Het bijzondere werelderfgoed van Sucre

Het bijzondere werelderfgoed van Sucre

Tekst Ynske Boersma

mag_nj18_header_sucre_1


Een wandeling door de witgekalkte koloniale stad Sucre is als een wandeling door de eeuwen heen, van de aankomst van de Spanjaarden in de 16e eeuw tot de eerste Latijns-Amerikaanse onafhankelijkheidsoorlog in 1809. In 1991 werd het oude centrum van de stad uitgeroepen tot Unesco werelderfgoed.
 

De bel herinnert aan de strijd voor onafhankelijkheid


De Zilveren Stad van Nieuw Toledo

Sucre is misschien wel ‘s werelds charmantste hoofdstad. Denk aan hellende klinkerstraten, witgekalkte huizen met rode pannendaken en pleintjes die speciaal gemaakt lijken voor verliefde stelletjes en oude mannetjes met kranten. Een stad waarin je kunt verdwalen. Pas na lunchtijd, heilig voor de Sucrenses, komt de stad tot leven. Winkels openen hun deuren, straatverkoopsters hijsen bontgekleurde dekens met handelswaar op de rug en de straten stromen vol met luid sputterende minibusjes en vooroorlogse motorfietsen.

De stad werd in 1538 gesticht door de Spanjaarden als de Zilveren Stad van Nieuw Toledo, La Plata. De stad werd gevestigd om de zilvermijnen in nabijgelegen Potosí veilig te stellen, en zou voor lange tijd dienen als de culturele, religieuze en juridische basis van de Spanjaarden in de regio. Het ging de stad voorspoedig, vooral na 1555 toen de Spanjaarden op een bijzonder grote voorraad zilver stuitten in Potosí. Het zilver bracht grote rijkdom naar La Plata, waar de vele religieuze gebouwen in het centrum het resultaat van zijn. De zilveren eeuwen duurden voort tot begin 19e eeuw, toen de bezetting van Spanje door Napoleon leidde tot de eerste onafhankelijkheidsoorlog van een Spaanse kolonie. Op 25 mei 1809 werd in La Plata daarvoor het startschot gegeven met de bel van de Basiliek van San Francisco. De bel werd zo hard geluid dat hij brak: de kapotte bel hangt nog altijd als getuige. Toch zou het tot 1825 duren voordat Bolivia bevrijd van de Spaanse overheersing. De onafhankelijkheid werd getekend in het Casa de la Libertad in La Plata, destijds een deel van het Jezuietenklooster, en nu te bezoeken als museum over de gebeurtenissen van die tijd. In 1839 wordt La Plata uitegroepen tot de hoofdstad van de Republiek van Bolivar, nu Bolivia, en krijgt het de nieuwe naam Sucre, naar de Venezolaanse bevrijder Antonio José de Sucre.
 

mag_nj18_half_sucre_1

Het hedendaagse Sucre

Een wandeling in de vrolijke chaos van het hedendaagse Sucre is als een tocht door de tijd. Zo zijn de religieuze gebouwen uit de beginperiode van de stad gebouwd in renaissance stijl, maar herken je in latere gebouwen barokke, gotische en neoklassieke invloeden. Het oude centrum werd in 1991 tot Werelderfgoed van Unesco verklaard. De organisatie beschouwt de stad als een goed voorbeeld van het samenvloeien van lokale en Europese bouwstijlen.

Een wandeling door de stad begint op het centrale plein met een bezoek aan het Casa de la Libertad, waar we alles te weten komen over de Boliviaanse geschiedenis. We rusten even uit onder de eeuwenoude bomen op het plein, tussen de oudjes met hun krant en de verliefde stelletjes, en bezoeken daarna de kathedraal aan hetzelfde plein: een mix van renaissancearchitectuur en barokke elementen uit latere perioden - het zou 250 jaar duren voordat het bouwwerk af was.

Vanaf het plein is het een paar blokken lopen naar de historische Mercado Central, waar inheemse marktvrouwen verstopt tussen grote hopen fruit, aardappels en boterbergen hun waren aanprijzen.


De namiddag is voor La Recoleta: de wijk die omhoog klimt tegen een heuvel, uitkomend op een pleintje met daar het eeuwenoude gelijknamige klooster en het mooiste uitzicht over de stad. Tegen zonsondergang komen families, toeristen en alweer de verliefde stelletjes hier samen om de zon te zien ondergaan over de stad, gezeten op de muurtjes van de mooie zuilengalerij van het klooster. Behalve als klooster, diende het gebouw door de eeuwen heen ook als legerkazerne en gevangenis. Nu huist er een museum, met schilderijen en beelden uit de zestiende tot de twintigste eeuw. In de verte klinkt een roestige trompet. Midden op een smalle klinkerstraat zet een jeugdig orkest zijn lied in. Even verderop begint een festival. Het ene na het andere verklede kind verdwijnt door een hoge deur. Binnen dansen kinderen, van kleine blues brothers tot meisjes in traditionele indígena-kostuums, hun trotse ouders zitten op de tribune. Maar achter die feestelijke façade schuilt een klein, gebroken hartje. ‘Sucre Hoofdstad van Bolivia´ lezen we achterop alle stadsbussen.

mag_nj18_header_sucre_2


Zelfs schoolkinderen ontkomen er niet aan, de blijde boodschap staat in koeienletters op hun rugtassen geprint. En wel, op papier geldt het 284 duizend zielen tellende stadje inderdaad als de hoofdstad. Helaas voor Sucre is de eretitel slechts symbolisch, want na een in 1899 verloren burgeroorlog verhuisde de regering naar het 416 kilometer noordelijker gelegen La Paz. Een nederlaag die de trotse Sucrenses nooit zullen accepteren. Maar één streepje hebben ze voor op grote broer La Paz: Sucre is veruit de mooiste stad van Bolivia, en een beschermd erfgoed bovendien. En dat pakt La Paz ze niet meer af.

Bekijk onze rondreizen door Bolivia.

 

Terug naar boven