Indonesië

Reisverslag: Sumatra, Java en Bali

Hieronder het verslag van een prachtige reis, vol zonsopgangen en zonsondergangen, vol rijkdom en armoede, vol geuren en stank, vol blijdschap en toch ook verdriet.

We begonnen op Schiphol met anderhalf uur vertraging en na 12 uur vliegen kwamen we in alle vroegte in Kuala Lumpur ( Maleisië ) aan, waar we twee uur moesten wachten en daarna overstappen. Maar eindelijk op 14-07 landden we om 11.00 uur in Medan.

Na een lange reis kwamen we aan op het vliegveld van Medan. Daar maakten we kennis met de groepsleider en met de twintig deelnemers van deze reis, allemaal aardige mensen en ieder benieuwd naar wat ons te wachten stond.
De bus stond klaar, de chauffeur en zijn begeleider ook en de bagage werd voor ons verzorgd. Geen gesleep meer dus, heerlijk. Er stond ons een busreis van drie uur te wachten maar in een bus met airco is dat heel comfortabel.
We keken onze ogen uit, zo’n ander landschap, zo’n andere sfeer. Overal kleine dorpjes, heel veel kinderen, veel bedrijvigheid. De reisleider stortte een enorme hoeveelheid informatie over ons uit, die, doordat wij wat verreisd waren maar gedeeltelijk bleef hangen.
Na drie uur reizen kwamen we aan op de plaats van bestemming: Bukit Lawang , een klein dorp aan de rand van een natuurreservaat. Tientallen jongetjes dromden om ons heen in de hoop een tas te mogen dragen en daardoor een fooitje te krijgen. Het hotel lag sprookjesachtig aan de rand van een beschermd natuurgebied. We moesten via een brug over de rivier, het hotel lag midden in het bos en bestond uit appartementen. Met een drankje werden we welkom geheten in een grote open ruimte waar je van alle kanten in kon en met uitzicht op de bananenplanten en de rivier die er vlak naast liep.
Ieder werd naar zijn kamer gebracht. Ze waren eenvoudig ingericht met klamboe, badkamer met mandi, dat was weer een nieuwe ervaring. Je moest wel eens een kakkerlak verwijderen, maar dat hoort bij de tropen.
Mijn reisgenote en ik besloten om na een verfrissende wasbeurt het dorpje in te gaan en daar te eten. We daalden af via de brug naar het dorp en kwamen in een totaal andere wereld terecht. Wat in elkaar getimmerde eenvoudige onderkomens gemaakt van planken en golfplaat, het vuilnis aan de rand van de straat, die niet geplaveid was. Vrouwen en kinderen die zich wasten in de rivier maar daar ook de was en de afwas deden. Het krioelde er van de kleine kinderen en de katten. Een moskee aan de rand van de rivier onder de enorme bomen, veel brommers die door de nauwe straatjes knetterden. Het leek wel of je in een film meespeelde terwijl je rol niet wist. Dit was dus Bukit Lawang. We aten een maaltijd bij een moeder en haar dochter op een terras rivier. Het was heerlijk en ze vonden het leuk dat we er waren en probeerde ons wat woordjes te leren. Daarna lekker naar bed.

De volgende ochtend ontbijt met verse ananas, wat een zaligheid!
Onder leiding van een plaatselijke gids trokken we met z’n allen via het dorpje naar Bohorok waar een rehabilitatiecentrum voor orang-oetangs gevestigd is. We liepen het hele dorp door dat veel langgerekter bleek te zijn dan we dachten. Met een smal bootje werden we de rivier over gezet en daar stonden drommen jongetjes die erop gespitst waren om je hulpgidsje te mogen zijn en natuurlijk de belangrijke fooi te mogen ontvangen. We klauterden eerst naar de plaats waar de orang-oetangs gevoederd werden, leuk gezicht. De apen kwamen uit het oerwoud en gingen als ze genoeg hadden gegeten en gedronken ook weer terug. De groep splitste zich in tweeën. Een gedeelte dat de jungletocht ging maken en een gedeelte dat niet deed. Wij kozen voor de jungletocht. Ieder had zijn hulpgidsje en dat was geen overbodige luxe want het had de avond ervoor flink geregend en het was daardoor spek glad. Het was een fantastische tocht. De lokale gids kon ons veel vertellen over de vegetatie, de orang-oetangs hingen boven onze hoofden, we zagen enorme grote bomen en planten die we nog nooit eerder hadden gezien. Er kwamen geluiden uit het oerwoud die geheimzinnig leken “music of the jungle”. We zagen de bananen aan de bomen hangen, de ananas aan de struikjes en de halve kokoskommetjes onder aan de bomen waar de latex in druppelde. Aan het eind van de tocht kregen de jongetjes hun beloning en gingen we terug naar onze kamers om ons op te frissen. Zou het water in de mandi ook uit de rivier komen?
Na de lunch kon je er voor kiezen om onder leiding van een lokale gids een tocht per becak door de omgeving te maken. Wij kozen ervoor om in de buurt te blijven en lieten ons masseren door een klein vrouwtje uit het dorp, Bibi, met stevige handjes en dat was heerlijk.
' s Avonds hadden we een gemeenschappelijke maaltijd in een groot restaurant aan de rivier. Het bestond uit een feestelijk buffet met verschillende heerlijkheden en er werd voor ons gedanst. Twee jarigen werden fijn in het zonnetje gezet. Ze kregen de kostuums van de dansers aan en werden toe gedanst en gezongen. Als cadeau kregen ze een mand vruchten. Het was heel leuk.
Het leek nog steeds of ik er niet echt bij was, zo onwerkelijk, dit belooft een bijzondere reis te worden.

06.45 op. Om 07.30 per bus naar Prapat, gelegen aan het Tobameer. Onderweg zagen we palmolieplantages, rubberplantages, cacaobonenplantages, rijstvelden, en overal kleine dorpjes waar het krioelt van de kinderen.
Vanuit Prapat staken we met de boot over naar het eiland Samosir.

Helaas moesten we vanochtend alweer vroeg op en nadat ik een heerlijke nasigoreng had gegeten, stond de hele groep om half acht klaar bij de bus. We rijden vandaag naar het eiland Samosir, naar het plaatsje Tuk Tuk, een lange reis van zo’. 230 km. Onderweg zijn we gestopt bij een restaurantje om te lunchen en ook werd de bus nog even stilgezet voor een ( helaas niet meer in gebruik zijnde) rubberplantage. De reis werd vervolgd en over bochtige, hobbelige wegen reden we uiteindelijk in de heuvels en konden we van bovenaf het Tobameer al zien liggen. We maakten nog even een fotostop die al snel veranderde in een “grote plas”stop. Het was nog minstens 50 minuten met de boot varen en de dames hadden geen van allen het gevoel dat de volle blaas het nog langer vol zou houden. Een mooie boottocht bracht ons in de schemering naar Samosir.

Vanochtend konden we “uitslapen” tot een uur of half acht en na een heerlijk ontbijtje stapten we om 09.00 uur met de hele groep op de boot voor een tocht over het Tobameer. Met de zon op ons bolletje genoot iedereen zichtbaar en na een tocht van ander half uur legden we aan bij het plaatsje Simarindo en werden we getrakteerd op de traditionele batak dans. De tweede aanlegsteiger vonden we in het plaatsje Ambarita. Hier kregen we een rondleiding en een uitleg in een traditioneel batakhuis en mochten we plaatsnemen op de stoelen waar in de tijd van de kannibalen recht werd gesproken over een strafbaar feit. Ook hier vertelde de gids weer zeer uitgebreid. Als het doodvonnis was uitgesproken werd de ter dood veroordeelde geblinddoekt, met handen en voeten vastgebonden, moest hij in de meest zware houdingen liggen, werd zijn borstkas met een scherp mes ingekerfd en werd er citroensap in gesprenkeld om hem nog even goed te laten lijden. Als laatste werd zijn hoofd er met een samuray zwaard afgehakt. Zijn hoofd werd in het Tobameer gegooid, zijn bloed door zijn woning geschonken en zijn vlees door de kannibalen opgegeten. Na de uitleg vervolgden we onze weg door op een mini- Beverwijkse zwarte markt gelijkende overdekte markt overvallen te worden door verschillende verkoopsters.

Nog een klein tochtje met de boot bracht ons uiteindelijk terug in het hotel waar ik met een aantal anderen in het Tobameer ben gaan zwemmen, heerlijk verfrissend, je voelt je als herboren na alle hitte van die ochtend. Met een klein groepje zijn we om een uur of drie het dorpje ingelopen om nog even ergens een late lunch te eten. We kwamen terecht in een klein restaurantje met de naam Temp Doeloe ( wat we later vertaald hebben als tempo langzaam…)Er stonden twee jonge meiden van zo’n veertien à vijftien jaar en ze konden de “grote” groep mensen nauwelijks aan. De bestelling werd opgenomen en hierna verdwenen ze voor lange tijd letterlijk. Ze gingen de ingrediënten halen voor datgene wat we besteld hadden. Ruim twee uur later (!) zaten we eindelijk aan onze maaltijd, inmiddels voorgerecht genoemd. Maar één ding moet gezegd worden: het was heerlijk en absoluut de moeite van het wachten waard.
’s Avonds zijn we met de hele groep bij Marysca gaan eten en daar werden we getrakteerd op vijf zingende en muziekmakende broers. Later op de avond hebben we heerlijk onderuit gezakt in de zachte fauteuils genoten van nog een ander zanggroepje en ook deze jongens hadden weer keeltjes als nachtegalen. Het lijkt wel of iedereen in Indonesië kan zingen!

Vroeg op 06.00 uur. 07.00 uur vertrokken we met de boot over het meer naar Prapat waar onze bus al weer op ons stond te wachten inclusief de twee fantastische boys ( chauffeur en bijrijder).


Van het prachtige eiland Samosir (Tuk Tuk) trokken we richting Payabungan.
Onderweg bezochten we een markt. De vis werd voor onze ogen van de kop ontdaan. De geur van gerookte en gestoomde vis drong vrijelijk in de te koop aangeboden kleding. Door iedereen aangemoedigd probeerden we voor de eerste maal een salak (vrucht) en dit konden we allemaal zeer waarderen. Hierna volgde een lange, lange weg met als welkome afwisseling een lekke band. Linda werd openlijk de liefde verklaard nadat ze met haar moeder een straatje was ingelopen. Persoonlijk had ik een gesprek met een soldaat die uit Aceh kwam. Heel laat kwamen we aan in een chic hotel.

Onze bus reed met niet al te hoge snelheid over een weg met aan weerskanten hele kleine huizen. Deze huisjes werden bewoond door moslimstudenten. En dit laatste werd ons al snel duidelijk, de straat werd binnen korte tijd gevuld met in moslimgewaad getooide jongeren. Als mieren op de stroop kwamen ze op ons af. In het Engels stelden ze ons allerlei standaardvragen zoals: What is your name? Do you like Indonesia? Overigens waren het bijna alleen maar mannelijke studenten, de meisjes bleven op afstand maar sjouwden wel de banken naar het schoollokaal.
De ene bezienswaardigheid is nauwelijks voorbij of er volgt al snel een nieuwe. Dit keer was het een markt. Ook voor het marktpubliek waren we een bijzonderheid. Opvallend is dan de lengte van deze mensen, want al bukkend moesten we onze weg zoeken langs de kraampjes, dit tot groot vermaak van de menigte. Op deze markt waren brokken rubber en staven kaneel te zien.

Om 17.00 uur kwamen we bij Bonjol bij de evenaar aan. Niemand van de groep was ooit eerder de evenaar over geweest. Wil had er een prachtige act van gemaakt. Hij verkleedde zich als een soort dukun (of geestelijke?) en we werden allemaal gedoopt met heilig water en rijst ,waarbij we een Indonesische naam kregen die bij ons paste. Wat later kwamen we aan in Bukittingi.

Na het ontbijt maakten we met een lokale gids een wandeltocht door de Ngarai canyon. We zagen prachtige orchideeën, gingen steile hellingen af, moesten zeven keer de rivier door, het was een schitterende tocht. We kwamen aan in het zilverdorpje Kota Gadang, uitgestorven…
We lunchten bij de zuster van de gids thuis, dat was ook een aparte ervaring. Gastvrije mensen, allemaal zitten op de grond, schoenen uit natuurlijk.
Na de lunch volgde de sawatocht. Grote rijstvelden waar de rijst ,soms net geplant , soms bijna rijp, stond te groeien. We liepen er midden door, schitterend, het rook er zelfs naar gekookte rijst.
Door een bamboebos vervolgden we onze tocht. Aan het eind werden we opgehaald door een grote open vrachtwagen en met z'n allen vervoerd naar het hotel, lachen hoor, maar ook andere associaties...

Een dagje voor onszelf. We bekeken Bukittingi en lieten ons in een wagentje met een paard ervoor weer terugbrengen. ’s Avonds was er een dansvoorstelling van de Minangkabau.

Op weg naar Jakarta.
We maakten een tussenstop bij het Minangkabaupaleis Rumah Istana te Pajang Padang.
We namen met een ritueel afscheid van de chauffeur en zijn bijrijder.
Daarna kregen ze hun cadeautje, werden ze door anderen ook geprezen en werden we naar het vliegveld van Padang gebracht. We vlogen naar Jakarta en werden met de bus naar het hotel gebracht. Het was hier warm, veel warmer dan in Bukittingi, dat hoog lag. Het was er benauwd, het zag blauw van de uitlaatgassen en wat ik zo gezien heb is de vuilnis enorm!
Wat een herrie , uitlaatgassen, stank en drukte. Ook dit was weer een soort cultuurschok. We nemen een douche en gingen eten bij Sizzlers , een Amerikaans ding. Even geen nasi.

Dagje Jakarta. Wij bezochten het nationaal monument een hoge obelisk, de Monas , een prestigeproject van Soekarno, ook wel Soekarno’s laatste erectie genoemd. We wilden met de lift helemaal naar boven, maar de lift was stuk, dus bezochten we beneden het diorama over het ontstaan van Indonesië. Heel interessant, de airco was ook stuk, dus het was er wel warm. Het is nu duidelijk waarom met je handen in de zij staan onbeleefd is. Zo zie je al die Nederlandse overheersers staan.
Daarna hield een agent voor ons een taxi aan, waarmee we airco gekoeld aankwamen bij het warenhuis Sarinah, ook airco gekoeld en daar kochten we wat souvenirs. Met de taxi weer terug naar het hotel, zo’n taxi kost een gulden.
‘s Middags eerst met kleine busjes naar hotel Batavia een overblijfsel uit de koloniale tijd. Hier heerst nog de sfeer van vroeger. Foto’ s van alle grootheden die er zijn geweest inclusief de leden van het koninklijke huis. We hebben er buitengewoon lekker en buitengewoon duur geluncht en een echte cappuccino toe, heerlijk! We bekeken later de omgeving een beetje , zijn nog het voormalige gemeentehuis (nu museum) in geweest. Daarna per bootje een tocht door de oude haven Sunda Kelapa. Wat een smerigheid, we voeren door het water waarin de viezigheid dreef, we zagen kinderen spelen op de vuilnisbelt. Er werd hout gelost door jonge jongens die dat op hun schouder moesten dragen. Bij iedere lading die ze afleverden, kregen ze een stokje en aan het eind van de dag werden ze afgerekend op de hoeveelheid stokjes die ze hadden vergaard. Zwaar werk, het leek wel “De Onedinline” maar dan live. Ik voelde me hoe langer hoe droever worden, wat een armoede, wat een ellendig bestaan en daar zit je dan met goedgevulde buik als rijke toerist naar te kijken met je fototoestel in je hand. Daarna bezochten we de “Hollandse brug” over de rivier, nog een restje Hollands verleden. Het stonk er immens, mensen gooien hun afval gewoon in de rivier of op straat. Het zijn gewoon krottenwijken en dat in contrast met de luxueuze winkels en straten die er ook zijn .Een grotere tegenstelling is nauwelijks denkbaar. Tenslotte bezochten we de grootste moskee van Indonesië, een modern ding met een immens grote gong.

Weerzien Indonesië / Jakarta
Prachtig land vol tegenstellingen: armoede –rijkdom, hitte- Jakarta, koel klimaat -Bandung, uitermate vriendelijke mensen, lachende en zwaaiende kinderen. Het is haast niet onder woorden te brengen wat dit met je doet. Linda en ik worden door onze gids begeleid naar het huis waar ik tot mijn tiende jaar met mijn familie heb gewoond. De indeling van het huis is redelijk hetzelfde gebleven, alleen de lage palmboom in de tuin was verwijderd. Na ons vertrek in 1958 is een Chinees gezin in de woning gekomen en de huidige bewoners komen uit Sulawasie. Ze waren zeer begripvol ten aanzien van ons bezoek en de emoties (traantjes) die bij me opkwamen. Uit respect voor hen hebben we geen foto’s binnen gemaakt, maar des te meer van het “buitengebeuren”.
Elke dag van deze vakantie is een verrassing / feest en met name Wil levert daar een grote bijdrage aan. We zijn vandaag op de helft van de vakantie en ik ben benieuwd wat voor spannendst de komende twee weken gaan brengen!

Vroege morning call 06.30, maar voor ons geen probleem, we waren altijd vroeg wakker.
Via Bogor naar Bandung. Bogor (Buitenzorg) was vroeger een geliefd vakantieoord voor rijke Nederlanders en Engelsen. We bezochten de botanische tuin die door kolonel Raffles is aangelegd. We werden er door een enthousiaste aardige gids rondgeleid. De Rafflesia grootste bloem in doorsnede) bloeide niet, de Armofophallus Titanum
(grootste bloem in hoogte) evenmin, pas in december, is dat even pech. We zagen het gebouw Buitenzorg ook nog, maar dat is geloof ik herbouwd. Er ligt ook nog een oud Nederlands begraafplaatsje. In een boom hingen honderden vliegende honden, merkwaardig gezicht. Het was heerlijk in die tuin, ik had er wel wat langer willen blijven, maar we moesten verder. Via de Puncakpas ( 1500m) reden we richting Bandung.Onderweg zagen we uitgestrekte theeplantages waar vrouwen bezig waren de thee te plukken. Aan het eind van de middag kwamen we aan in Bandung.

Voor mij is het haast niet te bevatten al die indrukken. Dat ik zelfs samen met mijn man mijn ouderlijk huis in Bandoeng heb mogen vinden, geholpen door Wil en de Ojekboys heeft mij diep geraakt. Het feit dat de huidige bewoners zo meelevend en gastvrij waren, bevestigt het idee dat ik van de Indonesiërs op deze reis heb gekregen. Dat ik mijn verhaal notabene direct daarna met de hele Djoser groep kon delen zegt zeker iets over de fijne sfeer die er in onze gemusbus, zeker dankzij Wil heerst. Elke dag voel ik me bijna overweldigd door de vriendelijke uitstraling van de mensen, de natuur en cultuur. Als eerste hoogtepunt Bukitlawang, ons verblijf, de orangoetans, zingen en dansen met de Batakjongens. En het houdt maar niet op: vanaf die dag jungletochten, optredens, bezienswaardigheden. Zelfs het eten is een groot avontuur, want meestal gaan we op zoek naar speciale en sinds de Minangkabouw, vooral hete gerechten. Voor het eerst de verrukkelijke mangistan geproefd, zal proberen die in Nederland te vinden. Toch, het zien van de veelal aanwezige armoede laat mij niet los, met een aantal mensen hebben we adressen uitgewisseld, zullen pakketjes sturen. Maar het liefst zou je kansen willen creëren, mensen verder laten studeren. Rob en ik zijn zeker van plan, maar dan met onze kinderen, liefst volgend jaar weer door Indonesië te gaan reizen.

Vanuit Bandung reden we een uurtje met de bus. Java maakte een wat welvarender indruk dan Sumatra. Na een uurtje kwamen we met z’n allen aan in een klein plaatsje. Met kleine wagentjes met een paard ervoor werden we per tweetal naar Candi Cankuan gebracht. Daar werden we met een bamboevlot overgevaren naar een klein eilandje waarop een van de oudste hindoetempeltjes (8e eeuw) van Java stond. Op het eilandje was een dorpje dat maar uit zes woningen mocht bestaan en via matriarchale opvolging zo moest blijven. We liepen nog even naar de sawa’s, waar we allemaal een klavertje vier kregen, hoop dat het geluk brengt. Per paard en wagen weer terug naar het dorp waar de koffie wachtte en vandaar verder naar het kampungdorpje Naga. Schattig, heel eenvoudig, primitief en brandschoon. Vele traptreden af lag het beneden aan de rivier en was een soort museumdorp.Het was een oud dorp, er was geen elektriciteit, we werden rondgeleid door een gids en mochten het huis van zijn moeder van binnen zien. Ik leerde een garnaal van palmbladeren vlechten en heb er rijstlepels van kokosnoten gekocht.
We hadden een late lunch en kwamen om 20.00 uur aan in de badplaats Pangandaran. Het hotel bestond uit verschillende gebouwen die gegroepeerd waren rond een pleintje. Er was een zwembad, ze waren aan het verbouwen. We hadden een zaal van een kamer op de begane grond. De badkamer stond op instorten en er was een klein terras voor de kamer met twee stoelen en een thermoskan thee, heerlijk.

Pangandaran ligt aan de zee, de Indische oceaan, dat alleen al klinkt ongelofelijk.
Vanaf 6 uur 's morgens een levendige handel. Allemaal vrouwen met vis, groente, fruit, kleding in manden liepen te leuren of je wat wil kopen. Wij zijn altijd vroeg op, dus om 6 uur zaten wij al op ons terras aan de thee en zagen de film als het ware voor ons afspelen.
We ontbeten met fruit, bananenpannenkoeken en thee, lekker. Daarna maakten we een jungletocht onder leiding van een plaatselijke gids. We zagen makaki-apen, een stekelvarken, een kantjil, schorpioen, en cicaden. Prachtige tocht met op het eind een fantastisch uitzicht. Via het strand liepen we weer terug.
Lekker even een douche genomen en daarna naar de oosterse markt waar we wat kleine dingetjes kochten en wat lappen natuurlijk. Ik wil van ieder eiland een lap en een speciale Yogyasarong.
Vroeg gegeten en daarna hadden we een afspraak met de masseur dayat. Dat was de beste massage van deze vakantie, maar dat wist ik toen nog niet. Lekker ontspannen gaan slapen.

Ontbijt met fruit , ananaspannenkoek en thee.
Om 09.00 uur de Kampongtour. Ieder had z’n eigen becak, mijn fietser heette Tube.
Wat een sfeer! Nu zag je pas goed hoe de mensen leefden, echt super.

De dag begon prachtig met een rit in de becak de kampong in. Bij de eerste stop werd uitgelegd hoe tahu gemaakt wordt. Onderweg door de kampong werden we door de kinderen begroet of we royalty’s waren. Na veel gezwaai en highfive’s was de tweede stop bij familie die kokosnoten stuk sloegen en de kokos verzamelden. Hierna kwamen we terecht bij een familie die bruine suiker maakte. Het laatste stuk met de becak bracht ons naar een kroepoekfabriekje. We mochten ze helpen maar brachten er niets van terecht. Hier werden we door de bus opgehaald en naar een mooi stuk strand gebracht, waar we met z’n allen de lunch gebruikten. Dit ging geheel volgens Indonesische traditie. Eerst het hoofdgerecht en daarna de soep.Als laatste zijn we per boot de green canyon ingevaren. Deze eindigde in een soort grot waar door iedereen foto’s werd gemaakt.Eén bootje kwam wat later terug met opnames van een watervaraan. De dag werd afgesloten met een ceremonie waarbij Rob zijn hoofd kaal werd geschoren.

28-07

Na het ontbijt vertrokken we per bus naar Kalipucang.

Vandaag een lange reisdag. Wil houdt vast aan zijn principes en organiseert voor het eerste deel van de reis twee motorbootjes naar Cilacap. We zijn er zeker van dat het motorboten waren, want de motor was duidelijk zicht-en hoorbaar, zodanig dat we ons op de boten van gebarentaal en liplezen moesten bedienen. Na een lange tocht door een mangroveachtig gebied, slechts onderbroken door een sanitaire stop in een dorpje met een openbaar toilet, kwamen we aan in Cilacap. Dan door met de bus naar Wonosobo. ’s Avonds met het grootste deel van de groep naar restaurant Asia en dan , na een bintang, vroeg op bed want de wekker staat op 05.45!

29-07
Vroeg op en vanuit Wonosobo in twee minibusjes naar het Diengplateau. Onderweg , in prachtige landschappen zien we de koningsvaren. Er worden onderzetters gekocht en foto’s gemaakt. Op het Diengplateau lopen de mensen erbij alsof het winter is. Zo ervaren wij het niet. Eerst gaan we een smal paadje omhoog langs een behoorlijke afgrond om het meerkleurenmeer en het bruine meer te zien vanaf de plek waar veel ansichtkaarten zijn gemaakt. Wij doen dat ook. Dan via de oudste hindoetempels van Java naar een krater waar het borrelt en stoomt van jewelste. Niet te dicht bij de rand voor de foto’s. Er zijn maar enkelen onder ons die de zwavellucht ter plekke wel lekker vinden. Na een heerlijke lunch in Nirwana gaan we op weg naar de Borobudur. Wij vonden dit een absoluut hoogtepunt (alweer). Fantastisch! Voor zover mogelijk lopen we de volledige pelgrimsroute ( linksaf , dus rechtsom). Een onvoorstelbaar bouwwerk. Een leuke sport aldoor is het handelen met de massa’s bijzonder vasthoudende verkopers. We kopen wat hebbedingetjes en op ca 40 % van de vraagprijs (dus zo’n beetje twee keer te duur) en proberen ze dan kwijt te raken.
Onderweg naar Yogya stoppen we midden op de weg om de Merapi te fotograferen die onderaan in de wolken raakt en bovenaan baadt in het laatste licht van een mooie rood ondergaande zon.
In het hotel in Yogya proberen we het stof van het Diengplateau eraf te spoelen. Dat lukt nog net voor een etentje in de stad. Dit was een dag om niet snel te vergeten: vulkanisme, een wereldwonder, weer heel bijzondere mensen. Indonesië blijft boeien en je verbazen


30-07
’s Ochtends vertrokken per becak naar het paleis van de sultan. Hierna werden we gezamenlijk ontvoerd naar een batikwinkel waar ze overigens hele mooie doeken hadden. Verder per becak naar het waterpaleis, ze waren druk bezig met de renovatie, zeer fraaie bamboe steigers. Ze waren dakpannen van beton op het dak aan het maken. Ik kan me overigens voorstellen dat zo’n sultan hier vroeger een goed leventje had, een beetje in een goed gekoelde toren naar zijn haremdames in het zwembad kijken.
Volgende stop : pasar ngasem (vogeltjesmarkt). Helaas ben ik niet verder gekomen dan de eerste kraam, want de maaien krioelden me tegemoet, beetje jammer want ik had de vogeltjes wel willen zien. Als laatste hebben we een rondleiding gekregen bij het kraton door een hele lieve meneer die keurig Nederlands sprak, zijn verhaal doorspekte met flauwe grapjes ( Javaanse humor?). schitterende gebouwen en meubels, jammer dat het een beetje warm begon te worden, want iedereen sleepte zich een beetje voort. Als laatste lunch in een restaurantje aan de Malioboro. Op aanraden van A heb ik hier nasi pecel gegeten, een lokaal gerecht en het was erg lekker. Rest van de middag was het winkelen en dat kon je hier ook uitstekend. Voor jullie informatie ; ik heb nu in totaal 12 sarongs cq lappen gekocht en bijpassende sjaals.

31-07
Luie dag, weinig anders gedaan dan lezen, winkelen, niets doen en eten. Wil had nog wel wat op de agenda staan, maar bij ons was de puf er even uit. ’s Avonds lekker gegeten bij tante Lies. O ja, aan het eind van de ochtend nog een optocht gezien van de medewerkers van de sultan, maar wat hier nu precies het doel van was, is mij nog niet geheel duidelijk. Diverse verhalen gehoord, maar het was in ieder geval een fraai gezicht.
Conclusie na twee dagen Yogyakarta:
Wij zijn een beetje armer geworden van al dat winkelen en we hebben een schitterend stad gezien.

We hadden een afspraak met A om vroeg naar de markt te gaan, dus om 06.15 meldde hij dat hij zat te wachten in de lobby en vijf minuten later waren wij er ook. Met de taxi lieten we ons vervoeren naar de markt. Alles werd net opgestart, geen blanke te vinden. A bracht ons tot helemaal achteraan, we kochten houten lepels, koekjes en later lappen. Als we de eerste klanten waren hadden ze geen wisselgeld terug en zegenden de verkoopsters met het verdiende geld hun handel “for good luck”. Ik zag nog een vrouwtje dat van die leuke rijstzakjes had van gevlochten palmblad. Die zou ik graag mee naar huis nemen, maar ze waren gevuld en dat gaat schimmelen. A regelde dat er ’s middags tien ongevulde in het hotel bezorgd zouden worden. Het was enig om er zo vroeg te zijn en A genoot ervan om ons te kunnen gidsen. Weer terug met de taxi naar het hotel waar we ontbeten en daarna naar de kapper gingen waar we een afspraak hadden voor een creambath.
Leuk hoor, zo'n indo-kapper. Ramen doen ze niet aan (nergens trouwens) , dus je zit in een luchtig etablissement op bamboestoeltjes, je haar wordt met koud water gewassen.Of je je bloesje maar even uit wilde trekken, toch een vreemde vraag bij de kapper, maar vooruit, we zijn gehoorzaam. Daarna kregen we eest verse avocado in ons haar en daarna verse aloëvera. Stukjes van het blad gesneden en de gel-achtige inhoud door ons haar. Vervolgens een verrukkelijke hoofdmassage en meteen je rug en decolleté, vandaar die bloesjes die uit moesten natuurlijk. Het was echt super heerlijk, we doen het op Bali nog eens. Kortgewiekt en opgeknapt kwamen we weer terug bij het hotel waarna we met A lunchten, we aten duif, dat had ik nog nooit gehad, best lekker.
’s Middags was er een excursie naar Kota Gede, Bantul en naar een mevrouw die leren tassen maakte. Het bleek dat wij de enige twee waren die mee gingen dus samen met W en A hadden we de hele bus voor onszelf, raar hoor. Eerst naar het zilverfabriekje, veel filigrainwerk, maar een wat ouderwetse vormgeving. Daarna naar de tassenmevrouw. Alles werd nog met de hand gemaakt, voor mij feest der herkenning. Tenslotte zagen we een batikfabriek, prachtig werk moet ik zeggen en daar heb ik ook de mooiste lappen gezien, maar ze waren wel erg duur. ‘s Avonds een voorstelling van het Ramayanaballet.

01-08
Eerst nog even terugkomen op gisteravond toen we met dertien medereisgenoten naar een uitvoering van het Ramayanaballet zijn geweest. Het lopende buffet vooraf, Indonesische rijsttafel , was verrukkelijk!
Ondanks de uitgereikte toelichting kwam het door de dansers uitgebeelde verhaal weliswaar niet geheel bij ons over, doch de ambiance van het openluchttheater (het Purawisata) , de aankleding, gratie en spierbeheersing van de artiesten alsmede de bijzondere vuur) effecten maakten het geheel toch tot een onvergetelijke avond in Yogyakarta.
De volgende morgen vroeg op. Rond 07.30 gestart met de zeer lange busreis van Yogya via Solo naar Malang. In laatst genoemde plaats arriveerden we om ca.20.00 uur, mede door een half uur vertraging als gevolg van een lekke band. Tijdens deze busreis nog wel een stop gemaakt van ca twee uur voor de bezichtiging van de Prambanantempels.
Dit fraaie complex van hindoetempels stamt uit de 8e en 9e eeuw na Christus en maakte op ons een overweldigende indruk. Na het bezoek aan de tempels werd gestopt voor koffie met gebak bij een Holland-bakery, een lunchroomachtige lokatie.

02-08
Een betrekkelijk rustige dag, voorafgaand aan het nachtelijk bezoek van de Bromo.
Deze dag benut om een aantal oude Nederlandse koloniale gebouwen in Malang te bezichtigen. Deze stad bevat ook een aantal mooie kapitale villa’s met architectonische hoogstandjes. Deze Wassenaarse/ Aerdenhoutse uitstraling van huisvesting past anderzijds niet in het beeld van de armoede waarmee wij in Indonesië zijn geconfronteerd. Tussen de middag, mede op speciaal verzoek van onze zoon, en als afwisseling van de Indonesische keuken, geluncht bij mac Donalds. De hang naar de meer Hollandse/ westers georiënteerde keuken ( broodje kaas/ pindakaas) wordt steeds dwingender.

03-08
Na een nachtrust van slechts twee uur om 00.30 uur opgestaan voor de tocht naar de vulkaan Bromo. In eerste instantie met kleine busjes door het donker over slechte wegen (soms zelfs bergpaden) naar het viewpoint gehobbeld. Aldaar genoten van de schitterende , oranjekleurige zonsopkomst en de prachtige totaalblik over de krater van de uitgedoofde vulkaan de Tenger, welke feitelijk bestaat uit drie toppen, waarvan de Bromo de bekendste is. Na deze magnifieke ervaring met de busjes doorgereden over een grijze vlakte van lavazand naar de Bromo om deze te beklimmen. Een zware voettocht, vooral door het opwaaiende, stoffige, grijze stuifzand dat tot alle hoeken en gaten van het lichaam doordrong. Uit de Bromokrater komt weliswaar een rookpluim van de zwaveldamp, doch de aanblik stelde ons enigszins teleur De op het Diengplateau bezochte krater vonden wij indrukwekkender.
Na dit bezoek aan de Bromo werd de bustocht vervolgd met een lange saaie rit naar de veerboot voor de overtocht naar Bali. Een leuke vaartocht van ca een uur in een naar Nederlandse maatstaven niet zeewaardige boot. Uiteindelijk kwamen we om ca 19.00 uur in Lovina Beach aan. Hier namen we op gepaste wijze afscheid van onze Javaanse buschauffeurs.


04-08
Behoefte aan een beetje rust. Je doet zoveel indrukken op en het was gisteren natuurlijk een heel korte nacht en heel lange dag. Ontbijt in de ontbijtzaal: helemaal open , glanzende tegels op de grond, ontbijtbuffet met nasi, ei, brood, fruit, boter, jam, sinaasappelsap, koffie, thee, zoek maar uit. We namen er de tijd voor.
Daarna wandelden we een eind langs het strand. Voortdurend werd ons gevraagd of we iets wilden kopen. Via het dorp liepen we weer terug en ja hoor, ook hier kochten we lappen. Toen we terugkwamen was onze kamer gedaan, nachtjaponnetjes uitgespreid op bed en versierd met bloemen. Badkamer ook getooid met bloemen. Wat voel je je hier verwend!

Welkom op Bali. Na een heerlijk verfrissende boottocht (waarna de schoenen van menig Djoser toerist er weer netjes en proper uitzagen) zetten we voet op de in eerste instantie nogal uitgedroogde, stoffige bodem van het eiland Bali. De rit naar het idyllische Lovina beach zou anderhalf uur duren. Geheel volgens culturele waarden en normen kwamen we na twee uur aan. Hier aangekomen bleek dat het zwembad prachtig was, de kamers in orde en er is genoeg te doen. Een zucht van verlichting trok door de groep. Ik geloof dat iedereen toe was aan een paar dagen zon, zee, strand en zeurende verkopers. De dagen in Lovina beach werden dan ook opgevuld met activiteiten als zwemmen, snorkelen, wat wandelen en natuurlijk hebben wij met z’n allen ’s ochtends vroeg, terwijl de zon opkwam dolfijnen gevolgd in hun trek om Bali. Kortom, iedereen heft zich kostelijk vermaakt. C en L zijn naar de pasar in nabij dorp geweest en kwamen thuis met lapjes , mandjes, en nog meer souvenirs. F en J hebben ongeveer gekampeerd op het strand maar hebben nu wel allebei een “echte” Breitling en een batikblouse, waar A trouwens heftig voor heeft moeten onderhandelen. P zag geen klimmende varaan maar heeft wel heerlijk gesnorkeld. E en A hadden een prachtige ligstoel in de strandtuin bemachtigd en R en B dachten dat ze wel rustig op het strand zelf konden liggen. Niet dus, want je werd letterlijk doodgegooid met verkopers. P wilde graag snorkelen maar voelde zich nog niet helemaal 100%. Ze heeft heerlijk bij het zwembad gelegen en de locale clubsandwich voor een uitgebreide keuringsdienst onder de loep genomen. Net als M trouwens. P verkoos nog steeds zijn Nederlandse sloffen boven echte Indonesische slippers en heeft ook naarstig onderhandeld. G, M en L zijn met het openbaar vervoer (de oplichters) naar de warmwaterbronnen in Banjar geweest. Ze konden heerlijk zwemmen daar maar ze hadden geen spullen bij zich. L zagen we helemaal opleven na de masseur. En wij? Wij hebben echt genoten!

’s Avonds was er een gemeenschappelijke barbecue in de tuin van het hotel. Het zag er fantastisch uit, mooi gedekt en alles even luxe. Wat een schrille tegenstelling met wat die mensen daar zelf hebben, met alle bedelaars aan het strand…
Er was een legong dansgroep, waarbij een meneer met een eng masker het op mij voorzien had. In Zwitserland was ik ook altijd de pineut op 1 augustus.
Het was een gezellige avond, de barbecue was lekker.


06-08
Om 09.00 uur vertrokken we uit Lovina Beach. Het was er luxe en een beetje decadent maar we hebben er allemaal van genoten en waren er ook even aan toe. Dit zou een leuk hotel zijn om mee te eindigen.
Met de bus naar Ubud. We genoten weer van het landschap, zag er toch weer anders uit dan Java. Veel stenen huisjes, alles wat welvarender en heel veel tempeltjes en offerplaatsen. De eerste stop was bij Monget, waar de apen zo de weg over liepen. We hebben er even naar staan kijken, grappig.
Bij Beratak stopten we voor de tweede keer. Er was een mooie oude tempel die voor een gedeelte in het water lag. Er was een ceremonie gaande, dus we konden er niet in, maar we zagen toch een groot gedeelte. Het lag er prachtig, goed onderhouden tuin er omheen en daarna een lekker kopje koffie.
We reden verder naar Bedugul, waar een oosterse markt is. We besloten niet te lunchen, maar wat te eten te kopen en verder te rijden zodat we wat eerder in Ubud zouden arriveren. De markt was weer leuk, zoals alle markten.
Vroeg in de middag kwamen we aan in het hotel in Ubud. We hadden een mooie kamer die wat lager lag. Uitzicht op kokospalmen en het oerwoud. De airco was er wel maar werkte niet (zat niet bij de prijs in).
Lekker even gezwommen in het zwembad, hapje gegeten en ‘s avonds een dansvoorstelling van de kecakdans. We zaten buiten in een soort tempeltje, tientallen mannen in sarong en met ontbloot bovenlijf zongen en bewogen heel ritmisch, waardoor ze uiteindelijk in trance raakten. Toen werd er een vuur aangestoken en danste er een man op blote voeten door het vuur. Niets te zien aan zijn voeten na afloop, merkwaardig hè?

07-08
De Bali-tour stond vandaag op het programma. We bezochten eerst een houtsnijwerkplaats, kunstig werk, maar niet mijn smaak. Daar dronken we na afloop de koffie (meegenomen in thermosflessen) en aten er de taart. Verder ging de tocht en de volgende stop was een schooltje was dat we bezochten, Sekolah Dasar. We hadden schriftjes en pennen gekocht en deelden dat daar uit. Leuke kinderen die liedjes voor ons zongen, maar ze hadden verder niets. Je houdt er toch een dubbel gevoel aan over.
Bij Tampaksering stopten we om de Sebatu-tempel te bezoeken , waar het heilig water vandaan komt waar hun offertjes mee gezegend worden. Ieder huis heeft een offertempeltje en verder wordt er voortdurend overal en van alles geofferd. Prachtig complex. We moesten allen heel kuis gekleed in sarong en slendang. Ik zag een in wit linnen lappen geklede meneer die zich ritueel waste met heilig water en later de plek waar het water naar boven borrelde. We liepen nog verkeerd en kwamen op een mandi plaats terecht waar allemaal blote mannen zich stonden in te zepen. Gauw terug en verder gelopen. Mooie plek, leuk om gezien te hebben. Met de bus weer verder, mooi uitzichtpunt, leuke lunchplek. Vandaar uit reden we verder we bezochten de moedertempel Besakih. Een enorm complex met ik weet niet hoeveel tempels en tempeltjes. Op verschillende plekken waren ceremoniën aan de gang, er heerste een speciale mysterieuze sfeer, maar tegelijk had het iets heel vertrouwdst. Je merkt heel goed hoe belangrijk het hindoeïsme is op Bali.
Tenslotte bezochten we Klungkung, voormalig koninkrijk van Bali, en zagen daar het gerechtsgebouw en museum, prachtig versierde plafonds.
Moe maar voldaan waren we om 06.00 uur terug in het hotel. We aten ergens een Balinese rijsttafel.

08-08
Vroeg op. De makaki-apen holden rond onze kamer, smeten met kokosnoten en gaven echt een voorstelling. Kostelijk om te zien. We hebben dan ook een uur zitten kijken.
Daarna maakten we een wandeling door Ubud, deden onze laatste inkopen, maakten nog een afspraak voor een laatste creambath. Onderweg vroegen jongens ons of we geïnteresseerd waren een crematie bij te wonen.
’s Avonds hadden we het afscheidsdiner in restaurant Dirty Duck. Dat lag weer schitterend, temidden van sawa’s, fakkels langs het pad, vijvers, fonteinen , bloemen, romantisch tot en met. Heerlijk gegeten en met z’n allen. W eens fijn in het zonnetje gezet, had hij ook verdiend. We kochten een tas voor hem in plaats van het eeuwige zwarte plastic zakje, bijpassende teenslippers en gaven een gevulde envelop, waar de schat meteen een goede bestemming voor wist. Voor A hadden we het boek Harry Potter.P was ceremoniemeester in vol ornaat, we hadden allemaal een gekke uitspraak van W, ieder had een gedichtje voor hem gemaakt en droeg dat voor. Feestelijke avond met een wat droef tintje, want het is voorbij…

09-08
Vroeg op door de oerwoudgeluiden. Weer de apenshow! Alles gepakt, ontbeten en nog een paar kleine boodschapjes. Laatste restjes opgegeten en ’s middags nog even zwemmen en uitrusten. Het is nu echt voorbij, de laatste uurtjes Indonesië, een land dat ik nooit zal vergeten en in mijn hart heb gesloten.
Half 4 vertrokken we naar het vliegveld waarna een roerend afscheid volgde. Zeer voldaan vlogen we terug naar Nederland

Klantwaardering

8,6

Onwijs gave reis, ik heb echt mijn ogen uitgekeken in dit in...
Onwijs gave reis, ik heb echt mijn ogen uitgekeken in dit indrukwekkende land. De lange reisdagen zijn een minpunt, maar wel nodig om zo veel te kunnen zien. De reisleidster was vriendelijk en had kennis van het land. Het was allemaal erg goed geregeld, dat geeft veel rust :) Een aanrader!

Jaimy - 8,0
Terug naar boven