Safarireis dwars door Afrika
De avontuurlijke groepsreis wordt steeds populairder. Maar hoe is het om met zo'n groep op te trekken? REIZEN stuurde fotograaf Harm Jan van Dijk en redacteur Chris-Jan van der Heijden op pad met een 25-daagse safarireis van Djoser. 20 groepsleden, 1 chauffeur, 1 kok en 1 reisleidster in een knalgele safaritruck dwars door de wildernis van Zambia, Botswana, Namibië en Zuid-Afrika. Een feuilleton in drie delen.
Tekst: Chris-Jan van der Heijden
Fotografie: Harm Jan van Dijk
De reis
25-daagse kampeersafarireis door Zambia, Botswana, Namibië en Zuid-Afrika van reisorganisatie Djoser. Meer dan 5000 kilometer met een safaritruck door bush, woestijnen en wildparken. Overnachtingen in tweepersoons koepeltenten die elke dag op wildcampings moeten worden opgezet. Maaltijden bereid door een meereizende kok. Maximaal aantal deelnemers: 20.
De prijs
€ 1595. Inclusief vliegreis, vervoer, kampeerovernachtingen (tenten met matrassen) 2 hotelovernachtingen, entreegelden wildparken, excursies en reisbegeleiding. Daarbij komt nog ca. € 175 voor de maaltijden. De reis is ook in tegenovergestelde richting te boeken. Informatie, boeken of gids aanvragen: www.djoser.nl of 071-512 64 00.
De groep
Hester (23, verpleegkundige)
Luc (21, betonpompmachinist)
Henk (53, transportondernemer)
Ann (61, vutter)
Izak (57, ex-landbouwer)
Leni (54, maatschappelijk werker)
Joop (59, ex-hoofdinkoper)
Martine (55, ex-inkoopcoördinator)
Jan (60, adviseur)
Lineke (60, secretarieel/administratief medewerker)
Rob (32, advocaat)
Renske (38, verpleegkundige)
Ben (29, beleidsmedewerker)
Bert (66, ex-schouwburgdirecteur)
Trudy (43, sociotherapeut)
Mariska (22, groepsleider)
Sam (31, sociaal werker in Australië)
Godelieve (50, schilder/beeldhouwer)
Alette (34, reisbegeleider)
Mike (35, lokale chauffeur)
Jacky (28, lokale kok)
Chris (37, redacteur)
Harm Jan (37, fotograaf - niet op de foto)
Deel I: Zambia & Botswana
'Ben, is dat een nijlpaard achter jouw tent?'
'Je tas, let op je tassen. Dat beest gaat aanvallen!'
'Ah joh, niet meteen zo panieken, die apen zijn vast tam.'
De grenspost met Zambia is een onverwacht snelle kennismaking met wild Afrika. De krijsende bavianen die bij het grenskantoor - niet meer dan een keet met een slagboom - rondhangen, zijn wel degelijk wild. Ze hebben het voorzien op alles wat eetbaar is. Vlak voor ons grist een kleine vrouwtjesbaviaan een tas uit de handen van een dikke Afrikaanse dame en klimt ermee op het dak van het gebouw. Best lekker zo'n portie lippenstift. Wij treffen het slechter. Een grote mannetjesbaviaan met tanden als sabels komt dreigend op ons af. De leden van de groep die nog niet eens de kans hebben gehad om met elkaar kennis te maken, staan met trillende benen voor de poort van Afrika.
Drie Zambiaanse mannen die ook in de rij staan voor een visum, redden ons uit de benarde positie. Een paar welgemikte stenen op de valse dikkop, doen papa baviaan als een bliksemschicht de struiken in schieten. 'Baboon don't like stones, hahaha.' De Zambianen kunnen wel lachen om de bleekscheten uit Nederland die aan de grond staan genageld. 'You go on safaritrip, yes? Hahaha, welcome!'
Nooit meer slapen
De redding voor de komende drie weken staat aan de andere kant van de grenspost al op ons te wachten. Reisleidster Alette. Sportief gekleed, haren in twee staartjes, twinkelende ogen en een brede grijns. Lara Croft in hoogsteigen persoon.
'Was even schrikken, of niet jongens?'
Mwaaah.
'Welkom in Afrika en op deze hele mooie reis. Ik ben Alette en ik zal de komende drie weken jullie reisleider zijn. Maar laten we eerst snel naar ons overnachtingadres aan de Zambezi-rivier rijden. Daar hebben jullie twee dagen om een beetje te acclimatiseren en slapen jullie in ruime bungalowtenten, dus de koepeltentjes hoeven vandaag nog niet te worden opgezet. Zullen we gaan rijden?'
We staren naar de robuuste gele truck die onder een dikke baobab staat geparkeerd. Wauw, wat een monster. Een soort reuzenterreinwagen met twintig zitplaatsen. En weinig luxe. Alles is van ijzer of staalplaat. Maar is drie reservebanden niet wat overdreven. Chauffeur Mike ziet onze sceptische blikken. 'Ik teken voor drie lekke banden, deze reis.'
Ooh?
Terwijl Alette vertelt over wisselkoersen, fooienpot, corveerooster ('Elke dag doen drie personen de afwas en laden drie anderen de truck in') en de huisregels ('Ik wek jullie dagelijks een uur voor vertrek'), trekt Zambia als een plaatjesboek aan het oog voorbij. De weelderige oevers van de Zambezi, kleine dorpjes met maïsakkertjes, zwaaiende mensen en lemen hutten. Ook overnachtingadres The Waterfront presenteert zich als een en al idylle. Een onberispelijk aangeharkt vakantiepark direct aan de Zambezi met een mooi terras, een bar, vrolijk kwakende kikkers en zelfs een zwembad. De baviaanshock lijkt dagen ver weg. Maar nog voor de koffers uit de truck zijn geladen, is de spanning in de onderbuik weer terug. 'Moet je hier kijken', roept Henk. Hij wijst veelbetekenend op een geel waarschuwingsbord waarop met grote letters staat Beware of crocodiles. 'En daar staan er nog veel meer.' Een heel cordon krokodillenborden markeert de oever.
Alette vertelt met een grijns dat het allemaal wel meevalt met die krokodillen. 'Meestal slaan ze voor mensen op de vlucht. Die zwarte mamba die ze hier gisteren hebben gevangen, daar moet je pas voor uitkijken. Dat is de meest giftige slang van Afrika. Als ie je bijt, ben je binnen een minuut morsdood.' Is dit een morbide geintje van onze reisleidster? 'No, it's really true!', valt manager John van The Waterfront haar bij. 'Het was behoorlijk link, maar we hebben de mamba kunnen vangen. Willen jullie hem zien?'
Da's effe lekker zeg, zo vlak voor het slapen gaan. Luxe bungalowtent of niet, de eerste nacht in Afrika komt er weinig van slapen.
Het wereldwonder van Livingstone
In 1853 zag sir David Livingstone tijdens zijn kanotocht over de Zambezi als eerste blanke een serie immense watervallen voor zich opdoemen. De Britse ontdekkingsreiziger was zo onder de indruk van de schoonheid dat hij ze prompt vernoemde naar zijn koningin: Victoria Falls.
Het eerste hoogtepunt van de reis slaat in als een bom. 'On-ge-lo-fe-lijk…', mompelt Bert. Een muur van water dendert vlak voor ons meer dan 100 meter naar beneden. 'De Victoria Falls zijn meer dan 1700 meter breed, maar we zien er maar een klein stukje van', schreeuwt Alette boven het donderende geraas uit. 'Er wordt door de waterkracht zoveel spray omhoog geblazen dat het hier altijd mistig is en lijkt te motregenen.'
Motregen is nogal een eufemisme. De uitkijkpunten bij de watervallen zijn regelrechte douches. Rob en Renske zijn na een half minuutje poseren voor een foto tot op het bot doorweekt. Hilariteit alom. Ook fotograaf Harm Jan maakt een onvergetelijk indruk zoals hij - om toch nog wat foto's te maken - loopt te hannesen met een goedkoop doorzichtig regenjasje dat steeds beslaat. 'De nieuwe David Hamilton is opgestaan', grapt Jan.
Maar de woest kolkende watermassa legt iedereen het zwijgen op. 500.000 kubieke meter water raast er per minuut de afgrond in. Het kleine stuk regenwoud dat rondom Vic Falls is ontstaan maakt het decor helemaal af. Een diepgroene trechter vol druipende mossen waarin een witte zee verdwijnt.
'Zoiets moois heb ik nog nooit gezien', verzucht Hester.
De volgende dag is een vrije dag in het programma en de groep zwermt uit. De helft maakt een fietstocht door de bush naar enkele Zambiaanse dorpen. Een ander groepje bezoekt het stadje Livingstone (en wordt acuut gerold van zijn bankpasjes). De Australische Sam (die zo'n beetje elke mogelijke excursie boekt die er te boeken is, 'You gotta live to the max, babe') vliegt met een deltavlieger over de Victoria watervallen. Maar voor ons Nederlanders is 100 dollar toch net iets te veel voor tien minuten zoemen. Als we achteraf echter de foto's zien, heeft iedereen een beetje spijt. Vanuit de lucht zijn de Vic Falls op hun allermooist. Sam knipoogt:'Keep counting your euros, guys.'
De eerste tegenslag
'Jongens, ik heb slecht nieuws.'
De groep is bezig met het inladen van de bagage in de safaritruck als Alette met een zorgelijk gezicht voor ons staat. 'Ik heb zojuist gehoord dat de veerpont bij Kazungula, die ons over de Zambezi naar Botswana moet zetten, uit de vaart ligt. De motor is kapot en het duurt minstens drie dagen voordat de reserveonderdelen arriveren.' Zijn dit de typisch Afrikaanse toestanden waar Alette ons bij aankomst voor waarschuwde? Mmm, meteen op onze eerste echte reisdag, dat belooft weinig goeds. Maar Alette en chauffeur Mike hebben al een noodplan. 'We huren ter plekke een motorbootje. Mike zet ons daar af en gaat dan proberen of hij met de truck via Zimbabwe kan omrijden.' En als hij niet om kan rijden?
Twee uur later dropt Mike ons bij de oversteekplaats. Een paar honderd vrachtwagens staan in de zinderende hitte te wachten. Wij kunnen alleen hopen dat Alette snel een boot zal vinden die ons kan overzetten. Alle tijd om het groepsproces eens in kaart te brengen.
Na drie dagen is het aanvankelijke aftasten helemaal weg. Aan de grappen over en weer te beoordelen zijn de deelnemers inmiddels behoorlijk vertrouwd met elkaar en is de sfeer uitstekend. Iedereen krijgt geleidelijk zijn eigen rol in de groep. Zo is Jan de humorist. Trudy de zangeres. Sam de gevatte Australische die de Nederlandse gewoonten belachelijk maakt. Izak de natuurliefhebber. Bert de nestor die zichzelf vermanend toespreekt ('Bertje Buring denk nou eens even na voor je iets doet'). Godelieve de eigenzinnige kunstenares die het eigenlijk veel te heet vindt in Afrika. Rob de man van de felle discussies. Mariska de ijverige dagboekschrijfster. Joop de videofilmer die geen shot mist. Ben de ontluikende avonturier. Luc de onbezonnen wildebras. En zijn Renske, Martine en Hester de sociale types die dag en nacht voor iedereen klaar staan, Lineke en Leni de rustige literatuurlezers en Henk en Ann de enthousiastelingen die alles prachtig vinden.
De bespiegelingen worden verbroken door een heftig gebarende Izak. 'Moet je kijken, hier loopt een kameleon!' Binnen tien seconden staat de hele club gebiologeerd naar het bizarre groene beest te kijken. Terwijl hij ons met zijn twee onafhankelijk van elkaar bewegende ogen in de gaten houdt, steekt hij in slow motion voetje voor voetje de weg over. Izak glundert van oor tot oor: 'Prachtig joh, net een natuurfilm.'
Maar het reisschema roept. Alette heeft een boot gevonden.
Ben the bushman
Veilig de overkant bereikt, lekker veel stempels erbij in het paspoort en we zijn in Botswana. In Kasane om precies te zijn. Op het punt waar de Choberivier samenkomt met de Zambezi. Een van de meest wildrijke gebieden van Afrika.
Precies op die plek gaan we voor het eerst onze koepeltenten opzetten. Tenminste, zodra die er zijn, want Mike komt na zijn lange omweg over Zimbabwe pas vlak voor zonsondergang de camping op rijden. 'Opschieten jongens, binnen een kwartier is het aardedonker, dan zie je geen hand meer voor ogen. En dat is niet fijn met al die beesten hier.' Gehaast legt Alette uit hoe het opzetten van de tenten werkt en als een kolonie opgejaagde mieren richten we in recordtijd veertien koepeltjes op. 's Avonds aan de bar van camping Thebe wordt de Afrikaanse wildernis gerelativeerd door Rob en Ben. Die wilde beesten zijn allemaal niet zo eng. Ze geven een hilarische imitatie weg van Steve Irwin, bekend van zijn tv-programma The Crocodile Hunter op Discovery Channel waarin Irwin, gehuld in korte broek, levensgevaarlijke capriolen uithaalt met wilde slangen en krokodillen en met wijd opengesperde ogen de camera toespreekt. Rob:'Do you see this giant crocodile? It's really dangerous! But I'm gonna kiss him right on his mouth. And don't forget: don't do this at home!' Ben met een zwaar Australisch accent: 'This snake is reeaaally dangerous! The black mamba is the most venomous snake in the world, one bite will kill you in three seconds! But I will pick it up with my teeth. And don't forget: don't do this at home!' Iedereen ligt dubbel van het lachen. De imitatie van Ben is zo goed dat hij die avond zijn bijnaam voor de rest van de reis verwerft: Ben the Bushman.
Als een half uur later iedereen in het donker zijn tent gaat opzoeken, slaat de realiteit echter keihard terug. We treffen Ben als versteend aan vlakbij zijn tent. 'Dddaar zit iets heel groots in de ssstruiken.', stamelt hij, 'ik hoorde een heel diep gebrom.' Zijn gezicht is krijtwit. We maken nog een geintje, als achter zijn tent ineens het kraken van takken en een diepe keelklank te horen is. 'Verdorie, da's een Nijlpaard man!', roept Harm Jan geschrokken, 'Wegwezen hier!'
We rennen schielijk terug naar de bar. Weg is alle grootspraak en imitatie. Een uur later kruipen we voorzichtig onze tenten in, voor weer een doorwaakte nacht.
70.000 olifanten
De olifantenkuddes van Chobe National Park zijn legendarisch. Nergens in Afrika zul je zo gemakkelijk zo veel olifanten zien als langs de moerassige oevers van de Chobe rivier. Hun aantal wordt geschat op 70.000. Voeg daar grote hoeveelheden antilopen, krokodillen, nijlpaarden en tientallen vogelsoorten aan toe en je begrijpt waarom dit een van de mooiste safariplekken van Afrika is.
Een safari per boot welteverstaan. Een soort platform met twee drijvers en een geruisloze motor waarmee je de dieren dicht kunt naderen. Twee uur voor zonsondergang vertrekken we vanuit Kasane om het olifantenparadijs binnen te varen.
Het spektakel laat niet lang op zich wachten. Martine ziet de eerste groep op de oevers. 'Tsjezus, wat zijn die beesten groot.' Fotocamera's zoemen en snorren. Maar we zullen de dikhuiden van nog veel dichterbij te zien krijgen. Vlak voor de boot steken ze over met alleen hun slurf boven het water uit, ze trompetteren op een paar meter afstand, doen schijnaanvallen. Een immens exemplaar schuurt nonchalant zijn dikke kont tegen de oever. 'Dit is te gek, really amazing', blijft Sam herhalen terwijl ze aan fotorolletje nummer drie begint. 'Ik heb het idee dat dit een mannetje is', merkt Jan droog op als de bul begint te plassen. 'Wist je dat die penis meer dan vijftig kilo weegt?', voegt Alette nog wat uiterst nuttige informatie toe.
Er kan weer een hoogtepunt worden bijgeschreven. Terwijl de zon achter de horizon zakt, zien we de silhouetten van olifanten, nijlpaarden en antilopen afsteken tegen de bloedrode hemel. De lucht vol met honderden ooievaars en ibissen die hun slaapplaats opzoeken. En een laatste afscheidsgroet van de koning van Chobe: de Afrikaanse visadelaar die een vis uit het water slaat.
Een uitgelaten groepje mensen keert terug naar hun overnachtingsplek. 'Dat we al zoveel gezien hebben is ongelofelijk en we zijn pas een week onderweg.' Mariska maakt nog maar eens een aantekening in haar dagboek. Het schrift is al bijna vol. Er zijn nog meer dan twee weken te gaan.
(Wordt vervolgd).
Safarireis Afrika deel II: Botswana & Namibië
'Trudy, horen die kevers in de soep?'
Vorige maand zagen we hoe een reisgroep van 20 personen begon aan een spectaculaire safarireis door Afrika. In deel II worden de deelnemers geconfronteerd met droogte, hitte en een insectenplaag. Kan alle natuurpracht het leed verzachten?
Tekst: Chris-Jan van der Heijden
Fotografie: Harm Jan van Dijk
'Moeten we daar instappen? Die dingen houden ons nooit boven water!'
Het contrast is even moeilijk te verwerken. Na tien uur stof happen in het kurkdroge bushlandschap van Botswana stopt onze gele safaritruck aan de rand van een gigantisch moerasgebied. Zover we kunnen kijken alleen uitgestrekte rietvelden. Waar komt al dat water hier midden in de dorre Kalahariwoestijn vandaan?
Tien uitgeholde boomstammen liggen voor ons. Met die iele kano's (mokoro's) gaan we drie dagen door een van de wildste natuurgebieden ter wereld trekken: de Okavango Delta. 'Ik weet niet of ik dat wel zo'n succes vind met al die nijlpaarden en krokodillen die hier rondzwemmen', klinkt Hester bezorgd, 'Eén klein duwtje en zo'n mokoro ligt om.'
Hester zegt wat de rest denkt. De groep staat met peinzende gezichten op de oever. Reisleidster Alette had ons al voorbereid op de Okavango Delta. De tweede week van onze safarireis zou spectaculair beginnen. Drie dagen overnachten midden in de wildernis, ver van de bewoonde wereld. Back to basics. Met als enige transportmiddel de mokoro en als enige houvast de poolers, de gondeliers die ons door het waterlabyrint moeten gidsen.
Maar op zulke kleine bootjes had niemand gerekend. 'Kom op', probeert Alette voorzichtig, 'zoek met z'n tweeën een kano uit, dan kunnen we vertrekken.' Het is Ben die zijn recent verworven bijnaam 'The Bushman' eer aan doet door als eerste in te stappen in een vervaarlijk wankelende mokoro. 'Nou mensen, het was leuk jullie allemaal gekend te hebben…'
Afzien in het paradijs
De Okavango Delta is de grootste binnenlanddelta ter wereld. Het water van de rivier de Okavango - die in het hoogland van Angola ontspringt - bereikt nooit de zee, maar waaiert in Botswana uit over een groot vlak gebied midden in de Kalahari. Het water verdampt gewoonweg. De delta is eigenlijk een op zichzelf staand ecosysteem met 15.000 km² aan rivierarmen, beekjes, beboste eilanden, savannevlakten en rietvelden. Een wildernisparadijs.
Binnen vijf minuten zijn de monden gesnoerd. De poolers laten de mokoro's geruisloos door het water glijden en de Okavango Delta blijkt van ongekende schoonheid. Via een netwerk van smalle beekjes glijden we langs paarse lelievelden, metershoge rietkragen, open stukken savanne en overal opvliegende vogels. 'Wat is dit fantastisch mooi', fluistert Trudy. 'Mmmm, en dan ook nog die heerlijke stilte.'
'En vergeet die verrukkelijke zon niet', steunt Ben, die verpakt als een mummie achterin de boot zit.
Tsja, de zon. Voor het eerst op deze reis slaat de hitte rond het middaguur ongenadig toe. Na twee uur varen heeft niemand meer oog voor de sprookjesachtige omgeving. Zelfs niet voor de prachtige afgelegen kampeerplek waar we neerstrijken onder een grote, schaduwrijke boom. Iedereen ligt na het opzetten uitgeteld naast zijn tent, in de hoop zo een beetje schaduw te vangen. Back to basics is even geen feest. Geen douche, geen toilet, geen stromend water en een duik in de verkoelende beek is te riskant vanwege de zeer aanwezige bilharzia-parasiet. 'Ik leef hier helemaal van op', kan Jan er nog met moeite een humoristische kwinkslag uitgooien.
Niemand reageert.
Tegen de avond ebt het leed langzaam weg. De temperatuur keert terug naar niveau aangenaam, maar het is vooral een fonkelende sterrenhemel die het enthousiasme terugbrengt. En het idee zo diep in de bush te zitten, schept ontegenzeggelijk een band. Het wordt laat die avond. We doen 'hints'. Er wordt veel gelachen. Zelfs om de slangenbeet die Ben op zijn enkel heeft opgelopen. Na de eerste verschrikte reacties blijkt het slechts een zonnebrandwond te zijn omdat hij tijdens de kanotocht is vergeten dat ene kleine plekje op zijn enkel te bedekken (maar met zo'n verhaal kan een bushman natuurlijk niet thuiskomen).
De Australische Sam ligt op haar matje naar de sterren te staren. 'Ik heb al drie vallende sterren gezien.' Ze lacht: 'Maybe a good time to wish that Dutch people had a sense of humor.'
We beginnen te stinken
'Kijk Henk, een gnoe!', roept Ann verrukt. Het eerste beest op onze wandelsafari de volgende morgen wordt iets te enthousiast begroet. 'Ssssst!', sist parkwachter John die de wandeling leidt. Hij vertelt ons dat we vandaag alleen iets zullen zien als we doodstil zijn. Het gras in de Okavango Delta staat dit jaargetijde nog hoog en het wild kan zich eenvoudig schuilhouden.
Het wandelen is spannend. De doordringende geur van het wild hangt tussen de acaciabomen en de vele hopen stront en keutels laten er geen twijfel over bestaan: het moet hier stikken van de dieren. Zigzaggend tussen termietenheuvels en burchten van aardvarkens lopen we strak in het gelid achter John. Zijn adelaarsblik is fenomenaal. Hij ziet met het blote oog waar wij met een verrekijker nog een minuut naar moeten zoeken. Zebra's, nog meer gnoe's, een jakhals, een giraffe, een zadelbekooievaar, een vos, een honingdas en zelfs de zeldzame sessebe-antilope. Maar het hoogtepunt van de wandeling komt ook voor John onverwacht, als we een klein verborgen meertje ontdekken dat op het punt staat droog te vallen. We zien de vissen spartelen in de modder. Maar het zijn vooral de vogels die ons de mond doen openvallen. Honderden ooievaars, maraboes, ibissen, kraanvogels, steltlopers en reigers staan dicht op elkaar gepakt te schransen in luilekkerland. 'Wat zijn dat er veel', fluistert Lineke opgewonden, 'dit is beter dan een natuurdocumentaire!'
Krak. Cineast Joop stapt al filmend op een takje. De serene vogelwereld verandert in een fractie van een seconde in een oorverdovend pandemonium van zwiepende vleugels en alarmkreten. Een bonte wolk vogels stijgt op en wel vijftig maraboes met een spanwijdte van twee meter vliegen rakelings over ons heen. Terug bij de kampeerplaats blijken wij de geluksvogels te zijn. De andere groep van tien heeft met hun gids nauwelijks iets gezien. Dat moet hen even ingewreven worden. 'Jongens, die beesten roken jullie waarschijnlijk al van veraf, hahaha.'
Wat trouwens meteen het grote thema is van de laatste overnachting in de Okavango Delta. We stinken een uur in de wind. Geïmpregneerd door drie dagen stof en zweet en vermoeid door de hitte. Het groepsproces ondergaat zijn eerste kritieke fase. Er wordt nog wel gelachen, maar het is met kiespijn. We zitten er collectief doorheen. Jezelf afzonderen is onmogelijk, want buiten het kampvuur wachten de wilde beesten. De tenten staan dicht op elkaar en zijn gehorig. Tot diep in de nacht klinkt het concert der snurkenden. Het is even doorbijten.
Morgen weer douchen, morgen weer douchen, morgen weer.. douche… zzzzz.
Willkommen in Namibië
De dagen van de lange ritten zijn begonnen. Over eindeloze rechte wegen stuift de safaritruck richting Namibië. Hoe verder we westwaarts rijden, hoe kaler en droger het landschap wordt. Een dikke stofwolk blijft kilometers ver zichtbaar achter ons.
Namibië is anders. Het Duitse koloniale verleden vertaalt zich in orde en netheid. Weg is de Afrikaanse chaos. Geen stam in Afrika zit zo strak in de kleding als de Herrero's. De vrouwen - met een buitensporige luifel op hun hoofd - zijn wandelende monumenten. De steden zijn strak gepland, de kruispunten overzichtelijk en de huizen onberispelijk. We kunnen voor het eerst op deze reis geld pinnen. Na het invoeren van de pinpas verschijnt er keurig Kies asseblief op het beeldscherm. Maar de groep ervaart Namibië die eerste dag vooral als een land van inteelt en insecten. Onze kampeerplaats in Buitepos wordt in volkomen isolement gerund door een zonderlinge blanke familie. Alle familieleden zien er met hun dikke buik en geblondeerde haar hetzelfde uit. Er is hier iets niet helemaal in de haak, zo luidt de stellige overtuiging van de groep. Het kan Godelieve nauwelijks boeien. 'Al hadden ze paars haar, dan vond ik het nog best', steunt ze in de gloeiende hitte. 'Er is hier koud Duits bier, dus mijn sympathie hebben ze.'
Ondertussen is Rob het eerste slachtoffer van de insectenplaag. Hij schrikt zich te pletter als er tijdens het opzetten van de tent een enorme kever op zijn schouder landt. De rest van de groep vergaat van het lachen. Totdat het ongedierte ook in hun tent blijkt rond te kruipen. Het woestijnklimaat van Namibië is ideaal voor insecten en reptielen. Kevers, torren, sprinkhanen, termieten, spinnen, motten, hagedissen, schorpioenen en zelfs slangen worden in lichte paniek rondom de tenten gesignaleerd.
'Vergeet niet de binnenritssluiting van je tent goed dicht te doen', instrueert Alette.
'Wat zit zo'n reisleidster toch vol nuttige tips', schampert Renske met een knipoog. 'Dat je daar op zo'n moment toch maar aan denkt.'
Iedereen zit nog te lachen als Jan met zijn soepkom komt aangelopen. 'Zeg Trudy, jij had toch kookcorvee vandaag? Deze zwarte kevers… horen die in de soep te zitten?'
Bosjesmannen met de slappe lach
Uitgestrektheid en leegte zijn woorden die Namibië recht doen. Er wonen 2,1 mensen per km². Om de vergelijking te laten doordringen: in Nederland zijn dat er 410 per km². Namibië is zo'n land waar je je eigen oren hoort ruisen, de stilte hoort kraken onder je voeten en de horizon kilometer na kilometer verlaten blijft.
Het is natuurlijk niet voor niks zo leeg. Namibië is kurkdroog en bestaat vooral uit woestijnen. Beeldschone woestijnen, dat wel, waar alleen de bosjesmannen (San) kans zagen in de brandende hitte van de Namib en Kalahari een bestaan op te bouwen. De overlevingstruc van de San was 'het struisvogelei'. Verspreid over hun territorium verstopten ze struisvogeleieren gevuld met water. En de blanke antropologen maar ijverig noteren dat 'de bosjesmannen wel acht dagen zonder water door de woestijn konden marcheren'. Wisten zij veel dat die bosjesmannen 's nachts stiekem met een rietje een hele batterij struisvogeleieren zaten leeg te slurpen.
Het zijn dezelfde bosjesmannen die ons gastvrij ontvangen. Ze wonen nog steeds in ouderwetse lemen hutten. Uiteraard is het Ben the Bushman die wordt uitgenodigd voor een potje speerwerpen (en nog raak gooit ook). Maar Sam treft het minder. Het stamhoofd sommeert haar een snuif te nemen van een onwelriekend poedertje. Als Sam zich even later met glazige ogen weer naar ons toewendt, komt er niet veel meer uit dan: 'Fisherman's Friend, maar dan tien keer zo sterk, ik denk dat ik even ga liggen of zo.'
Of wij ook een snuifje willen, vraagt de chief. 'Nou nee, eeeuh, we still have to eat', verzint Alette de slechtste smoes sinds jaren. Maar een gezamenlijke dans samen met de stam afslaan zou een belediging zijn. En dus ontvouwt zich onder de Afrikaanse hemel een zeldzaam ballet van houterige Nederlanders die op trommelmuziek proberen te bewegen als bosjesmannen naast bosjesmannen met de slappe lach. Leve de gastvrijheid.
Slaap hyenaatje slaap
Etosha National Park behoort samen met het Krugerpark in Zuid-Afrika tot de mooiste en grootste wildparken van zuidelijk Afrika. Gelegen aan een gigantisch zoutmeer dat alleen in de regentijd water bevat en waar duizenden flamingo's broeden. Maar het is niet de oppervlakte (bijna zo groot als België) of de zoutpan waar Etosha haar reputatie aan te danken heeft. Het is de zichtbaarheid van het wild. De schaarse begroeiing en de uitgestrekte vlakten garanderen majestueuze uitzichten. 'Hyena's, vlak achter ons, wel een stuk of tien', roept Izak enthousiast door de truck. Chauffeur Mike vliegt op de rem, rijdt honderd meter terug, en inderdaad, daar lopen de killers met hun gemene koppen vlak naast ons. Even is iedereen onder de indruk van de plotselinge nabijheid van tien slijmerige bekken met dodelijke tanden. Maar dan barst een ludieke strijd los om het beste foto- en kijkplekje. Voor elk leeg plekje zit een hoofd, camera of verrekijker. Als de hyena's naar de andere kant van de weg verhuizen, vindt er binnen een kleine volksverhuizing plaats en helt de truck over naar links. 'We gaan nog wel meer dieren zien hoor', glimlacht Alette hoofdschuddend. Een gamedrive met een grote, opvallende gele truck lijkt niet de beste manier om dit doel te verwezenlijken. Maar de dieren in Etosha zijn al vanaf 1907 beschermd en hebben hun angst voor mensen verloren. Zo zien we tijdens één ochtendrit vanuit kamp Okaukuejo de jakhals, zebra, giraf, struisvogel, impala, springbok, flamingo, gnoe, gier, grote trap, secretarisvogel, gemsbok en veel roofvogels. Vaak van heel dichtbij. En na lang zoeken behaalt Mike zijn grote triomf van de dag: hij ontdekt een troep leeuwen die ligt te rusten onder een boom. Alsof het is geregisseerd, maakt een leeuwin zich los uit de groep en komt langzaam richting onze truck gelopen om vervolgens vlak voor onze neus neer te ploffen. 'Moet je die dodelijke blik in z'n ogen zien', rilt Mariska, 'daar krijg je toch kippenvel van?'
Maar kippenvel krijgt de groep vooral 's nachts. Overnachten in Etosha is een sensatie op zich. De waterputten voor het wild liggen direct naast de overnachtingkampen en worden verlicht door grote schijnwerpers. Nergens in Afrika is het wild 's nachts zo mooi te bewonderen. Drinkende neushoorns, jagende leeuwen, krijsende uilen. Maar het gevolg is ook dat jakhalzen en genetkatten gewoon tussen de tenten lopen. En wie ooit in een tentje heeft geslapen en van heel vlakbij het ijzingwekkende gehuil van hyena's heeft gehoord, weet dat je gegarandeerd een nacht lang wakker ligt.
'Alette, kunnen die beesten ook uit?'
(Wordt vervolgd)
Safarireis Afrika deel III: Namibië & Zuid-Afrika
'Alette, nemen schorpioenen wel eens wraak?'
De safari-gangers, die we volgen op hun tocht door Zambia en Botswana, gaan in dit laatste deel de stoofkamer van Namibië in. Door kokende woestijnen en over zinderende zandduinen. Is iedereen tegen de hitte bestand? En blijft het tot Kaapstad gezellig?
Tekst: Chris-Jan van der Heijden
Fotografie: Harm Jan van Dijk
'Pfff, ik verdamp hier zowat', zucht Godelieve, 'hoe ver is het nog?'
De groep kreunt en steunt. Al vroeg in de ochtend lopen we door het Brandbergmassief. Meer dan 45.000 eeuwenoude rotstekeningen zijn er in deze hoogste bergen van Namibië ontdekt en wij gaan op weg naar het topstuk: de White Lady. Omgeven met mysteries en raadsels. Tweeduizend jaar geleden waren blanke vrouwen hier nou niet echt talrijk. Wilde theorieën over buitenaardse penseelstreken brengen jaarlijks tientallen wetenschappers naar de grot.
En oververhitte toeristen. De tien white lady's van onze groep zijn inmiddels rood uitgeslagen en ook bij de mannelijke krijgers parelt het zweet op het voorhoofd. De grot ligt op een dik uur bergop wandelen. Zou geen probleem moeten zijn voor onze helden, die we de afgelopen twee afleveringen van deze serie als onverwoestbaar hebben leren kennen. Maar nu is het boven de veertig graden. Het schilderachtige rivierdal dat naar de rotstekening voert, wordt voor kennisgeving aangenomen. En ook voor de witte dame is de waardering matig. 'Niet echt wat je noemt een Rembrandt', oordeelt Luc subtiel.
Ook al had reisleidster Alette ons tactisch voorbereid op de warme derde week van onze safarireis - de woestijnen van Namibië geven wel heel snel hun visitekaartje af. Iedereen hangt uitgeteld bij de gele safaritruck. Flessen water worden over lichamen gesproeid. Hester zit er helemaal doorheen. Met haar kleren aan duikt ze in een smal waterstroompje. 'Pikken jullie mij vanavond maar weer op.' Nog niet was de hitte zo onontkoombaar. De groep kijkt dan ook benepen als juist de camping bij Twijfelfontein slechts blijkt te bestaan uit een kleine keet waar het drinkwater is uitverkocht en een holle boom die dienst doet als provisorische douche.
'Teveel luxe is ook niet goed'.
Gelukkig is Jan nog scherp.
Dichterlijke schoonheid
Het is de tol voor iedere Namibië-ganger. Wie de magnifieke woestijnwereld wil ontdekken, zal hitte, leegte en verlatenheid moeten weerstaan. Chauffeur Mike loodst de gele safaritruck door verzengende landschappen; over onverharde wegen, langs puinachtige bergen, diepe canyons en droge rivieroevers. Waarvan de schoonheid maar niet op film gevangen wil worden. Het is ervaringsschoonheid. De schoonheid van suizende stilte, de isolerende cocon van warme lucht en de eindeloosheid van de herhaling. Nietigheid verpakt in ongenaakbaarheid. Zou bij de groep dezelfde poëtische onzin opwellen? Het is in ieder geval uren doodstil in de bus.
De overpeinzingen worden verbroken door Mike. 'We have to get out of the truck guys.'
Hebben we alweer een lekke band?
Maar het gezicht van Mike staat dit keer zorgelijker. Eén keer in de tien jaar heeft Namibië een 'nat' jaar en staat de woestijn in bloei. Dat geluk hebben wij. Dan neem je het nadeel dat droge rivierbeddingen kunnen veranderen in kolkende waterstromen graag op de koop toe. Althans.
Totdat je voor een kolkende waterstroom staat.
De bedding die voor ons ligt dus. 'Vorige week is hier nog een vrachtwagen weggezakt in de modder', mompelt Mike met een betrokken gezicht, 'Ik weet niet of we hier doorheen kunnen komen.' Voetje voor voetje tast hij met blote voeten de bodem van het riviertje af. Alette kijkt toe met gemengde gevoelens. 'Als we deze doorsteek niet kunnen maken, hebben we een probleem. Omrijden kost ons zeker twee dagen.'
Mike besluit de gok te wagen. Terwijl de groep gespannen afwacht, rijdt Mike de truck vijftig meter achteruit en neemt dan vol gas een aanloop richting de rivier. Om vlak voordat hij het water in rijdt mis te schakelen. De truck komt precies midden in het water tot stilstand. De groep houdt de adem in. Mike kijkt geschrokken uit het raam naar zijn achterwielen.
Maar… er gebeurt niks.
Blijkbaar is de bodem van de rivier weer gestabiliseerd. De truck hobbelt rustig naar de overkant. 'Hé Mike, wanneer krijgen we nog zo'n avontuur?'
Schnitzels in de woestijn
Bij het binnenrijden van de Skeleton Coast lijken de natuurwetten met zichzelf spotten. Hoe dichter we de oceaan naderen, hoe droger het landschap wordt. 'Dat lijkt wel mist daarginds', constateert Bert verbaasd. Midden in de kurkdroge woestijn waadt de groep door een oer-Hollandse dikke soep. Nog geen tien meter zicht. Het beetje water dat elke dag door deze mist landinwaarts wordt gedreven, is de navelstreng voor de slangen, schorpioenen, hagedissen, kameleons, spiesbokken en woestijnolifanten die in deze 500 kilometer lange kustwoestijn leven. Maar voor de groep blijft het een fata morgana. 'Die mist kán toch helemaal niet met die temperaturen hier', mompelt Henk.
Het blijkt de dag van de vreemde tegenstellingen. Vanuit de dorre woestijn zien we opeens duizenden zeehonden liggen. We hebben de Atlantische kust bij Cape Cross bereikt. De grootste robbenkolonie van Afrika ligt met zijn rug tegen de woestijn. 'Moet je kijken,' roept Renske, 'Je kunt ze bijna aanraken.' Slechts een muurtje van een halve meter hoog scheidt ons van meer dan 150.000 Namibische oorrobben. Hoewel de tweede barrière niet onderschat moet worden: de misselijk makende geur van rotte vis, urine en poep die de kolonie verspreidt. We zien hoe puppy's worden gezoogd, hoe mannetjes hun territorium bewaken of hoe ze relaxed in de metershoge golven dobberen. Overal klinkt het typische klaaglijke geloei. Met af en toe de verhoogde staat van paraatheid als er een jakhals op jacht is naar jonge robben. 'Ik voel me net David Attenborough', proclameert die andere beroemde natuurkenner, Ben the Bushman.
De dag van de tegenstellingen wordt vervolmaakt als we Swakopmund binnenrijden. Vanuit de Afrikaanse wildernis rijden we plotseling langs Konditoreien, Bierstubes en barokke gevels. De meest populaire badplaats van Namibië blijkt een Duits koloniaal relict. De voertaal is Duits, de inwoners zijn blond en de straten zijn vernoemd naar Kaiser Wilhelm en Bismarck. Een ideaal stadje om de loeiende hitte van de woestijn uit onze lijven te laten waaien. De Benguelastroom voert ijskoud water aan vanaf Antarctica en matigt de temperatuur tot 25 °C. Maar het blijft vreemd om een schnitzels met de afmeting van zo'n beetje het halve Afrikaanse continent op je bord te vinden. De Australische Sam kijkt haar ogen uit: 'They won't believe me when I tell this at home. Wiener schnitzels in the desert!'
Escher in terra
De Namib is de oudste woestijn op aarde. Over een lengte van 1470 kilometer strekt ze zich uit langs de Atlantische kust. Wonderbaarlijk hoe zand, steen, kaalheid en droogte zoveel moois hebben kunnen creëren in het Namib-Naukluft National Park. Van de ruige Kuiseb Canyon - met haar opeenstapeling van symmetrische puinbergen - tot de vermaarde Sossusvlei die met haar rode zandduinen tot de mooiste plekken van onze planeet wordt gerekend.
'Wakker worden!' Alette rammelt voor dag en dauw iedereen de tent uit. Vanaf onze kampeerplaats in Sesriem is het nog zeventig kilometer rijden tot de Sossusvlei en we moeten voordat de zon opkomt op het topje van de hoogste zandduin zitten.
Weinig blije hoofden zo vroeg op de morgen.
Maar een uur later staan we dan toch voor duin 'Nr. 45'. Aan de horizon verkleurt het zwart van de nacht al naar donkerblauw. 'Moeten wij daar echt naar boven?', vraagt Martine mismoedig. Nr. 45 is met zijn 250 meter een van de hoogste zandduinen ter wereld. 'Je moet het zelf weten', dringt Alette zachtjes edoch vastberaden aan, 'maar wat je daarboven gaat zien, wil je echt niet missen.' Martine wist dat natuurlijk al. De complete groep begint aan een maoïstische mars naar boven. Twee stappen vooruit, één achteruit.
Uithijgend op de top doemen de eerste duinen al op uit de duisternis. En dan gebeurt het. Zo gauw de eerst zonnestralen over de horizon schieten zet de lage zon Sossusvlei in vuur en vlam.
Kilometers ver gloeien de zandduinen op in diepe terrakleuren. Schaduwlijnen scherp als sikkels scheiden het rode zand van de blauwe lucht. 'Het is net een tekening van Escher', zwijmelt Trudy, 'Maar dan een die beweegt.' Ze heeft gelijk. Elke minuut creëert de rijzende zon nieuwe motieven in het landschap. Symmetrische krimpende vlakken als een choreografisch perfecte show.
Als het spektakel een half uur na zonsopkomst is afgelopen, sjokt de groep verdoofd naar beneden. Volledig gezandstraald, maar voldaan. Terwijl de hitte haar vertrouwde positie weer inneemt zie je iedereen stiekem aan regenachtig Nederland denken. De zon doet rare dingen met je.
Argumenten voor schorpioenen
De Fish River Canyon is de op een na grootste canyon ter wereld. 160 kilometer lang met soms tot meer dan 500 meter loodrechte rotswanden. Op de bodem van de kloof kan het zo heet worden dat wandelaars tegenwoordig zoveel mogelijk worden geweerd. Maar wie zou er willen wandelen met temperaturen van 50° C?
Dan kun je maar beter hier boven staan. De avondzon zet de canyon in een roodbruine gloed en silhouetten van de unieke kokerbomen steken af tegen de oranje hemel. Weer allemaal diepe zuchten. Voor de zoveelste keer is het weer eens fabelachtig mooi. Trudy - vanwege haar altijd opgewekte zang inmiddels getooid met de bijnaam 'Nachtegaal van Namibië' - staat zingend aan de rand van de canyon. 'One day I'll fly away…'
Houden de superlatieve landschappen dan nooit op deze reis?
Jawel. Morgen. Dan begint de lange rit richting Kaapstad vanwaar we terugvliegen naar Nederland. De Fish River Canyon is ons laatste hoogtepunt en iedereen wil het moment zo lang mogelijk rekken. De avond wordt lang. Het Namibische bier vloeit rijkelijk. Alette gaat op de schouders en krijgt een enthousiaste speech van Jan. De groepsleden kijken elkaar meewarig aan. Het was toch wel erg gezellig allemaal en dat is bijna afgelopen.
Maar ook Afrika wil nog even afscheid nemen.
'Chris let op, er zit een schorpioen op je voet!' roept Rob geschrokken. Hij heeft gelijk. Een driftig beestje loopt met opgeheven stekel over mijn schoen. Een beestje dat heel erg giftig is. 'Rustig blijven zitten, rustig blijven', bezweert Alette. Makkelijk praten als je op vijf meter afstand staat. Gelukkig bedenkt het diertje zich en verlaat de schoen over bakboord. Maar bij iedereen staat de schrik op het gezicht geschreven. Gisteren vertelde de parkranger in Sossusvlei ons nog hoe gevaarlijk en pijnlijk een steek van een schorpioen was.
'Hoe kunnen we dat beestje overtuigen dat hij vanavond beter niet onze tenten gaat binnenkruipen?', vraagt Ben the Bushman zich bezorgd af. 'Wacht maar', zegt Rob, 'Ik heb hier een argument van vijf kilo.' Met een grote steen plet hij de schorpioen op Namibische wijze en neemt hij voor even de bezorgdheid van een nachtelijk schorpioenenbeet weg. Totdat Ben zich een belangrijk detail herinnert dat de parkranger gisteren ook vertelde: 'Schorpioenen zijn altijd met z'n tweeën.'
Een manische nachtelijke speurtocht met zaklampen breekt los. Die andere is natuurlijk uit op wraak. Maar geen schorpioen is er meer te vinden. Met zichtbare tegenzin gaat iedereen uiteindelijk zijn tent in. Voor een laatste nacht in Namibië vol koortsige schorpioenendromen.
'Alette, weten schorpioenen wat bloedwraak is?'
Tekst: Chris-Jan van der Heijden
Fotografie: Harm Jan van Dijk
De reis
De prijs
€ 1595. Inclusief vliegreis, vervoer, kampeerovernachtingen (tenten met matrassen) 2 hotelovernachtingen, entreegelden wildparken, excursies en reisbegeleiding. Daarbij komt nog ca. € 175 voor de maaltijden. De reis is ook in tegenovergestelde richting te boeken. Informatie, boeken of gids aanvragen: www.djoser.nl of 071-512 64 00.
De groep
Hester (23, verpleegkundige)
Luc (21, betonpompmachinist)
Henk (53, transportondernemer)
Ann (61, vutter)
Izak (57, ex-landbouwer)
Leni (54, maatschappelijk werker)
Joop (59, ex-hoofdinkoper)
Martine (55, ex-inkoopcoördinator)
Jan (60, adviseur)
Lineke (60, secretarieel/administratief medewerker)
Rob (32, advocaat)
Renske (38, verpleegkundige)
Ben (29, beleidsmedewerker)
Bert (66, ex-schouwburgdirecteur)
Trudy (43, sociotherapeut)
Mariska (22, groepsleider)
Sam (31, sociaal werker in Australië)
Godelieve (50, schilder/beeldhouwer)
Alette (34, reisbegeleider)
Mike (35, lokale chauffeur)
Jacky (28, lokale kok)
Chris (37, redacteur)
Harm Jan (37, fotograaf - niet op de foto)
Deel I: Zambia & Botswana
'Ben, is dat een nijlpaard achter jouw tent?'
'Ah joh, niet meteen zo panieken, die apen zijn vast tam.'
De grenspost met Zambia is een onverwacht snelle kennismaking met wild Afrika. De krijsende bavianen die bij het grenskantoor - niet meer dan een keet met een slagboom - rondhangen, zijn wel degelijk wild. Ze hebben het voorzien op alles wat eetbaar is. Vlak voor ons grist een kleine vrouwtjesbaviaan een tas uit de handen van een dikke Afrikaanse dame en klimt ermee op het dak van het gebouw. Best lekker zo'n portie lippenstift. Wij treffen het slechter. Een grote mannetjesbaviaan met tanden als sabels komt dreigend op ons af. De leden van de groep die nog niet eens de kans hebben gehad om met elkaar kennis te maken, staan met trillende benen voor de poort van Afrika.
Drie Zambiaanse mannen die ook in de rij staan voor een visum, redden ons uit de benarde positie. Een paar welgemikte stenen op de valse dikkop, doen papa baviaan als een bliksemschicht de struiken in schieten. 'Baboon don't like stones, hahaha.' De Zambianen kunnen wel lachen om de bleekscheten uit Nederland die aan de grond staan genageld. 'You go on safaritrip, yes? Hahaha, welcome!'
Nooit meer slapen
De redding voor de komende drie weken staat aan de andere kant van de grenspost al op ons te wachten. Reisleidster Alette. Sportief gekleed, haren in twee staartjes, twinkelende ogen en een brede grijns. Lara Croft in hoogsteigen persoon.
'Was even schrikken, of niet jongens?'
Mwaaah.
'Welkom in Afrika en op deze hele mooie reis. Ik ben Alette en ik zal de komende drie weken jullie reisleider zijn. Maar laten we eerst snel naar ons overnachtingadres aan de Zambezi-rivier rijden. Daar hebben jullie twee dagen om een beetje te acclimatiseren en slapen jullie in ruime bungalowtenten, dus de koepeltentjes hoeven vandaag nog niet te worden opgezet. Zullen we gaan rijden?'
We staren naar de robuuste gele truck die onder een dikke baobab staat geparkeerd. Wauw, wat een monster. Een soort reuzenterreinwagen met twintig zitplaatsen. En weinig luxe. Alles is van ijzer of staalplaat. Maar is drie reservebanden niet wat overdreven. Chauffeur Mike ziet onze sceptische blikken. 'Ik teken voor drie lekke banden, deze reis.'
Ooh?
Terwijl Alette vertelt over wisselkoersen, fooienpot, corveerooster ('Elke dag doen drie personen de afwas en laden drie anderen de truck in') en de huisregels ('Ik wek jullie dagelijks een uur voor vertrek'), trekt Zambia als een plaatjesboek aan het oog voorbij. De weelderige oevers van de Zambezi, kleine dorpjes met maïsakkertjes, zwaaiende mensen en lemen hutten. Ook overnachtingadres The Waterfront presenteert zich als een en al idylle. Een onberispelijk aangeharkt vakantiepark direct aan de Zambezi met een mooi terras, een bar, vrolijk kwakende kikkers en zelfs een zwembad. De baviaanshock lijkt dagen ver weg. Maar nog voor de koffers uit de truck zijn geladen, is de spanning in de onderbuik weer terug. 'Moet je hier kijken', roept Henk. Hij wijst veelbetekenend op een geel waarschuwingsbord waarop met grote letters staat Beware of crocodiles. 'En daar staan er nog veel meer.' Een heel cordon krokodillenborden markeert de oever.
Alette vertelt met een grijns dat het allemaal wel meevalt met die krokodillen. 'Meestal slaan ze voor mensen op de vlucht. Die zwarte mamba die ze hier gisteren hebben gevangen, daar moet je pas voor uitkijken. Dat is de meest giftige slang van Afrika. Als ie je bijt, ben je binnen een minuut morsdood.' Is dit een morbide geintje van onze reisleidster? 'No, it's really true!', valt manager John van The Waterfront haar bij. 'Het was behoorlijk link, maar we hebben de mamba kunnen vangen. Willen jullie hem zien?'
Da's effe lekker zeg, zo vlak voor het slapen gaan. Luxe bungalowtent of niet, de eerste nacht in Afrika komt er weinig van slapen.
Het wereldwonder van Livingstone
In 1853 zag sir David Livingstone tijdens zijn kanotocht over de Zambezi als eerste blanke een serie immense watervallen voor zich opdoemen. De Britse ontdekkingsreiziger was zo onder de indruk van de schoonheid dat hij ze prompt vernoemde naar zijn koningin: Victoria Falls.
Het eerste hoogtepunt van de reis slaat in als een bom. 'On-ge-lo-fe-lijk…', mompelt Bert. Een muur van water dendert vlak voor ons meer dan 100 meter naar beneden. 'De Victoria Falls zijn meer dan 1700 meter breed, maar we zien er maar een klein stukje van', schreeuwt Alette boven het donderende geraas uit. 'Er wordt door de waterkracht zoveel spray omhoog geblazen dat het hier altijd mistig is en lijkt te motregenen.'
Motregen is nogal een eufemisme. De uitkijkpunten bij de watervallen zijn regelrechte douches. Rob en Renske zijn na een half minuutje poseren voor een foto tot op het bot doorweekt. Hilariteit alom. Ook fotograaf Harm Jan maakt een onvergetelijk indruk zoals hij - om toch nog wat foto's te maken - loopt te hannesen met een goedkoop doorzichtig regenjasje dat steeds beslaat. 'De nieuwe David Hamilton is opgestaan', grapt Jan.
Maar de woest kolkende watermassa legt iedereen het zwijgen op. 500.000 kubieke meter water raast er per minuut de afgrond in. Het kleine stuk regenwoud dat rondom Vic Falls is ontstaan maakt het decor helemaal af. Een diepgroene trechter vol druipende mossen waarin een witte zee verdwijnt.
'Zoiets moois heb ik nog nooit gezien', verzucht Hester.
De volgende dag is een vrije dag in het programma en de groep zwermt uit. De helft maakt een fietstocht door de bush naar enkele Zambiaanse dorpen. Een ander groepje bezoekt het stadje Livingstone (en wordt acuut gerold van zijn bankpasjes). De Australische Sam (die zo'n beetje elke mogelijke excursie boekt die er te boeken is, 'You gotta live to the max, babe') vliegt met een deltavlieger over de Victoria watervallen. Maar voor ons Nederlanders is 100 dollar toch net iets te veel voor tien minuten zoemen. Als we achteraf echter de foto's zien, heeft iedereen een beetje spijt. Vanuit de lucht zijn de Vic Falls op hun allermooist. Sam knipoogt:'Keep counting your euros, guys.'
De eerste tegenslag
'Jongens, ik heb slecht nieuws.'
De groep is bezig met het inladen van de bagage in de safaritruck als Alette met een zorgelijk gezicht voor ons staat. 'Ik heb zojuist gehoord dat de veerpont bij Kazungula, die ons over de Zambezi naar Botswana moet zetten, uit de vaart ligt. De motor is kapot en het duurt minstens drie dagen voordat de reserveonderdelen arriveren.' Zijn dit de typisch Afrikaanse toestanden waar Alette ons bij aankomst voor waarschuwde? Mmm, meteen op onze eerste echte reisdag, dat belooft weinig goeds. Maar Alette en chauffeur Mike hebben al een noodplan. 'We huren ter plekke een motorbootje. Mike zet ons daar af en gaat dan proberen of hij met de truck via Zimbabwe kan omrijden.' En als hij niet om kan rijden?
Twee uur later dropt Mike ons bij de oversteekplaats. Een paar honderd vrachtwagens staan in de zinderende hitte te wachten. Wij kunnen alleen hopen dat Alette snel een boot zal vinden die ons kan overzetten. Alle tijd om het groepsproces eens in kaart te brengen.
Na drie dagen is het aanvankelijke aftasten helemaal weg. Aan de grappen over en weer te beoordelen zijn de deelnemers inmiddels behoorlijk vertrouwd met elkaar en is de sfeer uitstekend. Iedereen krijgt geleidelijk zijn eigen rol in de groep. Zo is Jan de humorist. Trudy de zangeres. Sam de gevatte Australische die de Nederlandse gewoonten belachelijk maakt. Izak de natuurliefhebber. Bert de nestor die zichzelf vermanend toespreekt ('Bertje Buring denk nou eens even na voor je iets doet'). Godelieve de eigenzinnige kunstenares die het eigenlijk veel te heet vindt in Afrika. Rob de man van de felle discussies. Mariska de ijverige dagboekschrijfster. Joop de videofilmer die geen shot mist. Ben de ontluikende avonturier. Luc de onbezonnen wildebras. En zijn Renske, Martine en Hester de sociale types die dag en nacht voor iedereen klaar staan, Lineke en Leni de rustige literatuurlezers en Henk en Ann de enthousiastelingen die alles prachtig vinden.
De bespiegelingen worden verbroken door een heftig gebarende Izak. 'Moet je kijken, hier loopt een kameleon!' Binnen tien seconden staat de hele club gebiologeerd naar het bizarre groene beest te kijken. Terwijl hij ons met zijn twee onafhankelijk van elkaar bewegende ogen in de gaten houdt, steekt hij in slow motion voetje voor voetje de weg over. Izak glundert van oor tot oor: 'Prachtig joh, net een natuurfilm.'
Maar het reisschema roept. Alette heeft een boot gevonden.
Ben the bushman
Precies op die plek gaan we voor het eerst onze koepeltenten opzetten. Tenminste, zodra die er zijn, want Mike komt na zijn lange omweg over Zimbabwe pas vlak voor zonsondergang de camping op rijden. 'Opschieten jongens, binnen een kwartier is het aardedonker, dan zie je geen hand meer voor ogen. En dat is niet fijn met al die beesten hier.' Gehaast legt Alette uit hoe het opzetten van de tenten werkt en als een kolonie opgejaagde mieren richten we in recordtijd veertien koepeltjes op. 's Avonds aan de bar van camping Thebe wordt de Afrikaanse wildernis gerelativeerd door Rob en Ben. Die wilde beesten zijn allemaal niet zo eng. Ze geven een hilarische imitatie weg van Steve Irwin, bekend van zijn tv-programma The Crocodile Hunter op Discovery Channel waarin Irwin, gehuld in korte broek, levensgevaarlijke capriolen uithaalt met wilde slangen en krokodillen en met wijd opengesperde ogen de camera toespreekt. Rob:'Do you see this giant crocodile? It's really dangerous! But I'm gonna kiss him right on his mouth. And don't forget: don't do this at home!' Ben met een zwaar Australisch accent: 'This snake is reeaaally dangerous! The black mamba is the most venomous snake in the world, one bite will kill you in three seconds! But I will pick it up with my teeth. And don't forget: don't do this at home!' Iedereen ligt dubbel van het lachen. De imitatie van Ben is zo goed dat hij die avond zijn bijnaam voor de rest van de reis verwerft: Ben the Bushman.
Als een half uur later iedereen in het donker zijn tent gaat opzoeken, slaat de realiteit echter keihard terug. We treffen Ben als versteend aan vlakbij zijn tent. 'Dddaar zit iets heel groots in de ssstruiken.', stamelt hij, 'ik hoorde een heel diep gebrom.' Zijn gezicht is krijtwit. We maken nog een geintje, als achter zijn tent ineens het kraken van takken en een diepe keelklank te horen is. 'Verdorie, da's een Nijlpaard man!', roept Harm Jan geschrokken, 'Wegwezen hier!'
We rennen schielijk terug naar de bar. Weg is alle grootspraak en imitatie. Een uur later kruipen we voorzichtig onze tenten in, voor weer een doorwaakte nacht.
70.000 olifanten
De olifantenkuddes van Chobe National Park zijn legendarisch. Nergens in Afrika zul je zo gemakkelijk zo veel olifanten zien als langs de moerassige oevers van de Chobe rivier. Hun aantal wordt geschat op 70.000. Voeg daar grote hoeveelheden antilopen, krokodillen, nijlpaarden en tientallen vogelsoorten aan toe en je begrijpt waarom dit een van de mooiste safariplekken van Afrika is.
Een safari per boot welteverstaan. Een soort platform met twee drijvers en een geruisloze motor waarmee je de dieren dicht kunt naderen. Twee uur voor zonsondergang vertrekken we vanuit Kasane om het olifantenparadijs binnen te varen.
Het spektakel laat niet lang op zich wachten. Martine ziet de eerste groep op de oevers. 'Tsjezus, wat zijn die beesten groot.' Fotocamera's zoemen en snorren. Maar we zullen de dikhuiden van nog veel dichterbij te zien krijgen. Vlak voor de boot steken ze over met alleen hun slurf boven het water uit, ze trompetteren op een paar meter afstand, doen schijnaanvallen. Een immens exemplaar schuurt nonchalant zijn dikke kont tegen de oever. 'Dit is te gek, really amazing', blijft Sam herhalen terwijl ze aan fotorolletje nummer drie begint. 'Ik heb het idee dat dit een mannetje is', merkt Jan droog op als de bul begint te plassen. 'Wist je dat die penis meer dan vijftig kilo weegt?', voegt Alette nog wat uiterst nuttige informatie toe.
Er kan weer een hoogtepunt worden bijgeschreven. Terwijl de zon achter de horizon zakt, zien we de silhouetten van olifanten, nijlpaarden en antilopen afsteken tegen de bloedrode hemel. De lucht vol met honderden ooievaars en ibissen die hun slaapplaats opzoeken. En een laatste afscheidsgroet van de koning van Chobe: de Afrikaanse visadelaar die een vis uit het water slaat.
Een uitgelaten groepje mensen keert terug naar hun overnachtingsplek. 'Dat we al zoveel gezien hebben is ongelofelijk en we zijn pas een week onderweg.' Mariska maakt nog maar eens een aantekening in haar dagboek. Het schrift is al bijna vol. Er zijn nog meer dan twee weken te gaan.
(Wordt vervolgd).
Safarireis Afrika deel II: Botswana & Namibië
'Trudy, horen die kevers in de soep?'
Vorige maand zagen we hoe een reisgroep van 20 personen begon aan een spectaculaire safarireis door Afrika. In deel II worden de deelnemers geconfronteerd met droogte, hitte en een insectenplaag. Kan alle natuurpracht het leed verzachten?
Tekst: Chris-Jan van der Heijden
Fotografie: Harm Jan van Dijk
'Moeten we daar instappen? Die dingen houden ons nooit boven water!'
Het contrast is even moeilijk te verwerken. Na tien uur stof happen in het kurkdroge bushlandschap van Botswana stopt onze gele safaritruck aan de rand van een gigantisch moerasgebied. Zover we kunnen kijken alleen uitgestrekte rietvelden. Waar komt al dat water hier midden in de dorre Kalahariwoestijn vandaan?
Tien uitgeholde boomstammen liggen voor ons. Met die iele kano's (mokoro's) gaan we drie dagen door een van de wildste natuurgebieden ter wereld trekken: de Okavango Delta. 'Ik weet niet of ik dat wel zo'n succes vind met al die nijlpaarden en krokodillen die hier rondzwemmen', klinkt Hester bezorgd, 'Eén klein duwtje en zo'n mokoro ligt om.'
Hester zegt wat de rest denkt. De groep staat met peinzende gezichten op de oever. Reisleidster Alette had ons al voorbereid op de Okavango Delta. De tweede week van onze safarireis zou spectaculair beginnen. Drie dagen overnachten midden in de wildernis, ver van de bewoonde wereld. Back to basics. Met als enige transportmiddel de mokoro en als enige houvast de poolers, de gondeliers die ons door het waterlabyrint moeten gidsen.
Maar op zulke kleine bootjes had niemand gerekend. 'Kom op', probeert Alette voorzichtig, 'zoek met z'n tweeën een kano uit, dan kunnen we vertrekken.' Het is Ben die zijn recent verworven bijnaam 'The Bushman' eer aan doet door als eerste in te stappen in een vervaarlijk wankelende mokoro. 'Nou mensen, het was leuk jullie allemaal gekend te hebben…'
Afzien in het paradijs
Binnen vijf minuten zijn de monden gesnoerd. De poolers laten de mokoro's geruisloos door het water glijden en de Okavango Delta blijkt van ongekende schoonheid. Via een netwerk van smalle beekjes glijden we langs paarse lelievelden, metershoge rietkragen, open stukken savanne en overal opvliegende vogels. 'Wat is dit fantastisch mooi', fluistert Trudy. 'Mmmm, en dan ook nog die heerlijke stilte.'
'En vergeet die verrukkelijke zon niet', steunt Ben, die verpakt als een mummie achterin de boot zit.
Tsja, de zon. Voor het eerst op deze reis slaat de hitte rond het middaguur ongenadig toe. Na twee uur varen heeft niemand meer oog voor de sprookjesachtige omgeving. Zelfs niet voor de prachtige afgelegen kampeerplek waar we neerstrijken onder een grote, schaduwrijke boom. Iedereen ligt na het opzetten uitgeteld naast zijn tent, in de hoop zo een beetje schaduw te vangen. Back to basics is even geen feest. Geen douche, geen toilet, geen stromend water en een duik in de verkoelende beek is te riskant vanwege de zeer aanwezige bilharzia-parasiet. 'Ik leef hier helemaal van op', kan Jan er nog met moeite een humoristische kwinkslag uitgooien.
Niemand reageert.
Tegen de avond ebt het leed langzaam weg. De temperatuur keert terug naar niveau aangenaam, maar het is vooral een fonkelende sterrenhemel die het enthousiasme terugbrengt. En het idee zo diep in de bush te zitten, schept ontegenzeggelijk een band. Het wordt laat die avond. We doen 'hints'. Er wordt veel gelachen. Zelfs om de slangenbeet die Ben op zijn enkel heeft opgelopen. Na de eerste verschrikte reacties blijkt het slechts een zonnebrandwond te zijn omdat hij tijdens de kanotocht is vergeten dat ene kleine plekje op zijn enkel te bedekken (maar met zo'n verhaal kan een bushman natuurlijk niet thuiskomen).
De Australische Sam ligt op haar matje naar de sterren te staren. 'Ik heb al drie vallende sterren gezien.' Ze lacht: 'Maybe a good time to wish that Dutch people had a sense of humor.'
We beginnen te stinken
'Kijk Henk, een gnoe!', roept Ann verrukt. Het eerste beest op onze wandelsafari de volgende morgen wordt iets te enthousiast begroet. 'Ssssst!', sist parkwachter John die de wandeling leidt. Hij vertelt ons dat we vandaag alleen iets zullen zien als we doodstil zijn. Het gras in de Okavango Delta staat dit jaargetijde nog hoog en het wild kan zich eenvoudig schuilhouden.
Het wandelen is spannend. De doordringende geur van het wild hangt tussen de acaciabomen en de vele hopen stront en keutels laten er geen twijfel over bestaan: het moet hier stikken van de dieren. Zigzaggend tussen termietenheuvels en burchten van aardvarkens lopen we strak in het gelid achter John. Zijn adelaarsblik is fenomenaal. Hij ziet met het blote oog waar wij met een verrekijker nog een minuut naar moeten zoeken. Zebra's, nog meer gnoe's, een jakhals, een giraffe, een zadelbekooievaar, een vos, een honingdas en zelfs de zeldzame sessebe-antilope. Maar het hoogtepunt van de wandeling komt ook voor John onverwacht, als we een klein verborgen meertje ontdekken dat op het punt staat droog te vallen. We zien de vissen spartelen in de modder. Maar het zijn vooral de vogels die ons de mond doen openvallen. Honderden ooievaars, maraboes, ibissen, kraanvogels, steltlopers en reigers staan dicht op elkaar gepakt te schransen in luilekkerland. 'Wat zijn dat er veel', fluistert Lineke opgewonden, 'dit is beter dan een natuurdocumentaire!'
Krak. Cineast Joop stapt al filmend op een takje. De serene vogelwereld verandert in een fractie van een seconde in een oorverdovend pandemonium van zwiepende vleugels en alarmkreten. Een bonte wolk vogels stijgt op en wel vijftig maraboes met een spanwijdte van twee meter vliegen rakelings over ons heen. Terug bij de kampeerplaats blijken wij de geluksvogels te zijn. De andere groep van tien heeft met hun gids nauwelijks iets gezien. Dat moet hen even ingewreven worden. 'Jongens, die beesten roken jullie waarschijnlijk al van veraf, hahaha.'
Wat trouwens meteen het grote thema is van de laatste overnachting in de Okavango Delta. We stinken een uur in de wind. Geïmpregneerd door drie dagen stof en zweet en vermoeid door de hitte. Het groepsproces ondergaat zijn eerste kritieke fase. Er wordt nog wel gelachen, maar het is met kiespijn. We zitten er collectief doorheen. Jezelf afzonderen is onmogelijk, want buiten het kampvuur wachten de wilde beesten. De tenten staan dicht op elkaar en zijn gehorig. Tot diep in de nacht klinkt het concert der snurkenden. Het is even doorbijten.
Morgen weer douchen, morgen weer douchen, morgen weer.. douche… zzzzz.
Willkommen in Namibië
Namibië is anders. Het Duitse koloniale verleden vertaalt zich in orde en netheid. Weg is de Afrikaanse chaos. Geen stam in Afrika zit zo strak in de kleding als de Herrero's. De vrouwen - met een buitensporige luifel op hun hoofd - zijn wandelende monumenten. De steden zijn strak gepland, de kruispunten overzichtelijk en de huizen onberispelijk. We kunnen voor het eerst op deze reis geld pinnen. Na het invoeren van de pinpas verschijnt er keurig Kies asseblief op het beeldscherm. Maar de groep ervaart Namibië die eerste dag vooral als een land van inteelt en insecten. Onze kampeerplaats in Buitepos wordt in volkomen isolement gerund door een zonderlinge blanke familie. Alle familieleden zien er met hun dikke buik en geblondeerde haar hetzelfde uit. Er is hier iets niet helemaal in de haak, zo luidt de stellige overtuiging van de groep. Het kan Godelieve nauwelijks boeien. 'Al hadden ze paars haar, dan vond ik het nog best', steunt ze in de gloeiende hitte. 'Er is hier koud Duits bier, dus mijn sympathie hebben ze.'
Ondertussen is Rob het eerste slachtoffer van de insectenplaag. Hij schrikt zich te pletter als er tijdens het opzetten van de tent een enorme kever op zijn schouder landt. De rest van de groep vergaat van het lachen. Totdat het ongedierte ook in hun tent blijkt rond te kruipen. Het woestijnklimaat van Namibië is ideaal voor insecten en reptielen. Kevers, torren, sprinkhanen, termieten, spinnen, motten, hagedissen, schorpioenen en zelfs slangen worden in lichte paniek rondom de tenten gesignaleerd.
'Vergeet niet de binnenritssluiting van je tent goed dicht te doen', instrueert Alette.
'Wat zit zo'n reisleidster toch vol nuttige tips', schampert Renske met een knipoog. 'Dat je daar op zo'n moment toch maar aan denkt.'
Iedereen zit nog te lachen als Jan met zijn soepkom komt aangelopen. 'Zeg Trudy, jij had toch kookcorvee vandaag? Deze zwarte kevers… horen die in de soep te zitten?'
Bosjesmannen met de slappe lach
Uitgestrektheid en leegte zijn woorden die Namibië recht doen. Er wonen 2,1 mensen per km². Om de vergelijking te laten doordringen: in Nederland zijn dat er 410 per km². Namibië is zo'n land waar je je eigen oren hoort ruisen, de stilte hoort kraken onder je voeten en de horizon kilometer na kilometer verlaten blijft.
Het is natuurlijk niet voor niks zo leeg. Namibië is kurkdroog en bestaat vooral uit woestijnen. Beeldschone woestijnen, dat wel, waar alleen de bosjesmannen (San) kans zagen in de brandende hitte van de Namib en Kalahari een bestaan op te bouwen. De overlevingstruc van de San was 'het struisvogelei'. Verspreid over hun territorium verstopten ze struisvogeleieren gevuld met water. En de blanke antropologen maar ijverig noteren dat 'de bosjesmannen wel acht dagen zonder water door de woestijn konden marcheren'. Wisten zij veel dat die bosjesmannen 's nachts stiekem met een rietje een hele batterij struisvogeleieren zaten leeg te slurpen.
Het zijn dezelfde bosjesmannen die ons gastvrij ontvangen. Ze wonen nog steeds in ouderwetse lemen hutten. Uiteraard is het Ben the Bushman die wordt uitgenodigd voor een potje speerwerpen (en nog raak gooit ook). Maar Sam treft het minder. Het stamhoofd sommeert haar een snuif te nemen van een onwelriekend poedertje. Als Sam zich even later met glazige ogen weer naar ons toewendt, komt er niet veel meer uit dan: 'Fisherman's Friend, maar dan tien keer zo sterk, ik denk dat ik even ga liggen of zo.'
Of wij ook een snuifje willen, vraagt de chief. 'Nou nee, eeeuh, we still have to eat', verzint Alette de slechtste smoes sinds jaren. Maar een gezamenlijke dans samen met de stam afslaan zou een belediging zijn. En dus ontvouwt zich onder de Afrikaanse hemel een zeldzaam ballet van houterige Nederlanders die op trommelmuziek proberen te bewegen als bosjesmannen naast bosjesmannen met de slappe lach. Leve de gastvrijheid.
Slaap hyenaatje slaap
Etosha National Park behoort samen met het Krugerpark in Zuid-Afrika tot de mooiste en grootste wildparken van zuidelijk Afrika. Gelegen aan een gigantisch zoutmeer dat alleen in de regentijd water bevat en waar duizenden flamingo's broeden. Maar het is niet de oppervlakte (bijna zo groot als België) of de zoutpan waar Etosha haar reputatie aan te danken heeft. Het is de zichtbaarheid van het wild. De schaarse begroeiing en de uitgestrekte vlakten garanderen majestueuze uitzichten. 'Hyena's, vlak achter ons, wel een stuk of tien', roept Izak enthousiast door de truck. Chauffeur Mike vliegt op de rem, rijdt honderd meter terug, en inderdaad, daar lopen de killers met hun gemene koppen vlak naast ons. Even is iedereen onder de indruk van de plotselinge nabijheid van tien slijmerige bekken met dodelijke tanden. Maar dan barst een ludieke strijd los om het beste foto- en kijkplekje. Voor elk leeg plekje zit een hoofd, camera of verrekijker. Als de hyena's naar de andere kant van de weg verhuizen, vindt er binnen een kleine volksverhuizing plaats en helt de truck over naar links. 'We gaan nog wel meer dieren zien hoor', glimlacht Alette hoofdschuddend. Een gamedrive met een grote, opvallende gele truck lijkt niet de beste manier om dit doel te verwezenlijken. Maar de dieren in Etosha zijn al vanaf 1907 beschermd en hebben hun angst voor mensen verloren. Zo zien we tijdens één ochtendrit vanuit kamp Okaukuejo de jakhals, zebra, giraf, struisvogel, impala, springbok, flamingo, gnoe, gier, grote trap, secretarisvogel, gemsbok en veel roofvogels. Vaak van heel dichtbij. En na lang zoeken behaalt Mike zijn grote triomf van de dag: hij ontdekt een troep leeuwen die ligt te rusten onder een boom. Alsof het is geregisseerd, maakt een leeuwin zich los uit de groep en komt langzaam richting onze truck gelopen om vervolgens vlak voor onze neus neer te ploffen. 'Moet je die dodelijke blik in z'n ogen zien', rilt Mariska, 'daar krijg je toch kippenvel van?'
Maar kippenvel krijgt de groep vooral 's nachts. Overnachten in Etosha is een sensatie op zich. De waterputten voor het wild liggen direct naast de overnachtingkampen en worden verlicht door grote schijnwerpers. Nergens in Afrika is het wild 's nachts zo mooi te bewonderen. Drinkende neushoorns, jagende leeuwen, krijsende uilen. Maar het gevolg is ook dat jakhalzen en genetkatten gewoon tussen de tenten lopen. En wie ooit in een tentje heeft geslapen en van heel vlakbij het ijzingwekkende gehuil van hyena's heeft gehoord, weet dat je gegarandeerd een nacht lang wakker ligt.
'Alette, kunnen die beesten ook uit?'
(Wordt vervolgd)
Safarireis Afrika deel III: Namibië & Zuid-Afrika
'Alette, nemen schorpioenen wel eens wraak?'
De safari-gangers, die we volgen op hun tocht door Zambia en Botswana, gaan in dit laatste deel de stoofkamer van Namibië in. Door kokende woestijnen en over zinderende zandduinen. Is iedereen tegen de hitte bestand? En blijft het tot Kaapstad gezellig?
Tekst: Chris-Jan van der Heijden
Fotografie: Harm Jan van Dijk
De groep kreunt en steunt. Al vroeg in de ochtend lopen we door het Brandbergmassief. Meer dan 45.000 eeuwenoude rotstekeningen zijn er in deze hoogste bergen van Namibië ontdekt en wij gaan op weg naar het topstuk: de White Lady. Omgeven met mysteries en raadsels. Tweeduizend jaar geleden waren blanke vrouwen hier nou niet echt talrijk. Wilde theorieën over buitenaardse penseelstreken brengen jaarlijks tientallen wetenschappers naar de grot.
En oververhitte toeristen. De tien white lady's van onze groep zijn inmiddels rood uitgeslagen en ook bij de mannelijke krijgers parelt het zweet op het voorhoofd. De grot ligt op een dik uur bergop wandelen. Zou geen probleem moeten zijn voor onze helden, die we de afgelopen twee afleveringen van deze serie als onverwoestbaar hebben leren kennen. Maar nu is het boven de veertig graden. Het schilderachtige rivierdal dat naar de rotstekening voert, wordt voor kennisgeving aangenomen. En ook voor de witte dame is de waardering matig. 'Niet echt wat je noemt een Rembrandt', oordeelt Luc subtiel.
Ook al had reisleidster Alette ons tactisch voorbereid op de warme derde week van onze safarireis - de woestijnen van Namibië geven wel heel snel hun visitekaartje af. Iedereen hangt uitgeteld bij de gele safaritruck. Flessen water worden over lichamen gesproeid. Hester zit er helemaal doorheen. Met haar kleren aan duikt ze in een smal waterstroompje. 'Pikken jullie mij vanavond maar weer op.' Nog niet was de hitte zo onontkoombaar. De groep kijkt dan ook benepen als juist de camping bij Twijfelfontein slechts blijkt te bestaan uit een kleine keet waar het drinkwater is uitverkocht en een holle boom die dienst doet als provisorische douche.
'Teveel luxe is ook niet goed'.
Gelukkig is Jan nog scherp.
Dichterlijke schoonheid
Het is de tol voor iedere Namibië-ganger. Wie de magnifieke woestijnwereld wil ontdekken, zal hitte, leegte en verlatenheid moeten weerstaan. Chauffeur Mike loodst de gele safaritruck door verzengende landschappen; over onverharde wegen, langs puinachtige bergen, diepe canyons en droge rivieroevers. Waarvan de schoonheid maar niet op film gevangen wil worden. Het is ervaringsschoonheid. De schoonheid van suizende stilte, de isolerende cocon van warme lucht en de eindeloosheid van de herhaling. Nietigheid verpakt in ongenaakbaarheid. Zou bij de groep dezelfde poëtische onzin opwellen? Het is in ieder geval uren doodstil in de bus.
De overpeinzingen worden verbroken door Mike. 'We have to get out of the truck guys.'
Hebben we alweer een lekke band?
Maar het gezicht van Mike staat dit keer zorgelijker. Eén keer in de tien jaar heeft Namibië een 'nat' jaar en staat de woestijn in bloei. Dat geluk hebben wij. Dan neem je het nadeel dat droge rivierbeddingen kunnen veranderen in kolkende waterstromen graag op de koop toe. Althans.
Totdat je voor een kolkende waterstroom staat.
De bedding die voor ons ligt dus. 'Vorige week is hier nog een vrachtwagen weggezakt in de modder', mompelt Mike met een betrokken gezicht, 'Ik weet niet of we hier doorheen kunnen komen.' Voetje voor voetje tast hij met blote voeten de bodem van het riviertje af. Alette kijkt toe met gemengde gevoelens. 'Als we deze doorsteek niet kunnen maken, hebben we een probleem. Omrijden kost ons zeker twee dagen.'
Mike besluit de gok te wagen. Terwijl de groep gespannen afwacht, rijdt Mike de truck vijftig meter achteruit en neemt dan vol gas een aanloop richting de rivier. Om vlak voordat hij het water in rijdt mis te schakelen. De truck komt precies midden in het water tot stilstand. De groep houdt de adem in. Mike kijkt geschrokken uit het raam naar zijn achterwielen.
Maar… er gebeurt niks.
Blijkbaar is de bodem van de rivier weer gestabiliseerd. De truck hobbelt rustig naar de overkant. 'Hé Mike, wanneer krijgen we nog zo'n avontuur?'
Schnitzels in de woestijn
Bij het binnenrijden van de Skeleton Coast lijken de natuurwetten met zichzelf spotten. Hoe dichter we de oceaan naderen, hoe droger het landschap wordt. 'Dat lijkt wel mist daarginds', constateert Bert verbaasd. Midden in de kurkdroge woestijn waadt de groep door een oer-Hollandse dikke soep. Nog geen tien meter zicht. Het beetje water dat elke dag door deze mist landinwaarts wordt gedreven, is de navelstreng voor de slangen, schorpioenen, hagedissen, kameleons, spiesbokken en woestijnolifanten die in deze 500 kilometer lange kustwoestijn leven. Maar voor de groep blijft het een fata morgana. 'Die mist kán toch helemaal niet met die temperaturen hier', mompelt Henk.
Het blijkt de dag van de vreemde tegenstellingen. Vanuit de dorre woestijn zien we opeens duizenden zeehonden liggen. We hebben de Atlantische kust bij Cape Cross bereikt. De grootste robbenkolonie van Afrika ligt met zijn rug tegen de woestijn. 'Moet je kijken,' roept Renske, 'Je kunt ze bijna aanraken.' Slechts een muurtje van een halve meter hoog scheidt ons van meer dan 150.000 Namibische oorrobben. Hoewel de tweede barrière niet onderschat moet worden: de misselijk makende geur van rotte vis, urine en poep die de kolonie verspreidt. We zien hoe puppy's worden gezoogd, hoe mannetjes hun territorium bewaken of hoe ze relaxed in de metershoge golven dobberen. Overal klinkt het typische klaaglijke geloei. Met af en toe de verhoogde staat van paraatheid als er een jakhals op jacht is naar jonge robben. 'Ik voel me net David Attenborough', proclameert die andere beroemde natuurkenner, Ben the Bushman.
De dag van de tegenstellingen wordt vervolmaakt als we Swakopmund binnenrijden. Vanuit de Afrikaanse wildernis rijden we plotseling langs Konditoreien, Bierstubes en barokke gevels. De meest populaire badplaats van Namibië blijkt een Duits koloniaal relict. De voertaal is Duits, de inwoners zijn blond en de straten zijn vernoemd naar Kaiser Wilhelm en Bismarck. Een ideaal stadje om de loeiende hitte van de woestijn uit onze lijven te laten waaien. De Benguelastroom voert ijskoud water aan vanaf Antarctica en matigt de temperatuur tot 25 °C. Maar het blijft vreemd om een schnitzels met de afmeting van zo'n beetje het halve Afrikaanse continent op je bord te vinden. De Australische Sam kijkt haar ogen uit: 'They won't believe me when I tell this at home. Wiener schnitzels in the desert!'
Escher in terra
De Namib is de oudste woestijn op aarde. Over een lengte van 1470 kilometer strekt ze zich uit langs de Atlantische kust. Wonderbaarlijk hoe zand, steen, kaalheid en droogte zoveel moois hebben kunnen creëren in het Namib-Naukluft National Park. Van de ruige Kuiseb Canyon - met haar opeenstapeling van symmetrische puinbergen - tot de vermaarde Sossusvlei die met haar rode zandduinen tot de mooiste plekken van onze planeet wordt gerekend.
'Wakker worden!' Alette rammelt voor dag en dauw iedereen de tent uit. Vanaf onze kampeerplaats in Sesriem is het nog zeventig kilometer rijden tot de Sossusvlei en we moeten voordat de zon opkomt op het topje van de hoogste zandduin zitten.
Weinig blije hoofden zo vroeg op de morgen.
Maar een uur later staan we dan toch voor duin 'Nr. 45'. Aan de horizon verkleurt het zwart van de nacht al naar donkerblauw. 'Moeten wij daar echt naar boven?', vraagt Martine mismoedig. Nr. 45 is met zijn 250 meter een van de hoogste zandduinen ter wereld. 'Je moet het zelf weten', dringt Alette zachtjes edoch vastberaden aan, 'maar wat je daarboven gaat zien, wil je echt niet missen.' Martine wist dat natuurlijk al. De complete groep begint aan een maoïstische mars naar boven. Twee stappen vooruit, één achteruit.
Uithijgend op de top doemen de eerste duinen al op uit de duisternis. En dan gebeurt het. Zo gauw de eerst zonnestralen over de horizon schieten zet de lage zon Sossusvlei in vuur en vlam.
Kilometers ver gloeien de zandduinen op in diepe terrakleuren. Schaduwlijnen scherp als sikkels scheiden het rode zand van de blauwe lucht. 'Het is net een tekening van Escher', zwijmelt Trudy, 'Maar dan een die beweegt.' Ze heeft gelijk. Elke minuut creëert de rijzende zon nieuwe motieven in het landschap. Symmetrische krimpende vlakken als een choreografisch perfecte show.
Als het spektakel een half uur na zonsopkomst is afgelopen, sjokt de groep verdoofd naar beneden. Volledig gezandstraald, maar voldaan. Terwijl de hitte haar vertrouwde positie weer inneemt zie je iedereen stiekem aan regenachtig Nederland denken. De zon doet rare dingen met je.
Argumenten voor schorpioenen
Dan kun je maar beter hier boven staan. De avondzon zet de canyon in een roodbruine gloed en silhouetten van de unieke kokerbomen steken af tegen de oranje hemel. Weer allemaal diepe zuchten. Voor de zoveelste keer is het weer eens fabelachtig mooi. Trudy - vanwege haar altijd opgewekte zang inmiddels getooid met de bijnaam 'Nachtegaal van Namibië' - staat zingend aan de rand van de canyon. 'One day I'll fly away…'
Houden de superlatieve landschappen dan nooit op deze reis?
Jawel. Morgen. Dan begint de lange rit richting Kaapstad vanwaar we terugvliegen naar Nederland. De Fish River Canyon is ons laatste hoogtepunt en iedereen wil het moment zo lang mogelijk rekken. De avond wordt lang. Het Namibische bier vloeit rijkelijk. Alette gaat op de schouders en krijgt een enthousiaste speech van Jan. De groepsleden kijken elkaar meewarig aan. Het was toch wel erg gezellig allemaal en dat is bijna afgelopen.
Maar ook Afrika wil nog even afscheid nemen.
'Chris let op, er zit een schorpioen op je voet!' roept Rob geschrokken. Hij heeft gelijk. Een driftig beestje loopt met opgeheven stekel over mijn schoen. Een beestje dat heel erg giftig is. 'Rustig blijven zitten, rustig blijven', bezweert Alette. Makkelijk praten als je op vijf meter afstand staat. Gelukkig bedenkt het diertje zich en verlaat de schoen over bakboord. Maar bij iedereen staat de schrik op het gezicht geschreven. Gisteren vertelde de parkranger in Sossusvlei ons nog hoe gevaarlijk en pijnlijk een steek van een schorpioen was.
'Hoe kunnen we dat beestje overtuigen dat hij vanavond beter niet onze tenten gaat binnenkruipen?', vraagt Ben the Bushman zich bezorgd af. 'Wacht maar', zegt Rob, 'Ik heb hier een argument van vijf kilo.' Met een grote steen plet hij de schorpioen op Namibische wijze en neemt hij voor even de bezorgdheid van een nachtelijk schorpioenenbeet weg. Totdat Ben zich een belangrijk detail herinnert dat de parkranger gisteren ook vertelde: 'Schorpioenen zijn altijd met z'n tweeën.'
Een manische nachtelijke speurtocht met zaklampen breekt los. Die andere is natuurlijk uit op wraak. Maar geen schorpioen is er meer te vinden. Met zichtbare tegenzin gaat iedereen uiteindelijk zijn tent in. Voor een laatste nacht in Namibië vol koortsige schorpioenendromen.
'Alette, weten schorpioenen wat bloedwraak is?'




Volg ons op:
Tel: 071-5126400