Op ontdekkingstocht in het eigenzinnige noordwesten van Madagaskar

Op ontdekkingstocht in het eigenzinnige noordwesten van Madagaskar


De mysterieuze Avenue des Baobabs

Baobab MadagaskarDe eerste zonnestralen prikken door de laaghangende mist wanneer we de Avenue des Baobabs oprijden. Aan weerszijden van de hobbelige zandweg staan tientallen van deze nagenoeg bladloze bomen. Volgens Malagasy traditie verschuilen de voorouders zich in hun basten om zo het leven van alledag gade te slaan. Het is nog koel als we op de mysterieuze plek staan, omgeven door nieuwsgierige Malagasy kinderen en rondtrekkende veehouders met imposante houten ossenkarren. Ik voel me rustig, al weet ik dat er een lange dag in het verschiet ligt.

De lange tocht naar het noorden

Madagascar koe karAls de zon in kracht toeneemt, verlaten ook wij de magische plek. We rijden uren over ruig terrein, enkel vergezeld door stekelige bosjes en uitgedroogde rivierbeddingen. Het leven van de Sakalava bevolking is op z’n zachtst gezegd een uitdaging: hoe langer de droogte aanhoudt, hoe verder zij moeten lopen om drinkwater te vinden. Ze leven veelal van hun ossen en de mango’s die in het juiste seizoen uit de netelige begroeiing vallen. Plotseling stuiten we op water. Het is de rivier bij Belo, die we moeten oversteken om dichterbij ons einddoel te komen: het Tsingy. Het Tsingy is een enorm steenwoud dat is ontstaan, doordat de plaats vroeger onder de zeespiegel lag. Jarenlang hebben een samenspel van water en wind ervoor gezorgd dat de torenhoge pieken nu ferm de lucht insteken. Het is een uniek gebergte, zoals je dat nergens anders ter wereld ziet. De kers op de taart, de reden van onze lange en ruige tocht. Belo zelf is als een oase in de woestijn: zo is er niets en plots is er iets.

Een leven in isolement

Tsingy de Bemaraha MadagascarOnze chauffeurs rijden de Landrovers deskundig op de houten vlonders die op het bruinige water drijven. Ook wij nemen afscheid van het land. Wie het Tsingy wil bereiken, moet de rivier oversteken. Door de stijging van het waterpeil tijdens het regenseizoen is het Tsingy soms maandenlang afgesloten van de rest van Madagaskar en daarmee de rest van de wereld. Het is een ecosysteem op zichzelf. Een gemeenschap die heeft geleerd in isolement te leven en offers te brengen. In die bewuste maanden is er amper gezondheidszorg, kan voedsel schaars worden en droogt hun voornaamste inkomstenbron, het toerisme, volledig op. De saamhorigheid is des te groter.

De beloning

Landschap Madagascar Staand in de felle zon op de houten vlonder trekt er een wonderschoon landschap aan ons voorbij: kolkend water ten midden van een ruig woestijnlandschap met kleurrijke vissers in houten kano’s. In veertig minuten drijven we stroomafwaarts naar Belo, een klein stadje met een levendige markt waar zebu (Madagascarse runderen), textiel en brood verkocht wordt. Het is het laatste rustpunt opweg naar de oprijzende steenpilaren. Vanuit Belo zijn het nog honderd lange kilometers naar Bekopaka, het dorpje aan de voet van de Tsingy. De rit is avontuurlijk, mooi en bovenal authentiek. Bij het uitrijden van Belo zien we de allerlaatste betonnen huizen, die al snel plaatsmaken voor ingenieus gevlochten rieten hutten. Het glooiende woestijnlandschap biedt adembenemende vergezichten. De zon zakt langzaam en hult de omgeving in romantisch avondrood. In de verte zie ik de kalmte van de rivier bij Bekopaka. We zijn er bijna. Op de duizenden jaren oude plek. Daar waar het leven tegelijk zo simpel en zo moeilijk is. Daar waar we de eerste sifaka’s en maki’s gaan zien en de durvals onder ons per klimgordel de bergen zullen proberen te bedwingen. Het avontuur kan beginnen.

Een ooggetuigeverslag van reisbegeleidster Zinzi Zegers.

Bekijk onze reizen door Madagaskar.
 

Terug naar boven