Reis zoeken

Soort reis

Regio

Met oog voor

Reisduur

Vertrekperiode

Prijs

Reisverslag van Rio naar Lima april 2009

Reisverslag van de reis Van Rio naar Lima van 4 april

5 april 2009 Rio de Janeiro

(Marieke) Het is aan mij om de eerste dag van deze reis te beschrijven en tegelijkertijd een hele eer om deze fantastische stad onder woorden te brengen. Vanochtend na een infopraatje van onze reisbegeleidster Jolijn zijn we gelijk op stap gedaan. Thelmo is onze lokale gids hier, hij is van origine Portugees maar woont al zo’n 30 jaar in Rio de Janeiro.  Aangezien het zondag is zijn we naar de Favela van Rocinha gegaan, eerst met het busje naar boven gereden vanwaar we een prachtig uitzicht over de stad hadden. Er stonden twee lokale gidsen weer op ons te wachten die ons via de kleine steegjes door deze volkswijk heen leiden. Ongelooflijk om te zien hoe mensen met elektriciteit om gaan, overal lopen kabels en wordt stroom afgetapt. Onze lokale gidsen gaven steeds aan wanneer we wel en niet mochten fotograferen. De bewoners waren erg vriendelijk en iedere keer weer verbaasd als ze ons buitenlanders voorbij zagen komen. Rocinha is de grootste favela van Rio, alles is er aanwezig van sportclubs, scholen en om je te laten vervoeren zijn er brommer taxi’s.

Het busje van Thelmo stond weer beneden op ons te wachten, nog even een fotostopje bij het strand van Ipanema en  terug naar ons hotel in Copacabana voor een strand en lunch pauze. Om half vijf zijn we naar de suikerbroodberg gegaan, we zagen een aantal mensen op de steile wand rots klimmen maar wij zijn veilig met de kabelbaan omhoog gegaan. Vanaf de top hadden we en fantastisch uitzicht waarbij je in de verte het Christus beeld zag liggen, hier zullen we morgen middag naar toe gaan. We zijn gebleven voor de zonsondergang daarna gingen er in de stad de lichtjes aan en ook Corcovado stond in het licht. Het was niet makkelijk om foto’s te maken maar na de nodige tips van Peter (onze groepsfotograaf, zoals hij al genoemd wordt) is het toch gelukt een mooie foto te maken.

Terug in Copacabana zijn we lekker gaan eten met een aantal, in Brazilië zijn veel zgn kilo restaurants, er is een buffet, je schept daarvan op en dan wordt je bord gewogen en betaal je voor het gewicht. Linda was goedkoop uit want zij had haar bord vol geschept met sushi’s en die waren een stuk lichter dan mijn Braziliaanse biefstuk. Verder natuurlijk de nodige Caipirinha’s gedronken, heerlijk zijn ze maar ook wel heel gevaarlijk. Gelukkig lag het hotel vlakbij het kilorestaurant.

8 april Ilha Grande

(Michel) Een dag vakantie in onze vakantie. Vandaag lekker doorgebracht op het strand van Lopez Mendes. Een aantal van onze groep zijn gaan lopen naar dit mooie strand maar ik had zin in een dagje echt relaxen dus besloot om met Petra, Marieke en Peter het bootje te nemen naar het strand. We hadden gehoord dat dit het mooiste strand van het eiland zou zijn dus onze verwachtingen waren hoog gespannen.  Echter waar de boot aanlegde vond ik niet zo’n heel  erg mooi  maar wat bleek we moesten nog een half uur door het bos lopen en ja hoor, daar was het paradijs. Schitterend wit zand en een heerlijke zee met golven. We hebben gelijk stoelen gehuurd, boekje erbij, helemaal genieten. Ok, de Caipirinha ontbrak maar goed, een blikje cola zero was er nog wel te krijgen. Na een aantal uren luieren kwam de rest van de groep aan, ze hadden een prachtige wandeling gemaakt, waren behoorlijk bezweet en ik voelde me een klein beetje schuldig dat ik zo had liggen relaxen. Dus om het een beetje goed te maken zijn Peter en ik maar een stuk langs het strand gaan lopen en iedere keer als we onszelf zagen zweten doken we de zee weer in. Heerlijk zo’n dagje  maar ik ben ook wel weer blij dat het maar één dag is want er staat ons nog een hele reis te wachten. ’s Avonds heerlijk wezen eten op het strand, we hadden vis van de bbq. Die Brazilianen weten toch wel wat eten is, want een hoeveelheden je iedere keer weer krijgt. Volgens mij als zij naar Europa komen vinden ze alles maar bizar weinig. Inmiddels weten wij dat je van één gerecht met drie personen kunt eten.

11 april Bonito

(Linda) Bonito is de ecologische hoofdstad van Brazilië dus vandaar allemaal excursies die de natuur in gaan. We kregen vanochtend vroeg een zalig ontbijt, de eigenaresse had alles zelf gebakken van volkorenbrood tot appeltaart.  Daarna het busje in voor onze eerste excursie naar het blauwe grot meer. Onderweg komen we nog terecht in een kudden koeien met cowboys, een fantastische ervaring en we kunnen vanuit het busje ook  nog foto’s maken. Zo had ik mij Brazilië wel voor gesteld, groene vlaktes met runderen en cowboys te paard. Bij de grot krijgen we een nummer en moeten we wachten totdat we omgeroepen worden, onze gids spreekt alleen maar Portugees maar gelukkig kan Jolijn (onze rots in de branding cq reisbegeleidster) vertalen. We krijgen schattige haarnetjes en gekleurde helmen op. Ik voel me lichtelijk voor gek lopen met mijn veiligheidshelm door het bos maar voor de grot is het wel makkelijk. Het is een afdaling van ongeveer 300 treden, ik heb ze niet geteld maar het werd verteld. De treden zijn glad maar gelukkig is onze gids heel erg behulpzaam. Het water is heel mooi blauw en helder. Heel indrukwekkend allemaal. De wandeling omhoog kost ons wat meer energie maar het was wel de moeite waard. Ik heb nog nooit zo’n blauw grot meer gezien. In Bonito eten we snel een broodje en gaan we ’s middags snorkelen in de Sucuci rivier. Hier krijgen we allemaal een wetsuit aan, Peter maakt weer schitterende groepsfoto’s die hopelijk nooit op internet verschijnen! Met een open vrachtautootje worden we naar de rivier gebracht, onze gids (wederom vertaald door Jolijn) loopt met ons eerst een stuk door het bos en laat ons mooie stukjes van de rivier zien. Maar bij een aanlegsteiger begint het pas echt leuk te worden, we mogen het water in. Aangezien de stroming sterk is hoeven we weinig te doen, alleen in het water liggen en door je duikbril naar scholen met vissen te kijken.

Ook hier ben ik weer onder de indruk van het heldere water. Wat een natuurschoonheid valt er toch nog te zien. ’s Avonds gaan we eten bij restaurant Pantanal waar exotisch vlees op de menu kaart staat; krokodil, capibara en nog een soort wild zwijn. Het smaakt allemaal heerlijk en het is reuze gezellig. Met brommertaxi’s rijden we terug naar ons hotel, ook dat is weer een belevenis.

13 april Pantanal

(Peter) De fazenda waar we overnachten is echt onwijs mooi, voor alle kamers hangt een hangmat  en ze hebben er heerlijk eten. We zijn momenteel de enige groep hier. Ze hebben ons weer onderverdeeld in kleinere groepjes en zodoende ging  ik vanochtend samen met Karin, Ad, Marieke, Michel en Jolijn eerste op jeepsafari. Hier zijn ze wat meer aan het buitenlandse toerisme gewend en hebben we een gids die Engels spreekt. Hij wijst ons op allerlei vogels en we zien ook de schitterende blauwe Ara’s. Onze gids vertelde dat deze vogel met uitsterven bedreigd was maar door een natuur project zijn er nu weer voldoende aantallen. Het is moeilijk om de kleur blauw te fotograferen aangezien ze vaak hoog in de bomen zitten. Ook krijgen we te horen dat ze altijd in paartjes leven, toch heb ik wel het idee dat het geen gelukkige huwelijken zijn aangezien ze constant tegen elkaar schreeuwen maar misschien denken ze daar in de vogelwereld anders over. De chauffeur stopt de jeep bij een meertje waar langs de oevers allemaal kaaimannen liggen.

Ik word steeds brutaler en neem zelfs vanaf een halve meter afstand foto’s.  Eentje heeft zelfs nog een halve vogel uit zijn bek hangen, helaas heb ik de kill niet kunnen fotograferen. Aan de aan de andere kant van het meer zitten nog vele vogels dus de telelens erop voor wat mooie plaatjes. Gelukkig gaan deze tours heel ontspannen dus hebben we alle tijd om rustig te fotograferen en Karin heeft haar verrekijker ook nog mee. Op de terugweg naar onze fazenda zien we nog kuddes met koeien die alle ruimte hebben. Eigenlijk zou in deze tijd van het jaar de Pantanal onder water moeten staan maar door het uitblijven van de regen is het overal veel te droog. Onze gids maakt zich hier zorgen over. Na een uitgebreide lunch is het tijd voor siësta in de hangmat. Karin en ik delen samen een mat en Ad besluit voor een uitgebreide massage te gaan. Hij denkt dat hij dan geen spierpijn van het paardrijden zal hebben, want dat gaan we in de namiddag doen. Om 16.30 uur gaan we met de jeep naar een andere boerderij en hier staan de paarden op ons te wachten. Het zijn de bejaarde paarden die de cowboys niet meer kunnen gebruiken maar voor ons toeristen zijn ze nog prima. Heerlijk een cowboy zadel met vele dekens en Jolijn legt uit dat de mannen hier altijd met één hand in de zij en de andere hand aan de teugels rijden. Dit zit erg lekker en het zijn ook betrouwbare dieren. Fotograferen is wat moeilijker vanaf het paard maar het lukt me toch iedere keer weer om stil te blijven staan en uiteindelijk ook om om te draaien. Ik laat Karin weten dat ik misschien wel zin heb om hier te blijven en de rest van mijn leven met de hand heup hier rond te blijven rijden. Helaas lijkt het haar geen goed plan dus zullen we morgen weer met de groep mee gaan. Na al die activiteiten, het lekkere eten en de wijn zullen we heerlijk slapen.

17 april Sucre

(Ad)Gisteren waren we allemaal uitgeput van een lange treinreis en daar achteraan nog een vlucht naar Sucre maar vandaag hebben we heerlijk een dag voor deze stad. Jolijn heeft ons verteld want de moeite waard is om te zien en daarbij vertelde ze ook dat het in Latijns Amerika ook leuk is om op een plein te gaan zitten en het leven eens te bekijken. Ingrid en ik  zijn eerst naar het textiel museum gegaan, natuurlijk kwamen we daar de rest van de groep ook tegen maar dat was ook wel weer gezellig. Het museum vonden we erg mooi en het geeft een goede uitleg van wat hier gemaakt wordt. Daarna gaan we met een aantal richting de markt, Jolijn vertelde dat ze hier heerlijke fruitsapjes en fruitsalades verkopen. We moesten even zoeken maar dan vinden we de dames die achter hun stalletjes met fruit staan. Allemaal proberen ze onze aandacht te krijgen, ik neem een heerlijk mango sapje en Ingrid bestelt een fruitsalade. We kunnen op kleine krukjes voor de stalletjes zitten en ook hier is het fantastisch om het markt leven te aanschouwen. Boven bij de markt zijn nog allerlei restaurantjes, het is er druk met Bolivianen. We gaan ergens zitten en bestellen het menu del dia, soep met aardappel, kip met rijst en dat alles voor nog geen 50 cent.

Na de lunch gaan we een tijdje op het plein zitten, allerlei verkopers komen voorbij met de mooiste souvenirs. Ingrid koopt nog een leuk poppetje van een oudere vrouw. Daarna gaan we nog naar een grote begraafplaats, hier worden de mensen in de muren of in grote tombes begraven. Overal staan bloemen en lopen lokale mensen rond die alles weer bij houden. Een paar kleine jongetjes willen ons graag rond leiden en wijzen ons weer op bepaalde familie namen.  ’s Avonds gaan we voor onze eerste peña avond, eerst lokaal eten (veel vlees, kip en aardappel) en daarna panfluit muziek. De muzikanten doen erg hun best om ons op de dansvloer te krijgen maar ik geloof dat we allemaal nog een beetje moe zijn.

18 april Sucre – Potosi

(Ellen) De bus is wat laat deze ochtend, Jolijn excuseert zich voor het Latino gedrag maar ach, wat is een half uur op de hele reis. Vandaag gaan we de hoogte in, we stoppen regelmatig om foto’s te maken maar belangrijker voor plaspauzes. We drinken ons allemaal suf aan water en tja, dat komt er ook weer uit. Gelukkig zijn er genoeg bomen en struiken. Ons hotel in Potosi ligt in het centrum, het zijn twee patio’s met leuke kamers. Jorge onze gids voor de mijnen staat al op ons te wachten. We lopen nog snel even naar een lokaal restaurantje om voor vanavond Llama vlees te bestellen en dan de bus in naar het huis van Jorge. Dat ligt vlakbij de markt waar we gezamenlijk cocablaadjes, broodjes en bananen voor de mijnwerkers kopen. Verder hebben we geld ingezameld waarvan Jorge weer materialen koopt die de mijn werkers kunnen gebruiken. In het huis van Jorge krijgen we een regenbroek, regenjas en laarzen aan. Verder een mijnwerkers helm op met een batterij voor een lamp. We gaan zijn huis in als een stel toeristen maar er komen een paar professionele mijn werkers weer naar buiten. We rijden verder met de bus de berg op en Jorge laat ons de cocablaadjes proeven, Michel en Ad vinden het niet vies maar de rest spuugt het allemaal snel uit. Het smaakt heel bitter, geef mij dan maar de coca thee. Als we boven op de berg uitstappen staan er gelijk kinderen om ons heen die allerlei steentjes verkopen. Jorge deelt wat fruit uit en verteld ze dat we straks als we uit de mijn komen wel zullen kijken. We dalen met een ladder af de mijn in, Monique en Angelique besluiten om terug te gaan maar de rest van ons gaat door. Jorge legt van alles uit, hij heeft zelf ook in de mijnen gewerkt en het is te zien dat de werkers blij zijn met onze cadeaus. vandaag is het zaterdag dus zijn er niet heel veel werkers maar ze zullen maandag alles eerlijk verdelen. Vele mijnen werken als coöperaties, natuurlijk wel met de nodige rangen en standen die Jorge ons verteld. Ook brengen we een bezoek aan “el tio” die wordt gezien als de god van de onderwereld, we schenken hem sigaretten, alcohol en cocablaadjes. Als ik de mijn uitkom voel ik toch wel een lichte hoofdpijn opkomen, gelukkig ben ik niet de enige. Zou het de hoogte zijn of de inspanning van de wandeling in de mijn. Jolijn geeft ons coca snoepjes maar die zijn zo vies dat je bij haar nooit meer klaagt over hoofdpijn. Ik probeer na de tour op mijn kamer wat bij te komen maar slapen lukt niet, als we elkaar ontmoeten voor het avond eten blijken er een aantal ziek op bed te liggen maar uiteindelijk gaan we wel allemaal eten. De eigenaar van het restaurantje heeft medelijden met ons en voert ons met coca thee en quinua soep. Ik probeer wat van het llama vlees, het smaakt erg lekker. Verder is het stil aan tafel, vanavond geen alcohol en vroeg naar bed.

20 april Uyuni

(Angelique) Ik moet nog even schrijven dat ik gisteren avond toch wel zo’n lekkere pizza heb gegeten, misschien wel de lekkerste ooit. Ons hostal heeft een eigen pizzeria en daar staat vast een Italiaan in de keuken. Maar goed, ik schrijf dus over vandaag en dat is de excursie naar de zoutvlakte. Voor mij is dit toch wel één van de hoogte punten in de reis. Onze jeeps zijn er om half 11 en de eerste stop is bij een dorpje waar het zout verwerkt wordt, we mogen bij iemand thuis naar de oven komen kijken. Zout moet namelijk gedroogd en vermalen worden. Ik schrik wel een beetje van de prijzen die de mensen verdienen aan een zakje zout, zo weinig voor zulk zwaar werk. Bij het dorpje verkopen ze ook nog zouten souveniers, Monique koopt een zoute llama beeldje en ik een yatzee van zout gemaakt. Hopelijk verdienen de mensen hier wel wat aan, hoewel de prijzen laag liggen. Na dit dorp gaan we naar de plek waar het zout bij elkaar geschraapt wordt, de jongen die dit doet wil wel op de foto en hij legt uit dat hij van 8 uur ’s morgens tot 17 uur hier werkt. Hij heeft zijn gezicht ingepakt tegen de zon, schraapt het zout eerst in heuveltjes en later schept hij het in de laadbak van een kleine vrachtwagen. Ik vraag me af; wat zwaarder is, werken in de mijn in Potosi of hier op de zoutvlakte, maar één ding weet ik zeker “ik zal nooit meer over mijn werk klagen”. We rijden nog langs de zoutogen waar het water borrelend naar boven komt en dan door naar Isla Pescado. De chauffeur wijst ons erop dat het eiland van een afstand net op een vis lijkt dus vandaar de naam.

Bij het eiland zijn we niet de enigen, allemaal andere jeeps staan er met vele nationaliteiten. Ana (een Boliviaanse die bij ons in de jeep zat) maakt een heerlijke lunch klaar, kip, pasta en salade. Daarna lopen we met een aantal een pad op het eiland. Vele cactussen met schitterende blauwe luchten. Ik weet dat het op de foto anders overkomt maar het lukt me toch om zo’n honderd foto’s te maken. Peter maakt er nog meer maar ja, hij is onze paparazzi. Monique en Ellen maken een wandeling rond het eiland, we zien hun van bovenaf lopen, twee zwarte stipjes op een wit vlak. Om vier uur rijden we weer terug, naar het treinen kerkhof. Een aantal van ons vinden het prachtig al die oude wagons maar Ingrid, Ellen en ik genieten van de zonsondergang. Terug in het hotel is er nog even tijd voor zo’n overheerlijke pizza en daarna de bus in. Vannacht geen bed maar hobbelen naar La Paz. Tja, reizen is afzien maar ik zou het niet willen missen.

21 april La Paz

(Erik)Na de busreis komen we aan in ons hotel in La Paz, de kamers zijn nog niet klaar maar we kunnen beneden in de koffieshop lekker ontbijten en koffie drinken. Jolijn vertelt ons nog e.e.a. over wat er te zien en te doen is in La Paz, vandaag kunnen we de stad verkennen en morgen voor wie er zin in heeft naar Chacaltaya en de maan vallei. Het hotel heeft snel alle kamers schoon. Ellen en ik douchen ons en daarna gelijk maar de stad in. We zitten vlakbij de heksenmarkt en we weten niet wat we zien, allemaal llama foetussen die schijnbaar voor het goede geluk onder de huizen begraven worden. Natuurlijk zijn er ook allemaal “pachamamas” te koop in verschillende vormen, zelfs eentje met bolhoedje. Ellen en ik kopen een klein beeldje bij een aardige verkoopster, zij legt alle symbolen op het beeldje uit, geluk, vruchtbaarheid, voorspoed etc. Ik vind het geloof in de pachamama een mooi begrip, het is me al een paar keer opgevallen dat wanneer men iets te drinken inschenkt dat de eerste slok op de grond gegooid wordt, voor de moeder aarde.

In hetzelfde straatje als de heksenmarkt zitten heel veel kleine souvenirs winkeltjes, dus hier besluiten om maar eens wat kadootjes voor thuis en onszelf te kopen. We komen Monique en Angelique nog tegen die ook met tassen vol lopen. Na de lunch besluiten we nog naar het goud museum te gaan want we willen ook wel wat cultuur op steken. Mooi museum! Verder lopen er in de stad veel zebra’s rond, dit zijn (volgens mij) jongeren die verkleed als zebra de Boliviaan wil leren hoe over te steken. Er lopen ook ezels rond, die doen alles wat niet mag. Een leuk initiatief maar of het echt helpt weet ik niet. In de namiddag treffen we een aantal van de groep in de cafetaria. Iedereen heeft een leuke dag gehad en waarschijnlijk zullen al onze tassen vanaf hier een paar kilootjes zwaarder wegen.

24 april Lago Titicaca en Puno

(Monique) Ik was vanochtend vroeg wakker dus gelijk maar even naar de zonsopgang gaan kijken want dat is toch wel bijna verplicht op Isla de Sol. Rob krijg ik helaas niet zijn bed uit dus dan maar alleen. Maar ik zie al snel dat Peter, Erik en Ingrid ook die zgn verplichting voelen. Voor het ontbijt maak ik samen met Rob nog een mooie wandeling, de temperatuur is lekker en we genieten van al het moois. De lokale bevolking is ook al druk in de weer, de llamas naar het veld en ik zie ook een binnenplaatsje een vuur branden voor een soort ceremonie. Ik zou wel even willen kijken maar Rob vindt het niet gepast dus lopen we door. Bij het ontbijt treffen we iedereen weer en Jolijn legt uit dat we om 9.30 uur met de trappen zullen afdalen naar de boot. Gisteren zijn we via de zonnetempel omhoog gegaan en hebben de trappen wel zien liggen. De afdaling valt mee en ons bootje ligt er al, we genieten van het mooie uitzicht en de zon vanaf het bovendek. Gelukkig heeft Linda zonnebrand mee genomen want de zon brandt hier wel op deze hoogte. Terug in Copacabana lopen we met een aantal naar de kathedraal waar de auto’s gezegend worden. Het Katholieke geloof heeft toch wel vele aspecten. Na de lunch stappen we in een luxe lokale bus naar Puno. We vullen de nodige visum papiertjes weer in en lopen de grens over. Als we aankomen in Puno staat er een busje op ons te wachten dat ons mee neemt naar de Uros Eilanden. De gids spreekt Engels en legt uit hoe de mensen nog steeds op deze rieteilanden wonen. We bezoeken twee gemeenschapjes en ik kan niet geloven dat mensen hier vrijwillig blijven. De chief laat zien hoe het eiland gemaakt  en bevestigd wordt aan de bodem van het Titicacameer. Er is een schooltje voor basis onderwijs en zelfs een ziekenhuisje. De gids vertelt ieder toeristen boot twee eilanden aangewezen krijgt om te bezoeken zodat iedereen kan profiteren van het toerisme. Dat vind ik een prettig idee want er wordt aardig wat gekocht door ons bij de lokale mensen.

Als we terug varen zijn we allemaal een beetje stil, onder de indruk van alles wat we op het Titicacameer gezien hebben. ’s Avonds genieten we voor de eerste keer van de heerlijke Peruaanse gerechten, dit belooft nog wat de komende week.

26 april 2009 Cusco

(Rob)Aangezien er vandaag markt is in Pisac heeft Jolijn voorgesteld om deze dag de heilige vallei te bezoeken. Onze gids Carlos spreekt goed Engels. We gaan eerst naar de ruines van Pisac waar we een schitterende wandeling doen, het is interessant om ook de uitleg erbij te horen van de Inca en de pre-Inca’s. Monique twijfelt nog even bij een pad langs een afgrond maar samen komen we er toch overheen.  We komen beneden uit in het dorp Pisac waar Peter ons allemaal trakteert op vers sinasappel sap, we verdelen onze aankoop eerlijk over de twee verkoop dames. Daarna hebben we nog een half uur voor de markt, volgens mij houdt Jolijn de tijd bewust zo kort want anders zullen onze tassen helemaal niet meer te tillen zijn. Daarna stoppen we ergens voor een heerlijke lunch, de Peruaanse keuken is inderdaad fantastisch, hoewel we de gebakken cavia nog niet gegeten hebben.
We bij iemand op zijn bord zien liggen en ik geloof niet dat ik het ga proberen. De ruines van Ollantaytambo zijn ook weer een meester stukje van Inca  cultuur. We zijn erg onder de indruk van het verhaal van de gids, het is gewoon niet voor te stellen hoe toentertijd die Inca’s die grote stenen omhoog hebben gekregen en dan ook nog met hun materialen zo mooi bewerkt hebben. De gids vertelde nog dat Ollantaytambo is de laatste nederzetting die Spanjaarden ontdekt en verwoest hebben. Gelukkig hebben ze Machu Picchu toen nooit gevonden. Ik ben heel erg benieuwd wat voor een wereldwonder we morgen zullen ontdekken.

’s Avonds eten we lekker in Cusco, daar is keuze genoeg voor restaurants met een aantal komen we bij de Inca Grill terecht, Michel bestelde een cavia, hij zegt dat het lekker smaakt maar echt veel vlees zit er niet aan.

1 mei Machu Picchu

(Petra) Vanochtend zaten we om 5 uur aan ons ontbijt en met de gids zijn we met de eerst bus omhoog gegaan. We waren niet de enige die zo vroeg waren. Het eerste uur was Machu Picchu heel mystiek met mist en wolken flarden. Het is heel bijzonder om deze ruines te zien en ik voel me speciaal dat ik hier mag rond lopen. De informatie van de gids sluit weer aan bij het verhaal van de Heilige vallei al vond ik deze gids minder goed in zijn Engels, gelukkig is Jolijn erbij om af en toe wat  toe te lichten. Om half acht was de gids klaar met zijn uitleg en zijn Peter, Monique, Ellen, Michel en ik de Wayna Picchu op geklommen. Di t was wel even afzien met alle steile trappen omhoog maar het uitzicht was spectaculair. We hebben heerlijk op de top zitten genieten en met elkaar de afgelopen weken van deze fantastisch vakantie besproken. Ongelooflijk zo veel we gedaan en gezien hebben, ook de afwisseling maakte deze reis tot onvergetelijk. Daarna zijn we weer afgedaald en hebben nog een paar uur tussen de ruines rond gelopen,  inmiddels is er een blauwe lucht dus zijn de foto’s weer anders. Er zijn best veel mensen die Machu Picchu bezoeken maar toch zie je ze op de site niet terug. Om 13 uur hebben we de bus weer terug genomen naar Aguas Calientes om even te lunchen en om half vier zijn we gezamenlijk naar  het station gelopen.

Terug in de trein liggen de meesten van ons te slapen. In Poroy staat onze bus weer op ons te wachten en rijden we terug naar het hotel in Cusco. Morgen nog een vrije dag voor deze stad en om de laatste inkopen te doen. En nog even te genieten van deze prachtige stad! Wat is hier veel te zien en te doen!

Het witte zoutmeer van Uyuni in Bolivia

Letterlijk oogverblindend is de enorme zoutvlakte Salar de Uyuni in Bolivia. Tijdens een dagtrip over dit opgedroogde meer kun je zien hoe arbeiders onder barre omstandigheden met bijlen zoutblokken uithakken en hoe het zout in een fabriekje verder wordt verwerkt. Midden op de vlakte ligt het vulkanische eilandje Isla Pescado dat zijn naam dankt aan de visachtige vorm. Er groeien talloze torenhoge cactussen in alle vormen en maten en op de top van het eiland heb je een prachtig uitzicht over de hagelwitte omgeving en de besneeuwde pieken van de Andes in de verte. Uitkijkend over de omringende 12.000 km², zonder wegen of oriëntatiepunten, zul je je erover verbazen hoe de chauffeur hier zijn de weg weet te vinden.