Laos, land zonder haast
De
voordeur is geopend. Sinds vijf jaar verbindt de Friendship Bridge
Thailand met Laos. Eronderdoor stroomt de machtige Mekong. De dikke
laag stof waaronder Laos bedekt lag wordt dunner, dat wel. Maar wie er
wil komen, moet er nog steeds moeite voor doen. En wie er wil reizen
heeft geduld nodig, want Laos is een land zonder haast.

Stoffig, verwaarloosd en vergeten. Dat zijn woorden die niet
passen
bij een land dat ooit Lan Xang werd genoemd, Koninkrijk van de miljoen
olifanten. Maar toch, toen de laatste koning stierf, driehonderd jaar
geleden, dook het koninkrijk de diepte in. En al snel bestond Lan Xang
niet meer. Het raakte verdeeld over de buurlanden Birma, China,
Vietnam, Thailand en Cambodja. De Fransen brachten dat verbrokkelde
gebied rond het begin van deze eeuw weer bij elkaar en ze doopten het
Les Laos. Samen met Cambodja en Vietnam hoorde het vanaf toen bij
Indochina, bij Frankrijk dus.
Na een korte machtsovername door de Japanners in WO II kregen
de
Fransen het land terug. Maar niet voor lang. Al snel namen de
Amerikanen het bestuur over; bang voor het groeiende communisme.
Tevergeefs. In 1975 werd de communistische LPDR opgericht, zoals Laos
vanaf dat moment ging heten: The Lao People's Democratic Republic.
Laos
stroomde leeg. Al snel woonden er meer Laotianen buiten Laos dan erin.
Maar toen in 1989 in Berlijn de muur viel, werd die klap - met enige
vertraging - ook aan gene zijde van de Mekong gehoord. De brug over de
rivier werd gebouwd. De Thaise vluchtelingenkampen raakten langzaam
leger en Laos was na drie eeuwen weer vrij en van zichzelf.
Stof als metgezel
'Sabaaidii,' zegt de jongen achter de balie van het Pengkham
Guesthouse, en hij lacht er grappig bij. 'Een kamer alstublieft.' Het
lijkt in mijn eerste Laotiaans net of ik een kopje koffie bestel. 'Een
kamer voor mevrouw. Geen probleem.' En hij pakt een sleutel en mijn
tas
en klimt de trappen op. Hij stuurt me een zonovergoten kamer in en
begint vliegensvlug aan touwtjes te trekken (licht en wc), op knoppen
te drukken (airco) en aan kranen te draaien (koud). 'Alles oké,' zeg
ik, en steek mijn duim op. Het water spoelt even later het eerste stof
van me af. Stof dat de hele verdere reis mijn metgezel zal zijn. Aan
de
overkant van het hotel wissel ik dollars in voor kippen, de Laotiaanse
munteenheid, en daarna ga ik direct op zoek naar een fiets.
'Sabaaidii,' zeg ik tegen de man van de fietsenwinkel en wijs
naar
een rode fiets met een mandje voorop. Nadat we het eens zijn geworden
over de huurprijs van een dag, pakt hij mijn tas, legt die in het
mandje en slaat de hengels vier keer rond het stuur en legt er daarna
nog eens een knoop in. 'Gevaarlijk op straat?' 'Gevaarlijk!', knikt
hij. Vijf minuten later voel ik me veiliger dan in mijn eigen
winkelstraat.
Een groot dorp
Ik rij zomaar wat in het rond. Heb nog geen enkel plan voor die eerste
dag. Binnen tien minuten ben ik aan de rand van de hoofdstad.
Hoofdstad? Als ik een kwartier later aan de andere kant sta, blijkt
Vientiane een dorp. Een groot dorp, met straten van asfalt, maar
meestal van rode aarde. Op de markt zie ik even later keurig bij
elkaar
geveegde hoopjes tor, bergjes mier en stapeltjes larf. Er stuiptrekken
kikkers aan een touwtje. Er kronkelen vissen op het droge. En er
liggen
balen en balen tabak. Je mag de kleine voorgerolde sigaretjes proeven.
Van pittig en scherp tot mild en zacht.

Bij een boekwinkel parkeer ik mijn fiets. In de etalage
liggen
werken over Lenin en Marx. Na binnenkomst worden al mijn verrichtingen
waargenomen door vijf paar ogen. Ik koop een oude ansichtkaart.
Iedereen komt in beweging met handen die iets willen doen.
Waarschijnlijk ben ik vandaag hun enige klant. Twee handen pakken de
kaart aan. Twee andere pakken een plastic zakje. Wéér twee andere
schrijven een bonnetje uit dat drie keer het formaat heeft van de
kaart. Nog eens twee andere nemen het geld aan, en de laatste twee
geven ten slotte het wisselgeld terug.
Hollande, héél klein
Bij een café ga ik dat kaartje zitten schrijven. De mannen aan het
tafeltje naast mij buigen zich direct over mijn kopje koffie heen. Wat
ik daar allemaal deed? Ik maak wat pennenkrassen in de lucht en zeg:
'Famille'. Met mijn hand boots ik een vliegtuig na dat door de lucht
scheert. 'France?' vragen ze. 'Hollande,' antwoord ik. Maar dat kennen
ze niet. Natuurlijk niet. Ik breng mijn duim en wijsvinger heel dicht
naar elkaar toe. 'Héél klein.' zeg ik. Ik teken met mijn pen Frankrijk
op een papiertje. Daarboven België en daarbovenop Nederland. Ik begin
er driftig op te tikken. Hollande, Hollande. Nu lachen we. Heel klein,
inderdaad. Vooral omdat er op dat papiertje bijna geen ruimte meer
over
was voor Nederland.
Tegen zonsondergang rij ik naar de oever van de Mekong. Daar
zitten
vrouwen voor hun huisje het eten te bereiden. 'Sabaaidii' klinkt het
over en weer. In het water houden kinderen zich vast aan de staart van
een waterbuffel. Loom draait die zijn lijf heen en weer. Zijn kop,
getooid met lange horens, rust plat op het water. Dit is de levensader
van Laos.
De machtige Mekong wordt in Laos maar één keer overbrugd. De
rest is
vaarwerk. En als ook dat niet kan, dan blijft alleen nog het verlangen
over. Want ook al is Laos na drie eeuwen eindelijk weer van zichzelf,
de overkant lonkt en zal dat voorlopig nog wel blijven doen.
Tijdens de Thailand/Laos reis van Djoser bezoek je voornamelijk Vientiane en Luang Phabang, de Laos/Zuid-China reis daarintegen laat je eerst heel Laos zien en eindigt tenslotte in Kunming, China. Prijzen v.a. respectievelijk ƒ 2995,- en ƒ 3395,- per persoon, vertrekdata het gehele jaar door.
| Aan de informatie in deze artikelen en verhalen kunnen geen rechten ontleend worden. |
