Reis zoeken

Soort reis

Regio

Met oog voor

Reisduur

Vertrekperiode

Prijs

Syrië en Jordanië juli 2006

Zondag 16 juli

Na een korte nacht vliegen we er meteen in en vertrekken met de bus naar Syrië waar de reis echt zal beginnen. Na alle checkpoints aan de grens gepasseerd te zijn, rijden we door naar onze eerste stop, Bosra. Hier bezoeken we het bestbewaarde Romeinse theater, dat door de VN is uitgeroepen tot werelderfgoed. Tot op vandaag worden er nog voorstellingen gegeven. In het theater zijn duidelijk drie niveaus te onderscheiden. Op het hoogste niveau moesten de vrouwen plaatsnemen, het midden was voorzien voor de lagere klasse en het onderste niveau was voorbehouden voor de hogere klasse. Ook de Romeinse straat is goed bewaard gebleven.

We rijden verder naar Damascus, de hoofdstad van Syrië. Ons hotel is een verademing na de drukte in de omringende straten. Het is heel rustig gelegen en heeft een terras waar we ’s morgens kunnen ontbijten.

’s Avonds spreken we met de hele groep af in de hotelbar om nader kennis te maken. Onze medereizigers zijn stuk voor stuk leuke mensen. Wij blijken met ons tweeën de enige Belgen te zijn, wat tijdens de reis wel eens aanleiding geeft tot Belgenmoppen, maar we laten ons niet doen! Er reizen ook twee toffe Duitse meiden mee. Het gerommel in de regio heeft ertoe geleid dat 4 mensen hebben afgehaakt, waardoor we nu met 16 zijn.

Met het grootste deel van de groep gaan we eten in Ali Baba, een gezellig restaurant. Baba ganoush, matabal, humus, kebab, ...; in de gerechten wordt veel olie gebruikt, maar het is heel lekker. Onderweg naar het hotel verwen ik mezelf nog met een cactusvrucht van een straatkraampje.

’s Nachts word ik wakker van de oproep tot het gebed, indrukwekkend.

Maandag 17 juli

Het doet deugd om vandaag wat langer te kunnen blijven liggen. Na het ontbijt biedt onze lokale gids Ehab, die een uitstekende gids blijkt te zijn, aan wie dat wil een rondleiding aan in de stad. Aangezien hij hier woont, kent hij Damascus op zijn duimpje. We bezoeken het oude gedeelte van de stad. De citadel wordt momenteel gerenoveerd en is dus niet toegankelijk voor het publiek. Om de schrijn van Saladin, de sterkste tegenstander van de kruisvaarders, en de Omayaden Moskee te bezoeken, moeten wij vrouwen een bruine pij aantrekken om ons haar en lichaam te bedekken. De camera’s flitsen. De moskee is prachtig, met zijn binnenplaats vol mozaïeken en de fontein waar mannen, vrouwen en kinderen het hoofd, de voeten en de handen wassen alvorens de moskee te betreden voor het gebed. Binnenin bevindt zich de schrijn van Johannes de Doper, hier zou zijn hoofd bewaard worden. De Omayaden Moskee wordt hier gezien als een monument, eerder dan als een gebedsplaats. Vandaar dat ook toeristen de moskee mogen betreden en dat hier mag gepraat worden. De mensen die hier komen, zijn over het algemeen toeristen en bedevaarders uit bijvoorbeeld Iran, eerder dan de plaatselijke bevolking van Syrië. Voor de moslims is Johannes de Doper een profeet.

We houden een pauze in het oudste koffiehuis van Damascus. Zoete koffie en thee zijn hier erg in trek.

In het Azem Paleis, het paleis van de pasja, zijn de kamers met de originele plafonds het zien waard. De meubels en andere stukken die zich in de ruimtes bevinden, dateren niet uit die tijd, maar maken deel uit van de Syrische folklore. De binnentuin is heel rustgevend.

Via een klein deurtje in de soek loodst Ehab ons binnen in een karavanserai die gerestaureerd wordt. Buitenlandse handelaars waren verplicht hier de nacht door te brengen. Voor het eigen volk was de toegang verboden. Beneden werd handel gedreven en op de bovenverdieping bevonden zich de slaapplaatsen.

We zetten onze tocht verder naar de christelijke wijk en bezoeken de oudste kerk, Sint-Ananais, wat in eerste instantie een gewoon huis was en pas later tot kerk werd omgebouwd.

Hier eindigt onze tocht. We vertrekken met enkelen naar het Nationaal Museum. De paleiskamer, de synagoge en de graftombe zijn de moeite waard.

’s Avonds gaan we eten met Peter en Karin. Ons gesprek leidt al snel naar de verschillen tussen België en Nederland, heel gezellig

Dinsdag 18 juli

Na het ontbijt vertrekken we richting Palmyra, een oase in de woestijn. De rit duurt zo’n 4 uur maar onderweg is er tijd voor een fotostop van de eindeloosheid van de woestijn, de verkeersborden die het thuisfront moeten imponeren als ze zien hoe dicht we wel bij Irak zaten, en een fosfaatfabriek.

We houden een koffiestop in Bagdad Café, een tof cafeetje in de middle of nowhere. Op www.bagdadcafesyrie.tk zijn hiervan beelden te zien.

Onze gids wijst op een meertje in de verte... mis, het is een fata morgana!

In Palmyra zijn we vrij. Een bezoek aan de historische site is voor morgen gepland. Voor de rest stelt het stadje niet veel voor. De hoofdstraat bestaat uit enkele hotels, restaurants en winkeltjes. Bovendien maakt de hitte het onmogelijk om hier veel te doen. Ehab stelt voor om naar een sulfaatbad te gaan op zo’n uurtje rijden. We gaan mee. De stank van rotte eieren zijn we al snel gewend. Het water is zwart, maar heel heilzaam voor de huid en de gewrichten. De temperatuur loopt op tot zo’n 50°C. Een heel aangename ervaring! Om aan te tonen hoeveel druk op de bron zit, wordt de kraan opengedraaid en het water spuit wel 4 meter hoog! Naast deze bronnen is een vakantieresort bestaande uit heel verzorgde tenten. Een tip voor Djoser?

Niet ver van de bronnen vandaan staat een bedoeïnentent. De ruimte waar de vrouwen slapen, is met matrassen afgeschermd van de slaapruimte voor koppels. Veel privacy geeft dat niet... De tent daarnaast doet dienst als gastruimte. De bedoeïnen hebben een speciale tent voor de wintermaanden, gemaakt van zwarte wol. Wij krijgen thee aangeboden in de tent die dienst doet als keuken. De vriendelijkheid van deze mensen raakt mij. Wat een unieke ervaring, dit is een van de mooiste momenten van deze reis!! Wat mij opvalt, is dat ze hier allemaal een gsm hebben, en dan nog een met een ingebouwde camera, en dat midden in de woestijn!

Ik denk dat mijn blonde haar hen fascineert, want ze kijken hun ogen uit en ik word uitvoerig gefotografeerd. De fascinatie is alleszins wederzijds!

Terug in Palmyra stappen we direct over in een andere bus die ons naar een heuveltop voert vanwaaruit we de zonsondergang zien. Wat een panorama over Palmyra en wat een zonsondergang, prachtig!

We gaan met bijna de ganse groep mansaf eten, het traditionele eten van de bedoeïnen. Het is niet echt mijn ding, maar de watermeloen achteraf die we hier vaak geserveerd krijgen, is heerlijk verfrissend. Tijdens het eten valt de elektriciteit uit, maar de kaarsverlichting maakt het des te gezelliger.

Woensdag 19 juli

We vertrekken naar de historische site. Eerst brengen we een bezoek aan de tombes. De eerste tombe is een toren bestaande uit verschillende niveaus. Het onderste niveau is het mooiste. Dit niveau was voorbehouden voor de familie die de tombe liet bouwen. De andere niveaus werden verhuurd en/of verkocht. De lichamen werden opgestapeld in smalle nissen die dan werden verzegeld om stank te voorkomen. Jammer genoeg is een deel van het originele plafond naar beneden gekomen door een bominslag.

De tweede tombe die we bekijken, is ondergronds en is gebouwd door drie broers. De stenen beelden binnenin zijn onthoofd.

We gaan door naar de Tempel van Bel. Deze tempel is gebouwd ter ere van de god Bel. In Palmyra is geen tempel ter ere van een Romeinse god te vinden. Dat komt omdat Palmyra een vrije stad was. Palmyra lag tussen het Romeinse en het Perzische Rijk. Aangezien de Romeinen oorlog voerden met de Perzen, konden zij niet rechtstreeks met hen handel drijven. Daarvoor werden de inwoners van Palmyra ingeschakeld. In ruil kregen zij vrijheid.

Vooraleer mensen deze tempel betraden, moesten ze zich reinigen en zeven keer rond de binnenplaats lopen. Op de binnenplaats was een altaar. Bij het offeren van de dieren werd het bloed opgevangen en via een ingenieus rioleringssysteem naar buiten geleid. In tegenstelling tot andere culturen, werd het geofferde vlees zelf opgegeten.

Tot op vandaag worden hier nog opgravingen gedaan.

Samen met Beate en Laurent maken we een tocht met een kameel, weer een belevenis!

De rest van de namiddag rusten we uit.

Omdat het vandaag Laurents verjaardag is –hij wordt 14- trakteren zijn ouders op een drankje in een gezellig restaurant met tuin. We blijven er met de ganse groep eten. Onze gids heeft gezorgd voor een verjaardagstaart.

Op weg naar het hotel genieten we van een heldere sterrenhemel.

Donderdag 20 juli

Ziek. Dat is het enige toepasselijke woord sinds vannacht. Buikpijn, diarree, braakneigingen, ik word van niets gespaard.

We vertrekken richting Aleppo, het financiële hart van Syrië, en stoppen onderweg bij nomaden. In hun typische ‘huizen’ bekleed met modder, stro en hooi aan de buitenkant en stenen aan de binnenkant, drinken we thee.

Daarna brengen we een bezoek aan het prachtig en strategisch op een heuveltop gelegen kruisvaarderskasteel Krac des Chevaliers. Tegen dan voel ik me gelukkig al iets beter, maar het blijft vandaag bij thee en droge koekjes voor mij. Gelukkig werken de Egyptische pilletjes die ik gekregen heb van Cobi heel goed.

Ehab geeft ons een volledige rondleiding van de stallen over de voorraadkamers, de vergaderzaal en de kerk tot de kamer van de kapitein. Hoewel de kruisvaarders vechten voor hun geloof, is de kerk vrij klein in vergelijking met de reusachtige burcht. Dat bewijst dat de strijd om meer ging dan enkel om het geloof.

Krac des Chevaliers is nooit ingenomen, maar omdat de Arabieren zich hadden gevestigd aan de toegang vanaf de zee, konden de kruisvaarders niet meer rekenen op hulp die anders uit die richting kwam. De honger liet hen uiteindelijk opgeven. De Arabieren boden hen een vrije aftocht in ruil voor overgave. De meesten gingen hierop in, maar enkele kruisvaarders vochten tot het bittere einde.

Na de lunchpauze rijden we door naar Aleppo. Nergens zag ik zo’n verkeerschaos! Regels zijn hier vrijwel niet en van stoppen voor voetgangers hebben ze hier nog nooit gehoord. De zeepziederij die we zouden bezoeken, is al gesloten. Er wordt een afspraak gemaakt voor zaterdagmorgen.

Omdat ik volledig uitgeput ben door mijn buikpijn en gebrek aan slaap, kruip ik direct onder de lakens. De meesten trekken de stad nog in.

Vrijdag 21 juli

Ik voel me al stukken beter. Na het ontbijt vertrekken we naar het Sint-Simeonklooster. Het klooster is gebouwd rond de pilaar waarop Simeon zo’n 30 jaar zat en preekte. Al die jaren kwam hij niet naar beneden en kwam zo aan zijn naam, de pilaarheilige. Het grootste deel van het klooster is verwoest door aardbevingen. We wandelen tussen de ruïnes.

Terug in Aleppo bezoeken we The Great Mosque, ook de Omayad Moskee genoemd. Ze werd gebouwd vlak nadat de Omayad Moskee in Damascus voltooid was. Omdat ze kleiner is dan die in Damascus, wordt ze niet de Omayad Moskee, maar The Great Mosque genoemd.

Daarna brengen we een bezoek aan de indrukwekkende citadel, gelegen in het centrum van Aleppo, en overal omringd door de gigantische stad die Aleppo is. Een citadel is in feite een stad in een stad. In tegenstelling tot een fort, werd hier geleefd door mannen en vrouwen; er waren huizen, winkels, een kerk,...

Ehab wijst ons op een plek waar ze de beste falafel van Syrië verkopen en gelijk heeft hij, overheerlijk! De rest van de namiddag hebben we vrij en we trekken het park in.

In de vooravond gaan we met enkelen naar de oudste hammam van Aleppo, Hammam Al Nasri. Zalig! Lekker zweten en dan gewassen en gemasseerd worden. Eerst gaan de mannen en dan de vrouwen. Na afloop krijgen we –hoe kan het ook anders- nog een glaasje thee aangeboden. Met de taxi keren we terug naar het hotel. Ehab helpt Edith en mij nog met de aankoop van een cd met Syrische muziek, kwestie van thuis nog een beetje in de sfeer van dit prachtige land te blijven.

Samen met Kirsten, Nicole en Edith gaan we naar de Armeense wijk. Onderweg komen we een man tegen die ons vraagt waar we vandaan komen. Zijn zoon blijkt net afgestudeerd aan de Brusselse ULB. Hijzelf is bijzonder trots op zijn vermelding als gids in de Lonely Planet. In een restaurant lopen we reisgezel Ad tegen het lijf. Eén van de lokale bezoekers van het restaurant haalt speciaal voor ons zijn muziekinstrument en begint te spelen. We krijgen arak en een waterpijp aangeboden.

Zaterdag 22 juli

Weer ziek opgestaan. Het olierijke eten speelt me hier duidelijk parten. Het geplande bezoek aan de zeepfabriek moet ik dan ook overslaan. Ik blijf bij de chauffeur op een terrasje zitten. Jammer genoeg voor de anderen wordt de afspraak aan de zeepfabriek niet nagekomen en staan ze voor gesloten deuren. Iedereen duikt dan maar de soek in om toch een aantal stukken van de vermaarde zeep van Aleppo te kopen. Gelukkig voel ik me alweer stukken beter zodat ik de rest van de dag niets meer hoef te missen.

We rijden door naar het kasteel van Saladin dat gelegen is op een indrukwekkende hoogte. Omdat onze bus er onmogelijk kan komen, stappen we over in twee minibusjes die ons over slingerende wegen ter plaatse brengen. Van een hallucinante onderneming gesproken!

Dit kasteel is slechts een van de kastelen die Saladin veroverde van de kruisvaarders.

Normaal gezien gaat de Djoserreis verder naar de belangrijkste havenstad van Syrië, Lattakia, maar door de gewijzigde route kon het hotel niet omgeboekt worden, daarom gaan we naar de kustplaats Tartus, aan de Middellandse Zee. Zwemmen is hier door het vervuilde water niet aangeraden. We gaan eten in een hotel vanwaaruit we op de bovenste verdieping een mooi uitzicht hebben.

Zondag 23 juli

We vertrekken richting Hama. Onderweg brengen we een bezoek aan Apameia, een voormalige Griekse stad. De Cardo Maximus, de hoofdstraat afgebakend met zuilen, is net geen 2 km. Hier werden ook spiraalvormige zuilen gebruikt, wat leidde tot optisch bedrog. De spiralen gaven de indruk dat er een muur in plaats van een zuilenrij was, om eventuele aanvallers af te schrikken.

Hama is de stad van de nourias, de waterwielen. Deze waren vroeger noodzakelijk voor irrigatie. Het wiel schepte water op uit de rivier. Via een aquaduct liep het water naar beneden. Nu dienen de wielen enkel nog als decoratie.

We gaan even internetten met ons tweeën en lopen bij het buitenkomen de manager van ons hotel tegen het lijf. Hij nodigt ons uit om een kijkje te nemen in zijn nieuwe hotel waarvan de renovatie nog aan de gang is. Het is het huis geweest van de voormalige vice-premier van Syrië. Heel mooi met meubels met het typische inlegwerk.

Hij rijdt ons nog wat rond en zet ons af in het oude stadsgedeelte. Enkele mannen zitten met hun voeten in het water thee te drinken. Ze doen ons teken dat we moeten binnenkomen voor een glaasje thee. Hun gastvrijheid en vriendelijkheid kent geen grenzen. Moeten we niet wat watermeloen hebben? Willen we ook met onze voeten in het water? Er worden wederzijds foto’s genomen.

Hama is een nogal conservatieve stad. In tegenstelling tot de andere plaatsen die we al bezochten, volstaat het niet onze schouders te bedekken, maar moeten we hier kledij aan met lange mouwen.

Maandag 24 juli

Terug naar Damascus. Aangezien we op onze reis Libanon niet aandoen, blijven we enkele dagen langer in de Syrische hoofdstad. Jammer genoeg zitten we in een ander hotel dan de eerste keer.

We duiken de soek in waar ik een mooie sprei en een houten doosje koop. De pistachenootjes zijn verslavend. ’s Avonds gaan we in het oude stadsgedeelte eten met Willie, Peter, Trijntje en Edith. Heel lekker. Wat mij verbaast is dat ze hier overal frietjes serveren en ze moeten niet onderdoen voor de Belgische!

Dinsdag 25 juli

Lekker uitslapen. Het is onze laatste dag in Syrië.

We brengen een bezoek aan de ambachtenmarkt waar sjaaltjes, tasjes, juweeltjes, doosjes,... verkocht worden. Dan lopen we door naar het Hejaz Railway Station. Vanhieruit vertrok vroeger de trein naar Mekka. Vandaag is het station niet meer in gebruik en zijn er bureaus.

De rest van de dag houden we het rustig.

’s Avonds gaan we met de ganse groep eten in het Omayad Palace Restaurant waar we Ehab en Abdullah, onze chauffeur, trakteren als dank voor al hun moeite. Ehab brengt zijn vrouw en dochtertje mee. Het is een heel gezellig restaurant, ideaal als afsluiter. Het diner bestaat uit een buffet van voor-, hoofd- en nagerechten. Tijdens het eten wordt live muziek gespeeld, wordt gezongen en gedanst door een dervish.

Woensdag 26 juli

Aan de grens met Jordanië nemen we afscheid van Ehab. De toestand in het Midden-Oosten baart hem zorgen, want verscheidene groepen hebben geannuleerd, waardoor hij op zoek zal moeten naar een kantoorbaantje om de komende maanden te overleven. Gelukkig is hij een heel verstandig man die al heel wat watertjes doorzwommen heeft en een groot stuk van de wereld heeft gezien. Hij zal zich wel redden.

We verwelkomen onze Jordaanse gids, Isah. Abdullah zal ons naar Amman voeren en vandaar terugkeren. Onderweg stoppen we in Jerash, een Romeinse stad die zeer goed bewaard is gebleven. We merken dat het hier warmer is dan in Syrië en het zal nog warmer worden.

In Amman nemen we afscheid van Abdullah.

’s Avonds gaan we met ons tweeën eten in Romero, een befaamd Italiaans restaurant. We eten in de mooie tuin en het eten is heerlijk. Vooral het dessert, hazelnootijs, is een waar genot.

Donderdag 27 juli

We brengen een bezoek aan twee woestijnkastelen. Vooral het tweede kasteel, met de prachtige fresco’s is de moeite. Na een kopje thee rijden we door naar de Dode Zee. Het Spa Hotel heeft een eigen strand. Hier kunnen we ongestoord in bikini rondlopen, wat op publieke stranden niet wordt gewaardeerd. Na het lunchen, gaan we allemaal het water in om te ervaren dat we wel echt blijven drijven. Daarna wrijven we ons van kop tot teen in met modder, met een zacht babyvelletje tot gevolg. We kunnen gebruikmaken van de zwembaden en ligstoelen.

Wat me opvalt, is dat Jordanië een stuk welvarender en dus ook duurder is dan Syrië. Toch is ook hier veel armoede, zeker in de wijken met Palestijnse vluchtelingen.

Vrijdag 28 juli

Onderweg naar Petra wordt veel bezocht. De weg naar Petra, de King’s Highway, is onbeschrijflijk. Wat een landschappen!

Op de berg Nebo zou God Mozes het Beloofde Land hebben laten zien. Voor ons, in de verte, zien we Jericho, Jeruzalem, Ramallah en Bethlehem. Een vreemd gevoel om zo dicht bij Israël en deze bijzondere plaatsen te zijn. In het kerkje op de berg is een dienst aan de gang. We rijden door naar Madaba, waar in een kerk de overblijfselen te zien zijn van een grote mozaïek die een kaart van Palestina voorstelt. De mozaïek is grotendeels verwoest door een aardbeving. Ze is tot in de details uitgewerkt.

We rijden opnieuw door en stoppen bij een restaurantje midden in dit adembenemende landschap, de Wadi al Mujib. Hier mogen we onze picknick eten die door Isah is meegebracht. Hij heeft er alleszins zijn werk van gemaakt: groentjes, yoghurt, honing, hummus, tonijn- en eiersla, bananen, appels, olijven,... Om het eten wat te laten zakken, maken we een wandeling en genieten van het uitzicht. Vroeger was dit allemaal zee, er zijn hier veel fossielen teruggevonden.

De laatste plaats die we aandoen is het kruisvaarderskasteel Kerak. Ook hier moesten de kruisvaarders zich overgeven omwille van de honger.

’s Avonds komen we aan in Wadi Musa, het stadje dat vlak naast Petra ligt, de historische stad waarin uiteraard geen hotels zijn. Omdat er vandaag veel studenten zijn afgestudeerd, zijn er overal schoten en vuurwerk te horen.

Zaterdag 29 juli

Om 5u staan we op, want om 6u gaan we op pad naar Petra om de hitte voor te zijn.

Aan het Visitor’s Centre begint de wandeling naar de siq, de kloof. De kloof zelf is indrukwekkend met de rotsen die elkaar boven onze hoofden bijna raken. Het waterkanaal is hier nog goed zichtbaar. Naarmate we verder afdalen, wordt de siq smaller. Plots zien we het beeld van de engel, op de schatkamer, al. Beetje bij beetje krijgen we meer te zien van dit grafmonument, Al Khazneh, tot we uit de siq komen en er ons vlak voor bevinden. Prachtig!

Petra is een stad van 35 km². Om alles te zien, heb je heel veel tijd nodig. Daarom biedt Isah ons een wandeling langs de voornaamste bezienswaardigheden aan. We beginnen met een klim naar de High Place of Sacrifice. Van hieruit hebben we een magnifiek uitzicht over Petra. De kleuren, roze, geel, oranje,... zijn prachtig! We houden enkele minuten stilte om ten volle van het uitzicht en het landschap te genieten. We dalen terug af langs verschillende tombes en bezoeken het huisje van de enige man die in Petra mag wonen op voorwaarde dat hij zijn huis onderhoudt. De bedoeïnen die hier vroeger woonden, zijn verwijderd en wonen nu in Wadi Musa. Zij wisten al lang van het bestaan van Petra af alvorens wij, westerlingen, het ‘ontdekten’.

Tegen de middag, als de grote hitte opkomt, zit onze wandeling er op en lunchen we in een restaurant in Petra. Met ons tweetjes wandelen we nog over de Cardo Maximus, langs de koningsgraven. We komen uitgeput, maar voldaan, terug in ons hotel.

Zondag 30 juli

Wie wil, kan vandaag nog voor een halve dag naar Petra. Wij hebben de moed niet meer en slapen uit. In Wadi Musa gaan we even wat geld wisselen en worden door een vriendelijke inwoner naar een bakker gevoerd om eindelijk eens gewone broodjes te halen in plaats van de platte ‘pannenkoeken’ die je hier overal voorgeschoteld krijgt. De bedoeling is om die op te vullen met hummus,... We rusten nog wat uit op het terras van ons hotel. Binnen staat de televisie aan. Zo horen we dat Israël in Libanon een gebouw heeft gebombardeerd waar gewone burgers zaten. Heel wat mensen en veel kinderen zijn gedood. De Libanezen zijn woedend en vallen het VN-gebouw in Damascus aan. Mensen hier begrijpen niet waarom de VN niet drastischer ingrijpt. Verschrikkelijk.

We vertrekken naar Wadi Rum, de woestijn. Er is een grote tent waar meerdere mensen moeten slapen en enkele tweepersoonstentjes waarvan wij er een krijgen toebedeeld. Na de lunch, vertrekken we met drie jeeps voor een tocht van 4 uur. Die 4 uur blijkt echt wel noodzakelijk, anders mis je de helft! Dit is toch weer een van de hoogtepunten van de reis, wat een landschappen! Onze eerste stop is bij een rots waarin zich een steen bevindt vol met putjes. Deze steen stelt een kaart voor waarop de karavaanroute te vinden is. Elke put stelt een berg voor en de diepte van een put staat voor de hoogte van de berg. De twee grote putten stellen steden voor.

De tweede keer stoppen we om te kijken naar het ‘dansende zand’. Het zand wordt door de wind van de ene regio naar de andere gevoerd. Dat zorgt voor golfjes in het zand. We zien ook de mooie kleurverschillen in het zand.

Bij een zandheuvel stoppen we voor de derde maal. Op blote voeten beklimmen we de helling. Dan drinken we een glaasje thee in de bedoeïnentent.

We rijden door naar onze vierde stop, waar we van de ene rotsbrug naar de andere wandelen. Enkelen beklimmen de brug of maken een ritje met de kamelen.

We stoppen een laatste keer om de zonsondergang te bekijken. Ik kan niet geloven dat ik hier zit, midden in de woestijn, te kijken naar dit prachtige schouwspel van de natuur. Onze chauffeurs maken volgens aloude traditie van de bedoeïnen een vuurtje en zetten een pot thee. Terug in ons kamp wordt het diner voorbereid. Het vlees en de gepofte tomaten en uien worden onder de grond bereid. Na het eten gaan we in een kring zitten. Overal staan zakken met kaarsjes en er wordt muziek gemaakt. Voor we gaan slapen, maken we nog een wandeling en zien ontelbare sterren en de melkweg. Zo’n sterrenhemel heb ik nog nooit gezien!

Maandag 31 juli

Met z’n vieren staan we om 5u op om een kamelensafari te maken en te genieten van de zonsopgang. Het is nog zo stil. We genieten er ontzettend van, wat een geluk dat we dit hebben meegedaan!

Daarna is er voor de ‘die hards’ nog een wandeling. Het is zwaar, maar we volharden. Tegen 9u zijn we terug in het kamp voor het ontbijt. Om 10u vertrekken we naar Aqaba, onze laatste bestemming, aan de Rode Zee. Daar nemen we afscheid van Isah. Zijn belofte om ons van elke minuut in Jordanië te laten genieten, is alleszins nagekomen!

In Aqaba gaan we ’s avonds eten in de Royal Yacht Club. We zitten buiten aan de jachthaven met zicht op Eilat (Israël), dat heel dichtbij is. Heerlijk gegeten.

Dinsdag 1 augustus

Met de bus vertrekken we vanuit ons hotel naar het Royal Diving Centre. Dat beschikt over een privéstrand, parasols, ligstoelen, zwembaden,... Het ligt aan een koraalrif, dus kan je hier snorkelen.

Omdat het ons zo bevallen is, gaan we ’s avonds opnieuw eten in de Royal Yacht Club.

Woensdag 2 augustus

Opnieuw een heel relaxte dag aan het Royal Diving Centre. Om 15u keren we terug naar het hotel. Nog een laatste douche en dan koffers pakken. Vooraleer we richting luchthaven vertrekken, gaan we nog met de ganse groep eten in ‘Ali Baba’. Peter, Beate en Laurent blijven nog wat langer, dus nemen we afscheid van hen. Wij vertrekken voor een rit van 4 uur naar de luchthaven in Amman. Onze reis was er een om nooit meer te vergeten!

Wadi Rum: kamperen in Jordanië

Het landschap van Wadi Rum, het rivierdal aan de voet van Jebel Rum (1754 m), ziet er nog precies zo uit als in de film ‘Lawrence of Arabia’ uit 1962. De film vertelt het verhaal van de beroemde Brit T.E. Lawrence die hier een actieve rol speelde tijdens de Arabische opstand in 1917-1918. Gedurende beide reizen kun je een facultatieve woestijntocht maken door het spectaculaire landschap. In terreinwagens met vierwielaandrijving verken je onder leiding van een bedoeïenengids de onmetelijke Jordaanse woestijn. ’s Avonds geniet je vanuit het kampement de prachtige sterrenhemel