zo stevig klimmen als
gisteren, maar de tocht is de langste van de vier dagen, met een paar
‘niet misselijke’ klimmen erin. Om acht uur zet de stoet zich in
beweging. We passeren vandaag een drietal Inca ruïnes, die vlak aan de
trail liggen. De eerste ligt vlak bij, maar om er te komen begint het
direct al met een behoorlijke klim. We zijn sinds gisteren natuurlijk
heel wat gewend, maar deze mag er ook zijn. Zeker niet onderschatten.
Het kost een klein uurtje en dan zijn we allemaal aangekomen bij
Runkuraqay (3800m). Doordat de Inca’s geen schrijftaal hadden, weten we
het niet met zekerheid, maar het is te veronderstellen dat dit bouwwerk
diende als een checkpoint. Alleen belangrijke mensen mochten de tocht
naar Machu Picchu maken, anderen hadden er niets te zoeken en werden
dan ook vermoord. De Spanjaarden hebben stelselmatig de notabelen
vermoord en alleen zij wisten van deze trail. Dit is waarschijnlijk de
reden waarom de Spanjaarden Machu Picchu nooit hebben ontdekt.
Vanhier vervolgen we onze tocht naar Sayacmarca (3580m). Het is
wel klimmen. En zeker als je de ruïne wilt bekijken, want die is alleen
te bereiken via een zeer steile trap. De rugzakken laten we beneden,
Joanne, de assistent gids, past zolang op onze spullen. We kunnen zo
wat gemakkelijker naar boven klimmen. Schitterend dit bouwwerk, het
ligt gewoon in de berg. Vanhier heb je een prachtig uitzicht op het
Nevelwoud, waar we straks doorheen moeten. Als we alles bekeken hebben,
pakken we onder aan de trap onze rugzakken en vervolgen ons pad. Voor
we de top bereiken, passeren we twee prachtige bergmeertjes. Op de top
is het natuurlijk stoppen, even iets zoetigs eten, wat fruit, water en
de rugzak af. Heerlijk. Dan merk je hoe bezweet je rug is. Het is mooi
weer zodat we een prachtig uitzicht hebben. Hier zijn onze Alpen maar
kleine broertjes bij. Je moet het ondergaan, om te weten wat het is.
Geweldig, dat we de incatrail doen. Hier sta je in een stuk majestueus
landschap.
We
gaan verder afdalen. Dit is een tamelijk recht stuk naar Sayacmarca.
Deze 4 km lopen we in ruim anderhalf uur. Dit bouwwerk diende als een
soort doorgangsstad met hotelfunctie voor de mensen die naar Machu
Piccho gingen. Deze overnachtings plaatsen liggen ongeveer 20 km
vanelkaar. Hier werden ook boodschappen doorgegeven aan de volgende
lopers. Nog zo’n twintig minuten en dan stoppen we voor de lunchpauze.
Het
loopt tegen twaalf uur. We hebben wel trek in iets. We hebben een
blindelings vertrouwen in onze kok. Het wordt eentonig, maar de lunch
was weer onovertreffelijk. Het is echt genieten, want de zon begeleidt
ons vandaag.
Na de lunch gaan we langs smalle bergpaadjes door het Nevelwoud.
Het is er vochtig en glibberig, met heel veel groen. Het doet wat
jungleachtig aan. Wat een natuur, geweldig.
Via het Nevelwoud dalen we verder
af en komen uit bij Puyupatamarca (3640m). Wederom een schitterend
bouwwerk. Het is één met de berg. Eveneens een voorbeeld van een
doorgangsstad. Nu
loopt de trail verder naar onze laatste overnachtingplaats. Het is een
prachtige route met mooie vergezichten en uitzichten op de reuzen om
ons heen. De laatste afdaling naar de camping is best wel een lastige
en zeker zo aan het eind van de dag. Eén voor één komen we binnen bij
Choque Suysuy. Door de afstand is de groep behoorlijk uitelkaar
gevallen. Om vijf uur zie je de zon hier al niet meer en tegen half zes
begint het donker te worden. Dan is ook iedereen binnen met een moe,
maar zeer voldaan gevoel. De trail zit er voor negentig procent op. De
tentjes staan keurig op en rij naast elkaar aan de ‘achterkant’ van de
Machu Picchu. Je kunt je hier douchen. We gebruiken hier niet de
eettent, maar een soort houten hok waar we net zo’n beetje met z’n
allen in kunnen. De stemming is prima; we hebben het gehaald !
Onder
het genot van de cocathee wordt besproken hoeveel fooi we geven aan de
dragers en de anderen. Je moet rekening houden met de hiërarchie van
‘onze verzorgers’ . Dan wordt er nog een speech verwacht. Gelukkig is
er iemand die het Spaans machtig is.
Om 8 uur hebben we het laatste avondmaal, we maken er een
sfeervolle afsluiting van. De kok heeft nog eenmaal z’n uiterste best
gedaan en het was dan ook fantastisch. Waarom werkt deze man niet in
een viersterren hotel ? Als toetje had hij een schitterende taart
gemaakt, waarvan echt niets overbleef. We hebben hierna afscheid
genomen van al onze begeleiders, behalve de gidsen. De anderen moeten
morgen vroeg de trein halen om weer aan de volgende trail te beginnen.
(….) Het was een gezellige afsluiting en daarna zochten we met behulp
van zaklampen de slaapzakken op. Morgenvroeg moeten we er uit om 4 uur
!
vrijdag, vierde en laatste dag
Afspraak was om elkaar wakker te
maken en dat lukt heel goed. Iedereen is om 4 uur wakker. In het licht
van de zaklamp worden alle voorbereidingen getroffen; aankleden en
spullen bij elkaar zoeken. Toch fijn dat je de tent niet hoeft af te
breken en in te pakken. Zodra je de tent verlaat zijn er een paar
dragers (porters worden ze hier genoemd) die in een flits je tent laten
verdwijnen. Zij moeten ook opschieten, want ze moeten met de trein van
zes uur weer terug en dan begint het hele verhaal weer opnieuw.
Om half vijf zit iedereen aan tafel, etend en kletsend over
gisteravond en het laatste stukje wat ons nog staat te wachten. Het is
nog ongeveer 6 km en daar zullen we zo’n anderhalf uur over doen. Dan
is het zover, het laatste stuk. We vertrekken in het hartstikke donker,
dus de zaklampen zijn nu zeer belangrijk. Het is wel redelijk vlak,
maar de stenen liggen niet horizontaal. Het is een prachtig gezicht
zo’n sliert van kabouters met hun lampjes over het bergpad te zien. We
moeten nog een controlepost passeren, maar dat gaat vrij snel Heel
langzaan wordt het steeds lichter en kunnen de zaklampen uit. Het is
een mooie wandeling met achter de bergen de opkomende zon, die we niet
kunnen zien, maar wel het steeds helder wordende licht. De bergkammen
krijgen een rode gloed. We zijn er bijna met een licht opgewonden
gevoel. Voordat we door de zonnepoort kunnen moeten we een bijna
verticale trap bedwingen. Die is echt zwaar, nog één keer ademnood en
een jagend hart en dan …….we zijn er ! We hebben het gehaald, de
inca-trail is volbracht ! Het geeft een fantastisch gevoel.
Wat
een geweldig bouwwerk hier midden in de bergen. Kwart voor zeven, Machu
Picchu ligt nog in de schaduw. We gaan door de zonnepoort en zoeken een
plekje, waar we straks een schitterend uitzicht hebben op het
schouwspel; de zon verlicht om 7.20 uur dan langzaam, meter voor meter
het gehele complex. Heel indrukwekkend, je ziet op foto’s slechts een
deel van deze ‘verborgen stad’ . Het is fenomenaal. We eten en drinken
iets uit onze rugzakken en wachten hier rustig af en laten het geheel
voor altijd op ons netvlies branden. Dan, om twintig over zeven wordt
alles langzaam in ‘het licht’ gezet. Schitterend om dit mee te maken.
Onvoorstelbaar dat de mens zoiets heeft kunnen bouwen in een
dergelijk onherbergzaam gebied. Lijkt me geweldig als je zoiets
ontdekt. Een groot deel van deze stad is nog overwoekerd door struiken
en bomen, maar men laat het zo.
Ik heb nog met een oranje handdoek gewapperd, om de aandacht van
onze Djosergroep te trekken, maar de afstand is waarschijnlijk te
groot. Met de verrekijker kan ik ze niet eens met zekerheid ontdekken.
Eén ding staat vast, ze zijn daar beneden en zullen ons opwachten als
we naar beneden gaan.
Tegen
acht uur gaan we naar beneden, een pad waar je meer dan een half uur
over doet. Rechts heb je steeds een geweldig uitzicht op de stad en kun
je schitterende foto’s maken. Hoe verder we komen hoe warmer het wordt.
De bergbewoners naderen het dal.
En dan…………..we zijn er, de groep staat ons op te wachten. Ze
hebben zich in twee rijen tegenover elkaar opgesteld waar we tussen
door moeten lopen. We worden gefeliciteerd met de bijbehorende kussen
en er klinkt applaus. Dan worden we bij elkaar gezet en laten ze ons
weten dat ze trots op ons zijn. Ieder van ons krijgt een T-shirt met
als opdruk: ‘ survivor of the inca-trail’ , allemaal een andere kleur.
En als klap op de vuurpijl ontvangt iedereen vanaf een kussentje, zoals
dat gaat bij de ceremonie protocollaire, een ‘inca-medaille’ ter
herinnering aan één van de zwaarste wandeltochten. Het gaf ons een
enorm warm gevoel, het was alsof we de opgelegde zware opdracht hadden
volbracht.
De gids nam ons mee, om het complex beter te bekijken met
interessante uitleg. Later op de dag hebben we met een etentje afscheid
genomen van de andere ‘inca-trailers’ en daarna zijn we met de trein
weer terug gereden naar Cusco. Een prachtige rit door de bergen.
Inca-trail ? Je moet het gewoon in je leven gedaan hebben; onvergetelijk mooi.
Peru, juli 2005




Tel: 071-5126400