Zuid Afrika, Lesotho & Swaziland kampeerreis, 24 dgn
Kampeerreis Djoser, Zuid Afrika, Lesotho & Swaziland - 24 dagen
Dag 1, zaterdag 15/10, Amsterdam - Kaapstad.
Dzingie, Norman en Pavarotti, van Nomad-Tours, staan ons trouw op te wachten wanneer we rond halfelf ’s avonds uit het luchthavengebouw van Kaapstad komen. Dzingie zal de komende 24 dagen onze chauffeur en reisbegeleider zijn. Hij is een veertiger, zwart, en komt uit Zimbabwe. Norman, de kok is een blanke twintiger uit Kaapstad. Pavarotti is de truck, speciaal ontworpen voor het maken van avontuurlijke kampeerreizen. Wanneer je over ‘onze bus’ spreekt word je steevast terechtgewezen door Norman. “Which bus? We only have a truck here!” Pavarotti zal onze steun en toeverlaat zijn. Er zijn lockers voor onze bagage. Er zijn ontelbare luiken met de tenten, de matrassen, tafels en stoelen, het eten, er is zelfs een diepvries en we kunnen al onze elektrische spullen opladen. Maar dat het een truck is, en geen bus, zullen we nog dikwijls ondervinden. Je merkt het aan de vering. Comfortabel is anders.
We maken ook kennis met de andere leden van het team. Er zijn de Nederlanders: Digna en Wiebe, zij zijn de oudsten van het gezelschap maar zullen zich al snel ontpoppen tot de sportiefste twee. En de altijd vrolijke en lachende meisjes Nikki en Fleur, die samen met Anne en Nick de jeugd vertegenwoordigen. En er zijn de Belgen: Debbie en Patrick, onze trouwe vrienden die ons al meerdere keren vergezeld hebben op mooie avonturen in de grote wereld. En tenslotte Ingrid en ik. Met zijn dertienen, Pavarotti meegerekend, beginnen we aan een boeiend avontuur.
Op de weg naar het hotel zien we de imposante Tafelberg, prachtig verlicht door tientallen schijnwerpers.
Dag 2, zondag 16/10, Kaapstad.
Kaapstad is een dode stad op zondag. Debbie, Ingrid, Patrik en ik lopen langs lege straten, tussen wolkenkrabbers die wachten op morgen, begin van een nieuwe werkweek, om tot leven te komen. Het uitzicht van de stad doet ons eerder aan Brussel denken dan aan Afrika.
We wandelen naar the Waterfront waar we een bootreisje geboekt hebben naar Robbeneiland, het eiland waar Nelson Mandela 27 jaar lang in gevangenschap heeft geleefd. De afvaart is pas om 13.00u dus er is ruim tijd om te verpozen op het terras van het beroemde Belgische café Den Anker, waar je een heerlijk uitzicht hebt over de pittoreske haven. We hebben al snel een eerste ontmoeting met de Zuid-Afrikaanse prachtige dierenwereld: we zien enkele robben buitelen in het water. Maar wat later is er minder goed nieuws. Wegens de sterke wind kan de tocht niet doorgaan en tot overmaat van ramp moeten we bijna een uur in de rij staan om onze tickets terugbetaald te krijgen.
Dan maar snel in een taxi en omhoog, naar de Tafelberg! De beroemde kabelbaan brengt ons in minder dan 10 minuten tot boven de 1000 meter hoogte. De capsule draait om zijn as om iedereen een prachtig uitzicht te gunnen. De Tafelberg is een gigantische rots van één kilometer hoog en drie kilometer lang. Je kan er prachtige wandelingen maken. Gelukkig ligt het gevreesde tafelkleed niet gespreid, er is namelijk geen wolkje aan de hemel te bespeuren. De hoogte is duizelingwekkend maar het uitzicht op Kaapstad is verrukkelijk. We zien Robbeneiland liggen in de baai en het valt ons op dat er weinig schuimkoppen te zien zijn. Hoe zat dat met die sterke wind en het afgelasten van onze boottocht? Ik heb er zo mijn twijfels over… Aan de achterzijde zie je hoe de gigantische mesa verder uitloopt in de bergen die de aanzet vormen van Kaap De Goede Hoop. Op de rotsen liggen Kaapse Klipdassen of “dassies” te luieren in het zonnetje. En overal zie je de nationale bloem van Zuid-Afrika, de Protea.
Op de weg naar het hotel stoten we op een openluchtmis van Congolezen die vrolijk zingend God vragen om de onderdrukking in hun land te stoppen.
Met de voltallige groep gaan we uit eten. Dit is het moment waarop we de mensen leren kennen waarmee we de volgende drie weken zo nauw zullen samenleven.
Dag 3, maandag 17/10, Kaapstad - Stellenbosch.
Op maandagmorgen bruist Kaapstad van het leven. Maar Pavarotti, onze mooie, witte truck, staat klaar om ons uit de stad te brengen. In Zuid-Afrika rijdt men links. De Engelsen hebben ook hier weer hun vervelende gewoonte kunnen doordrukken. Het is alsof België dat ook heeft gedaan, maar dan wat wegeniswerken betreft. Ontelbare keren zullen we staan wachten bij een rood licht omdat er beurtelings verkeer is ingesteld.
Al snel rijdt Pavarotti in de prachtige bergen die de hele kustlijn domineren. Hij brengt ons naar Boulders, dat bekend is om zijn kolonie van pinguïns. Begin 20e eeuw leefden er zo’n 1,5 miljoen Afrikaanse pinguïns of zwartvoetpinguïns aan de zuidkusten van Afrika. Aan het einde van de 20e eeuw was dit aantal geslonken tot 150.000. In 1982 heeft men in dit reservaat 2 paartjes uitgezet. Vandaag zijn ze met 3000 en zitten overal verspreid in de duinen. Sommigen zien er uit alsof ze net een storm hebben meegemaakt. Ze zijn de helft van hun pluimen kwijt. Ze zijn immers in de rui, maar dat is de reden dat ze op het land zitten en dus kunnen wij ze goed bewonderen.
We rijden verder langs die prachtige kustweg en beleven een eerste hoogtepunt: drie walvissen, op amper 200 meter in zee, blazen hun stoompluim en komen met tussenpozen ademen aan de oppervlakte. Het zijn vinvissen en ik vermoed dat de grootste haast 20 meter lang is. De camera’s klikken dat het een lieve lust is.
We bereiken Kaap De Goede Hoop. Het bergtreintje heeft wat problemen maar even later zijn we boven voor het laatste klimmetje naar Cape Point. Digna en Wiebe zijn al op de terugweg. Die hebben even de volledige klim gedaan, sneller dan wij met het treintje. En dat voor de oudsten van de groep. Onklopbaar! Cape Point biedt een wondermooi uitzicht op de zee. Hier mengt het water van de Atlantische zich met het water van de Indische Oceaan. Aan de overzijde ligt Antarctica! Wat een belevenis. We zien de eerste struisvogels, Kaapse zebra’s en bavianen. De laatsten mag je niet voederen. Er staat immers een groot bord met de vermelding “voer van bobbejane verbode”.
De tocht gaat verder langs hellingen bedekt met schaarse en ruige vegetatie, het Kaapse fynbos. Er staan nog een paar leuke bezoeken op het programma. Het cheetah sanctuary is een minizoo. Men vangt er jachtluipaarden op omdat deze voortdurend door de boeren worden bedreigd. Men kweekt er honden om aan de boeren te geven zodat ze geen last meer hebben van de cheetahs. Een heerlijke wijnproeverij in het wijnhuis Spier brengt ons al helemaal in de stemming.
Pavarotti doorkruist de mooie stad Stellenbosch, bekend om zijn oude Kaaps-Hollandse huizen en tegen zonsondergang bereiken we de camping. Dzingie toont ons hoe we onze tenten moeten opzetten. Het zijn grote, stevige iglotenten van zware canvas. Net legertenten. Ze zijn snel opgesteld en bieden ruim plaats voor 2 personen. Pavarotti ondergaat een metamorfose en wordt een keuken, met luifel en al. Even later heeft Norman een fantastische spaghetti bolognese getoverd.
Dag 4, dinsdag 18/10, Stellenbosch - Oudtshoorn.
“Good Morning!” Het is dé uitroep van Dzingie die ons de hele reis zal achtervolgen. ’s Morgens vroeg, ’s middags of ’s avonds laat. Als je hem tegen het lijf loopt klinkt zijn vrolijke “good morning”. Om 5.00u staan we op want de tenten moeten afgebroken en er staan heel veel kilometers op het programma.
De rit gaat via Hottentots-Holland Mountain waar het uitzicht adembenemend is. We rijden door de Kleine Karoo en zien overal op de vlakte groepjes struisvogels. Een van de meest voorkomende planten is de Aloë Vera. Hij lijkt wat op een cactus en wordt bij ons veel gebruikt in huidproducten. In Zuid-Afrika groeien er miljoenen, van Kaapstad tot Johannesburg.
Het enige bezoek van vandaag is aan een struisvogelfarm in Oudtshoorn. Vroeger was de streek zeer welvarend doordat, in de eerste helft van de 20e eeuw, het dragen van struisvogelveren een alom verspreid modeverschijnsel was. Nu is het hoogtepunt voorbij, maar vandaag kweekt men de beesten voor het vlees, het leder en de veren. Een ritje maken op de rug van zo’n beest kan natuurlijk niet uitblijven voor ons jolige tweetal Nikki en Fleur. Ook Nick speelt voor struisjockey.
Op de camping arriveert een broertje van Pavarotti, Freddie. Freddie is een gelijkaardige truck, ook van Nomad-Tours en hij voert een groep Europeanen van verschillende nationaliteit op zijn reis door Zuid-Afrika. Norman zorgt voor een echte Zuid-Afrikaanse braai. Pork Chops op de barbecue… een flesje van het wijnhuis Spier erbij... wat kan het leven mooi zijn…
Dag 5, woensdag 19/10, Oudtshoorn - Knysna.
We volgen de beroemde Garden Route. Na enkele uren rijden stopt Pavarotti aan de kust voor een korte pauze. Even genieten van de zee. Er staat een aangenaam zonnetje en we kunnen pootje baden in de Indische Oceaan!
Daarna gaat het in 1 ruk tot Knysna. Dit dorp ligt prachtig aan een kilometersgrote lagune die afgesloten is door 2 enorme rotsen, de “Heads”. Tussen de Heads is de doorgang naar de zee. We hebben de tijd om inkopen te doen, het internet op te zoeken of een koffie te drinken. Op de camping hebben we opnieuw een ontmoeting met de truck Freddie en onze collega-toeristen.
Later op de dag leidt Orin, een plaatselijke gids, ons door de township van Knysna. Apartheid bestaat niet meer in Zuid-Afrika, maar de townships tref je aan over het hele land. De krotten van golfplaten worden afgewisseld door vierkamerhuisjes van steen, die gebouwd worden door de overheid. Er zijn wachtlijsten, maar die worden op corrupte wijze beheerd, met als gevolg dat het soms meer dan 10 jaar kan duren voor iemand een huisje krijgt. Omdat de mensen geneigd zijn hun huisje onmiddellijk weer te verkopen, en met de opbrengst weer in hun oude krot gaan wonen, maar dit maal mét televisie en ijskast, is het verboden om het binnen de 10 jaar van de hand te doen. Er zijn meerdere kerkjes, de meesten gaan twee keer per week naar de mis. Volgens Orin is er zeer weinig criminaliteit in deze township. Er is ook een uitgebreide rastafari community. Een man met lange dreadlocks geeft een lange uiteenzeting over de principes van zijn geloof. Het rastafarianisme is ontstaan op Jamaica. Ze geloven in de terugkeer van de zwarten naar Afrika en ze vereren de vroegere Ethiopische Keizer Haile Selassie.
Het is eigenlijk een rammelend samenhangsel van theorieën en religies, grotendeels gebaseerd op het Oude Testament. Een echte rasta is vegetarisch, gebruikt marihuana (zij noemen het ganja) om de meditatie te bevorderen, maar gebruikt geen andere drugs, noch alcohol. Hij knipt nooit zijn haar met de bekende dreadlocks tot gevolg, en ergens draagt hij wel de kleuren groen, geel en rood op zijn lichaam, de kleuren van de Ethiopische vlag. Verder bezoeken we een school en drinken een koffie in het plaatselijke café. We zijn verkleumd. Het regent al de ganse namiddag en er staat een zeer venijnige wind. Het mag dan wel lente zijn op het zuidelijk halfrond, de zomer is nog ver weg.
Omdat het na het bezoek aan de township reeds laat is besluiten we Norman te ontlasten van het koken op de camping en gaan we uit eten.
Dag 6, donderdag 20/10, Knysna - Tsitsikamma.
Zoals steeds is het heel vroeg in de morgen als Pavarotti zijn tocht via de Garden Route verder zet. In Plettenberg Bay gaan we aan boord van een open passagiersboot voor whale spotting. We breken door de harde golven en even later varen we langs de rotsen en zien een uitgebreide kolonie zeeleeuwen. Honderden moeten het er wel zijn. Ze zijn zeer dichtbij en we zien de vrolijkerds buitelen in zee. Er zit zelfs een zee-olifant tussen. Wat hebben we weer geluk op deze reis. Zulke kans krijg je niet elke dag. Maar met de walvissen hebben we dit geen keer geen geluk. Na twee uren keren we een beetje teleurgesteld terug.
We krijgen een deel van ons geld terug, maar omdat ik met bancontact had betaald, krijg ik mijn geld terug via mijn bankkaart. Ik krijg een ticketje van min 500 rand. Ik ben benieuwd of dat gaat lukken. In ieder geval, 3 weken na thuiskomst is er van dat geld nog niets op mijn bankrekening verschenen.
We lunchen aan de Bloukrans Bridge, de hoogste bungeejump ter wereld. Uiteindelijk bereiken we het prachtige Tsitsikamma Nature reserve. Dit park strekt zich over 65 km uit langs de kust. En wat voor een kust! Stranden worden afgewisseld met rotspartijen, waarvan de lagen verticaal rechtop staan. De woeste golven beuken op deze gordijnen van steen. En op deze kust, aan de Indische Oceaan, zetten we onze tenten op voor twee nachten. Het kamp is pas klaar of Patrick spot dolfijnen enkele meters in zee. Op de rotsen zien we de schattige dassies.
’s Avonds zorgt Patrik voor een gezellig vuur. Om het feest helemaal compleet te maken heeft Norman een heerlijke beef stew gemaakt. Het is onvoorstelbaar wat deze jongeman uit de bescheiden keuken van onze trouwe Pavarotti weet te toveren. Steeds met een veelheid aan gezonde groenten. Maar door die lekkere stoofpotjes is er wel heel wat schoon te schrobben aan de kookpotten. Wiebe ontpopt zich als een efficiënte schrobmachine. De aangebrande korsten die hij heeft afgekrabd gedurende deze reis…
Het is zalig inslapen bij het geruis van de Indische Oceaan.
Dag 7, vrijdag 21/10, Tsitsikamma.
We kunnen iets langer slapen en vertrekken al gauw voor een tocht langs de kust. Het wordt echte hiking: klauteren over de rechtopstaande rotsen, klimmen en dalen. Digna, onze ervaren marathonloopster, vliegt over de rotsen als een jonge hinde. Uiteindelijk bereiken we een plaats waar een beek zich van bovenuit in de zee stort. Aan deze waterval is het goed rusten en lunchen. De weg terug is zwaar, struikelend over losliggende stenen, springend van rotsen. Als het pad heel eventjes goed begaanbaar is ziet Ingrid een losse steen op haar weg. “Pas op! Een steen!” waarschuwt ze ons. Een beetje cynisch, toch?
Terug in het kamp nemen we een kleine pauze en gaan op weg naar de andere kant van het Tsitsikammapark. Daar is immers een complex van drie hangende bruggen en dat willen we zien. Ook nu weer moet er serieus geklommen worden, maar het pad is heel wat comfortabeler dankzij de aangelegde trappen. Suspension Bridge is de moeite waard. De kust is hier wat meer bebost en we komen allerlei soorten vogels en miljoenpoten tegen. Patrick laat deze engerds vrolijk over zijn armen kruipen. En de klipdassen zijn alomtegenwoordig. Er staan verkeersborden met de afbeelding van een dassie met de waarschuwing “ry versigtig”.
Norman doet het weer. Dit keer is het Shepherds Pie. Met als toetje fantastische vanillepudding met biscuit. Ook de bedelende vogels vinden het allemaal heel lekker. Na de vele kilometers die we vandaag gehiked hebben is het heerlijk slapen op onze dunne matrasjes.
Dag 8, zaterdag 22/10, Tsitsikamma - Hogsback.
Pavarotti is al vroeg on the road. Na enkele uurtjes rijden klinkt het vrolijke “good morning!” van Dzingie. We zijn in Port Elisabeth, waar we wat rondlopen en een koffie drinken. Dit is het laatste moment aan de kust. Vanaf nu is het richting binnenland. We rijden door de Kleine Karoo, een semiwoestijn, waar we al snel geconfronteerd worden met de eerste grote, echt Afrikaanse dieren: zebra’s, gnoes (de wildebeest) en antilopen grazen langs de wegen. Twee kraanvogels laten zich uitgebreid bewonderen. Maar we zien ook heel wat meer afval langs de wegen. Aan de kustgebieden is het duidelijk heel wat properder.
Deze dag zijn er heel wat kilometers verslonden en na vele uren arriveren we eindelijk in Hogsback. De camping is een beetje sprookjesachtig. De huisjes hebben namen uit “In de ban van de Ring”, er is een boomhut van 15 meter hoog, de beauty-en-massagehut lijkt op het hutje van een toverheks. Er is zelfs een ligbad buiten op de rand van de afgrond, of beter, een deel van de tobbe hangt letterlijk óver de afgrond. De camping is geliefd bij backpackers en dat merk je aan de hippielooks en de dreadlocks. Maar dat bekopen we ’s nachts. Tot 3.00’s morgens liggen we wakker door de harde muziek en het geroep van dronken feestvierders.
De beef stirfry was wel weer heel erg lekker.
Dag 9, zondag 23/10, Hogsback.
Het is geen verplaatsingsdag en we slapen tot een uur of zeven. Achteraan komen plaatsen vrij en dus verhuizen wij onze tent naar de rest van de groep. Zo staan we ook wat verder van de lawaaierige bar. De tenten hoef je niet af te breken. Je kan ze zo naar een andere plaats dragen. Even later arriveren ook weer de ons bekende Europeanen in hun truck Freddie.
Het is weer tijd om te hiken. Hogsback ligt in het Amatola-gebergte, ’s winters ligt er sneeuw. De hoge bergen rondom hebben de vorm van een varkensrug, vandaar de naam Hogsback. Het uitzicht is fenomenaal. Het begin van de tocht gaat aanhoudend omlaag. We dalen honderden meters en lopen in dichtbebost gebied. Al gauw bereiken we de oudste boom van de streek, zo maar eventjes 800 jaar oud. Enkele kilometers verder ligt de prachtige waterval “Madonna met kind”. We doen een steile klim terug naar boven en hier staan enkele mannen wandelstokken te verkopen. Ze zijn gesneden uit een rechte tak, met een paar primitieve tekeningen er in geschroeid. Ze kosten amper 30 rand (drie euro) en voor die prijs branden ze er ook nog onze initialen in, met een hartje erbij. Voor de onvermoeibare Digna en Wiebe was deze ene hiking nog niet genoeg. Zij stappen nog naar een andere waterval.
’s Avonds, op de camping, vindt Patrik een schorpioen. We zitten gezellig in zetels rond een open haard waar Patrik natuurlijk weer voor een warm vuur zorgt en we bespreken wat we nog zeker willen meemaken op deze reis. Nick neemt op dergelijke momenten de touwtjes in handen en weet knopen door te hakken wanneer de groep eerder besluiteloos is. Norman maakt heerlijke gevulde paprika’s. Een deel van onze groep gaat lekker feesten in de bar.
Dag 10, maandag 24/10, Hogsback - Lesotho.
Pavarotti heeft weer vele kilometers voor de boeg. We rijden een lange dag door de grote Karoo-woestijn, afgewisseld met af en toe een “good morning!” van Dzingie: de aankondiging van een korte rustpauze of tijd om te shoppen. Een arme kampeerder moet natuurlijk tijdig wijn en versnaperingen inslaan. Uiteindelijk bereiken we het onafhankelijke koninkrijk Lesotho. De douanier zegt dat de grens om 16.00u dicht gaat. Maar het is al even over vier en de truck staat nog aan de kant van Zuid-Afrika! We vermoeden dat het een grapje is, hoogstens met de bedoeling om wat extra geld te verdienen aan de toerist. Mijn verwondering was dan ook groot toen ik even later in een van onze meegenomen reisgidsen las dat de grenzen inderdaad om 16.00u sluiten! Maar op het nippertje geraken we dan toch in het land en even er komt nog iemand vragen of we alcohol bij hebben. Dzingie was groots in zijn antwoord: “They are good christians, they don’t drink!” Hij moet even zijn vergeten dat Jezus water in wijn veranderde.
Het binnenrijden van het koninkrijk Lesotho is een beetje een cultuurshock. Zuid-Afrika is dat helemaal niet. De cultuur is er westers, de godsdienst is christelijk, aan de grens wordt je paspoort in de computer ingelezen. Maar Lesotho is helemaal anders. Aan de grens wordt je paspoort ingeschreven in een schoolschriftje. De huisjes zijn armzalig. De winkels zijn stalletjes, gemaakt van golfplaat, hoogstens vier vierkante meter groot. Kinderen komen aangelopen wanneer ze Pavarotti zien en staan te lachen en te wuiven, allemaal in hetzelfde, nette schooluniform. De mensen worden Basotho genoemd en velen zijn gehuld in de traditionele kledij, een deken om hun lichaam geslagen, rubberen laarzen en soms een soort rieten lampenkap op het hoofd. De godsdienst is christelijk. De belangrijkste economische activiteit is het delven van diamant. We zitten midden in de Drakensbergen. Lesotho heeft het hoogste ‘laagste punt van een land’ ter wereld. Dat laagste punt ligt immers op 1400 meter. Het overgrote deel ligt boven de 1800 meter. Het landschap is onbeschrijfelijk mooi. Kleine canyons liggen midden in grote canyons. Bovenop de Paradise Pass zie je uit over een imposante vlakte, afgezoomd met hoge bergen. Overal zie je termietenheuvels. En agaven, sommigen in bloei, met de lange stengel fier omhoog. Het is het einde van de periode van droogte, dus het doet een beetje woestijnachtig aan. Binnenkort beginnen de zomerse regens en dan verandert het landschap in een groen paradijs.
We arriveren in de Malalea Lodge en worden verwelkomd door een groep dansers. Norman maakt een typisch Zuid-Afrikaans gerecht. Pap met lamb chops. Pap wordt uitgesproken “Pààp” en staat voor een witte brij van maïsmeel. De meningen zijn verdeeld.
Dag 11, dinsdag 25/10, Lesotho.
De volgende twee dagen zijn voor mij het absolute hoogtepunt van deze reis. We trekken met pony’s de bergen in. De tocht loopt langs de prachtigste landschappen. We gaan langs canyons, over uiterst smalle paadjes, bezaaid met rotsblokken, met naast ons de duizelingwekkende afgrond. Eén misstap van het paard en je bent er geweest. Maar de pony’s kennen hun taak heel goed en je begint dat brave dier al heel snel volledig te vertrouwen. Als op een gegeven moment het pad zo steil is dat het beter is te voet af te dalen heeft Debbie een spijtig ongelukje. Ze doet een lelijke val en heeft veel pijn aan de knie. De volgende uren in het zadel moeten voor haar een ware marteling zijn geweest. De tocht gaat verder door prachtige valleien, omzoomd met majestueuze bergen, langs dorpjes met ronde hutjes waar de kinderen weer enthousiast komen zwaaien, of ons om “sweets” vragen. Nikki straalt geluk uit op haar pony. Zij is het paardrijden gewoon en dat zie je. Na een laatste klim bereiken we onze bestemming. Geradbraakt stijgen we af en we bevinden ons in een prachtig dorpje in de bergen. Over cultuurshock gesproken. In één klap zitten we in de Middeleeuwen. Er is geen elektriciteit. De ronde hutjes waarin we met zijn zessen zullen slapen stinken naar de mest waarmee ze bepleisterd worden. Het toilet bestaat uit een stenen muurtje met wat golfplaten erop en een vieze pot boven het gat in de grond. Ingrid werd er de weg versperd door een uit de kluiten gewassen ram, die zijn plaatsje gevonden had voor de nacht en niet veel zin had plaats te maken omdat een van die stomme toeristen zo nodig moest plassen. Het dorpje zelf is een belevenis. De mensen, de Basotho, dragen de traditionele kledij, gehuld in een deken. Er komt eentje zijn muziekinstrument showen: een bakje met een stok en één snaar. Met zijn strijkstok krijgt hij er een soort krijsend gezang uitgeperst. Er is een grote kraal met tientallen geiten en lammeren. Op de hellingen zie je nog honderden van deze wollen schatjes. Langzaamaan zakken ze af naar huis om de nacht door te brengen in de kraal. Wanneer even later de kraal wordt gesloten zie je een paar sukkelaars die vergeefs proberen om nog binnen te geraken. Ook de runderen komen spontaan van de berghellingen afgezakt om in hun kraal de nacht door te brengen. In tegenstelling tot onze pony’s die de bergen intrekken om te gaan grazen. Kippen, lammeren en honden lopen voor onze voeten en plots is er een aanval van een valk. Hij duikt uit de lucht en probeert een van de kuikens te grijpen, maar de operatie mislukt. Met Debbie gaat het van kwaad naar erger. Zij heeft erg veel pijn, maar gelukkig is er de reddende engel Fleur en haar EHBO-kistje.
De zonsondergang is adembenemend mooi. Het is een belevenis om het kleurenspel in de wolken en de berghellingen te mogen genieten. Norman moet koken in een van de stinkende hutjes, bij het licht van onze pillampen. Toch slaagt hij er weer in een uiterst lekkere spaghetti bolognese klaar te maken. En Patrik heeft, zoals steeds, een gezellig kamvuur gemaakt.
Dag 12, woensdag 26/10, Lesotho.
Al heel vroeg kraaien de hanen ons wakker. De paarden keren spontaan terug naar het dorpje. Ze weten dat ze vandaag terug naar huis gaan. Om 6.00 ’s morgens zitten we al opnieuw voor 7 uren in het zadel. De prachtige vergezichten zijn de beloning voor de zadelpijn. We volgen een ander traject dan gisteren en na een uur komen we nabij een weg waar auto’s kunnen komen. Voor Debbie, die nog steeds veel pijn heeft, is de marteling voorbij. Ze wordt opgehaald door iemand van de Malalea Lodge. Op vele plaatsen worden we enthousiast balkend begroet door ezels. Op een gegeven moment komt er zelfs een accordeonspeler uit zijn huisje gelopen om ons te verwelkomen met zijn muziek. Anne heeft een paard dat met moeite de tocht kan volbrengen. Het strompelt eerder dan het loopt en Anne ontlast het arme dier door hele stukken ernaast te stappen. We komen tenslotte bij de steile canyon van gisteren en opnieuw laten de meesten hun paard alleen afdalen en klauteren zelf te voet naar beneden. Kort na de middag arriveren we opnieuw in de Malalea Lodge.
De douche spoelt massa’s stof van ons lijf en de rest van de dag is het zalig relaxen. Geen overbodige luxe na de zware trektocht. Tijdens onze tweedaagse is Freddie ook weer aangekomen en zijn er opnieuw een aantal tenten, gelijk aan die van ons, op de camping verschenen. Ingrid en ik doen een wandeling rond de Malalea Lodge en we maken kennis met een andere kant van Lesotho. Twee dronken jongeren, met in de ene hand een stevige joint, en in de andere een fles sterke drank mompelen de hele tijd dat ze ons willen helpen. Even later zijn ze aan het vechten in een veld. Ik vond het een beetje een onwezenlijke belevenis, je zou zulke figuren eerder verwachten in een grootstad.
En het eten is weer fantastisch, chicken potjie, Zuid-Afrikaans, gekruid, heerlijk. Digna is boos, ze is naar de pony’s gaan kijken en die van haar was zo strak vastgebonden dat hij niet eens bij zijn eten kon komen. En Debbie moet alweer tegengehouden worden of ze begint aan de afwas. Zwaargewond, strompelend van de pijn, zou ze al het zware werk alleen op haar schouders nemen.
Dag 13, donderdag 27/10, Lesotho – Drakensberg.
Vandaag moet Pavarotti vele kilometers en hoge bergen trotseren. Al om 7.00u verlaat hij Lesotho. De boeren zijn al volop het land aan het bewerken. We rijden nog vele uren langs de prachtige Drakensbergen. Daarna wordt het landschap meer open, uitgestrekte valleien omzoomd door hoge bergen. Op de weiden lopen de, voor ons, zo exotische dieren: zebra’s, impala’s, gnoes, springbokken en blesbokken. De laatsten hebben niets te maken met de bokkenfamilie, ze behoren tot de antilopen. We bereiken het Royal Natal National Park en stoppen voor een weids panorama. Rechts van ons torent “the Amphitheatre” boven ons uit, een massieve rots van 5 kilometer breed en op sommige plaatsen meer dan 1500 meter hoog. In de verte zien we het beetje groen waar de camping is. Die is super de luxe. Ligbaden, een binnenzwembad, een buitenzwembad met superlange glijbaan. Het is wel een “blanke” camping. Wanneer we een man aanspreken die op een mooie Ural met zijspan komt aangereden, heeft die het al gauw over zijn zwarte medemens in termen van “those black monkeys”. Heimwee naar “de goede oude tijd van de apartheid” vermoed ik.
Beef stew is het avondeten. Lekker, gezond, voldoende groenten. De nodige vitaminen voor de wandeling van morgen!
Dag 14, vrijdag 28/10, Drakensberg.
En dat wordt weer klimmen en dalen, een stevige hiking. De zon brandt soms ongenadig. Even later lopen we in de bossen en is het weer wat koeler. Maar het uitzicht op die enorme rots, “the amphitheatre” is verbazingwekkend. Alleen Digna, Wiebe, Patrik en Dzingie maken de tocht helemaal tot het einde af. Na deze wandeling doen we nog een flinke klim naar 800 jaar oude rotstekeningen van de San, de Bosjesmannen. In de weiden rondom zit het vol bavianen. In de latere namiddag genieten we van de glijbaan, de watervallen en het lekkere warme water in het zwembad op de camping.
Norman maakt een overheerlijke chicken stew en we gaan (weer) vroeg naar bed.
Dag 15, zaterdag 29/10, Drakensberg - Hluhluwe.
Pavarotti heeft werk. Een lange dag rijdt hij naar het noorden, en dat voel je, het wordt lekker warm. Het valt ons op dat, naarmate je meer noordwaarts reist, je meer zwarten en minder blanken tegenkomt. In de late namiddag bereiken we Hluhluwe iMfolozi Park. “Good morning. Wakie wakie!” klinkt de stem van Dzingie door de microfoon. Het Hluhluwe iMfolozi Park (spreek uit ‘schluschluwe’ met een erg slissende ‘sch’) is bekend om zijn grote groep neushoorns. De verwachtingen zijn hoog gespannen. Neushoorns! The Big Five! Vijf dieren zijn zo gevaarlijk om te jagen omdat ze, na geschoten te zijn, nog steeds dodelijk kunnen aanvallen. Het zijn de neushoorn, de olifant, de buffel, de leeuw en de luipaard. The Big Five! En die moet je gezien hebben! We zijn amper enkele minuten in het park en op amper 30 meter van ons vandaan staat ze: een witte neushoorn met baby. Check! De eerste van de Big Five is gespot! De naam, witte neushoorn, komt eigenlijk van wide rhino. Hij heeft namelijk een wijde of brede mond. De zwarte neushoorn heeft een puntvormige mond en is veel zeldzamer. Wat verder zien we een grote kudde buffels, op een afstand van enkele honderden meters. Check! De tweede van de Big Five hebben we binnen. Pavarotti vervolgt traagjes zijn weg. We genieten van impala’s, zebra’s en een koedoe. De laatste is een van de grootste antilopen. Anne is gek op mooie foto’s maken en kan zich helemaal uitleven. Ze geniet enorm van deze fantastische ervaringen. We worden nog meer opgewonden bij het zien van onze eerste giraffe. Wat is dat toch een sierlijk dier, met zijn mooie, grote ogen, met zwarte eyeliner en prachtige lange wimpers. Nog wat verder spotten we onze eerste olifant. Die staat wel zeer ver, je hebt een verrekijker nodig, maar toch: Check! De derde Big Fiver! Dat gaat goed. Een halfuurtje rijden en we hebben er drie. We zien de ene neushoorn na de andere. We staan oog in oog met onze tweede giraffe. En dan plots staat daar een kolos van jewelste. Op amper 5 meter afstand. Een grote, kauwende buffel. Wat een prachtige gelaatsuitdrukking heeft zo’n beest toch.
Het is bijna donker als Pavarotti de Bushbaby Lodge and Camping oprijdt. Het is tropisch, vochtig warm. De camping wordt uitgebaat door een erg sympathieke Nederlander. Er staat een grote boom waar de galago’s of bushbabies gevoederd worden. Dat zijn kleine, schattige halfaapjes met grote oren en heel grote ogen. Ze komen uit het gebladerte om hun dagelijkse traktatie op te halen.
En ook wij zijn weer aan dinner toe. Dit keer is het lekkere macaroni met kaas.
Dag 16, zondag 30/10, Hluhluwe - Swaziland.
We zitten midden in de provincie Kwazulu-Natal en dat is het gebied van de Zoeloes, het vroegere rijk van de grote koning Shaka Zoeloe. Nikki, Fleur, Anne en Nick bezoeken ‘s morgens een reproductie van een traditioneel dorp. Ze zien de hutten, de werktuigen, de dansen, de gevechten zoals het vroeger moet geweest zijn. Wij halen hen op met Pavarotti en aan de ingang van het dorp begint een Zoeloekrijger te grappen met Patrik. Hij krijgt het echter moeilijk wanneer Patrik zijn speer in een boom gooit en de man het ergste vreest voor zijn kwetsbare speerpunt.
En dan is het koers naar Swaziland, een onafhankelijk koninkrijk, net als Lesotho. Het is hoog gelegen, net als Lesotho. Aan de grens is er ook weer dat verschil tussen het moderne Zuid-Afrika en een land dat “echt Afrikaans” is. Armoedige huisjes worden afgewisseld met sjieke villa’s. We zien het stadion waar de koning elk jaar uit duizenden kandidates weer een vrouw uitzoekt. Hij heeft al 14 echtgenotes! (Twee weken na thuiskomst lees ik in de krant dat hij zijn 12e vrouw, wegens ontrouw, uit zijn harem heeft gezet.) Swaziland is een belangrijke producent van suiker. Overal zie je uitgestrekte velden van suikerriet.
Maar het is ook een land van handwerk en ambachtelijke kunst en is bezaaid met marktjes waar je allerlei spulletjes kan kopen. Er is een overdaad aan beeldjes van steen en van hout, glaswerk, klederen, kaarsen, prulletjes allerlei. Het is hét moment om een aantal souvenirs in te slagen. Het is er best goedkoop. We stoppen ook bij een kaarsenfabriek met bijhorend marktje.
We bereiken de Malolotja Nature Reserve. De camping is eigenlijk niet meer dan een toilethuis in het open veld. Elektriciteit is er niet. Het douchewater moeten we zelf warm stoken met hout. We zijn er helemaal alleen. Maar we zitten in het midden van een prachtig natuurpark. Vanuit onze tenten kijken we uit over de open velden. De blesbokken lopen op amper honderd meter voorbij. Dit is pas kamperen in de natuur. Maar Nick heeft geen geluk. Hij slaat zijn voet om wanneer hij uit de truck wilt stappen. Zijn enkel zwelt erg op.
Norman laat zich weer van zijn beste kant zien. Hij maakt paëlla! Op de veldkeuken van Pavarotti nota bene! En alsof dat niet genoeg is heeft hij als dessert: fantastische Banoffee Pie! En altijd is er dat prikkelende kampvuur van Patrik.
Dag 17, maandag 31/10, Swaziland.
‘s Nachts worden we geteisterd door verschrikkelijke onweders. Bliksem en donder volgen elkaar op in snel tempo. Best indrukwekkend zo’n klank en lichtspel vanuit je tent. Maar ’s morgens is er geen klare hemel zoals je bij ons zou verwachten na een onweer. Er hangt een dikke mist en het regent onophoudelijk minidruppeltjes. Vandaag wordt er weer gewandeld maar de groep splitst zich op. Nick, die erg veel last heeft van zijn gezwollen enkel blijft in het kamp met Anne. De dichte mist en de regen zijn toch een beetje spelbreker. We zien blesbokken en dassies. En we zien mestkevers, druk aan het werk balletjes te maken om hun larven een lekker warm huisje te gunnen.
’s Middags rijden we naar de vroegere ijzerertsmijn van Ngwenya. We bezoeken het bezoekerscentrum met een tentoonstelling over de geschiedenis van deze vindplaats. We lopen langs de oude mijn, een duizelingwekkende diepe put, met steile, rode wanden, naar de Lions Cave. Deze grot dateert van 40.000 vóór Christus en is gegraven door mensen, op zoek naar oker, de rode kleurstof voor hun muurschilderingen.
Daarna rijden we naar een glasfabriek waar je van boven op de promenade een goed zicht hebt op de arbeiders beneden. Kunstenaars is eigenlijk een beter woord. Je kan mooi het proces volgen van het ontstaan van de glazen olifantjes en kandelaars. Ze gebruiken voornamelijk gerecycleerd glas. En overal zijn er de talloze handwerkmarktjes.
Maar het weer blijft ondermaats. De ragfijne regen blijft vallen. Het kampvuur geeft een welgekomen warmte. The ribs with potatoes van Norman zijn heerlijk.
Dag 18, dinsdag 1/11, Swaziland – Kruger National Park.
Pavarotti verlaat Swaziland en we zien opnieuw de suikerrietvelden. Hij daalt af naar lager gelegen gebied en het wordt al snel een pak warmer. We bereiken het lang verwachte Kruger National Park via de Crocodile River. We stoppen op de brug en zien stevig uit de kluiten gewassen krokodillen, zonnend langs de oever of op de eilandjes in de rivier. We rijden het wereldberoemde Krugerpark binnen, genoemd naar zijn grondlegger, president Paul Kruger, of Oom Paul. Die heeft het opgericht om het jachtgebied van de blanken veilig te stellen. Vandaag mag er natuurlijk niet meer gejaagd worden . Het park heeft een oppervlakte van 2/3 van die van België. Hier heerst de wet van de sterkste. Roofdieren en bloedvergieten zijn dagelijkse kost. De mens grijpt niet in. Hoogstens wordt er een waterput geboord in periodes van aanhoudende droogte. In het Krugerpark ga je voor de game drives. Met open jeeps, of busjes door het park en zo veel mogelijk dieren zien en fotograferen. Pavarotti moet nog wat kilometers afleggen naar het eerste kamp en dus hebben wij onze eerste game drive. We spotten impala’s, giraffen en neushoorns, en ook een dwergmangoest.
Ons eerste kamp is Berg en Dal. Volledig afgesloten van de gevaarlijke dierenwereld door hoge prikkeldraad, met schrikdraad er bovenop. Hier kan je vrij rondlopen. Buiten de kampen is het verboden om uit je voertuig te stappen. Je kan zelfs beboet worden als je je arm te ver naar buiten steekt. We stellen onze tenten op en lunchen. In de namiddag doen we een tweede gamedrive met Pavarotti. De oogst is weer enorm: giraffen, wilde zwijnen, olifanten, arenden, een troep gieren in een boom en de prachtige bateleur, een mooie roofvogel met helrode snavel en aangezicht. En natuurlijk wordt dat alles afgewisseld door tientallen impala’s. Deze slanke en sierlijke antilopen worden ook wel Lions Mc Donalds genoemd omdat ze drie verticale, zwarte strepen op hun achterwerk hebben die op de letter ‘M’ lijken. Zij vormen ongetwijfeld de grootste groep in het Krugerpark. Je kan geen halve kilometer rijden of je hebt wel ergens een trosje impala’s gezien. Maar ook parelhoenders, kuddes gnoes, een duikertje (een kleine antilope met horentjes), zebra’s, meer en meer olifanten, en verassend veel neushoorns. De zwarte neushoorn krijg je niet te zien, maar aan de witte geen gebrek. Spijtig genoeg worden ze nog steeds gestroopt. De hoorn zou 100.000 dollar per stuk opbrengen. Dit jaar zijn er reeds 200 gedood. Men begint nu met een tegenmaatregel: het verwijderen van de hoorns bij de bestaande dieren. Zo is de aantrekkingskracht weg voor de stropers. Maar spijtig genoeg ook voor de gamedriver. Gelukkig voor ons is men er hier nog niet mee begonnen. Misschien dat de toerist het binnen enkele jaren met onthoornde neushoorns zal moeten stellen. Twee gnoes zijn in een hard gevecht verwikkeld. Tegen valavond staan we plots oog in oog met een groep van 5 olifanten, met baby. We komen aan een restaurant en zien een hyena rondsluipen op het verlaten terras. Op zoek naar etensresten. En steeds zijn daar impala’s, impala’s, impala’s …
Het weer is niet schitterend. Het regent lichtjes tijdens het avondeten. Heel erg lekker overigens, de thai chicken curry die Norman heeft gemaakt. De neushoonvogels die rond onze tenten springen vinden dat ook. Het zijn echte bedelaars.
Dag 19, woensdag 2/11, Kruger National Park.
Om 6.00 u beginnen we al aan onze full day game drive. We verlaten Berg en Dal en zullen een flink pak naar het noorden rijden. Naar het volgende kamp, Skukuza. Dzingie en Norman brengen Pavarotti daarheen en zij zullen onze tenten opbreken. Ik ben hem daar zeer dankbaar voor als de wekker weeral om 5.00u afloopt. Wij zitten met tienen in een open busje en onze chauffeur is een plaatselijke gids. Na de nodige impala’s, afgewisseld met koedoe’s, neushoorns en de grappige vervet aapjes beleven we de ultieme kick. Twee leeuwinnen liggen te luieren in het koele ochtendzonnetje. Check! Big Five nummer vier is binnen. We zijn amper een uurtje op weg en de bloeddorstige dames liggen op slechts 20 meter afstand. We krijgen er niet genoeg van en er worden megabytes aan foto’s gemaakt. Wat verder horen we van een ander busje dat er een luipaard is gespot. Even later zien we hem, liggend in een boom. Weliswaar op verre afstand maar het is nummer vijf! Check, game and match! De Big Five is binnen! We mogen ons heel gelukkig prijzen.
Maar de dag is nog lang niet voorbij. Onze gids leert ons dat je best niet door een hoopje olifantenmest kan rijden. De dikkerds eten vrolijk acaciastruiken met doornen en al, doornen die bijna 10 centimeter lang zijn en vlijmscherp. Maar deze doornen zitten dan ook in hun mest. Even niet opletten en je staat langs de kant met platte band. Omringd door olifanten en neushoorns! Olifanten vernielen ook veel. Ze duwen bomen omver omdat ze zo graag de wortels eten. In droogteperiodes boren ze hun slagtanden in de grond op zoek naar water. We ontmoeten een groepje van 5 olifanten op amper 3 meter afstand. De grootste koe vindt dat we een beetje te dicht zijn en komt dreigend en flapperend met haar grote oren onze richting uit. Maar dan buigt ze af en gaat achter het busje de weg over. Even later, enkele tientallen impala’s verder, hebben we alweer prijs: twee zware mannetjesleeuwen liggen te luieren onder een boom. We hebben toch wel erg veel geluk. Volgens onze gids heeft dat te maken met de lage temperatuur. Het is niet warm en de dieren zijn actiever. Actiever? Dat geldt in ieder geval niet voor die twee luie leeuwen. Maar wel voor de impala’s uiteraard. En ook voor de giraffen, de steenbokken, de knobbelzwijnen, de zadelbullooievaar en de bavianen. Er loopt een familie van tientallen bavianen langs de weg. We rijden met hen mee en zien ze vrolijk buitelen en spelen. Aan de rivier zien we nijlpaarden, met wat verder de gebruikelijke krokodillen, die je meestal in hun buurt aantreft. Nijlpaarden zijn de grootste killers van Afrika. Jaarlijks worden meer dan 200 mensen gedood door een dergelijke kolos. We zien onze vijfde leeuw. Vlak naast de weg. Olifanten, hyena’s en een kudde gnoes kruisen ons pad. Naast de weg zien we een eenzaam nijlpaard ronddwalen. En we zouden ze haast vergeten te vermelden: veel impala’s, heel veel impala’s.
Na negen uren genieten bereiken we het kamp Skukuza. Dzingie heeft niet alleen onze tenten opgebroken in het vorige kamp, maar hij heeft ze hier weer netjes opgesteld. Over service gesproken! En de service van Norman bestaat vandaag uit Beef Potjie. Een Zuid-Afrikaans stoofpotje om duimen en vingers af te likken. De tenten van Freddie en zijn toeristen staan een beetje verder.
Dag 20, donderdag 3/11, Kruger National Park.
Anne, Fleur, Nikki en Nick staan om 3.00u op voor een morning gamedrive. En het was de moeite waard. Ze hebben immers een zeer dichte ontmoeting met een luipaard en zien ook een dode olifant waar de gieren en hyena’s van zitten te smullen. En waarschijnlijk hebben ze vele vele impala’s gezien ;-)
Maar in het kamp valt ook heel wat te beleven. Er is een library, eerder een museum, met velerlei onderwerpen. Er zijn opgezette dieren, embryo’s op sterk water, een fototentoontelling, aardewerk, sterke verhalen en info over de geschiedenis van het Krugerpark en ga zo maar door. We lezen over enkele legendarische olifanten. Eentje had een slagtand van 2,86 meter lang, gewicht beide slagtanden: 116 kg! In Skukuza Camp is er ook een pracht van een bar/restaurant. Het is een oud treinstation. Tafels en stoelen staan op het perron en er staat een oude stoomtrein met wagons op de rails. Alles ademt de sfeer uit van het einde van de 19e eeuw. Het is zo fotogeniek dat ik er wel honderd foto’s maak. Het station werd vroeger gebruikt door de blanken die op safari gingen. Ooit kwam de trein ’s avonds toe en het perron was leeg. Er was immers een leeuw gezien en alle mensen waren in de bomen geklommen. De machinist is dan maar doorgereden zonder reizigers en de sukkelaars moesten de nacht doorbrengen in de bomen.
In de late namiddag staat er nog een sunset drive op het programma. We zitten met 20 mensen in een open bus. De chauffeur-gids vraagt welke dieren we al gezien hebben en alle mogelijke gevaarlijke roofdieren en spectaculaire kolossen worden opgesomd. Waarop de chauffeur doodleuk “dus jullie hebben geen impala’s gezien? Ik garandeer jullie impala’s op deze tocht. Geen impala’s geld terug”. Maar uiteraard moest hij niet terugbetalen. We krijgen verder de gebruikelijke show van zebra’s, giraffen, gnoes, zwijnen, gieren, neushoorns, buffels en warempel een zware, eenzame olifantstier op amper drie meter van de bus. Het wordt donker en we hebben twee schijnwerpers waarmee we, traag rijdend, de bush belichten. Al snel hebben we een genetkat in de lichtbundel. Mooi beestje, iets tussen een kat en een mangoest in. We zien een haas, een slang, en dan hebben we weer geluk: een luipaard zit vlak naast de weg in het gras, en steekt even later achter onze bus de weg over. Na nog een laatste ontmoeting met een hyena is de tocht voorbij.
’s Avonds is er weer een lekker Zuid-Afrikaans stoofpotje, Bobotjie. En ’s nachts is het fantastisch vertoeven aan de oever van de rivier. De jungle aan de overzijde zit vol leven. Ingrid en ik luisteren naar een romantisch concert. Miljoenen krekels en kikkers brengen een monotoon en toch afwisselend gezoem voort en daar bovenuit stijgt het geroep van de hyena’s. Het klinkt hemels. Beter dan Pink Floyd. De onvergetelijke sterrenhemel, de miljoenen sterren die je bij ons niet kan zien, maken het compleet.
Dag 21, vrijdag 4/11, Kruger National Park – Timbavati Safari Lodge.
Het uitrijden van het Krugerpark is onze laatste gamedrive. En wat voor een! We zijn amper op weg of we hebben weeral geluk: er loopt een luipaard vlak naast Pavarotti. Wat hebben we toch een mazzel gehad op deze reis. Drie luipaarden, vijf leeuwen, en niet te vergeten: de 3 walvissen helemaal in het begin. Een laatste ontmoeting met een schildpad in de weide is het afscheid van Krugerpark.
Maar deze dag wordt ook weer heel speciaal. Dzingie zijn stem klinkt doorheen Pavarotti. “Good Morning! Wakie, Wakie!” We beginnen aan de Panorama Route. De vergezichten die je hier beleeft zijn onvergetelijk. De Blyde River Canyon is een kloof van 800 meter diepte. Zijn schoonheid benadert die van de Grand Canyon in Arizona. We genieten enorm van het prachtige uitzicht aan Gods Window. Waar de Blyderivier en de Treurrivier samenstromen heeft het kolkende water grote, ronde gaten in de rode rotsen geërodeerd, de Potholes. Vanop de bruggen over de kloof kan je ze mooi bewonderen. De Drie Rondavels lijken wel reuzengrote hutten, maar het zijn massieve, kolossale rotsen die tegen de wand van de canyon aanliggen. En op al deze plaatsen heb je handwerkmarktjes. De ideale plaats om de laatste souvenirs te kopen. Ook aan de Strijddom Tunnel stoppen we een allerlaatste keer bij zo’n marktje.
De Tambavati Safari Lodge ligt in een wildpark en de camping is niet luxueus, maar toch charmant. Tenminste als je ervan houdt te douchen onder de blote hemel achter een rieten wand. Het restaurant en aanliggend zwembad zijn heel wat luxueuzer. We ontmoeten onze collega’s van de truck Freddie voor een laatste maal. Het is hier heel erg warm en het krioelt van de insecten. Het is niet gemakkelijk koken voor Norman als de muggen en kevers voortdurend rond je potten cirkelen. Nochtans slaagt hij erin weer een heerlijk diner klaar te maken. Hamburgers met frieten. Later op de avond is er een voorstelling van traditionele dansen. En er is natuurlijk weer Patrik zijn gezellig kampvuur. De chauffeur van Freddie, Ben, legt zich te slapen onder de blote hemel. Hij kruipt in zijn slaapzak, legt een steun onder zijn hoofd, legt zijn laptop op zijn borst en begint een filmpje te zien. Even voor het inslapen. Onder de heldere sterrenhemel.
Dag 22, zaterdag 5/11, Timbavati Safari Lodge - Pretoria.
Ik heb geen oog dicht gedaan. De hitte in de tent was onverdraaglijk. Om 4.00u klinken er trommels die de hele camping wekken. Om 5.30u beginnen we aan een morning bushwalk met gids. Hij toont ons de Aloë Vera en de acacia, geliefd bij olifanten en giraffen, ondanks de venijnige doornen. Olifanten eten ook de wortels ervan, waardoor hun mest geneeskrachtig zou zijn. De uitwerpselen van giraffen zijn zo hard zijn dat het precies houten bolletjes zijn. Onze gids neemt er zelfs eentje in zijn mond en spuwt het uit als een grote erwt. Hij toont de takjes die het meest geschikt zijn om je tanden mee te poetsen. Het hol van het wrattenzwijn wordt overdag gebruikt door kleinere dieren zoals de mangoest, de cevetkat of het stekelvarken. Maar als de heer des huizes ‘s avonds thuiskomt maken ze dat ze weg zijn. Een verlaten termietenheuvel doet dienst als hol voor een mangoest. Termieten verlaten hun nest omdat de temperatuur kan oplopen tot 65 graden wanneer de heuvel te groot wordt. Onze gids waarschuwt ons om het hout van de Tamboti Tree nooit te gebruiken voor het kampvuur omdat de rook zeer giftig is. We komen oog in oog te staan met een giraffe. Toch wel spectaculair omdat we te voet zijn en het contact met de dieren dan directer is. Even later worden we bijna omvergelopen door een kudde gnoes. De gnoe, of wildebeest is geen lid van The Big Five maar eerder van The Ugly Five of the Stupid Five. Het is een lelijke en eerder domme antilope. Wanneer hij moet vluchten voor een roofdier stopt hij al snel om te zien of zijn belager nog volgt, waardoor deze laatste er een gemakkelijke prooi aan heeft. We zien nog wat zebra’s en wilde zwijnen en dat was ons laatste contact met het Zuid-Afrikaanse wildleven.
Na het ontbijt breken we voor de laatste keer de tenten op. Na enkele uren rijdt Pavarotti Pretoria binnen, een van de drie hoofdsteden van het land. Door een fusie met de omliggende gemeentes behoort de stad nu tot de grootstedelijke gemeente Tshwane. Men wil af van de oude namen uit de tijd van Apartheid en de naam Pretoria moet mettertijd verdwijnen. Wat ons onmiddellijk opvalt is de prachtige, purperen kleur van de bloesem van de talrijke jacaranda-bomen die je overal in de straten ziet. We bereiken het Court Classic Suite Hotel en betrekken onze grote suites. Wat een luxe, wat een verschil met de voorbije weken. Debbie, Ingrid, Patrik en ik doen een wandeling door de stad en stellen vast dat de verhalen van het zo gevaarlijke Pretoria sterk overdreven zijn. Maar aantrekkelijk kan je de stad nu ook weer niet noemen. We dineren in het restaurant van het hotel en genieten van een heerlijke nachtrust in een zacht bed.
Dag 23, zondag 6/11, Pretoria.
We slapen wat langer en in de voormiddag bezoeken we het Voortrekkersmuseum. Je komt binnen in een monumentale hal, 30 meter hoog, met over de hele muur een gravure, uitgehouwen in steen, die de belangrijke gebeurtenissen van De Grote Trek van de Boeren en hun strubbelingen met de Zoeloes uitbeeldt. Een bord waarschuwt de bezoeker: “moet nie aanraak nie”. In de kelder is een museum ondergebracht waar deze geschiedenis uitgebreid wordt belicht. Het valt me op dat ik onbewust de teksten in het Afrikaans aan het lezen ben. Blijkbaar gaat dat gemakkelijker dan het Engels. Ook praten in het Afrikaans is geen probleem. De Afrikaners zeggen ons dat ze gemakkelijker Vlaams dan Hollands begrijpen. Met de lift kan je helemaal tot boven waar je een prachtig uitzicht hebt op de stad. Je kan nog hoger, tot helemaal bovenaan de koepel, waar je door een gat naar beneden, in de grote hal kan kijken. Dzingie haalt ons op met Pavarotti en we maken kennis met zijn vriendin.
In de namiddag rijden we naar Johannesburg. Deze grootstad ligt op amper 30 kilometer van Pretoria en is gegroeid rond de vele goudmijnen die hier geëxploiteerd werden. Naast zo’n oude mijn, die vandaag omgevormd is tot pretpark, ligt het Apartheid Museum. Waar het Voortrekkersmonument het symbool van de Boeren is, is dit museum het symbool van het einde van een tijdperk dat door de Boeren werd beheerst. Hier lees je dan ook geen Afrikaans, het is al Engels wat de klok slaat. Aan de inkom krijg je een willekeurig toegangskaartje, zwart of blank. Je moet binnengaan door de deur die bij je kleur hoort. Een permanente tentoonstelling belicht het leven van Nelson Mandela. Het gedeelte over de geschiedenis van de apartheid is enorm uitgebreid. Je kan er filmpjes bekijken die de apartheid belichten in al zijn gruwelijkheid. We hebben er drie lange uren in rondgelopen en dat is lang niet voldoende als je echt alles wilt lezen en beleven.
‘s Avonds sluiten we ons mooi avontuur af met een dinner op een terras in het sjiekere gedeelte van Johannesburg. Het is een afgesloten stadsgedeelte waar je zo maar niet in komt. Alsof de apartheid nooit weggeweest is! Even later zet Pavarotti Anne en Nick af aan het hotel waar zij nog een paar dagen extra toevoegen aan hun vakantie. Nog wat later staan we aan de luchthaven en moeten we helaas afscheid nemen van Dzingie en Norman.
Dag 24, maandag 7/11, Pretoria - Amsterdam.
Om één minuut na middernacht stijgen we op. Perfect zoals gepland. Elf uur later staan we aan de grond op Schiphol. We stellen vast dat het erg warm is in Nederland. Dat is toch een beetje zalf op de wonde. Het is voorbij, maar we moeten tenminste niet staan rillen in de winterkou.
Rudy Hertsens.




Volg ons op:
Tel: 071-5126400