Indonesië

Java & Bali, 18 dagen - juli/augustus

18 dagen Java en Bali 28-7 tot 14-8

29-7.
We reizen met Malaysian Air via Kuala Lumpur naar Jakarta. Omstreeks half 1 in de middag arriveren we in ons hotel in Jakarta. We zijn op het vliegveld opgevangen door Ellen, onze reisbegeleidster. De groep bestaat uit 19 mensen, een paar dertigers, een paar echtparen zonder kinderen (vijftigers) en wij, reizend met onze jongste dochter van 19. De busreis naar het hotel is al een belevenis, wat een enorme verkeerschaos!  Na een uurtje uitpakken en even liggen gaan we op onderzoek de stad in. Naar de oude haven, waar de mensen bovenop elkaar wonen en we verdwalen in de wirwar van straatjes. Naar het oude stadhuis, waar we nog resten Tropisch Nederland tegenkomen in de vorm van  bouwstijlen en opschriften op gebouwen. Oversteken is een avontuur, maar de mannen op de straat steken regelmatig een helpend handje uit zodat we heelhuids aan de overkant komen. ’s Avonds eten we met de groep in Café Batavia, een gebouw uit de koloniale tijd. We smullen van onze eerste porties Nasi goreng, Mie goreng en Gado gado. Met een heerlijke Bintang erbij! Nog even rondkijken op de avondverkoop op het stadhuisplein en dan eindelijk naar bed.

30-7.
We vertrekken vroeg naar Bandung. Eerst naar Bogor of Buitenzorg, in de bergen, waar we een rondleiding krijgen in de botanische tuin. Van een Nederlands sprekende gids die ons de nootmuskaatboom laat zien en vele andere planten en bomen. Na een kop koffie (kopi) en een plas op de hurk wc reizen we door naar de Puncakpas. Langs de weg blijft het druk met kleine winkeltjes en eethuisjes, mensen, kinderen en poezen met korte staart. Overal rijden  motorfietsen met enorme vrachten of met hele gezinnen erop. Het verkeer bestaat uit luxe auto’s, dampende vrachtautootjes, stinkende bussen met daardoorheen zwermen motoren. Vertraging is een reden om van eén rij meteen twee, nee drie rijen te maken. Met daardoorheen de motoren of brommers, die zich overal langs wurmen. Dan staan er nog venters met eetwaren tussen het rijdende verkeer, gaat er iemand keren of afslaan en moeten er mensen oversteken. In de wegberm wonen gezinnen met kleine kinderen, huisdieren en kippen. Maar overreden dieren zoals je hier langs de weg aantreft, zie je eigenlijk niet. En de kleine kinderen weten kennelijk dat ze in de buurt van hun moeder moeten blijven. Boven op de vracht van de kleine vrachtwagens zitten vaak ook nog mannen. Dit geeft vanuit de hoge uitkijk van de bus aardige fotomomenten. Op de Puncakpas eten we in een restaurant dat vroeger het Wapen van Zeeland heette. Met op de kaart erwtensoep, kroketten en uitmijster (sic). We smullen van de Indonesische keuken met een heerlijk glas vers sap. Onderweg stoppen we geregeld voor een plas of een fotoshoot (theetuinen, uitzichten). De laatste loodjes naar Bandung duren lang, en met donker komen we er pas aan. Het hotel is prachtig, met een zwembad op de binnenplaats.

31-7
We vertrekken alweer vroeg naar Pangandaran. Onderweg stoppen we voor koffie in Garut. In de tuin van dit restaurant is het een oase van rust en ruimte. Na de drukke stoffige, hete weg is het groen en rustig, met overal water, bloemen, planten en serene muziek. Na dit welkome intermezzo reizen we door naar Kampong Naga. Een kampong in een dal,waar nog geleefd wordt op authentieke wijze. Van tevoren eten we in een echte warong en hebben we contact met een groep moeders en kinderen die op vervoer wachten na de lessen op de Koranschool. Vanwege mijn  lengte willen wat giechelende dames met mij op de foto. Een lokale gids neemt ons vervolgens mee en legt onderweg alles goed uit. Na een lange afdaling van ruim 400 treden vinden we de kampong tussen een rivier en de rijstvelden. Vrouwen zijn bezig met hun vrouwenklussen, de geiten staan in hun stallen, de kippen scharrelen onder de huizen, jongetjes laten vliegers op of slaan op een enorme trom. In een visvijver kan je je voeten laten pedicuren door visjes. De gids legt de werking van het fornuisje uit, de rijststoompan, de vrouwentaken en de mannentaken, de rituelen en gewoontes. De 400 treden omhoog worden puffend en zwetend afgelegd, terwijl de mannen die 50 kilo-balen rijst op hun schouders vervoeren ons voorbij lopen. Pangandaran werd pas bij donker bereikt.

1-8
Vandaag is de Ramadan begonnen. De overwegend Moslimbevolking mag tussen 6 uur ‘morgens en 6 uur ’s avonds niet eten of drinken. Niet Moslims mogen dat wel, maar liever niet in het zicht. Dat betekent dat ogenschijnlijk restaurants dicht zijn, maar achter de neergelaten gordijnen er toch kan worden gegeten. We doen mee met de facultatieve tocht naar de kampong. We zijn met betjaks op pad gegaan. Met twee gidsen, die ons eerst door de pasar leiden. Ze leggen uit wat er te koop is en assisteren bij de aanschaf van de spulletjes die je nodig hebt. Overal ligt onbekend en bekend fruit en groenten maar er zijn ook kramen met manden, messen en ander gereedschap, vogeltjes, konijntjes, snoep, speelgoed, kroepoek en specerijen. We worden langs een tempeh-fabriek gebracht waar het proces van sojabonen tot tempeh wordt getoond. We komen in een kroepoekfabriek, we krijgen uitleg over de planten en bomen onderweg. We zien wat er allemaal wordt gebruikt van de kokosnoot en bezoeken een gula jawa makerij. Dan bezoeken we een wajangpoppen maker en –speler. Een charismatische man met een prachtige stem, die ons de poppenmakerij uitlegt en dan nog een korte voorstelling geeft. We hangen aan zijn lippen en enkelen gaan over tot de koop van een pop. Die worden die avond keurig ingepakt afgeleverd bij het hotel.
’s Middags eten we achter gesloten gordijnen bij een strand, waarna we naar de bootjes gaan die ons de groene kloof in varen. In zwemkleding varen we de nauwe kloof in en als we niet verder kunnen varen, klauteren we over de rotsblokken en zwemmen we een stuk de kloof in. De rotsen zijn bedekt met een laag mini krabben die niks doen, alleen stinken. Het is indrukwekkend, hoog boven je zie je de lucht en licht, de hangende lianen of plantenwortels, druipend water en dan zwem je in de duisternis in de groene, warme rivier.
’s Avonds eten we een heerlijk maal op het strand terwijl een driemansorkest evergreens speelt. De groep verplaatst zich naar het kampvuur als de magen gevuld zijn. Onder het Zuiderkruis zittend  zingen we mee met het orkestje.  In de verte klinkt de branding.

2-8
Alweer vroeg op pad. De tocht naar Yogyakarta is lang, dus vertrekken we om 7 uur. Onderweg  hebben we van een heerlijk buffet  gegeten alweer in een oase van rust en groen. Om 4 uur arriveren we bij de Borobudur, die gelukkig nog tot half 6 open is. Door een Nederlands sprekende gids worden we rondgeleid en krijgen we uitleg over de diverse Budda’s en de andere afbeeldingen. Het is alweer donker eer we in het hotel zijn.

3-8
Om half 9 vertrekt de bus naar de Prambanantempel. De meesten hebben voor vertrek een stapel wasgoed afgegeven bij een van de wasserijtjes in de straat.  Bij de Prambanan worden we rondgeleid door een aardige, Nederlands sprekende gids. Hij legt ook hier de betekenis van de diverse gebouwen en beelden uit, en weet ook de diverse bomen en hun vruchten te benoemen. Hij is ooit opgeleid tot danser en kan ons de danspassen en gebaren van de dansvoorstelling van die avond uitleggen.  Na de tempels brengen we een bezoek aan een batik atelier en een zilversmederij. Dan is het tijd voor de saté en  gadogado, het boek aan de zwembadrand. ’s Avonds eten we van een buffet , met muziek van  een gamelanorkest van 80 plussers. Dan zien we een voorstelling van het Ramayanaballet in de openlucht. Het verhaal is ons van tevoren uitgereikt zodat we een beetje een idee hebben. De gebaren van de gids die ochtend worden herkend. Het verhaal is eén van de twee beroemde verhalen van Indonesie, over Rama en zijn liefde Sinta die geschaakt wordt door de jaloerse Rahwana.  De dansers zijn prachtig gekleed en geschminckt en worden begeleid door een echt gamelan orkest en twee zangeressen. Na afloop kan je met ze op de foto…

4-8
We hebben een dag om zelf te besteden in Djokja. Ellen heeft wel een paar aanraders. Na een lekker ontbijt met uitzicht op het zwembad op de binnenplaats verplaatsen de groepsgenoten zich de stad in, per taxi of betjak. Wij gaan met de taxi met zijn drieën naar Fort Vredenburg. Daar bekijken we de diorama’s van de Indonesische geschiedenis van begin 1900 tot de bevrijding in de vijftiger jaren. Niet alles wordt uitgelegd in het Engels helaas. Na deze hap cultuur is het tijd voor de markt. De grote pasar Beringhardjo is een honderd meter verderop. We dwalen door de nauwe doorgangen in het kleding-gedeelte en kopen goedkope rokken van namaak batik. We vinden de specerijenkramen en kopen voor een mooie prijs kaneel, nootmuskaat, kruidnagelen, vanille en een kruidenmengsel voor stoofvlees Rendang. Er zijn drie verdiepingen handelswaar maar na twee uur vinden we het genoeg en beladen met zakjes en tassen laten we ons naar het hotel rijden door drie betjaks. Heerlijk lezen en zwemmen!

5-8
Alweer vroeg op pad en een lange reis voor de boeg: naar Malang. Om half 8 vertrek en om half 8 ter plekke. Gelukkig zijn er een paar onderbrekingen. We beginnen met een treinreisje: van Djokja naar Solo. Het is helder en we kunnen de beroemde vulkaan Merapi in de verte zien liggen. In Solo staat de bus weer op ons te wachten. We reizen door naar een soort vreetschuur in de buurt van Madiun. Een grote zaal met veel buitenlandse toeristen die daar te eten krijgen en dan weer plaatsnemen in hun bus, minibus of auto met chauffeur. Malang ligt in de bergen en je ziet het landschap veranderen. We rijden langs suikerriet en teakbossen. De weg is bochtig en na de laatste berg ligt een lichtjesstad aan onze voeten. We logeren in een enorm en luxe hotel waar we gebruik maken van het buffet. Er is ook weer een zwembad.

6-8
We reizen deze dag met jeeps omdat we naar de Bromo vulkaan gaan. We hebben warme kleren ingepakt in dagrugzakken omdat we onze bagage pas na de Bromo-nacht terug zien.Gelukkig hebben we nog tijd om even in Malang te kijken. We bezoeken Hotel Tugu, een prachtig hotel met een enorme collectie antiek en oude voorwerpen die worden uitgestald in themaruimtes. Daarna bekijken we Toko Oen, een winkel-restaurant van vroeger waar je naast Indonesische dingen ook kroketten en andere Hollandse hapjes kan eten. Dan rijden we de stad uit en de bergen in. We bezoeken een oude tempel . De weg loopt steil omhoog en de temperatuur daalt. We stoppen voor fotoos en om de benen te strekken en zien voor het eerst varkens. De gewassen die worden verbouwd op de steile akkertjes veranderen in bijvoorbeeld peultjes en aardappel, er zijn geen kokospalmen meer en de mensen lijken ook te veranderen. Kleine pezige mensen komen voorbij met enorme vrachten stookhout of peultjes op de rug of op het hoofd. Op het laatste stuk naar de Bromo ontmoeten we al een man op een motor die gebreide mutsen en mondkapjes verkoopt. Wij staan nog in ons shirtje te genieten van het frisse weer, maar de inwoners lopen al in truien en fleece. We komen bij een enorme stofwoestijn waar we uitstappen bij de leeuwensteen. Dan rijden we naar de startplek voor de wandeling naar boven. Je kan te paard gaan, er is een zwerm mannen met kleine stoere paardjes die je tegen een vergoeding  een eind op de berg willen brengen. De mondkapjes zijn nodig want  lopen doet het stof opwaaien. Puffend komen we bovenop de Bromo aan. Daar is sinds de laatste uitbarsting het beschermende hek weg en eigenlijk is het doodeng op de smalle rand mul zand op de krater. De afgrond is steil, de geofferde bloemstukjes houden niet op met naar beneden rollen, als je zelf valt kan je niks anders dan blijven voortschuiven tot het hete einde. Als iedereen heelhuids beneden is worden we naar het “hotel”gereden.

7-8
 Na een onrustige nacht vertrekken we om 4 uur te voet om de zon te zien opkomen. Gelukkig is het wel helder. Het is een spectaculaire ervaring om de lucht te zien verkleuren, de vulkanen te zien oplichten en dan de zon te zien verschijnen. Als die er is, is het al snel niet meer zo verschrikkelijk koud. In een enorme stofwolk lopen we terug naar het ontbijt. Met minibusjes worden we daarna zo ver omlaag gebracht dat we weer over kunnen stappen in onze eigen bus. Dan kunnen we onze dagrugzak wegstoppen en de dikke kleren verruilen voor een zomerrokje en sandalen.  We rijden ineens langs de zee! Met uitzicht op Bali eten we een heerlijke lunch. We steken over met de veerboot en zien twee jonge mannen muntjes opduiken die de passagiers overboord gooien.
Op Bali ziet het er net even anders uit. We hebben nu een gids aan boord die soms het eén en ander uitlegt. We zien veel versieringen langs de weg en veel kleine en grotere tempeltjes. Die hebben dan geel-witte glanzende sarongs om, of zwartwit geruite katoenen. We zien apen, bruine en zwarte. En er zijn varkens en een mooi, lichtbruine soort koe met de hoorns naar achteren. Met donker komen we aan in Lovina, een badplaatsje.

8-8
We hebben een dag vrij, geen programma en dus alle tijd om eindelijk kaarten te schrijven. Onderweg was er wel gelegenheid om te mailen, vanuit een internetcafé of vanuit het hotel. Veel hotels hebben gratis wifi. Het hotel is prachtig, ruim met veel boomrijke laantjes. Aan de bomen zijn soms bordjes gemaakt met de naam van de boom. En er zijn orchideeën, die aan de boom zijn gehangen en zo te zien samen groeien. Er zijn vogels te horen en te zien en prachtige vlinders. Er is een mooi zwembad met uitzicht op zee, met ligstoelen in de zon en in de schaduw. Je kan drankjes bestellen vanaf je luie stoel en het lijkt ineens op vakantie. Bij eb kan je mooie schelpjes en stukken koraal vinden op het strand. Je kan naar Lovina lopen over het strand of over de drukke weg en je kan erg lekker eten.


9-8
We doen mee aan het facultatief programma: snorkelen.  Na het ontbijt worden we met minibusjes naar een plek gebracht van waaruit we met een bootje oversteken naar het eiland Menjangan. Daar kan je in de luwte van het eiland prachtig snorkelen boven een koraalrif. Het is inderdaad erg mooi, alsof je in een aquarium zwemt. Er gaat een gids mee die de diverse vissen aanwijst en de groep in de gaten houdt. Eén van ons gaat duiken, die heeft ook een gids bij zich. Het zeewater is lekker warm dus een uur is het makkelijk uit te houden. Vanwege het getijde eten we onze maaltijd aan boord: nasi goreng of mie goreng, mmmmm.  Na een uurtje rust snorkelen we nog een keer en dan varen we weer terug naar de wal.

10-8
We beginnen de dag vroeg met een facultatief programma: dolfijnen kijken. Om 6 uur vertrekken we voor zonsopgang met een heleboel smalle bootjes ver de zee op. Daar komen scholen dolfijnen voorbij. Het is erg leuk om die dieren te zien en ook de zonsopgang is prachtig. Maar er zijn wel honderd bootjes en die scheuren allemaal op die arme dolfijnen af als die zich laten zien. Dat gaat wel naar aanvoelen na een poosje. We zien ook nog een paar vliegende vissen. Na de vroege lunch vertrekken we weer, naar Ubud.
Onderweg stoppen we bij een tempel in een bergmeer. Er zijn veel toeristen en ook veel toeristenwinkeltjes, maar het is wel een mooi plekje. En lekker fris, in de bergen. Ook hebben we een pauzestop bij een koffieplantage. De gids kent vele soorten planten en bomen die daar groeien, dus hebben we ananas gezien en cacao en peperkorrels. Er was een civetkat die koffiebonen eet en weer uitpoept. Die koffie is erg speciaal en ook erg duur, kopi luwak heet dat. We mochten diverse koffies en theeen proeven.
In Ubud hebben we weer een prachtig hotel, hoewel niet alle reisgenoten een even mooie kamer hadden. Wij zitten in een bijgebouw, met een prachtig uitzicht en een zwembad voor de deur. De rijstvelden liggen daar achter, dus is er geen gebrek aan muggen en hadden we voor het eerst een klamboe. De badkamer is ook prachtig, met een open wand zodat je in de buitenlucht staat te douchen. Ook hier zijn prachtige vlinders en vogels te zien.


11-8
Een dag zonder programma. We zijn na een langzaam begin van de dag het stadje in gelopen. Langs de drukke weg naar beneden en dan weer de berg op tot je in de drukte van het zeer toeristische stadje bent. De moeder van de koning is overleden en bij het paleis wordt haar crematie voorbereid. Een enorme constructie van 7 verdiepingen wordt gebouwd, waar bovenop een beeld van een enorme zwarte koe wordt geplaatst. In die koe wordt het gebalsemde lichaam van de oude vrouw gelegd en dat gevaarte( van een paar ton) wordt door mannen gedragen en ergens in de brand gestoken. Het was er druk met mensen die aan het bouwen en versieren waren, met mannen die het verkeer begeleidden en met de vele toeristen die alles wilden fotograferen. Tegenover het paleis is een enorme pasar. Een deel met eten en nuttige dingen, maar een groter deel met toeristische rommel. Je kan overal eten en op andere manieren je geld kwijt. Er zijn veel kunstwinkeltjes en ook een aantal musea. Maar wij hebben gewandeld en aangelummeld.

12-8
De laatste hele dag. We doen mee aan een facultatief programma: mountainbike’n. Onze dochter gaat raften op een wilde rivier in de buurt. Wij worden om 8 uur opgepikt met onze medefietsers. We rijden een uur en ontbijten dan bovenop een berg, met uitzicht op de Batur vulkaan en het kratermeer. Dan worden we naar de fietsen gebracht. Na enig passen en meten en fietsinstructie vertrekken we, bergafwaarts over de rustige achterafwegen. Onderweg wordt er regelmatig afgestapt voor fotoos of uitleg, over rijstvelden bijvoorbeeld. Ook zien we een plechtigheid in een grote tempel en bezoeken we een basisschool. Na 20 km voornamelijk bergafwaarts rollen zijn we klaar en worden we naar een authentiek Balinees huis gebracht. Daar legt de gids uit waarvoor de diverse gebouwtjes dienen en schuiven we aan bij een heerlijk Balinees buffet. Om 3 uur zijn we weer terug bij het hotel. ’s Avonds eten we voor het laatst met de hele groep en horen we wat onze reisgenoten die dag hebben beleefd.


13-8
’s Morgens om 9 uur vertrekken de eersten van de groep naar Denpasar en het vliegtuig naar KL. Wij hebben nog tot 3 uur de tijd en kunnen nog een laatste souvenir kopen, zwemmen, lunchen en rustig inpakken. Gelukkig kunnen onze koffers in een leegstaande kamer bewaard worden en hoeven we pas tegen 3 uur onze lange broeken, sokken en dichte schoenen weer aan. De reis naar Denpasar is druk maar we zijn ruim op tijd. In Kuala Lumpur treffen we onze reisgenoten weer en ’s morgens om half 7 staan we weer op Nederlandse bodem.

Klantwaardering

8,6

Onwijs gave reis, ik heb echt mijn ogen uitgekeken in dit in...
Onwijs gave reis, ik heb echt mijn ogen uitgekeken in dit indrukwekkende land. De lange reisdagen zijn een minpunt, maar wel nodig om zo veel te kunnen zien. De reisleidster was vriendelijk en had kennis van het land. Het was allemaal erg goed geregeld, dat geeft veel rust :) Een aanrader!

Jaimy - 8,0
Terug naar boven