Bolivia & Peru

Dichtbij de hemel in Bolivia (door Bibi Dumon Tak)

De aankomst in La Paz is koud en kil. Het is drie uur 's nachts wanneer ik, samen met een vrouw die ik heb ontmoet in de bus, bij een pension aanklop. Het luikje in de deur gaat op een kier en een slaperig oog kijkt eerst naar mij en dan naar de vrouw met het jammerende jongetje op haar arm. Het luikje gaat meteen weer dicht.

a bol040
Vijfentwintig uur eerder ben ik opgestapt in Arica, Chili, voor de rit over de bergen met de oudste bus die ik ooit heb gezien, propvol mensen en gammel als een antieke postkoets. Het traject voert langs ravijnen, door moerassige rivierbeddingen met weggezakte vrachtauto's, tussen kuddes lama's, over gaten, kuilen en brokken steen.

We duwen eensgezind als de bus vastloopt, zo'n dertig keer. De kou is overweldigend, zeker zonder jas, die ligt bij de bagage op het dak. Halverwege de rit, midden in de nacht, bereiken we de vierduizendmetergrens. Alle inzittenden krijgen last van die hoogte. De een wordt misselijk, anderen krijgen hoofdpijn en draaien het voorhoofd in de kom van hun hand alsof ze de pijn zo kunnen wegvegen. Iedereen kermt. Ik ben niet misselijk en heb geen hoofdpijn, ik krijg alleen geen lucht en ik weet het zeker: nu ga ik dood.
Zachtjes begin ik te zingen. Kinderliedjes, daarvan wordt mijn adem rustig en uiteindelijk ikzelf ook.

Herademen
Als ik het rolluik omhoogtrek, schijnt de zon de hotelkamer binnen. Niets lege, kale straten, maar bedrijvigheid en rumoer, kleur en leven. Alles wat 's nachts ontbrak. De straat op, de straat op, voor een ontbijt en een ander hotel. Ontwaken in la Paz is herademen. Al moet je dat niet te letterlijk nemen, want ook op vijfendertighonderd meter blijft de lucht ijl en weinig waard voor laaglanders. Al snel loop ik met mijn bagage de steile straten door, hijgend op iedere hoek. Overal op de stoep handeldrijvende indiaanse vrouwen met bolhoeden op. De bolhoeden lijken rechtstreeks afkomstig uit Engeland, maar hier in Bolivia vind je geen man die er een draagt. Een bolhoed is voor vrouwen. Op hun rug dragen ze een kind in een doek, slapend of spelend met de vlechten van de moeder. Zodra de kinderen kunnen lopen worden ze aan het werk gezet, de eerste taak is veelal de vliegen op het eten verjagen met een takje.

Na vier dagen gewenning wordt het tijd voor mijn eigenlijke reisdoel: het Titicacameer. Daar wil ik al heen sinds ik er op school over hoorde tijdens de aardrijkskundeles. De meren van de wereld: Titicaca klonk geheimzinnig, aanlokkelijk en onbereikbaar, veel meer dan Aral, Victoria, Balaton of Erie. Bovendien is het ook nog eens het hoogste, bevaarbare meer op aarde. Dat maakt het mysterie compleet. Opnieuw een duizelingwekkende tocht, maar niet zo lang en koud als van Arica naar La Paz.
Na vier uur bereik ik een dorp met de naam Copacabana. Het is klein, ingetogen, kalm en doet dus in niets denken aan het gelijknamige, beroemde strand in Brazilië. Hier is weliswaar ook een strandje, maar de aanspoelende golfjes zijn zoet, kabbelend en ijskoud. Dat doet er niet toe, ik sta er: aan de oever van het Titicacameer. De overkant kun je niet zien, maar daar ligt Peru.

a bol030Maagden offeren
De volgende dag vaar ik mee in het houten bootje van een visser. Hij heeft een huid van honderd jaar oud. Klap, klap, klinken de peddels. De lucht heeft de kleur van het water en dreigt ons te verpletteren, de wolken zijn zwaar en dichtbij. De visser brengt me naar Isla de la Luna, het eiland waar volgens de Inca's de maan geboren is. In de Incatijd, vertelt hij, stuurden ouders hun jonge dochters hierheen. Elke maand werd er een geofferd, ter ere van de maan. De mooiste maagd werd uitverkoren en gedood; bij volle maan van haar nog kloppende hart ontdaan. De visser maakt geruststellende gebaren met zijn handen. Ze werd wel verdoofd hoor, met cocablad. Minder aantrekkelijke meisjes waren in het voordeel: zij maakten een kans het verblijf op het eiland te overleven. Ginds, hij wijst over het water, ligt het eiland waar de zon geboren werd, Isla del Sol.

Geen man in Bolivia die een bolhoed draagt. Een bolhoed is voor vrouwen

Daar woonden de zonen en maandelijks werd ook een van hen geofferd, aan de zon. Wie vijfentwintig werd mocht terug naar het vasteland. Daar moesten ze snel trouwen en kinderen krijgen die weer als offer konden dienen voor de zon en maan. Op het eiland van de zon wonen veel meer mensen dan op het eiland van de maan, dat misschien tien inwoners heeft. Direct na aankomst word ik omsingeld door drommen kinderen. Ze achtervolgen me tijdens mijn tocht langs de ruïnes, een kleurige slinger van jongens, meisjes en lama's over de kleine paadjes. Een jongetje opent een stoffig zakje met fossieltjes en ik koop er een, van een trilobietje. Dat is een beestje dat ooit, driehonderd miljoen jaar geleden over de zeebodem kroop en de zon en maan in hun jonge jaren heeft gekend. Maar hier is geen zeebodem, hier ligt het hoogste bevaarbare meer. "Hier gevonden?" Hij knikt. De aarde is allengs omhoog gedrukt en heeft dit beestje meegenomen naar Titicaca, waar hij vanuit zijn steen getuige is geweest van de offers die hier zijn gebracht.
 

  
Aan de informatie in deze artikelen en verhalen kunnen geen rechten ontleend worden.

Klantwaardering

8,9

Wat een waanzinnige reis! De immense zoutvlakte van Uyuni, h...
Wat een waanzinnige reis! De immense zoutvlakte van Uyuni, het bezoek aan een zilvermijn in Potosi en aan de Uros Indianen op hun drijvende rieteilanden. En natuurlijk het hoogtepunt de Machu Picchu. Een geweldige combinatie van cultuur, steden en natuur. Echt een aanrader!

Frank G. - 10,0
Terug naar boven