Reis zoeken

Soort reis

Regio

Met oog voor

Reisduur

Vertrekperiode

Prijs

Fragmenten uit een Reisdagboek Alaska

Woensdag dag 5
Ontbijten en lunch klaarmaken, tent afbreken. Eerst denk je, waar ben ik aan begonnen, zo primitief, toilet met hokje, oude plee, gat in de grond, geen douche, tanden poetsen, spugen in het vuur???? Met kleren in slaapzak, beren in de nacht, wolven/honden van de farmer huilen zoals Shandow. Een lief, klein eekhoorntje met streepjes scharelt tussen de struiken, de prachtig opkomende zon boven de bergen, rust, de natuurgeluiden. Geen korreltje eten, de geur van eten of mensen mag achtergelaten worden, dat trekt beren aan en is gevaarlijk voor de volgende mensen die er zijn.

We krijgen een groen formulier om in te vullen op de weg naar Skagway, want dat ligt in Alaska, dus we gaan zo de grens oversteken. We moeten invullen waarom we naar Alaska gaan, dat we geen guns of andere wapens bij ons hebben. Peter zit voorin de bus om te filmen, ik klauter op de achterbank, die is helemaal voor mij alleen. Op naar Skagway dus, het begin van de goudzoekersweg, waar honderd jaar geleden iedereen begon aan de helse tocht naar de goudvindplaatsen. De plaats van Soapy Smith, the death horse trail en de Chilkoot Pass/border.

Eerste stoppen we nog bij het Emerald Lake, een prachtig meer met alle kleuren groen/blauw water tussen de machtige bergen. Dan de kleinste woestijn, de Small Desert/Carcross (kariboe crossing) desert. Bij de Emerald Lake klautert Paul de berg op met grote kiezels, gevaarlijke bezigheid. Het blijft een jonge hond, altijd iets meer risico nemen dan de rest. Het loopt goed af. Volgens de gids was er bij de vorige groep één, die kwam knoerthard naar beneden rennen, vergat dat er onderaan een bochtje was, knalde neer en had behoorlijk wat verwondingen.

Onze gids vertelt het verhaal nog eens van de goldrush in 1897, het ontstaan van de Yukon vlakbij Carcross en we gaan daarna dus naar de smallest desert in the world.

Carcross is een klein dorpje, in 100 jaar niet veranderd, gebouwtjes, yale, oudste hotel. De volgende stop is BOVE ISLAND, waar ze de boten bouwden om de Yukon af te varen richting Dawson (the Gold Rush ) city. De Tinglit Indianen woonden hier voor de grote invasie van goudzoekers. Miles Canyon bij Whitehorse is de plaats waar veel boten sneuvelden, te pletter sloegen door het snelstromende water van de Yukon in het voorjaar, als de sneeuw ging smelten. Er waren daar veel watervallen, nu is het ingedamd door een stuwdam, maar in de lente was het water kolkend door de smeltende sneeuw en wie het eerst in Dawson City zou zijn, had de meeste kans om een claim te veroveren om goud te winnen.

Als de mensen de Chilkoot Pass hadden overleefd of de White/Dead Horse Trail, dan rustten ze uit bij dog cabine tot de sneeuw ging smelten. Ze gingen naar Bennett Island en bouwden hun boten van alle materiaal uit de buurt bij Bove Island.

Vandaag hangen er wolken tussen de bergen, je kijkt er zo tegenaan, een raar fenomeen, maar het geeft wel prachtige plaatjes. Bij dog cabine rustten in de winter 1896/1897 25.000 mensen uit van de vermoeienissen van het beklimmen van de Chilkoot Pass waar ze weken over deden om 1 ton bagage naar boven te krijgen, die ze verplicht waren mee te slepen om het eerste jaar te kunnen overleven. Na een aantal jaren is dat gebied weer helemaal verlaten, er was een spoorrail gebouwd van Skagway naar Dawson City waar alles en iedereen mee vervoerd werd.

Pablo, de chauffeur draait heerlijke muziek van de jaren 60, The Beach Boys, Aretha Franklin, Blowing with the wind. En hij is heerlijk gestoord, prettig gek. We rijden de bergen in, van de zon zo midden in de wolken en sneeuw Outpine Area. We zijn in Alaska, het is mogelijk dat daar ’s winters 15 meter sneeuw valt. We maken een groepsfoto van WELCOME TO ALASKA, heel de groep gaat voor het bord staan, alle fototoestellen naast elkaar op de grond en Tom en Pablo maken de foto’s vlug vlug vlug, want het is koud. Net was het nog heerlijk zonnig aan de andere kant van Chilkoot Pass, nu is het zeker 20 graden kouder.

Op naar Skagway, dat is echt een toeristenstadje, prachtig in oude stijl gehouden, zoals het 100 jaren geleden was. Alles is nog precies hetzelfde, alle gebouwen, straten, the rails. Vanaf hier werd in 1898/1899 een railroad aangelegd naar Dawson City om alle machines te vervoeren om het goud te gaan delven. We slenteren door het stadje, dat normaal ruim 800 inwoners heeft en nu dus duizenden toeristen. Daar leven ze van de drie maanden in het jaar dat dat kan, alles is duur, zodat ze het jaar weer door kunnen komen.

Het is zo druk, toptijd, er liggen vier grote cruiseschepen voor 1000-en mensen, die daar losgelaten worden. En ’s avonds laat vertrekken alle boten weer, op naar de volgende haven.


Donderdag dag 6
Om 09.00 uur is iedereen weer klaar om te vertrekken, door de herrie waren we vroeg genoeg wakker. Ontbijten, lunch klaarmaken, alles weer op de busjes, alle bagage. Vannacht was ik vergeten de eetbare spullen uit de tent te zetten. Gelukkig geen beer gehoord of gezien. Niet zo lekker geslapen, harde ondergrond, je voelt al je botten. Maar gisterenavond lekker samen gedouched, schoon in bed, deze camping heeft douches en toiletten, luxe in vergelijking met gisteren, de poepdoos in het bos (bang voor beren) Maar op die andere camping waren wel die lieve kleine gestreepte eekhoorntjes en niet bang voor mensen, we konden rustig een foto maken.

Nu is het een en al gelach op de camping, we hebben net de tenten opgezet aan de kant van de Yukon bij MINTO RESORT of zoiets campground. Het is prachtig weer al heel de dag. Vanmorgen bij het opstaan was het koud, de nachten zijn hier echt koud. Maar nu zitten we dus met een lange broek aan in de zon 30 o C en het is al acht uur in de avond. We kunnen gaan zwemmen in de Yukon, maar die is maar een paar graden, gletsjerrivier, dus of we dadelijk nog gaan zwemmen, ik weet het niet. Misschien een cold shower.

We hebben de hele dag gereden, eerst van Skagway naar Whitehorse. Gestopt bij de Miles Canyon, waar de gold rush boten 100 jaren geleden dikwijls te pletter sloegen in de snelstromende Yukon van het smeltende ijs in de lente. Iedereen nam veel risico om zo snel mogelijk in Dawson City te zijn. Een half uurtje bij Miles Canyon, toen naar Whitehorse, Pablo moest eten inkopen en Tom moest de trip in het Denali Park regelen, dus wij moesten ons anderhalf uur bezig houden.

Niemand had zin in een museum of touristlooking. Wij hebben wat langs de Yukon gelopen en naar de SS KLONDIKE gekeken, die in de dok lag ter reparatie. Wij hadden geen tijd om een tour met een gids in de boot te doen. Te weinig tijd, dus hebben we even in het gras gelegen, naar de SS Klondike gekeken en om drie uur moesten we weer terug zijn bij het Visitor Centre. Op naar Minto Resort camping

Onderweg wat geslapen, maar ineens stopten we. Tom, de gids, had een beer gespot aan de kant van de weg. Een zwarte beer, een jonkie. Hij had dat nog nooit meegemaakt, een zwarte beer met die hitte langs de kant van de weg. Meestal blijven ze in de shaduw of slapen als het zo heet is. Woeps, spanning. Stoppen, Pablo bleef te dicht bij de beer stilstaan, waardoor hij wat onrustig werd. Een kwartiertje gewacht, maar de beer hield zich stil, moeilijk om een foto te maken.

Verder maar weer, op naar de campground. Oh nee, nog even een stop bij de Five Fingers Creek, ook een gevaarlijke doorgang van de Yukon. Het water stroomt er zo snel tussen de rotsen door, een gevaarlijk punt. We gingen met een groepje de 250 treden trap omlaag om naar de rivier te lopen door het bos. Het was erg stoffig, heel fijn stof en heet, de afdaling ging wel en het uitzicht was magnifique, de moeite waard, maar de terugweg is heet, steil, adembenemend, letterlijk. De natuur is niet te beschrijven, zo mooi hier, puur, rust. Je ziet niemand, zo nu en dan een trailer, camper, grote vrachtwagen, maar het is overal verlaten.

Zelfs de grote steden, zoals Whitehorse en Skagway hebben maar 1000 inwoners en zien er nog net zo uit als 100 jaar geleden tijdens de goldrush. Ze leven volgens mij alleen maar van de toeristen. Daarom is alles zo duur, de drie maanden dat de temperatuur hier houdbaar is, moeten ze het voor een jaar verdienen. Er is verder niets. ’s Winters wordt het tussen de – 10 tot – 30 o C en er valt 15 meter sneeuw. Een meter onder de grond is het permafrost (permanent, altijd bevroren)

Overdag zaten we te dromen om ’s avonds in de Yukon te gaan zwemmen, maar nu het avond is, is het toch te koud. Het is wel een prachtige campground, maar omdat de muggen je lek steken, moet je toch helemaal bedekt zijn en dan gaat de lol er snel af. Rotmuggen.

Prachtig uitzicht over de Yukon, oeverzwaluwtjes vliegen af en aan, maar kunnen nooit al die muggen eten. Verdorie. We eten steak van de barbecue, champignonnetjes met knoflook, pepersaus, spaghetti, jammie, jammie. Pablo heeft het weer perfect gedaan. Tussen elf uur ’s avonds en de volgende dag zeven uur gaat de generator uit en is er geen water, niet warm en niet koud, dus ook geen toilet die doorspoelt. Op tijd wassen en plassen dus.


Woensdag, 25 Juli, Mc Arthy
Vanmorgen was het weer heel stressie. De ice-walkers moesten om negen uur bij de bus zijn, dus ineens was iedereen weg. Alleen wij en drie andere groepsleden waren er nog. Wat zullen we eens gaan doen. Het blijkt dat er vannacht een beer op de camping is gesignaleerd. De zalm begint te trekken, dus daar komen alle beren op af, wij zitten vlakbij snelstromende rivieren (waar niet in Alaska), dus ze komen hierlangs. Dat wordt een spannende periode, we zullen zeker nog beren tegenkomen, die zalm uit de rivier vissen.

We gaan wandelen, van de camping naar Kennicott en dan omhoog naar de Copper Mine met onderweg uitzicht op de Kennicott gletsjer, prachtig. Peter heeft gelukkig de beerbel gevonden en aan zijn rugzak gehangen, hij tingelt er lustig op los als we lopen. Gezellig zo met zijn tweetjes, eigen tempo, en op de een of andere manier wen je aan het beeridee. Als we hem tegenkomen, zien we wel. Ze zijn eigenlijk bang voor mensen en zien slecht. We zien het onderste gedeelte van de coppermine (de windmill), mooi tegen de berg aangebouwd rood gebouw. Helaas, we halen de mijn zelf niet, het wordt ijskoud daar boven. We lopen in de wolken, zien nog wel verschillende gebouwtjes tegen de berg aangeplakt. We komen Simon, Johan, Gerard en Inge tegen, ze zijn al drie kwartier op de terugweg en wij al bijna vijf uren aan het stijgen, dus keren we ook maar om. Na negen uren zijn we terug op de camping, constant gewandeld, klimmen, afdalen en helemaal gek en lekgestoken door de muggen.

Ik hang de stinkkleren wat buiten, maat het begint een beetje te regenen, weer in de tent. Ik heb kookdienst, spaghetti bolognese. Lekker snel klaar.

Ik ben zo moe, een kopje koffie nog. Er is er één is jarig, ze krijgt een cadeautje (glitter wasco), ze is tekenlerares en ze trakteert op american cookies, lekker. Binnen de kortste keren liggen we in de tent, schrijven, lezen, beentjes omhoog, want die zien er verschrikkelijk uit, vol met muggenbulten, blaren, vlekken en dik. Omhoog blijven voorlopig beentjes en vroeg slapen.

Om vijf uur hadden we bij de Wranglers Elias Mountain nog gevraagd voor een vlucht, maar iedereen van onze groep hing al in de lucht voor de 35 minuten glacier flight. Morgen maar opnieuw proberen, als de zon schijnt. De rest heeft ice-wandelen, vliegen en ook klimmen gedaan. Verschillenden willen vanavond nog naar de zalmentrek gaan kijken.


Vrijdag dag 9
Valdez zalmentrek, beertje (klein zwart beertje) vangt met zijn poten de levende zalmen uit het water. Zielig he.

We vertrekken vanaf McArthy weer naar de bewoonde wereld. Laten de beren voorlopig achter ons. We moeten dezelfde hobbelweg terug, ik zit weer voorin, de volgende keer Erik. Pablo is zo gek als een deur, muziek Hot Chili Peppers op video, iedereen in de bus zingt mee. Gezellig stel. De andere bus met Tom stopt steeds voor elke mooie view, wij rijden door.
Alleen bij Worthington Glacier stappen we allemaal uit, even gletsjer lopen. Ben ik blij dat ik niet meegegaan ben ice-walken of climben, een kwartiertje is genoeg voor mij. Tineke vraagt of ik even wil helpen met de video, Hans op de gletsjer. Zij heeft nog nooit met dat apparaat gewerkt, dus staat Hans er nog nooit op. Toiletten langs weg zo schoon met deinfecting soap zelfs.

Nog een paar watervallen bewonderd vlakbij Valdez en dan de zalmen, die na zeven jaren
terugkeren naar hun geboortegrond. Prachtig om te zien, upstream spetteren, paaien en sterven. Meeuwen en beren verorberen alles. Tom maakt heerlijke hotte Chili con Carne. Wij gaan eerst wassen, waarschijnlijk teveel in één trommel in een keer, nog een beetje van Edith en Hanneke erbij, waardoor niet alles droog is helaas. Jammer, alles aan scheerlijnen hangen, wasknijpers te weinig, wordt niet droog, dan maar in de tent drogen.

Heerlijk hete douches, de stank afspoelen, lekker fris weer, haren wassen. De batterijen van de video weer opladen, boekje lezen, alledrie de batterijen waren leeg en we moeten nog zo lang al die mooie ervaringen opnemen. Voorlopig kunnen we weer uren vooruit, morgen nog een keer voor Denali. Peter en ik blijven om beurten bij de videocamera zitten als die opgeladen wordt. Om hem zo te laten staan in de wasruimte vind ik een beetje link.

Al met al, douchen en camerabewaking, komen we te laat voor het eten en Tom heeft nog wel zo’n lekkere chili con carne gemaakt. Yvette is jarig en daarom samen met Simon uit eten in Valdez. ’s Avonds na de afwas, vertelt Tom dat hij een plaats weet, waar beren zalmen komen vangen. We zien er een, een schatje, gelukkig is de afstand ver genoeg, niet gevaarlijk.
Vlakbij de plaats waar de zalmen uit zee de rivieren in zwemmen staat een grote fabriek, waar de zalmen gevangen worden, geëlektrokuteerd en de eieren en sperma eruit geperst, dat zetten ze zelf uit om nieuwe zalm te kweken.

Nog wat, vanmorgen bij de camping in McArthy had Peter bijna zijn reistas vergeten in de bush. Ik had de meeste tassen bij de busjes gezet om op te laden en die van Peter stond er nog. Ik was in de veronderstelling dat Peter die zou pakken en andersom dacht Peter dat van mij hetzelfde. Gelukkig zag Johan hem staan voor we vertrokken, het gaat ook altijd zo vlug ’s morgens met inpakken, roets roets eten, plassen, alles bij elkaar en op de auto’s zetten en wegwezen naar de volgende stop. Er wordt best veel gereisd en soms is er maar één weg naar een plaats, McArthy b.v., een slechte hobbelige weg, Kennicott, Copper Mine en weer terug.

Het mooie hier is ook, dat er bijna geen nacht is, het wordt niet donker. We waren er wel snel aan gewend, toch is het raar dat je ’s nachts om 12-1 uur gewoon je tent kunt vinden zonder dat je een lampje nodig hebt.

Het Noorderlicht in Alaska en Canada

Op onze rondreis door Alaska en de Yukon word je misschien getrakteerd op het Noorderlicht. Het Noorderlicht, of Aurora Borealis, is licht dat ontstaat als geladen deeltjes in onze atmosfeer botsen op moleculen van de gassen waaruit onze dampkring bestaat. 

In het noorden van Canada is in het voor- en najaar de kans om dit natuurwonder te zien groot. Gekleurde lichtstromen lichten op aan de hemel. Een sprookjesachtig schouwspel!