Maleisië

Op bezoek in het hart van Borneo

De rivier kronkelt als een groene slang door het oerwoud. Onze langboot glijdt over een zijtak van de Rajongrivier in het duistere Sarawak, een provincie van Oost-Maleisie op het eiland Borneo. We gaan op bezoek bij de Iban, voorheen berucht als wrede koppensnellers. Tegenwoordig zijn ze beroemd om hun gastvrijheid.

door Brigitte Ars

Lonhouse MaleisieKukelende hanen en schreeuwende kinderen verraden dat er langhuizen achter de bomen liggen. Soms zien we er een glimp van - een heel dorp op palen, met een rij gekleurde langboten ervoor en badende mensen in de aftakkingen van de rivier. Bordenwassende kinderen beginnen te lachen en zwaaien zodra ze ons langs zien komen. Het is warm, de jungle ligt als een broeierige deken over het land. De neiging om ter afkoeling in de rivier te springen is groot.

Trofeeën
Aan de voorkant van het langhuis ontmoeten we een man in een lendendoek. Het is de Tuai Rumah, het opperhoofd van het langhuis. Zijn hele lichaam ziet blauw van de tatoeages. Draken, krokodillen, schorpioenen en varens prijken op zijn nek, rug, armen en benen. Gevolgd door zijn schare lopen we naar de ingang, waar peperkorrels liggen te drogen op strooien matten. Het opperhoofd gaat ons voor naar boven, over een met treden uitgehouwen boomstam, naar de bamboe veranda. Een van de meer dan 150 meter lange zijden is open, aan de andere kant liggen de kamers van de 32 gezinnen die hier wonen. Aan de wanden hangen maskers, blaaspijpen, trommels en manden. Je kunt de veranda vergelijken met de hoofdstraat van een dorp. Her en der zitten mensen op matten te praten, vooral vrouwen en kinderen, want de mannen werken in de houtindustrie of op de peper- en rijstvelden. De baby’s en kleuters worden constant geknuffeld, aangehaald, geplaagd en doorgegeven van de ene naar de andere vrouw.
In het midden hangt een grote zak met doodshoofden. “Trofeeën uit een ver verleden”, zegt een oudere man lachend, met trots in zijn stem. “Uit de tijd dat de hoofden uit vijandige langhuizen werden afgehakt en meegenomen. Die traditie van het koppensnellen ligt nu ver achter ons.”

Mensen Borneo MaleisieWe gaan zitten op de matten van de veranda. Buiten begint het te schemeren, voorbode van een donkere tropenavond. Het opperhoofd neemt een fles en schenkt glazen vol met tuak, zelfgebrouwen rijstwijn. Hij heft het glas, drinkt het in een teug leeg en spoort ons aan hetzelfde te doen. Het goedje smaakt sterk. We pakken de cadeaus uit die we volgens de traditie hebben meegebracht: stapels schriften en een pak pennen en potloden.
De vrouw van het opperhoofd maakt er keurige stapeltjes van en deelt ze uit aan de moeders van de kinderen die stroomopwaarts op kostschool zitten. Er wordt luid gepraat, gelachen en gedronken. De sjamaan voert voor de grap een dans uit. Het is duidelijk, Iban houden van lachen, dansen en vertellen.

Hanengevecht
De volgende ochtend neem ik een bad in de rivier, samen met Ewa, een vrouw gekleed in een kleurrijke sarong, de Maleise omslagdoek. “We baden soms wel zeven keer per dag”, zegt ze, terwijl ze alle tijd neemt. We kijken nu tegen de achterkant van het langhuis aan, die er met alle toilethokjes en uitgebouwde ruimten een stuk rommeliger uitziet dan de kaarsrechte voorkant.

In de schaduw houdt
een groep mannen luid schreeuwend en lachend een hanengevecht. Er komt een groep kinderen naar de rivier, ze springen in hun blootje vanaf het bruggetje het water in, en klimmen dan via de oevers weer omhoog om er opnieuw in te duiken. Hoe klein ook, zwemmen kunnen ze allemaal, of in ieder geval blijven drijven. Terwijl ik met Ewa praat over de relaxte manier van leven van de Iban, voel ik het water zachtjes over mijn lichaam stromen.

Terug bij het langhuis ontmoet ik ‘Auntie Sara’, een oudere weefster en een van de beste onder de Iban. Haar patronen zijn prachtig. Geïnspireerd door de jungle, zoals de motieven van hoornvogels en krokodillen. Ze weeft ze uit het blote hoofd, vertelt Auntie Sara. Vroeger had de beste weefster de hoogste status in het langhuis. “Op het terrein van het weven zijn de vrouwen de strijders”, zegt Auntie Sara, terwijl ze haar magische handen over de ruwe stof beweegt. “Vroeger was een vrouw niet geschikt om te trouwen als ze niet tenminste één goede pua (doek) had geweven. Wij weefsters geven de kennis van het ikat-weven door aan de jonge generatie. Maar ik geef maar een deel van mijn technieken prijs”, verklapt ze lachend. “De rest neem ik mee het graf in!” Tegenwoordig komen mensen helemaal uit Japan om de weeftechnieken van de Iban te leren. Kuching, de charmante hoofdstad van Sarawak, heeft nu zelfs een weefschool.

Medicijnkast
In de middag ga ik met een groepje oudere mannen en jongetjes de jungle in om eten te zoeken. Voor mij is het regenwoud één groen gordijn, maar voor de Iban is de jungle zowel supermarkt als medicijnkast. “Daar zijn nieuwe bamboestruiken”, wijst Gregor, een man van een jaar of zestig, gehuld in lendendoeken en tatoeages. Met een hakmes halen de mannen bamboescheuten van de struik. Het maal van die avond bestaat uit junglevarens, tapiocabladeren en vis, allemaal in bamboe gestoomd. Het is heerlijk, de jungle blijkt behalve supermarkt ook vijfsterrenrestaurant. Ik denk aan mijn terugkeer naar de moderne, snelle wereld, de volgende ochtend. Zucht. Wie wil hier nou weg?

Bekijk de rondreis door Maleisisch Borneo.



  
Aan de informatie in deze artikelen en verhalen kunnen geen rechten ontleend worden.

Klantwaardering

8,6

Dit is een relaxte reis waarin het aantal reisdagen beperkt...
Dit is een relaxte reis waarin het aantal reisdagen beperkt is en op de reisdagen geen extreem grote afstanden worden afgelegd. De reis begint relaxed op strandjes en eilanden en eindigt met het indrukwekkende Kuala Lumpur en Singapore.

Jeroen F. - 8,0
Terug naar boven