1001 nachten luisteren en dan Arabisch spreken
| Vrijheid blijheid. Veel Djoserreizigers maken volop gebruik van de maximale ruimte om er op de plaats van bestemming zelf op uit te trekken. Zoals Clarien van Harten, die zo haar eigen redenen had om naar Syrië en Jordanië te reizen. Sesam gaat open In Amman begint het met 'psst, psst, are you English...'. Maar Sesam gaat open met een paar woorden Arabisch. Gezichten ontspannen zich, er wordt gelachen, thee gedronken, en er worden veel vragen gesteld. Zo gaat het eigenlijk de rest van de reis verder. Wanneer we stoppen in een onooglijk dorp bij een interessante ruïne, kies ik voor het dorp. Soms blijkt dat beeldschoon, met trapjesstraatjes, of een kleur rijke winkelstraat. Maar mooi of niet, altijd zijn er mensen. Reisbegeleider Frans heeft me al snel geleerd om de straatverkopers, die op het eerste gezicht opdringerig en vasthoudend zijn, niet als lastig te zien, maar te respecteren als mensen voor wie het broodnodig is om iets te verdienen aan de toeristen. Frans laat ook regelmatig merken dat hij iemand herkent. Het eerste gezicht In een koffiehuis word ik aangesproken over de aanwezigheid van Nederland in Irak. En ik krijg deze boodschap mee: 'Wij moslims willen vrede, en jullie - christenen - zijn onze broeders.' Dit krijg ik vaker te horen, intens en heftig gebracht: de wijsvingers van beide handen tegen elkaar. Veel mannen lijken er op het eerste gehoor op uit om met een buitenlandse te trouwen. Maar mijn zelfverzonnen echtgenoot weerhoudt ze er niet van met mij te blijven praten en theedrinken. Soms gaat zo'n gesprek over hun leven, hun dromen, hun dagen. Soms over muziek en beeldende kunst. In Damascus loop ik de kunstacademie binnen, drink thee met de directeur, krijg een rondleiding over de afdeling schilderkunst en zie eindexamenwerk. Ik zie en hoor hoe studenten werken en meer dan eens proef ik in hun werk een diep doorvoeld commentaar op, of inzicht in een wereld die op het oog vredig lijkt. Je ziet alleen maar ons eerste gezicht, zegt een Palestijnse vluchteling tegen me. En hij vertelt het aangrijpende verhaal over hoe zijn vader uit zijn huis werd gezet. Hij vraagt zich af of ik hier werkelijk iets van begrijp. Vanaf dat moment kijk, zoek, voel, leef ik met die opmerking in mijn hoofd. 's Avonds in een park zitten, of op een stoepje en kijken hoe het leven loopt. Veel kinderen op straat, veel picknickende families. Wat gebeurt er eigenlijk in winkels? En hoe vaak lopen mensen wel niet de boulevard op en neer? Op zulke plekken ontstaan ook veel gesprekjes. Soms vol raadsels, want als er een man bij is, praat hij met mij en zwijgen de vrouwen. Zijn ze het eens met wat hij zegt? Natuurlijk zie ik wel wat bezienswaardigheden en raak ik doordrongen van de veelzijdige ouderdom van dit deel van het Midden-Oosten. Het is echt een bakermat van vele culturen, blijkt bijvoorbeeld in het museum van Aleppo. Maar ook daar zijn vooral mensen: voor een privérondleiding en een babbel met de suppoosten. Ik voel me heel rijk na deze reis. Vooral omdat ik tussen de busritten door zo mijn eigen gang kon gaan. Mogelijk heb ik inderdaad alleen het eerste gezicht en niet het tweede of het derde gezicht van deze landen gezien. Een ding weet ik zeker: ik wil terug, maar eerst de taal beter leren om diepgaander met de mensen te kunnen praten." |
Aan de informatie in deze artikelen en verhalen kunnen geen rechten ontleend worden.




Volg ons op:
Tel: 071-5126400