Vragen? Bel 071-5126400

Reis zoeken

35 reizen gevonden

Online betalen

Mozambique, land van eindeloze hartelijkheid (door Elma Doeleman)

Djoser steunt de komende drie jaar een UNICEF-hulpprogramma in Mozambique. In het land dat eeuwenlang is geteisterd door geweld, is de leefsituatie van het grootste deel van de bevolking ronduit slecht. Maar er gloort hoop.

Tekst | Elma Doeleman

Mozambique
Mozambique ligt aan de oostkust van zuidelijk Afrika en heeft een kustlijn van maar liefst 2500 kilometer langs de Indische Oceaan. Het wordt omringd door Tanzania, Malawi, Zambia, Zimbabwe, Zuid-Afrika en Swaziland. Op 25 juni dit jaar vierde Mozambique haar 35ste verjaardag als onafhankelijke republiek. Het waren 35 turbulente jaren in een land dat eeuwen van kolonisatie achter de rug heeft.

Kolonisatie
Wanneer de Portugese ontdekkingsreiziger Vasco da Gama in 1498 voet aan land zet, bestaan er al eeuwenlang Swahili en Arabische commerciële nederzettingen. Hij en zijn manschappen worden goed ontvangen en Da Gama verbaast zich over de ontwikkelde maatschappij die hij aantreft, met een bloeiende handel en geldeconomie, rijke kooplieden en sjeiks. Er zijn ook zeevaarders die de kennis bezitten waar hij naar op zoek is: de zeeweg naar India.

Maar de Portugezen beantwoorden de gastvrijheid met geweld: ze plunderen de stadjes en beschieten ze met kanonvuur voordat ze naar India vertrekken. Als Da Gama twee jaar later met meer schepen en wapens terugkeert, heeft hij de intentie om controle over het gebied te nemen. De steden die zich niet vrijwillig aan hem overgeven, blijven in puin achter. Zodoende verkrijgen de Portugezen aan het begin van de 16e eeuw de controle over Mozambique-eiland en de havenstad Sofala. Al snel dringen ze het binnenland in op zoek naar goud en zetten er garnizoenstadjes en handelsposten neer met de bedoeling de exclusieve controle over de goudhandel te krijgen. Om hun positie te consolideren voeren de Portugezen een systeem van ‘prazos’ (landuitgiftes) in. Aanvankelijk alleen aan Portugese kolonisten, maar door gemengde huwelijken worden dit al snel Afrikaans- Portugese of Afrikaans-Indiase centra, die verdedigd worden door grote Afrikaanse slavenlegers. Hoewel de Portugese invloed geleidelijk uitbreidt, blijft haar macht beperkt. Aan het begin van de 20e eeuw doen de Portugezen het bestuur van een groot deel van Mozambique over aan een paar grote particuliere bedrijven, zoals de Mozambique Compagnie, de Zambezia Compagnie en de Niassa Compagnie, gecontroleerd en grotendeels gefinancierd door de Britten. Hoewel de slavernij aan het eind van de 19e eeuw officieel wordt afgeschaft in Mozambique, gebruiken deze bedrijven goedkope, vaak gedwongen Afrikaanse arbeid voor de mijnen en plantages van de nabijgelegen Britse koloniën en Zuid-Afrika. De bedrijven leggen wegen en havens aan om hun goederen naar de markt te brengen, onder meer de spoorlijn die tot op de dag van vandaag Zimbabwe met de Mozambikaanse haven van Beira verbindt. Maar na enkele decennia besluit Portugal haar directe macht over Mozambique uit te breiden, de contracten met de bedrijven op te heffen en het land als een overzeese provincie te besturen.



Dekolonisatie
Ondertussen begint in andere delen van Afrika de antikoloniale beweging opmars te maken en met de onafhankelijkheid van Ghana in 1957 wordt een trend in gang gezet: in de jaren ‘60 worden de meeste Afrikaanse kolonies onafhankelijke staten. Op 16 juni 1960 organiseren de Makonde in de noordelijke stad Mueda een demonstratie om onafhankelijkheid van Portugal te eisen. De Portugese districtsbestuurder draagt zijn troepen op het vuur te openen en honderden Mozambikanen worden koelbloedig neergeschoten. Deze dag staat sindsdien in de annalen als ‘het bloedbad van Mueda’. Het vormt een belangrijke impuls voor de vorming van de bevrijdingsbeweging ‘Front voor de Bevrijding van Mozambique’ (FRELIMO), die in 1964 een gewapende guerrillaoorlog start. In het ‘moederland’ begint het verzet tegen Salazar ook toe te nemen, mede gevoed door de onwil van Portugese militairen om ‘overzee’ te gaan vechten. Ten slotte nemen linkse militairen in 1974 de macht in Portugal over en dit leidt uiteindelijk tot de onafhankelijkheid van Mozambique (en de andere Portugese koloniën) in 1975. FRELIMO wordt binnengehaald als de bevrijder van het land en vormt de nieuwe regering onder president Samora Machel.

Successen
In de koloniale tijd werden de administratie en de economie geleid door Portugese kolonisten. De doorsnee Mozambikaan was uitgesloten van onderwijs hoger dan de vierde klas, en er waren slechts weinig hoger opgeleide Mozambikanen. Na de onafhankelijkheid verlieten de Portugezen in groten getale het land, maar voordat ze vertrokken vernielden ze veel infrastructuur, inclusief landbouwmachines en industrieel materieel. De nieuwe regering adopteert een marxistische lijn, met als belangrijke kenmerken de onteigening van de agrarische bedrijven, die worden omgevormd tot staatsbedrijven, en de vorming van gemeenschapsdorpen op het platteland. FRELIMO boekt in korte tijd grote successen op het gebied van onderwijs en gezondheidszorg, waardoor het land voor even een model wordt voor andere ontwikkelingslanden.

Burgeroorlog
Tegelijk woedt buiten de landsgrenzen in Rhodesië (nu Zimbabwe) en Zuid-Afrika de strijd tegen de blanke minderheidsregimes en het apartheidssysteem. Deze zien een bedreiging in een onafhankelijke zwarte regering in buurland Mozambique. Als de FRELIMO-regering dan ook nog steun geeft aan de bevrijdingsbewegingen ZANU (Zimbabwe) en ANC (Zuid-Afrika), is dat aanleiding voor de blanke regimes om de lokale onvrede met het FRELIMO-beleid, vooral in het centrum van het land, aan te wakkeren en een gewapende rebellenbeweging (RENAMO) in het leven te roepen. Zo begint in 1977 een lange en gewelddadige burgeroorlog, die delen van het platteland onttrekt aan effectieve overheidscontrole en het land uiteindelijk in een puinhoop achterlaat. De rebellen hebben het vooral voorzien op onderwijzers en verplegers, op scholen en gezondheidsposten, als bakens van de nieuwe, socialistische staat. Naar schatting een miljoen Mozambikanen komen om tijdens het conflict, 1,7 miljoen zoeken hun toevlucht in de buurlanden en enkele miljoenen raken ontheemd. Op 19 oktober 1986 crasht het vliegtuig van Samora Machel op de terugweg van een internationale bijeenkomst in Zambia vlak over de grens in Zuid-Afrika. De president en 33 anderen komen om, waaronder ministers en ambtenaren van de Mozambikaanse regering. Er wordt nog steeds gespeculeerd over wie er achter dit ongeluk zaten.

Vrede en democratie
Machel’s opvolger, Joaquim Chissano, begint grote veranderingen door te voeren. Hij gaat in zee met de economische hervormingen die door het IMF en de Wereldbank worden vereist, en verandert het beleid langzamerhand naar een kapitalistische aanpak. In 1990 wordt een nieuwe grondwet aangenomen die voorziet in een meerpartijenstelsel, een markteconomie, vrije verkiezingen en persvrijheid. Hij begint vredesbesprekingen met RENAMO, die in 1992 leiden tot een vredesakkoord. De twee daaropvolgende jaren wordt hard gewerkt aan de vorming van een eenheidsleger (met militairen uit het regeringsleger en uit RENAMO), de repatriëring van vluchtelingen, de reïntegratie van ontheemden en, bovenal, de verzoening tussen de voormalige vijanden. In 1994 vinden de eerste democratische verkiezingen plaats, waarbij RENAMO (de voormalige rebellenbeweging nu omgevormd tot politieke partij) een onverwacht grote aanhang krijgt. FRELIMO behoudt echter de meerderheid en zal deze bij volgende verkiezingen (elke vijf jaar) steeds versterken.

Corruptie
Met de opening naar een markteconomie en de privatisering van staatsbedrijven, doet een nieuw fenomeen zijn intrede: corruptie. De nieuwe eigenaren van de geprivatiseerde bedrijven zijn zonder uitzondering hoge kaders van ‘De Partij’. Bij de verkiezingen in 2004 moet Chissano het vaantje overdragen aan zijn opvolger, Armando Guebuza, een van de rijkste zakenmensen van het land die in vrijwel alle sectoren van de economie zijn belangen heeft. Zijn belangrijkste slogans zijn ‘Strijd tegen de Armoede’ en ‘Bestrijding van Corruptie’. De macro-economische cijfers gaan met sprongen omhoog, Mozambique kent een groei van ruim 10 procent per jaar en vooral de hoofdstad Maputo ondergaat in korte tijd een totale ‘facelift’. Het aantal luxe villa’s groeit enorm en de ‘condominiums’ doen hun intrede - terreinen vol met grote panden, beschermd met enorme hekwerken, prikkeldraad en gewapende bewakers. Veel prachtige, oude gebouwen vallen ten prooi aan speculatie: deze of gene ‘hotshot’ heeft het eigendom verkregen maar doet vervolgens niets aan onderhoud, in de wetenschap dat het object over enkele jaren met veel winst verkocht kan worden. Het wegenstelsel in en rond Maputo zit totaal verstopt met een alsmaar toenemend aantal luxe 4 x 4’s. Mozambique staat al jaren bekend als een paradijs voor drugshandel, maar er is nog nooit een drugsbaron veroordeeld. Ondanks al deze opulentie is het leven voor de meerderheid van de bevolking slechts mondjesmaat verbeterd: toegang tot schoon water is in grote delen van het land nog een droom, het elektriciteitsnetwerk rukt slechts langzaam op, er worden wel steeds meer scholen gebouwd maar de kwaliteit van het onderwijs is abominabel, gezondheidsposten zijn nog veel te dun verspreid en het aantal dokters buiten de steden is bedroevend. Malaria is nog steeds de grootste doodsoorzaak, en de cijfers van moeder- en kindsterfte behoren tot de hoogste ter wereld. Gemiddeld 16% van de bevolking lijdt aan Aids.

Burgerinvloed
Gelukkig zijn er ook positieve ontwikkelingen. Sinds de jaren ’90 is de burgerbeweging in opkomst. Er zijn inmiddels vele organisaties die opkomen voor zaken als mensenrechten, vrouwenbelangen, kinderbescherming, landrechten, anticorruptie en burgerinvloed op het beleid. Er zijn gecoördineerde initiatieven om te controleren of overheidsgeld wordt uitgegeven volgens planning en of de uitbesteding van bouwwerken volgens het boekje gaat en niet via handjeklap tussen partijleden of familie. Het blijft wel een strijd om toegang te krijgen tot de informatie waar de burger recht op heeft, maar die strijd is tenminste gaande. Vooral in de hoofdstad zijn er veel onafhankelijke media die de politiek kritisch volgen. Evengoed zijn er ook pogingen om de journalistiek te muilkorven, met name in de provincies. En in delicate zaken - waar het gaat over corruptiegevallen, machtsmisbruik, dubieuze aanwendingen van overheidsgeld en dergelijke - zijn er helaas nog steeds te veel ‘anonieme bronnen’, die met recht vrezen voor hun baan of de kans dat hun kinderen niet kunnen doorstuderen als ze openlijk een autoriteit bekritiseren.

Paradijs op aarde
Mozambique is een land van contrasten. Tussen rijk en arm, geschoold en analfabeet, stads- en plattelandscultuur, wetenschappelijke en magische uitleg van de wereld. Tussen geglobaliseerde artiesten die op wereldpodia staan, en de jongen in het dorp die een gitaar improviseert van wat blikken en een stuk hout met ijzerdraad. Tussen al die contrasten is er één constante: de eindeloze hartelijkheid en warmte van de mensen die je overal ontmoet als je hier als buitenlander rondreist. In dat opzicht is Mozambique een paradijs op aarde