Reis zoeken

Soort reis

Regio

Met oog voor

Reisduur

Vertrekperiode

Prijs

Reizigersdagboek Thailand/ Laos (1)

Dag 4 Bankok – River Kwai
Vandaag vertrokken we ‘s ochtendsvroeg vanuit de mooie River Kwai vlotten (wel met regen). Met boten gingen we weer terug. Eenmaal bij de bus aangekomen scheen ‘t zonnetje weer. Was sanuk! We reden naar een plaats waar we apen konden “voeren”. Dit was erg leuk, ze waren heel brutaal. Iedereen genoot, zelfs de apen. Daarna gingen we naar de markt om eten te kopen voor ‘s middags (de picknick). Eenmaal op de markt werd iedereen wakker met een kopje koffie. Daarna gingen we wat slenteren over de markt. Weer eenmaal in de bus op weg naar Ayutaya was ‘t erg stil, iedereen sliep in de bus. Rond 12.30 uur kwamen we bij de mooie Kmer tempels aan, daar heerlijk sanuk a roy a roy gegeten met een schitterend uitzicht. Was een goed idee. We aten een soort mihoen en ‘t toetje was bananenblad met kokos/banaan. Toen eindelijk de tempels in. In een woord deze waren schitterend!! Op ‘t eind zagen Stefan en ik nog monniken lopen om te gaan bidden. Even twijfelen, foto ja / nee? Ja, snel dus genomen.

Daarna op naar de volgende tempel, de bus had wat stukken, iets met de koeling. De groep is toen lekker gaan wandelen naar de volgende tempel, waar we langs olifantjes kwamen. Een soort tehuis en de toeristen konden er een rondje op rijden. Glenn en Mechteld bleven achter bij de olifantjes. Ze waren helemaal onder de indruk. Het 2e tempelcomplex was ook schitterend. Hoe ze het hebben kunnen bouwen. I don’t know! Eenmaal op de terugweg kwamen we nog langs een mooie gouden boeddha. Weer foto’s genomen. Daarna was het nog 3 uurtjes rijden naar Khoo Kai, één van de mooiste nationale parken van de wereld.

We zijn nu net vier uurtjes geleden aangekomen. Het ligt op een mooie locatie midden in de boes boes. ‘s Avonds hebben we er heerlijk gedoucht en ga sa bai thaid. Daarna wat gaan eten, was sanuk mak mak. Morgen gaan we een jungletocht doen, spannend, vooral die kleine beestjes.

Iedereen welterusten, slaap lekker


Dag 5 River Kwai
Als we deze ochtend na het ontbijt vertrekken in een truck naar het Nationaal Park weten we niet wat ons te wachten staat. Bij de ingang krijgen we sokken aangereikt. We mogen wel uitzoeken welke sokken het best bij onze kleur ogen past. Dat scheelt. Voor ons gaat de gids in gevechtstenue met geladen geweer. Hij loopt ogenschijnlijk heel rustig maar toch, met mijn korte benen is het aardig aanpoten. Ik wil de man niet uit het oog verliezen.

We gaan over en door kreupelhout, boomstammen, waterplassen (waarvan is een plas anders), doornige struiken, lianen en vooral gladde kleipaden. Het is uitkijken geblazen. Zelfs al waren er apen en andere dieren geweest, ik had ze niet gezien, zo geconcentreerd wilde ik me tussen al dat jong spul staande houden. Het is me op twee incidentjes na gelukt, ook dankzij o.a. Karin. Dat kind kan lopen zeg. Na deze helletocht weet ik weer wat afzien is. Maar het was echt de moeite waard om in deze mooie jungle te zijn met het geluid van vogels, vogels en nog eens vogels.

Regelmatig hoorde ik ook geluiden van die dieren waar we voor kwamen, maar die ons waarschijnlijk op afstand aan het uitlachen waren. Gelijk hadden ze. Ik heb nog wel vreemde wezens op twee benen gezien met petten en rugzakken en loopstokken. En Tarzan in ieder geval in manspersoon met ontbloot bovenlijf. Ik geloof dat hij Edo heette. Een paar uurtjes later zat deze bijzondere ervaring er alweer op en keerden we met dezelfde truck weer naar ons buitenverblijf in Thailand. Tot hier en niet verder.

p.s.

De speciale sokken die we kregen waren bedoeld om de bloedzuigers geen kans te geven om onze gevoelige benen te belagen. Dus geen lekkere hapjes voor die krengen.


Dag 8 Khon Kaen – Khao Kho
“Wake-up call” om 8.00 am. Ik ben nogal stijf van de Thaise massage. Hoezo lekker relaxed?! Snel en stevig ontbijten met ei, ham, brood, boter en koffie. Het wordt een reisdag. Prachtige rijstvelden met waterbuffels en werkende vrouwen, mannen en kinderen. Mooi die Thaise hoeden en praktisch.

Even een stop voor wc en proviand voor onderweg inslaan. Ik word steeds handiger in het plassen op zijn Thais. Terug in de bus. Nu gaan we de bergen in. Tuf, tuf, tuf omhoog. Ik probeer niet omlaag te kijken en/of aan de remmen te denken. Ik heb maar naar de film gekeken, “De Mummie”, goed voor de zenuwen. Weer een stop. Nu voor de lunch. Midden in de bergen. Wauw! Echt indrukwekkend. Heerlijk Thais gegeten met z’n tweeën voor ƒ 6,00. Ik had het eerst niet door maar we zaten in het huis van de mensen te eten! Gewoon een rieten dak met vier palen. Geen muren of zo. In een hoek een verhoging gemaakt van houten planken met een mat erop, het bed. De rest van het huis is restaurant en keuken. That’s it! Ongelooflijk. Toen we weggingen kreeg ik een knuffel van de kokkin, heel lief en aandoenlijk allemaal.

We moeten verder. Tuf, tuf omhoog en lekker een siësta houden. Weer een korte stop met bergen, bergen en nog eens bergen. Na 20 minuten rijden komen we aan in ons hotel in Khao Kho: een plaatje. Wel veel trappen lopen want het hotel bestaat uit losse hutten tegen een bergwand. Lekker koel, veel groen, zingende krekels…. Ik word er poëtisch van.

Straks lekker eten en lekker relaxen met de groep. Gewoon lekker niks doen. Genieten is eigenlijk zo simpel.


Dag 9 Khae Kho – Phitsanuloke - Sukothai
Vanochtend 8.15 uur uit Khao Kho vertrokken na een overnachting en een prachtig gelegen hut, jammer dat het gisteravond erg hard regende zodat we de omgeving niet verder verkend hebben. We zijn wat later dan 8.00 uur vertrokken omdat onze bagage wat laat beneden was. Iemand had intussen ontdekt dat er een jongeman met een bekend gezicht meehielp met de bagage en was in de veronderstelling dat deze meneer waarschijnlijk achter de bus aanreed. Grote verrassing, het bleek de chauffeur te zijn. Dat was dus lachen op de vroege ochtend. Eenmaal in de bus wachtte ik met spanning hoe lang (uur) we moesten rijden vandaag Thaise uren of Europese uren blijkt nogal een verschil te zijn. Nooit geweten, dacht alleen de jaartelling, toch maar eens in de boeken opzoeken.

Goed, de reis. Onze eerste stop was bij een koffiebranderij waar we heerlijk koffie hebben gedronken en een prachtig uitzicht hadden, daarna naar een fabriekje waar boeddha’s gemaakt worden. Van het proces begin tot eind hebben we maar een klein stukje gezien, gelukkig konden we via tekeningen aan de wand toch zien hoe een volledig proces zich voltrekt. In het winkeltje waren wel prachtige boeddha’s en andere beelden te koop. Verder had ik de indruk dat dit bedrijf zich meer bezig hield met “produceren” van vechthanen. Daarna naar Phitsami waar we de bronzen boeddha, wat één van de meest vereerde van het land schijnt te zijn, bezochten. In de omgeving van de tempel was een leuk marktje waar allerlei waren te koop zijn.

Ook een bezoek aan een groot warenhuis was de moeite waard. Om ? 16.00 uur aangekomen op de bestemming van deze dag Sukhothai waar we twee nachten verblijven.


Dag 10 Sukuthai
Een nieuwe dag. Sukhothai. Wat zal deze dag ons brengen. Vroeg op om 5.15 uur. 6.00 uur vertrek. Monniken “voeren” op en rond de markt. De eerste blikken op straat, monniken in prachtige oranje doeken. In stilte in elkaars voetsporen. Geen andere blik, dan die op de weg en de voetsporen van andere.

Zeer jonge monniken, soms iets ouder. Een blik voor hun borst. Op de markt kopen we eten, dat moet worden geschonken aan de monniken. Van de geschonken etenswaar leven deze monniken, zo vertelt ons Mr. Mio.

Bij de eerste kraam op de markt kopen wij een oneven aantal pakjes op advies van Mr. Mio. Wat er in zit weet geen mens maar het is goed als Mr. Mio het zegt. De markt komt tot leven. Steeds meer handelaren stallen hun koopwaar uit. Soms niet veel, een kleine opbrengst uit eigen tuin. Veel van hetzelfde. De mensen zien er vermoeid uit. Het lijkt me hier geen pretje om elke dag aan de kost te moeten komen.

De vrouw, waar wij eten kopen van de monniken, doet goede zaken. Het is van haar gezicht te lezen. Wie zei er ook alweer dat hij / zij hard moest werken om de kost bij elkaar te schrapen? In dit land is het een kunst om de kost bij elkaar te schrapen.

Terug naar het uitdelen van het voedsel aan de monniken. Wij kijken om ons heen om te zien hoe mensen uit Thailand het eten geven. Op de knietjes, de monnik komt langs, doet zijn blik open. Je stopt het eten erin. De monnik doet een gebed en weg is hij weer. Vrouwen kunnen geen monnik worden. Waarom niet, is mij onduidelijk. Het geheel heeft 30 minuten geduurd, maar het was bijzonder. Ik ben niet gelovig, maar deze monniken doen het met overtuiging. Zij geloven wel, naar het belijkt.

Met goede moed, gezamenlijk naar het Nationaal Museum. Eerst met de autobus, dan met de fiets het park in op zoek naar mooie plekjes en oude gebouwen. Prachtig. Rustig fietsen langs mooie velden en ruime stilte dat is wat past in deze omgeving. We ontmoeten elkaar weer rond 12.00 uur voor de terugreis naar het hotel. Het is duidelijk dat de meeste mensen in de groep het even rustig aan willen doen deze dag.

Dag 12 Sukuthai – Chiang Mai
Na de tweede nacht goed doorgekomen te zijn zonder geluiden van zingende krekeltjes uit een oester pakken we ‘s morgens onze spulletjes weer in. Het is iedere morgen voor ons een hele kunst om te zorgen dat we met dezelfde hoeveelheid spullen vertrekken als dat we aangekomen zijn. In de bus blijkt echter dat onze wereldstekker in het stopcontact is blijven zitten. Gelukkig ben ik niet de enige waarvan het verstand op vakantie is.

Na een tussenstop bij een benzinestation is de volgende stop bij een lokale markt. We slenteren tussen alle koopwaar. Tot mijn verbazing zie ik tussen allerlei onidentificeerbare stukken vlees een stel ongeboren kalfjes liggen. Mijn eerste gedachte is: filmen! Dit geloven ze thuis anders nooit. Maar voordat ik de kans krijg om de camera te vragen is mijn wederhelft met ingehouden adem er tussenuit gesprint. Toch niet zo goed voor de maag denk ik.

Naast de kalfjes zijn ook andere lekkernijen te koop zoals sprinkhanen en grote kevers. Bij navraag blijkt dat Mr. Mio ze ook lekker vindt inclusief vleugeltjes en “schil”. We eten wat, maar voor mij is het veel te pittig. Na een paar uur bussen volgt een bezoek aan een fabriek waar ze sieraden maken. We krijgen eerst een film te zien, zelfs Nederlands gesproken. Daarna maken we een rondleiding waar ze stenen polijsten en inzetten. Al gauw heb ik mijn persoonlijke gids. Ze volgt me tot daar waar al dat moois te koop is. Het resultaat: een zilveren ring met blauw saffieren steen omringd door zirkonia’s. Bedankt Bart, kei lief! Weer de bus in en 5 minuten later er weer uit voor de paraplufabriek. Hier kun je zien hoe zo’n paraplu gemaakt wordt. Voor minimaal 50 Baht kun je ook nog een met de hand getekende afbeelding op je broek, shirt, fototas of arm laten zetten. Weer de bus in…. Volgens Mr. Mio is het nog 5, 10 of 15 minuten rijden voordat we bij het hotel in Chiang Mai aankomen. Daar zullen we afscheid moeten nemen van Mr. Mio en de chauffeur in de bus. Olaf en Willem bedanken Mr. Mio en de chauffeur in de bus. Daarna kan de rest ook persoonlijk afscheid nemen. Ik zal het nog gaan missen: Relax!!


Dag 14 en 15 Chiang Mai -trekking
Na een kort nachtje slapen (heb de halve nacht liggen denken wat er nou in die rugzak moest) verzamelen we om 9.00 uur in de lobby om te vertrekken voor de trekking van drie dagen door de “woeste” jungle. We werden heel hartelijk uitgezwaaid door de achterblijvers. Na wat zenuwachtig heen en weer gekakel met z’n allen de twee busjes in. Iedereen zit nog steeds vol spanning. Eerst een stop op de markt, want als je op trekking gaat en zulke ontberingen moet doorstaan moet je natuurlijk eerst chips, nootjes, cola en water inslaan. We willen natuurlijk niet verhongeren.

Vervolgens doorgereden naar de olifanten. Op de een of andere manier hebben deze beesten iets over zich wat iedereen lief of schattig vindt. Raar voor zo’n groot en log beest. Eerst het gehannes van de gekke toeristen. Hoe kom je in hemelsnaam zo elegant mogelijk op zo’n olifant, zonder er aan de andere kant weer af te vallen. Het is iedereen gelukt en we vertrekken in een colonne de “Thaise jungle” in. Leuk dat gewiebel op die stoeltjes. Hier en daar je even vastgrijpen als je dreigt te vallen. Maar dat is de charme van op een olifant rijden. Iedereen heeft lol zover ik dat kan overzien vanaf “onze” olifant. Er zitten enkelen op een snelle olifant. Ja, dat kan ook! Ze halen ons in. Zij hebben de enige gids die zijn olifant niet slaat en juist zijn olifant loopt het hardst. Dat zet je toch aan het denken.

Tijdens de rit vraagt onze berijder, die inmiddels achter de olifant loopt, of ik op de kop van de olifant wil zitten. Ik kan de verleiding niet weerstaan en ga stuntelig aan de gang om dit voor elkaar te krijgen. Raar gevoel die ruwe olifant tegen je benen en dan nog maar niet te spreken over de flapperende oren. Echt heel leuk. Als ik dreigde te vallen of mijn evenwicht dreigde te verliezen klemde de olifant met z’n oren zodat ik klem kwam te zitten. Slimme beesten. Jammer dat ze dag in dag uit datzelfde rotstukje door de jungle moeten lopen om ons te vermaken! Na dit ritje op naar de lunch (rijst of noedels). Hierna gaat het echte werk beginnen namelijk het eerste deel van de trekking. Het eerste wat ons opvalt is dat het veel en veel benauwder, heter en klammer is dan de vorige tocht door de jungle. Het landschap waar we door lopen is werkelijk prachtig. Mooie rijstvelden waar we tussendoor banjeren. Veel mensen hebben last van de warmte, het is echt afzien. Onderweg in de bomen zit een slang op 1,5 meter afstand. Hij is niet giftig dat maakt het kijken een stuk gemakkelijker. We stoppen bij een waterval met een paar hutjes erom heen. Hier beginnen we met het onderbroekenritueel (behoeft geen toelichting). Als iedereen in badkleding is, zwemmen geblazen. Zoals overal in de “jungle” staat ook hier weer de cola, bier en water koud klaar.

Na de zwempartij weer een stuk lopen. Het zweet staat binnen 5 minuten gewoon weer op je rug (en op vele andere plaatsen!). Uiteindelijk bereiken we het dorp waar we zullen overnachten. Zo snel iedereen de hut inkomt wordt er een matje uitgezocht om op te slapen. En vervolgens begint het spel met de klamboes… Waar is het touw? Hoe hangt zo’n ding? Stelletjes die kibbelen over hoe het het beste kan en de vrouwen die uiteindelijk de afgebakende slaapplaats moeten inruimen. Erg leuk om naar te kijken. Jannie ontdekt als eerste beestjes en besluit buiten te slapen. Nadat iedereen geïnstalleerd is, zitten we buiten op de veranda. Iedereen zit vol met verhalen. Ik luier wat en vind het wel goed zo. Het eten wordt op vuur voor ons gekookt. Smaakt goed. Na het eten takelen de eerste mensen af. Ze gaan het avontuur aan om te slapen op de schoongewassen dekbedjes op de bamboe. Hierover later meer. Ik blijf nog kaarten. We hebben de grootste lol. Dit omdat de heren denken dat wij onder één hoedje spelen, terwijl we juist elkaar zoveel mogelijk probeerden dwars te zitten. Vanuit het hutje horen we tsssssst, maar hier trekken we ons weinig van aan. De rest van de groep zit gezellig wat te kletsen en Robin blaast nog een deuntje op zijn Thaise fluit die hij van Deborah heeft gekregen (omdat hij van muziek houdt).

Om 21.30 uur is iedereen afgedraaid en gaan we ons klaar maken. Tanden poetsen in de buitenlucht. Laat de boel maar van de veranda kletteren. Plassen in een donker hutje op een Thais toilet is een aanrader. Je ziet nu in ieder geval niet dat je je broek nat plast! En dan liggen op de bamboe, erg hard maar het went wel. Zo ben ik in slaap gevallen. Gedurende de nacht verschillende snurkorkesten gehoord. En dan om 5.10 de finale, de eerste haan die wakker werd, en als dit nu de enige haan van het dorp was, nou nee dus. Ik geloof dat iedere bewoner van het dorp er wel één had die ook wakker werd (Kukeleku’s om niet goed van te worden). Erg leuk de rimboe! Anderen zijn ook wakker. Zij zijn de halve nacht besprongen door de beestjes die de vorige avond al eerder ontdekt had. Als iedereen wakker is, komen de verhalen los. De meeste verhalen gaan toch wel over de snurkers. Er wordt verschillende kanten uitgewezen maar uiteindelijk zijn ze getraceerd. Het ontbijt is lekker. Vervolgens de rituelen van het tandenpoetsen op rij, toiletteren, gaan we douchen onder de fles of volstaan we met deodorant?

Hierna op weg voor de bittere tocht van zes uur. Ook nu is het weer erg benauwd en de lucht is wat bewolkt. Iedereen loopt een beetje op zijn eigen tempo. Ik loop in de bezemwagengroep. Erg gezellig. Overal waar we lopen volgt Frits (onze groepshond) ons. Van wie hij is weet niemand, maar iedereen hecht zich snel aan dit beestje. Na de eerste korte stop begint het wat te druppelen. Dit wordt binnen no time een tropische regenbui van 1,5 uur. Wij, de bezemwagengroep, hebben besloten dat we vandaag onze tassen zouden laten dragen. Erg slim, maar niet als de poncho’s in de tas zitten en de drager toch zeker een halve km. verderop loopt. Zeiknat geregend dus, maar ook dat is een ervaring.

De lunchpauze wordt genuttigd in twee hutjes. Noedelsoep. Lange broeken dus maar weer aan en de tocht voortgezet. Het is weer droog. Maar dan komt de ellende pas. Het pad verandert in een modderpoel en is superglad. Sarah glijdt verschillende keren op haar giecheltje zoals zij dat zelf zegt. Robin wil haar helpen maar hij wordt weggestuurd om dan ten minste de poncho’s bij de drager te gaan halen. Hij is nooit teruggekomen. We bereiken de langverwachte waterval. Dit is onze laatste stop. Iedereen enthousiast het water in. De meeste in hun ondergoed, ach we waren toch al nat. Eenmaal in het water kwam de shampoo en de zeep tevoorschijn. Toen iedereen goed en wel was ingezeept barstte er weer een tropische regenbui op onze ingezeepte lijven los. De ene helft van de groep koos eieren voor zijn geld en maakte dat ze zich aankleedden en brachten vervolgens een half uur onder de poncho door, wachtend op de andere helft die nog steeds in het water lagen te poedelen omdat ze toch al nat waren. Leuk om te zien vanuit het water, al die poncho’s op een rijtje.

Toen het bijna droog was hebben we onze tocht vervolgd. Het was nog ongeveer 50 minuten lopen naar het dorp waar we zouden overnachten. Eenmaal aangekomen in het dorp direct weer het klamboeritueel. En nu direct gespot dat we een hoop zandvlooien in ons hutje hadden. Janine vertrok direct weer naar buiten, de rest ging de uitdaging met deze kleine beestjes aan. De dorpsbewoners hadden een gezellig vuurtje voor ons aangelegd en het bier en de cola stonden weer koud. Wat snel opvalt is dat we hier tussen de dieren leven. Overal waar je kijkt lopen honden, schattige kleine biggetjes, kippen etc. Vooral de biggetjes zijn erg grappig. Komen ze al waggelend langsgerend om vervolgens net zo hard weer terug te rennen. Tegen de avond worden ook al de koeien binnengehaald en worden tijdelijk geparkeerd onder de huizen. Een stroom dorpsbewoners op ons afgekregen met verkoopwaar. Hierna het diner. Smaakte erg goed. Koffie en thee en gezellig gekeuvel rond het vuur en aan tafel. Heb samen met een stel van de groep zitten kaarten: pesten. Zonder valsspelen is dit een dom spelletje, maar ja iedereen speelt vals dus hebben we een hoop lol.

De rest van de groep vermaakte zich rond het kampvuur en rond 21.30 uur ging voor iedereen het licht uit.

Drijvend hotel op de River Kwai, Thailand

Spring vanuit je kamer in de rivier en laat je ‘s nachts door je hotel in slaap wiegen. Met Djoser overnacht je op de beroemde Kwairivier in een drijvend hotel: een ‘floatel’. Deze bungalows op vlotten worden ook ‘jungle rafts’ genoemd, want ze liggen midden in het oerwoud. De zachte deining van de golven zorgt voor optimale ontspanning en een aangename roes. De prachtige omgeving nodigt uit voor een longtail boottocht naar een mooie waterval.