Reisverhaal: De verrassingen van Ethiopië
Wie van de gebaande toeristische paden wil afwijken, kiest voor ethiopië. Wandel naar beeldschoon beschilderde rotskerken, langs adembenemende kloven en bezoek etnische groepen in het zuiden. ethiopië is een vriendelijk land met een heel eigen karakter.
Addis Abeba, dat ‘Nieuwe Bloem’ betekent, kenmerkt zich door brede boulevards met glimmende kantoorgebouwen. De stad is slechts zo’n honderd jaar oud. De paleizen van de keizers eertijds zou je bijna over het hoofd zien. Sommige zijn toegankelijk omdat er musea zijn gehuisvest. In het National Museum van Ethiopië is het pronkstuk een replica van Lucy, onze 3,5 miljoen jaar oude voorzaat. Haar skelet werd in 1974 in het uiterste noorden van het land opgegraven. Het noorden is ook boeiend omdat daar het christendom zich vanaf de vierde eeuw in isolement heeft ontwikkeld. Ethiopië is een van de oudste christelijke landen.
ROTSKERKEN VAN TIGRAY
Dat Tigray een pracht en praal aan rotskerken herbergt, weten maar weinigen. Toeristen gaan doorgaans naar de beroemde kerken van Lalibela. Ik kies voor de rotskerken in Tigray omdat je hier nog op zoek moet gaan naar de kerken. Met een priester die de sleutel heeft, maak ik de tocht naar Abuna Yemata Guh in de bergen van Gheralta. Deze wordt als de mooiste van alle 153(!) rotskerken gezien. Het plafond en de muren zijn kleurrijk beschilderd met verhalen uit het Nieuwe en Oude Testament. Met apostelen, een chocolabruine Maria en bruine engelen. Wat moet het een moeite, tijd en vakmanschap hebben gekost deze uit te hakken en het interieur te decoreren. De priester laat een manuscript zien, gevat in geitenleer, en bedrukt met tekeningen en Amhaarse teksten. Hij vertelt dat de kerk nog regelmatig wordt gebruikt. Jaarlijks klimmen Ethiopiërs tijdens een christelijk festival naar deze kerk. Wie een blik naar buiten werpt, heeft een onvergetelijk uitzicht. Hier zijn we dichter bij de hemel dan bij de aarde, lijkt het wel. Een uitgelezen plek voor spirituele overpeinzingen.
EEN OCEAAN VAN BERGEN
In het noorden, in de koude Simien Mountains, ligt de hoogste top van Ethiopië: de Ras Dejen (4533 meter). Debark, een kleurrijk stadje met stofwegen en een grote markt, is de uitvalsbasis voor een vijfdaagse tocht door het hooggebergte. We wandelen over grazige hoogvlakten met aan de ene kant boomachtige vetplanten en pal aan de andere zijde afgronden van zo’n duizend meter diep. Lammergieren en andere roofvogels zweven hun trage vluchten. Soms is het pad omzoomd door bomen met lange korstmosbaarden. Alle dagen zijn de uitzichten adembenemend. De klooff ormaties doen sterk denken aan de Grand Canyon. Maar de apenkolonies (baboons) maken meteen het verschil: je bent in hartje Afrika. Met honderden stoeien ze baldadig, lichten elkaar pootje, verzoenen zich en vlooien elkaar. Na zonsondergang verzamelen ze zich op de ‘weide’ en duikelen dan met hun kleintjes op de rug de verticale klif af om een slaapplek te zoeken, veilig verstopt voor luipaarden en hyena’s. Als we een dorpje passeren, roepen kinderen: “You! You! Coff ee?” In een van de hutten krijgen we de traditionele koffi eceremonie. Met trage bewegingen stampt een vrouw de koffi ebonen en zet uiteindelijk de koffi epot op het houtskoolvuur. Drie gangen koffi e, van sterk tot slap, neemt al gauw een paar uur in beslag. Hier blijkt hoezeer de canyons ertoe hebben geleid dat de mensen hun levensstijl door de eeuwen heen hebben gehandhaafd. De koe en de geit slapen onder het bed - een staketsel van planken.

ZEE VAN KLOOSTERS
Van Debark ga ik met een minibus naar Gonder, waar het keizerlijke kasteel ligt van waaruit ooit het land werd bestuurd. Keizer Haile Selassie heeft hier nog overnacht, en onder het daaropvolgende militaire regime van Mengistu werd het ingericht met martelkamers. Ik passeer een orthodoxe begrafenisstoet, omgeven door mensen onder geborduurde paraplu’s en priesters met wierookvaten in de hand. Naast de stoet drukt zich een kudde schapen en geiten door de straat. Voor een deur van een graanmolen drommen ezels samen. Hun eigenaars lopen blootsvoets en in korte broek. Het oogt bijna Bijbels. In een minibusje trek ik verder richting Bahir Dar, dat aan het Tanameer ligt, en neem de boot naar Zege Peninsula. Er zijn niet alleen koffi eplantages, maar ook beroemde kloosters uit de 13e en 14e eeuw. Van buiten zien de kloosters er als een circustent uit, maar binnen zijn de muurschilderingen net zo mooi als in de rotskerken in Tigray. De Bijbelse verhalen zijn als het ware vervat in kleurige stripverhalen op de muur. Lake Tana is in wezen een zee van kloosters. In de meeste wonen nog monniken. Op de terugweg naar het vaste land scheren smalle, lichte papyrus bootjes over het water om te gaan vissen. De soms agressieve nijlpaarden worden pas in de ochtend weer wakker. Op naar het zuiden, dat een wereld van verschil is met het noorden, al was het maar omdat hier de meeste van de ruim tachtig etnische groepen wonen. Na Awassa wordt het landschap groener. De koffi eoogst is in volle gang, arbeiders sorteren de bessen op tafels en leggen ze op matten te drogen. Bij waterpompen is het een komen en gaan van mensen en karren om water te halen. Auto’s en vrachtwagens toeteren zich slalommend rustig een weg langs mensen, dieren en ezelkarren. We rijden de lange weg naar Arba Minch af, met graanvelden rechts en links van ons.
OMOVALLEI
Kinderen springen langs de kant van de weg en roepen: “Highland! Highland!” Ze doelen op de waterfl essen met het etiket highland. Met de lege fl essen zijn ze blij, want ze moeten een fl es meenemen naar school om pap te krijgen van het Wereldvoedselprogramma. In Konso maken we een korte stop, het dorp is bekend om de stenen terrassen die de bewoners hebben gebouwd om op de steile hellingen tientallen soorten sorghum te verbouwen. Over smalle paadjes, begrensd door hoge stenen muren, lopen vrouwen met geplooide rokken over elkaar. De hoge totempalen met phallische symbolen op de graven zijn uitingen van hun traditionele geloof. We rijden door naar Turmi, het zuidwesten tegemoet, bergcontouren aan de horizon, aan de voet daarvan de immense Omovallei. Dor, geel en grijs met hoge termietenheuvels en hier en daar acacia’s waarin kluwens nesten van de wevervogel hangen. Hier leven nomadische veehouders. Turmi is een dorp van de etnische groep Hamer. Er zijn kralen voor geiten en schapen en om de hutten, afgedekt met grasdaken, is een omheining van doornige takken. Meest in het oog springend zijn de mensen die bedolven gaan onder een uitzonderlijke hoeveelheid sieraden. Ze dragen breed uitstaande kauri-halskettingen en hebben trossen armbanden om de pols, bovenarm en benen. Om iedere vinger een bundel ringen. Alles in felle kleuren. Zelfs de allerkleinsten dragen kettingen. In een droge rivierbedding daalt een vrouw in een smalle put af om water te De priester in de Abuna Yamata Guh kerk laat een met Amhaarse tekeningen bedrukt manuscript zien. Het orthodox christendom is ruim vertegenwoordigd in Ethiopië. Eén derde van de Ethiopische bevolking is islamitisch. Mooie kloosters uit de 13e en 14e eeuw vind je op de eilanden in het Tanameer. halen. Ze draagt een leren schort, van voren kort, van achteren in een driehoek afhangend, en een leren doek schuin over de schouder. Als ze weer omhoog klimt giet ze het geelbruine water uit haar kalebas over in een plastic fl es. Vlakbij de grens met Soedan, in Omorati, is het zo droog dat het beeld in een dichte mist van stof vervaagt.
NAAR DE MARKT
Ergens glinstert een streep rivier, de Omo. We eindigen in Dimeka. Zwaar beladen Hamer-vrouwen lopen naar de markt. Eens in de week leggen ze s’ ochtends vijfendertig kilometer af naar de markt, zijn daar de dag en lopen ’s avonds weer de lange weg terug naar hun dorp. Mannen, gekleed in een lendedoek, kuieren opgeruimd achter hun vee aan, met een krukje in de hand. Geen man zonder krukje, hij heeft het kleine ovalen vlak altijd bij zich, zelfs tijdens het dansen, het is niet alleen een krukje, het is ook een neksteun bij het slapen, zodat hun fi jn bewerkte haartooi mooi blijft. Hun hoofden zijn gekroond met kleikapsels, versierd met veren. Ook de haren van de vrouwen, in vele strengen gevlochten, zijn ingesmeerd met rode verfstof en geklaarde boter. Op de terugweg naar Addis Abeba maak ik een stop bij een warmwaterbad, even voorbij Shashemene, in Wondo Genet. Het hoort bij het oude zomerverblijf van Keizer Haile Selassie, die zijn dochter een optrekje gaf bij dit warmwaterbad. Met uitzicht op de beboste hellingen vol koffi estruiken zijn we terug bij het keizerlijke verleden van Ethiopië.
tekst: Karin Anema





Volg ons op:
Tel: 071-5126400