Overzicht China rondreizen van Djoser

Mongolië, Land van Djengis Khan

In een vorige 'Op reis met Djoser Magazine' heb je - aan de hand van een reisdagboek - impressies kunnen lezen van de Djoser-reis met de Transsiberië express. Deze reis heeft bepaald méér te bieden dan alleen maar enerverende ontmoetingen met medetreinreizigers. Ook een meerdaagse tocht door Mongolië maakt deel uit van deze avontuurlijke Djoser-reis, waarin je een aantal nachten doorbrengt in een traditionele 'ger', een vilten nomadentent. Een reis alleen naar Mongolië laat je nu nog beter kennismaken met dit immens lege land.

  Mongolië was het gebied vanwaaruit Djengis Khan een groot deel van de wereld veroverde en het land dat de Chinese keizer ertoe aanzette een grote muur rond zijn rijk te bouwen tegen de invallen van de barbaarse horden uit het noorden. Tevergeefs overigens, want in 1271 stichtte een van de kleinzoons van Djengis Khan, Koebilai, de Yuan dynastie die tot halverwege de 14e eeuw over China zou heersen. Tegenwoordig zijn de rollen tussen
 

de twee landen omgedraaid en is Binnen-Mongolië een deel van China, maar het vroegere Buiten-Mongolië is sinds de jaren negentig voor het eerst in eeuwen geen kolonie of vazalstaat meer.

 

'Land van de blauwe hemel'
Na vier dagen komt trein No. 6 vanuit Moskou in Ulaanbaatar aan. Niet alleen de naam van de stad, die Rode Held betekent, doet nog denken aan de communistische tijd, ook het totale stadsbeeld en de gebouwen die er staan doen sterk denken aan de steden die je eerder al vanuit de trein in Rusland hebt gezien: veel industrie en betonnen flats. Mongolië is dan ook niet bij uitstek een land dat je bezoekt om er de steden te gaan bekijken. Juist de natuur en de leefwijze van de bevolking buiten de steden vormen de voornaamste reden voor een verkenning van 'het land van de blauwe hemel'.

 

De Mongolen zijn van oudsher nomaden en de helft van de bevolking leeft nog altijd in z.g. 'gers'. Zo'n ger is de ideale behuizing voor een nomadenfamilie. Een licht, inklapbaar houten frame draagt afhankelijk van de tijd van het jaar één of meerdere lagen vilt. De binnenste en de buitenste laag van de ger bestaan vaak weer uit canvas. Het opzetten van een ger is aan strenge regels gebonden. Enerzijds moet er worden ingespeeld op de natuurlijke  

omstandigheden, en anderzijds dienen ook de huisgoden gunstig gestemd te worden. Het opzetten van de ger begint met de ondergrond. Afhankelijk van de duur van het verblijf kiest de bouwer voor hout, vilt of gewoon aarde. Vervolgens wordt de deur geplaatst, die altijd naar het zuiden gericht is. Daarna worden volgens een vast patroon de 'muren' en steunpilaren geplaatst.

 

Een paar huisregels
De kans is groot dat je tijdens de reis een familie in zo'n ger zal bezoeken. De gastvrijheid van de Mongolen is verbazingwekkend en een ieder die bij een ger aankomt is er welkom. Een paar foto's van je huis en je familie vormen een perfect uitgangspunt voor een gesprek - uiteraard met handen en voeten. Tijdens zo'n bezoek gelden er een paar huisregels. Zo mag je bijvoorbeeld niet op de vaak prachtig beschilderde deur kloppen. Niet alleen is dat hoogst onbeleefd, maar als je zonder aankondiging zo dicht bij de ger komt loop je het risico dat de waakhond van de eigenaar in actie komt. De standaard manier om je komst aan te kondigen is dan ook om hard 'nochoj chor' te roepen: hou de hond vast! Een kom airag als welkomstdrank zal dan zeker niet ontbreken.

 

Net als je aankomst bij de ger, is ook het nuttigen van de airag gebonden aan een aantal regels. Of je nu een liefhebber bent van gegiste paardenmelk of niet, weigeren of je beurt overslaan is uit den boze. Als je echt geen airag blieft - wat je natuurlijk niet weet voordat je het een keer geprobeerd hebt - doe je gewoon alsof je drinkt. Op deze manier voldoe je aan je plicht als gast en is de gastheer of vrouw tevreden. Als je de eer treft om als eerste de kom aangereikt te krijgen moet je drie keer een offer plengen: het eerste aan de hemel, het tweede aan de wind en het derde aan de aarde. Vervolgens pak je, met je rechterhand, de kom aan en neem je een slok.

 


Strikte voorschriften
Wanneer je daarna wordt uitgenodigd om de ger te bezichtigen moet je wederom oppassen de eigenaar van de ger niet voor het hoofd te stoten. Het eerste obstakel dat je tegenkomt is de drempel. Net zoals je bij sommige mensen vroeger niet op de koperen lijst van de deurmat mocht gaan staan, mag je in Mongolië niet op of half over de drempel staan. Je moet óf binnen óf buiten zijn. Op zicht lijkt
 

het niet zo moeilijk, maar veel mensen maken de fout om even hun hoofd naar binnen te steken... en overtreden daarmee een van de gedragsregels.

 

Eenmaal binnen in de ger zullen je ogen even moeten wennen aan het licht dat door de ronde opening in het dak binnenvalt. Deze opening is niet alleen de licht- en luchtschacht van de ger, maar symboliseert bovendien de zon. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat de palen die de dakring dragen de kleur van zonlicht hebben. De zon speelt een belangrijke rol in de gedragsregels binnen de ger. De oostkant van de ger staat onder bescherming van de zon en dit is de kant waar de vrouwen zitten. Mannen gaan na binnenkomst naar het westen, dat onder bescherming staat van Tengger, de god van de hemel.

 

  Ook de indeling van een ger is gebonden aan strikte voorschriften. De belangrijkste elementen die je er altijd aantreft zijn de kachel die, om praktische redenen, in het midden onder de opening in het dak staat, en het huisaltaar dat tegenover de deur, dus tegen de noordwand staat. Op dit altaar kunnen verschillende zaken staan die voor de bewoners van de ger van bijzondere waarde zijn. Ook zaken die wij niet direct met een

altaar associëren, zoals familiefoto's of geschenken van gasten, vinden hier hun plaats. Omdat deze zaken een belangrijke plaats innemen in het leven van de bewoners van de ger mag je als bezoeker nooit je rug naar dit altaar toe keren. Behalve natuurlijk als je na enige tijd weer vertrekt om verderop in het Mongoolse landschap zelf je tent te gaan opzetten.

 

Alles uit de kast
Hét moment van het jaar waarop de Mongolen alles uit de kast halen en hun paardrijkunst ten toon spreiden is het jaarlijks terugkerende Naadamfestival, begin juli. Gedurende drie dagen worden in veel regionale centra wedstrijden gehouden in worstelen, boogschieten en paardrijden. Als je in deze periode in Ulaanbaatar bent, waar het grootste van alle Naadamfestivals in Mongolië plaatsvindt, krijg je een idee waarom de Mongoolse ruiters-boogschutters van Djengis Khan een rijk wisten te veroveren dat zich uitstrekte van de Gele tot de Zwarte Zee en van Moskou tot Guangzhou.

 

 
Aan de informatie in deze artikelen en verhalen kunnen geen rechten ontleend worden.