rondreis Mali, 18 dagen
Print reisinformatieReisbeschrijving
Bij onze reizen is geen sprake van een strak gepland reisschema. De reisdagen staan natuurlijk vast, maar ter plaatse wordt het programma in overleg tussen de groep en de reisbegeleiding ingevuld. De reisbegeleiding biedt de meeste dagen wel een programma aan en een aantal excursies is inbegrepen, maar je bent zeker niet verplicht hieraan deel te nemen. Wie er liever zelf op uitgaat, heeft daartoe alle vrijheid. Zo leer je een land tenslotte het beste kennen. Gemiddeld bestaat de groep uit 16 deelnemers. De maximale groepsgrootte is 20 personen.
Bamako en Ségou
Dag 1 Amsterdam – Bamako
Dag 2 Bamako – Ségou
Na de late aankomst in de Malinese hoofdstad Bamako overnachten we in een hotel, dat in een rustige wijk iets buiten het centrum ligt.
De volgende dag reizen we met de bus naar Ségou. Deze stad ligt aan de Niger en kende hoogtijdagen tijdens het Bambararijk. De stad heeft ook veel te danken aan de Fransen, die een groots opgezet irrigatiesysteem hebben aangelegd voor de rijstvelden.
Tegenwoordig is Ségou een aangename stad om te vertoeven, met koloniale huizen en de officiële gebouwen van de rijstcompagnieën. De mensen zijn vriendelijk en altijd bereid tot een praatje. Het leven speelt zich in feite af langs de oever van de Niger, die hier de Djoliba heet. Ségou-Koro, de plaats waar het door Maryse Condé beschreven Ségou zich bevindt, is tegenwoordig een stil dorp dat per lokale taxi of pinasse te bereiken is. Van het oude Ségou is vrijwel niets terug te vinden.
Djenné
Dag 3 Ségou – Djenné
Dag 4 Djenné
De bus naar Djenné brengt ons naar het pontje over de rivier de Niger, dat ons overzet naar Djenné. Gesticht in de 9e eeuw is Djenné een van de oudste steden in Mali en sinds die tijd lijkt er maar weinig veranderd. De elektriciteitsleidingen zijn pas kort geleden aangelegd en de inwoners zijn erg trots op hun elektrische graanmolen. De grootste attractie voor reizigers blijft echter de moskee. Deze is geheel uit leem opgetrokken en doet sterk denken aan een zandkasteel.
De Soedanese architectuur is zo bijzonder dat Unesco de moskee heeft geplaatst op de Werelderfgoedlijst. Voordat de moesson begint, wordt de moskee ingesmeerd met een bepaalde substantie om het unieke gebouw te beschermen. De moskee is niet van binnen te bezichtigen. Als je langs de huizen om de moskee loopt, word je aan alle kanten uitgenodigd om vanaf de daken van de huizen de moskee ook van een andere kant te bewonderen. Natuurlijk nemen de inwoners meteen de kans waar om je hun winkeltje te laten zien.
We overnachten hier in een sfeervol en eenvoudig hotel. De kamers zijn ondergebracht in ronde huisjes, de eetzaal is een overdekte patio vol bloemen. Op de wekelijkse markt voor de grote moskee kun je kennismaken met de verschillende kleurrijke bevolkingsgroepen die Mali rijk is. Vooral de Peulvrouwen met hun zware gouden oorhangers springen in het oog en de in indigo gestoken Toeareg. Je kunt in Djenné ook een fiets huren en de omliggende dorpen bezoeken. Bij zonsondergang is een tocht op een paardenkar ook zeker de moeite waard.
Mopti en Dogon
Dag 5 Djenné – Mopti
Dag 6 Mopti - Douro – Benigmatou (trekking in Dogonvallei)
Dag 7 Benigmatou – Yabatoulou - Ende (trekking in Dogonvallei)
Dag 8 Ende – Teli – Djibonbombo (einde trekking) - Mopti
Tijdens de vier uur durende rit naar Mopti vallen voornamelijk de verkeersdrempels op. Een zeer afdoende manier om hardrijden op de goed onderhouden wegen te voorkomen. Er is in het algemeen niet zo veel verkeer op de weg, een paar oude auto’s van voornamelijk Franse makelij, een ezelwagen en af en toe een vrachtauto. Onderweg zie je kleine dorpjes, waar de huizen allemaal van leem zijn gemaakt. De voornaamste religie in Mali wordt ook duidelijk: de Malinezen zijn voornamelijk moslim. Je ziet geen vrouwen met hoofddoekjes en er is geen oproep tot gebed vanaf de minaretten, maar het lokale verkeer stopt wel bij zonsopkomst en zonsondergang om langs de kant van de weg te bidden.
Na het voorstadje en verkeersknooppunt Sévaré is het nog ongeveer een kwartier rijden naar Mopti. Onderweg zie je dat de twee steden in een rivierdelta liggen: de weg ligt op een dijk en om je heen zie je vlakke rijstvelden. Mopti is een handelsstad, strategisch gelegen op het punt waar de rivieren Bani en Niger samenkomen. Alle bevolkingsgroepen die Mali rijk is, komen hier samen om handel te drijven; de Bozo met hun vis, de Toeareg met hun woestijnsieraden en de Bambara met hun traditionele bruidsdekens. Aan de rivieroevers is het een drukte van belang. Het laden en lossen van de pinasses lijkt de hele dag door te gaan en de kades staan vol koopwaar. Vanaf een terras aan de kop van de haven kun je al deze drukte goed gadeslaan.
De volgende dag brengt een bustocht van ongeveer vier uur ons naar een van de meest bijzondere plekjes in Mali, het Dogongebied. Hier beginnen we onze driedaagse trekking. De duur van de wandelingen varieert van twee tot vijf uur. In de 11e eeuw verjaagden de Dogon de pygmeeën uit dit gebied om zich er zelf te vestigen. Op het onherbergzame rotsplateau was tot de komst van de Dogon nauwelijks vruchtbare grond te vinden. Zij brachten er daarom manden met vruchtbare aarde naartoe, zodat ze gewassen konden gaan verbouwen.
We wandelen met een gids door de dorpjes van uit leem opgetrokken huisjes en maken kennis met het animistische geloof. Dat voor de Dogon alles een ziel heeft, komt tot uiting in het prachtige houtsnijwerk, van bijvoorbeeld de deuren van de graanschuren of de maskers die ze voor hun rituelen gebruiken.
In de ongeveer dertig dorpen vindt iedere vijfde dag de belangrijkste gebeurtenis van de vijfdaagse week plaats: de markt! De koopwaar wordt zo aantrekkelijk mogelijk op de grond uitgestald, maar de meeste tijd gaat op aan het roddelen over de omringende dorpen.
Bijna geen enkel dorp heeft elektriciteit of stromend water. Het is dan ook enigszins behelpen tijdens onze overnachting in de Dogondorpen. Maar wanneer de zon ondergaat en je je slaapplaats buiten op het dak opzoekt, doet de aanblik van de overweldigende sterrenhemel het gebrek aan comfort gauw vergeten. De trekking eindigt in Djiboubombo, vanwaar we terugkeren naar Mopti.
Pinassetocht en Timboektoe
Dag 9 Mopti – pinassetocht
Dag 10 pinassetocht
Dag 11 aankomst Timboektoe
Dag 12 Timboektoe, facultatieve kamelentocht
Na een overnachting in Mopti maken we ons op voor een boottocht over de Niger per gemotoriseerde pinasse naar Timboektoe. Na de trekking in het Dogongebied vormen de komende dagen een rustpunt in de reis. Vanaf de rivier heb je goed zicht op de bedrijvigheid aan de oevers van deze Malinese verkeersader. We varen door de binnendelta dat het leefgebied vormt voor de Bozo en de Somono. Waar mogelijk meren we aan om kennis te maken met de lokale bevolking. Hun veelal tijdelijke woningen zijn geheel uit leem opgetrokken. In de namiddag zetten we onze tenten op om aan de oevers te overnachten.
Hotels ontbreken in deze afgelegen streek. De volgende dag bereiken we Lac Dèbo. De oevers zijn hier een stuk kaler en met enig geluk vangen we hier een glimp op van de rondtrekkende Peul. Bij hoge waterstand vormt het ondergelopen land een foerageergebied voor verschillende soorten watervogels en soms zien we nijlpaarden. Verder noordwaarts bereiken we het leefgebied van de Songhaï en de Sonraï. Hun dorpjes worden gedomineerd door mooi versierde moskeetjes. We passeren regelmatig hun met handelswaar volgeladen pinasses.
In de loop van de dag bereiken we uiteindelijk de haven van Timboektoe. Hiervandaan is het nog tien kilometer rijden door de woestijn naar de stad, waar we onze intrek nemen in een hotel. Timboektoe werd gesticht in de 11e eeuw op een kruispunt van de grote handelsroutes door de Sahara. Goud, slaven en ivoor uit het zuiden werden hier verhandeld, in ruil voor zout en islamitische geschriften uit Noord-Afrika. Deze handel bracht rijkdom en maakte van Timboektoe een belangrijk intellectueel centrum.
Hoewel de afgelegen stad tegenwoordig nauwelijks een schim is van de stad uit het roemrijke verleden, heeft het nog enkele mooie gebouwen. Slenter dan ook door de zanderige straten en bezoek de markt en de oude Djingerehbermoskee. Neem een kijkje bij de huizen van beroemde ontdekkingsreizigers als Gordon Laing en Rene Caille. Onder begeleiding van Toeareg maken we een tocht per kameel of jeep in de omgeving. We overnachten dan in tenten in de woestijn.
Sikasso
Dag 13 Timboektoe – Sévaré
Dag 14 Sévaré - Sikasso
Dag 15 Sikasso
Dag 16 Sikasso - Bamako
Dag 17 Bamako - Amsterdam
Dag 18 aankomst Amsterdam
We doorkruisen een desolaat landschap met zandduinen en drooggevallen rivierbeddingen. Na de lange maar spectaculaire tocht door de woestijn bereiken we pas in de avond Sévaré, een verkeersknooppunt in de buurt van Mopti. In het comfortabele hotel kun je het stof afspoelen en genieten van een koud drankje.
De volgende dag reizen we verder via Koutiala naar Sikasso. Hier maken we kennis met de stam van de Senufo en bekijken de karakteristieke oude verdedigingswallen, de zogenaamde tata’s, die hun pittoreske dorpen omringen.
Even buiten de stad liggen de heilige grotten van Missirikoro die zich bevinden in een vrijstaand bergmassief dat voor verschillende religieuze stromingen eeuwenlang een pleisterplaats vormden. Zo doet de ene grot dienst als moskee terwijl in de andere animisten hun offergaven brengen.
In de loop van de ochtend reizen we terug naar Bamako waar je nog een dag kunt rondkijken voordat we met Air France terugvliegen naar Amsterdam.
Print reisinformatie van rondreis Mali, 18 dagen