Peru

Reizigersdagboek Peru (1) deel 1

Dag 1 - 9 september
Amsterdam - Lima

Na de vliegreis met een tussenstop op tropisch Bonaire landden we 's-avonds om 7.45 uur in Lima.
Daar werden we opgewacht door onze chauffeur en Simone, de reisbegeleidster. Vervolgens gingen we richting hotel. Onder het genot van een drankje, Piscosour (een traditioneel peruaans drankje) hield Simone een welkomstwoordje en volgde een kennismakingsrondje. Daarna was het voor ondergetekende slapen geblazen; ik was bijna 24 uur in touw geweest.

Dag 2 - 10 september
Lima

Na een lekker ontbijt was het woord opnieuw aan Simone die ons een stroom aan informatie gaf.
Om ca. 9.30 uur met taxi's naar het centrum van Lima. Die rit was een belevenis op zich: de taxi-chauffeur waande zich kennelijk op het circuit van Zandvoort; hij reed er aardig op los.
Jammer dat de wegen niet overal optimaal waren om lekker door te rijden; zo waren er op verschillende plaatsen behoorlijke gaten in de weg. Maar goed we zijn allemaal veilig en wel afgezet voor de kathedraal. Michiel en ik besloten om gelijk de kathedraal te bezoeken. Zeker de moeite waard om te bekijken. Ik zelf vond de gebrandschilderde ramen erg mooi. Vervolgens bij het presidentiële paleis de aflossing van de wacht gezien. Hoewel de wacht niet werd afgelost was het toch een aardig folkloristisch gebeuren.
Na een lekkere lunch de kerk en het klooster van San Francisco bezocht. In het verleden deden de gewelven onder de kerk en het klosster dienst als begraafplaats. Deze gewelven zijn toegankelijk voor het publiek en de (restanten van de) botten liggen keurig bij elkaar; armen bij armen; benen bij benen et cetera. Zo is er ook nog een put met schedels. Heel bijzonder maar wel een beetje luguber.
Daarna hebben Michiel en ik nog wat rondgedoold in het centrum om aan het eind van de middag weer terug te keren naar het hotel.
's-Avonds met de hele groep wezen eten bij "las tejas"De sfeer was prima en het eten smaakte goed.
Aan het eind van de avond weer met de taxi naar huis. Dit was opnieuw een avontuur. De chauffeur wist niet waar hij zijn moest en het heeft bijna één uur geduurd voordat wij bij het hotel waren. We zaten met z'n vieren op de achterbank (lekker krap) dus echt comfortabel was het niet. We hebben in ieder geval wel waar voor ons geld gehad: 8 sol voor een ritje van bijna één uur!

Dag 3 - 11 september
Opstaan, douchen, ontbijten, tas klaar zetten (08.15) en om half negen vertrekken we richting Pisco.We verlaten Lima, waar het mistig is en het wat miezert, via een 4 baans snelweg.
Langs de weg badplaatsachtige gebouwtjes en stranden, maar daar was het zeker het weer niet naar. We vervolgen de "Panamericana"die helemaal van Alaska tot in het zuidelijkste puntje van Zuid-Amerika loopt. Rond 11 uur drinken we lauwe (dus warme) koffie en vervolgen onze weg. Het landschap is af en toe wat woestijnachtig met hier en daar wat eenvoudige nederzettingen. Nog een stop onderweg, waar we heerlijk fruit kopen.
Grotendeels rijden we vlak langs de kust en zien de Pacific Ocean.
Rond het middaguur, nadat we door het stadje Pisco zijn gereden arriveren we bij het hotel San Jorge. Bagage gaat van de bus af en naar de kamers. Een half uur later stappen we weer in de bus en rijden naar de haven van Pisco. Onderweg langs het water en bij de visafslag, tientallen prachtige pelikanen.
Aan het water in een leuk vis restaurantje gegeten. Na de lunch een heerlijke "tejas" als toetje.
Chocolade gevuld met een pecannoot in een leuk papiertje. Echt ontzettend lekker, maar ik ben een chocolade freak!
Na het eten de bus in richting het nationale park van Paracas. Uitstappen en een stukje lopen naar de uitkijktoren om de flamingo's te zien, maar vanaf beneden zag je ze net zo goed. Even de tentoonstelling bekeken over vogels, schelpen, wieren etc. , die zeer de moeite waard was. Met de bus richting de "kathedraal" ook nog in het nationale park. En prachtige rotsformatie die uitgeslepen is door water en wind. Schitterend om te zien en de rotsen zijn vol met pelikanen en jan van genten(vogels). Leek deze rotsformatie op een kathedraal of heel Hollands op onze koningin Wilhelmina? Wie zal het zeggen.
Door het bijzondere landschap van stenen zand en woestijn terug door Pisco naar het hotel. Om 19 uur in de hal van het hotel verzamelen en gaan eten. Heerlijk gegeten met life-music van Los ……Incas? In het dagboek schrijven, lezen over de dag van morgen en slapen!

Dag 4 - 12 september
Alsof we al helemaal aan het tijdsverschil gewend zijn, moeten we 6.30 uur ontbijten. Dat gebeurt buiten, wat wel erg speciaal is.
We zitten 7.30 uur in de bus, met de bagage er bovenop en we wachten op onze gids, Jesús, met wie we naar de Ballestas-eilanden gaan. Hij vertelt ons dat Pisco 'vogel' betekent in het Quechua. Er is veel visindustrie in deze streek, waar ze vismeel maken voor de export. We gaan naar Paracas National Parc (paracas betekent 'zandstorm') en gaan met z'n allen op een soort speedboat, met zwemvesten aan, eerst naar de Candelabro. De meningen zijn verdeeld over de oorsprong en het wordt ook wel cactus of drietand genoemd.
We varen verder en al gauw zien we zeeleeuwen op de rotsen liggen; wat een schattige beesten, vooral de kleintjes, die 8 maanden oud zijn. Er liggen er echt veel en sommigen zwemmen ook leuk rond. We zien ook een paar pinguïns, maar eigenlijk niet echt goed. We zien hele zwermen aalscholvers, die op een rots dicht bij elkaar zitten om nesten te maken. De uitwerpselen van de vogels worden eens in de zoveel jaar van de rotsen geschraapt en daar maken ze mest van.
We varen langs de "kraamkamer" van de zeeleeuwen, waar een aantal stevige mannetjes hun territorium aan het verdedigen zijn en een hels kabaal maken.
De natuur doet zijn werk en we zien gieren zich tegoed doen aan een dode zeeleeuw.
Het was echt genieten, al die beesten, maar we moeten helaas weer terug naar het haventje, waar we koffie drinken bij John en Jennifer, opgeluisterd door muziek van onze vrienden van gisteren bij het eten. Ze maken met zoveel enthousiasme hun muziek!
We gaan weer in de bus naar Ica, waar we een wijnproeverij bezoeken en waar uitgelegd wordt hoe de Pisco gemaakt wordt in de maanden januari, februari en maart.
De druiven zijn ooit van de Canarische Eilanden hier naartoe gebracht.
Het heet El Catador, de Proever, en we proeven de pure Pisco, waar de Pisco Sour van wordt gemaakt en een demi sec en een zoete wijn; ik vond het niet geweldig.
Hier gingen we ook lunchen en ik at een lekkere kip sandwich, met het dagelijkse flesje cola.
We gingen nu naar een prachtig hotel in een oase, Huacachina, Hotel Mosone, waar onze tassen naar onze kamer werden gebracht. Wat een hotel!
Al heel snel gingen we naar het zwembad, waar Marga en Mieke heel stoer voelden, hoe koud het water was. Opeens zagen we van boven op een berg Arend naar ons zwaaien en 2 mensen probeerden te sandboarden, maar het gleed niet.
Later zagen we Michiel, Evert, Egon, Hans, Alize en Maaike naar boven ploeteren. Ik had ook nog plannen gehad om naar boven te gaan om van het uitzicht te genieten, maar ik zag daarboven hevige zandstormen, dus mijn enthousiasme verdween al snel.
Ik lag lekker half in de zon, half in de schaduw te schrijven en later even echt in de zon. De sandboarders kwamen onder het zand, maar heel enthousiast terug.
Na ons luie gebeuren gingen Mieke en ik nog even om de oase heen lopen en aan het eind een klein stukje zandduin op en toen kreeg ik nog meer respect voor de sandboarders en voor Arend, want met elke stap naar boven, glij je weer een eind naar beneden ook: een zware klus
Wel heerlijk, dat het nu lekker warm en zonnig is en we niet met dikke truien rond hoeven te lopen. Op onze kamer onze tassen een beetje gereorganiseerd en lekker rustig aangedaan. Rond 7 uur zijn we gaan eten in een tent die Simone had aangeraden en langzaam maar zeker werden er steeds meer tafels bijgeschoven en zaten we bijna met de hele groep te eten: gezellig! Zo weer een goed geslaagde dag en een beetje bijgekomen.

Dag 6, 14 september 2003
Ook vandaag moesten we weer vroeg uit de veren. Wat betekende om halfzeven opstaan, om 7.00 aan het ontbijt zitten - wat overigens fantastisch was - om 8.00 uur startklaar in de bus te kunnen zitten.
Zo gingen we toch nog op weg naar Chauchilla, waar we de openluchtbegraafplaats zouden bezoeken. Deze ligt in de woestijn en door de grote droogte zijn de mummies goed geconserveerd gebleven. Ik was erg benieuwd wat ik er zou aantreffen.

De weg ernaar toe was ietwat hobbelig, maar de natuur was prachtig en dat vergoedde veel. Al snel kwamen we op de begraafplaats, waar je kunt zien hoe de Nazca hun doden begroeven. Sommige mummies waren netjes opgesteld, maar in het veld zag je overal botten en restjes katoen van de lijkwaden, dit dankzij grafrovers.

Al met al wat de begraafplaats prachtig. Ze overtrof al mijn verwachtingen, vooral ook de langgerekte schedels. Op deze hoofden waren operaties uitgevoerd door gaatjes in de schedel te boren, waarschijnlijk om de druk in het hoofd te verminderen en zo de hoofdpijnen tegen te gaan. Deze gaatjes waren gedeeltelijk weer dicht gegroeid, dit was ook duidelijk te zien. Wat ik ook fascinerend vond was het extra bot op de zijkant van het achterhoofd. Hier heeft Jelle ook een foto van gemaakt waar het duidelijk op te zien is, anders zou niemand ons (hier) geloven. Waarom dit extra bot er zit is mij niet duidelijk. Van de gids heb ik begrepen dat dit bij 40 procent van de gevonden schedels het geval was. Ra, ra waarom?

Onze gids was overigens geweldig, hij sprak perfect Engels en gaf ons ook goede en duidelijke informatie

Als we van de ene naar de andere grafkamer gingen, liepen we langs ware knekelvelden. Overal lagen botten zoals ribben, ellepijpen, ruggenwervels, en resten daarvan verspreid. Ook lagen her en der de resten van lijkwaden. Het was allemaal erg luguber. De mummies zelf waren goed intact gebleven. Zelfs gedeeltes van de haren en huid waren nog goed te zien en natuurlijk ook de manier van begraven.

Om weer tot de werkelijkheid terug te keren stond aan de uitgang een kleed met daarop allemaal souveniertjes uitgestald en was er de mogelijkheid tot het kopen van deze souveniers, wat sommigen van ons ook gedaan hebben. Ik heb (om de prijs te drukken) samen met Mieke een fluitje van aardewerk gekocht (2 voor 5 Sol).

Daarna weer in de bus, waar het nu toch wel erg warm begon te worden. Het zand woei door de raampjes naar binnen, zodat je je ogen amper open kon houden. Volgende stop was een pottenbakkersmuseum, waar we konden zien hoe de Nazca-cultuur zijn aardewerk bakte. Ook hier kon ik de verleiding niet weerstaan en heb ik na veel afdingen een beeldje gekocht. Het afdingen was wel grappig om te doen, maar het lukte mij minder goed dan sommige anderen. Maaike bijvoorbeeld kreeg heel wat meer van de prijs af.

Maar goed, uiteindelijk waren we toch allemaal heel tevreden en gingen we op weg naar een goud extractiewerkplaats, waar ons precies verteld werd hoe het goudzoeken in zijn werk gaat. Daarna kregen we een rondleiding in de openluchtwerkplaats, wat heel indrukwekkend was, en iedereen weer heel blij maakte met zijn eigen baan thuis.
Na de rondleiding kregen we weer de mogelijkheid tot het kopen van souverniers. Hier kon ik de verleiding weerstaan en heb ik niets gekocht in het winkeltje, wel iets gekregen: de sterrenbeelden van de Nazca-lijnen. Debbie had wel iets gekocht: een armbandje voor haar zusje.

Nadat we de lunch, aan het zwembad, in het hotel genuttigd hadden (een overheerlijk broodje kipfilet) vertrokken we om ongeveer 14.00 uur per bus naar het vliegveld om over de Nazca-lijnen te vliegen. Nolmie en Barbara zijn gelukkig ook weer van de partij. Nolmie is nog wat slapjes en blijft thuis, maar Barbara gaat ervoor en vliegt mee.We zijn dus nu met 17 man/vrouw. Er gaan 3 of 5 personen in een vliegtuig. Ik ben benieuw hoelang we op het vliegveld moeten zitten en hoe laat we weer 'thuis' zijn. We waren omstreeks 17,00 uur weer terug.
Jelle, ik, Hans, Egon, Maaike, Alize en Barbara zaten in de 2e groepen moesten nog even in het hotel wachten op de 2e ronde van de auto, maar toen de auto arriveerde waren we ook in No time op het vliegveld waar Simone op ons wachtte.
Tijdens het wachten op onze beurt kunnen we een film bekijken over een uitleg van de Nazca-lijnen wat het wachten veraangenaamt.
Als het is onze beurt en mogen we het vliegtuig in. Alize zit naast de piloot, Barbara en Maaike in het midden, en ik en Jelle achterin (Hans vloog alleen met twee Zweden, hoorde ik later). Allemaal met een zakje want het vliegtuig schommelt nogal. Niemand had het zakje nodig behalve ondergetekende. Maar dat mocht de pret niet drukken en ik heb er toch volop van genoten en alle 13 lijnen goed kunnen zien. Daar deed onze piloot dan ook erg zijn best voor. Nog steeds vind ik het onbegrijpelijk

Die avond hebben we met tien man (Debbie, Herman, Marga, Barbara, Nolmie, Mieke, Ank, Hans, Jelle en ik) gegeten in La Taberna. Dit op aanraden van Jelle die in een van de diverse gidsen had gelezen dat het hier goed toeven was, en dat was het inderdaad, we hebben zeer goed gegeten. Ook met het lezen van de vele spreuken die op de muren stonden hebben we ons goed vermaakt.
Na onze eigen leuzen op de muren te hebben toegevoegd gingen we nog even de schoenen laten poetsen voor 1 Sol in het park. Daarna hebben we voldoende eten en drinken voor de lange busreis van morgen ingeslagen, waarna we moe maar voldaan naar bed zijn gegaan.

Dag 7, 15 september 2003
5.00 uur - De wekker gaat niet. Vergeten te zetten? Nee, de wekker is duidelijk kapot. Gelukkig worden we wakker van het gestommel in de kamers naast ons, want we moeten echt op tijd opstaan. Vandaag staat de reis naar Arequipa op het programma, in totaal een reis van elf uur, zegt het programmaboekje.
Na een vlug ontbijt rijden we om half zeven, op tijd, weg bij het hotel. We zijn lang niet de enigen die op zijn. Overal staan Peruanen langs de weg, kennelijk wachtend op vervoer. En wie niet weg hoeft, staat zijn erf nat te maken om het stoffige zand weer een dagje uit huis te houden.

We verlaten Nazca via de weg naar Chauchilla. Aanvankelijk onder een stralende zon, maar na een half uurtje rijden we de mist in, die later overgaat in laaghangende bewolking. Het landschap blijft zoals het was. Nu eens pampa, dan weer wat heuvelachtiger, maar steeds kaal en zanderig met af en toe wat hutjes langs de weg die steevast de vraag oproepen wie daar moeten wonen en waar ze van leven.
In de bus blijft het intussen stil. Het is voor de meesten van ons kennelijk nog erg vroeg.

Na anderhalf uur rijden zorgt de politie voor een verzetje door Mario's papieren te controleren. Het koppel agenten staat met hun auto echt in de "middle of nowhere", maar ze laten hun humeur daar niet door vergallen en controleren de papieren met een stralende glimlach.

Een half uur later bereiken we de kust. Het karakter van het landschap verandert, de kleur rood domineert en ook in de kale delen zie je nu wat begroeiing. Af en toe passeren we een spookstadje of een stadje dat op weg lijkt dat te worden. De eerste stop na 2,5 uur rijden is bij Hotel Turistica in Chala.
Om 11.00 uur een korte pitstop in Atico. Het landschap is nog steeds hetzelfde, maar we zien wel vaker mensen. Het meest opmerkelijk was wel de wegwerker die opgezadeld was met de weinig benijdenswaardige, eindeloos lijkende taak om de weg schoon te vegen.

De bus komt tot leven bij het zien van het eerste cactusveld. Egon overweegt even een afgebroken tak mee te nemen maar ziet daar toch van af. Ank heeft genoeg aan de foto's.

Bij Pescadores zien we opeens een vruchtbare vallei beneden ons, vol groene velden en boomgaarden. Vanaf de weg had deze vallei veel weg van taartpunten die de Nazca op hun pampa's hebben getekend. Zou de theorie kloppen dat die tekeningen schaalmodellen zijn?

Ondertussen slaapt het grootste deel van de reisgenoten nog, of alweer. Als ik er niet zo'n hekel aan had zou ik haast het "potje met vet" uit de kast halen.

Een tweede vallei bleek even effectief. De foto stop boven Ocoña, waar zelfs nog water in de rivier stond, schudde iedereen wakker. Maar al snel vielen veel oogleden weer dicht, hun eigenaren in slaap gesust door de monotonie van de zoveelste zandvlakte.

13.45 uur - Lunch in Camana, een stadje in een grote groene vallei. Veel toeristen komen daar kennelijk niet, we waren een heuse bezienswaardigheid voor de schooljeugd. Wel werden we opgeschrikt door een tweemansorkest dat nog veel moet oefenen, en dan waarschijnlijk nog niet kan spelen.
Vlak voorbij Camana gingen we landinwaarts, vooralsnog steeds tussen de zandrotsen. De weg liep stijl omhoog en Mario moest regelmatig terugschakelen. Langs de kant van de weg zagen we wel steeds meer groen, vaak met blauwe bloempjes. Na een halfuurtje lieten we de wolken achter ons en reden we verder onder een strakblauwe hemel met verzengende zon. Op de pampa die we al snel bereikten, groeide weer niets. Op een boom na die waarschijnlijk met veel inspanning in leven werd gehouden. Middenin de pampa werd middels het project Pampa Baja een manmoedige poging tot landbouw gedaan met grote beregeningsinstallaties - kennelijk zit er dus wel water onder de gortdroge grond - en veel geploeter in het zand. Het bleek een voorbode van meer. Na een uur en een kwartier kwam er tijdelijk een eind aan de droge vlakten. Iets netter aangeharkt hadden de velden met koeien voor Nederland door kunnen gaan. Maar aan het eind van de pampa was het gedaan, en de volgende was weer zo droog als gort, totdat ze ook die gaan bevloeien.

Aan de horizon zagen we nu de vulkanen rond Arequipa, Chachani, El Misti en Picchu Piccha, en langs de weg wandelende duinen van grijs zand. In Arequipa aangekomen moesten we bij hotel Crismar afscheid nemen van Mario, die morgen in een keer terugrijdt naar Lima, wat minstens 18 uur rijden is.

Annelies en ik zochten na onze spullen in de kamer gezet te hebben, gauw een restaurant op. Nog nahobbelend in ons hoofd dronken we daar twee grote koppen cocathee bij Ocapa Arequipana en rocoto relleños (gevulde paprika's), gevolgd door kleine pizza's. Er was opnieuw een goede band die deze keer ook nummers speelde die we van onze eigen cd met Andesmuziek van Runa Kuna kennen.
Daarna nog een kort rondje over de Plaza de Armas, en op naar het hotel. Allebei doodmoe, hoewel we zelf niets hadden gedaan.

Dag 9Woensdag 17-9-2003
Om 5.30 uur op, 6.30 ontbijt en 7.30 vertrek. Iedereen is steeds op tijd en dat is heel fijn. Na het ontbijt met voor de meeste van ons weer coca thee gaan we op weg, in een andere bus, met chauffeur Walter en gids Rebecca. De bus is zeker wat luxer. Er is TV (gebruiken we (nog) niet) en een toilet (wordt wel dankbaar gebruik van gemaakt) en iedereen kan met z´n tweeën zitten. We gaan 160 km rijden in 5 uren naar Chivay. Het eerste stuk is een asfaltweg, later zal het een onverharde weg worden op en klein stukje na ergens in het midden. De gids begint gelijk te vertellen. Ze noemt zo snel zoveel namen dat ik het niet allemaal op kan schrijven. Later deelt ze gelukkig plattegronden uit van het gebied waar we doorheen rijden. Ze vertelt dat el Misti "meneer" betekent en een slapende vulkaan is. Soms komt er, vooral ´s ochtends, rook uit de krater. Op een gegeven moment zien we twee vulkanen met een kleintje ertussen. Het verhaal gaat dat de vulkanen verliefd waren en zo de kleine ontstaan is. Terwijl we de stad uit rijden vertelt de gids over Arequipa. De mensen leven er vooral van de landbouw en veeteelt. Ze produceren melk voor de export. De laatste tijd komen veel mensen uit de bergen naar Arequipa. De stad krijgt zo hele nieuwe wijken. We rijden een hele tijd langs zo´n nieuwe, langgerekte wijk tussen de weg en de bergen. De mensen mogen met geleend geld eerst alleen de begane grond van een huis bouwen en pas als die afbetaald is, mag er opnieuw geld geleend worden voor een verdieping op het huis. We zwaaien Arequipa gedag. We rijden door een gebied met cactussen en lage struiken. Er ligt weer veel afval langs de weg. Het gebied is dor door gebrek aan water. De grond is vruchtbaar en als er ergens wel water is, is het er gelijk ook groen. Dat was eergisteren en is ook vandaag goed te zien. Waar het kan verbouwen de mensen in de bergen katoen en aardappels. We gaan vandaag een pas over op 4910 meter hoogte. De gids deelt coca blaadjes uit. We moeten er niet op kauwen, maar op sabbelen. Het is een goed middel tegen hoogte ziekte. Als je er lang genoeg op gesabbeld hebt, spuug je het propje uit. Je tong kan er een beetje gevoelloos van worden, dat is normaal, maar niemand heeft daar last van. We rijden ondertussen op een hoogte van 4000 meter. Er groeit nu een soort gras op de heuvels. Het gras beschermt andere planten die door de dieren worden gegeten. We hebben een foto stop op de plek waar we de vulkaan Ampato kunnen zien. Op de top van de vulkaan is op 8 september 1995 de mummie Juanita, "de ijsprinses", gevonden. Het advies bij het uitstappen: rustig aan, niet rennen. We rijden het nationale park in. Er is een foto stop voor een kudde vicuña´s in een drooggevallen meertje. We zien de vulkaan el Misti nu van de andere kant. We laten nu het asfalt achter ons. Er is een stop van een half uur vlak bij een rots formatie die als het stenen bos wordt aangeduid. Er is een groep vrouwen en kinderen die truien, kleden, mutsen, etc. verkoopt. Ook mag je foto´s maken van de kinderen met hun baby alpaca´s tegen betaling van 1 sol. We kunnen er wat drinken en naar de WC. Het water bij de toiletten is ijskoud. Ook het water dat je koopt is zo koud. Er zijn ook coca blaadjes te koop. Er stoppen steeds meer bussen. Na deze heel toeristische stop gaat het weer verder. In de bus begint het behoorlijk naar coca te ruiken. Een stukje verder stoppen we nog een keer voor een kudde alpaca´s, grazend in een moerassig gebied. We zien daar ook twee Andes ganzen en nog andere vogels. Na de splitsing Chivay / Cusco rijden we weer een stuk over een asfaltweg. We doorkruizen een enorme vlakte op 4400 meter hoogte. Hier leven veel vogels, ganzen, eenden, flamingo´s en ibissen. Ze zijn helaas allemaal te ver weg voor een foto. De gids vertelt weer. In 1000 v. chr. zijn de lama´s en de alpaca´s tot huisdieren gemaakt. Lama´s kunnen 30 kg aan goederen dragen. De keutels van de dieren worden gebruikt als brandstof, de wol wordt gebruikt, het vlees wordt gegeten. De vicuña´s zijn nog wild. Zij worden bij elkaar gedreven en geschoren en dan weer vrij gelaten. We passeren een oude vulkaan. Op deze hoogte groeit een langzaam groeiend mos dat heel oud kan worden. In dit gebied leven de vos, de wilde kat, de zwarte poema, etc. er ligt hier af en toe wat sneeuw langs de kant van de weg. Even later zijn we op 4910 meter hoogte, de bergpas Patapampa. Natuurlijk stappen we ook hier even uit de bus. Er is weer een groep mensen die spullen verkoopt. Er komt ook een man aan met z´n lama´s. Voor 1 sol mag je een foto van hem maken. Je kunt vanaf dit punt alle vulkanen goed zien liggen. Je ziet ook overal om je heen apachetas (opeengestapelde stenen als eerbetoon aan de berggoden) die je de weg naar de hemel wijzen. Het is goed te doen om op deze hoogte rond te lopen. Het is wel fris. Je kunt een vest gebruiken. Na een korte pauze beginnen we aan de afdaling, maar staan bijna gelijk weer stil. Er is een vizcacha gespot, het beest dat op een konijn met de staart van een eekhoorn lijkt. We dalen af naar Chivay. Als we het dorp kunnen zien liggen, stoppen we nog een keer. We zijn om 1 uur in het dorp. Mijn oren zitten dicht. Na de lunch lopen we door het dorp. De vrouwen dragen er prachtige kleren en hoeden, maar willen niet graag op de foto. Soms kan je ook hier weer foto´s maken tegen betaling van 1 sol. Na een half uurtje wandelt een deel van de groep naar de warmwaterbronnen, anderen rijden er naar toe met de bus. Bijna iedereen gaat ook even van het warme water genieten. Hierna is het nog een uurtje rijden naar Maca, waar we overnachten in huisjes. In Chivay krijgen we nog even de kans om inkopen te doen voor de volgende dagen. De rit naar Maca is weer heel bijzonder. Het loopt tegen de avond en alle dieren worden naar huis gebracht. We rijden nu al door de colca cañon en het is er erg mooi. De duizenden hectaren terrassen (andenes) met landbouw tegen de bergwand op de meest ontoegankelijke en steile plaatsen zijn het werk van de Colluhuas, een beschaving die1000 jaar ouder dan de Inca´s, en zijn volgens het boek de mooiste van de wereld. Het is volledig donker als we in Maca aankomen. We eten gezamenlijk en daarna gaat iedereen toch vrij snel naar bed. Meerdere mensen voelen zich door de hoogte toch niet helemaal lekker.
Het was een dag met een zeer bijzondere rit. De kleuren in de bergen, de verschillende begroeiingen, de hoogte, de verschillende dieren en de mensen in deze streek hebben grote indruk gemaakt.

Dag 10, 18 september 2003
De Canon del Colca

Dit is de grootste canyon in de omgeving van Arequipa. De canyon is honderdtal kilometers lang. Volgens de Peruanen is de canyon dieper dan de "grand canyon" maar ze gaan dan uit van de hoogte van de hoogste bergtop. (en dan kom je inderdaad op 300 meter) terwijl de andere kant van de canyon veel minder hoog is.

Maca
In de kleine bungalowtjes waar we geslapen hebben loopt om 5 uur de wekker af. Sommigen hebben last van de hoogte. De bus zal om half zeven vertrekken, de condors wachten niet. De tocht naar het uitzichtpunt gaat over zeer hobbelige weggetjes. Het is moeilijk voor te stellen dat het dorp Maca waar we hebben geslapen 5 jaar geleden volledig werd verwoest door een zeer zware aardbeving. Alleen de kerk schijnt het deels overleefd te hebben, maar die zijn ze ook nog aan het restaureren. Dit is ook de reden dat de huisjes in dit dorp er vrij nieuw en modern uitzien.
We stoppen nog even onderweg omdat er in de rotswand van één van de bergen een hoeveelheid pre Inca graven te bewonderen zijn. Ze zitten erg hoog maar het is wel te zien. Alle dorpjes waar je nog langs komt staan vol met lemen huisjes. Volgens mij is alleen de kerk van steen. We leren ook nog dat in Peru een kerk met één toren gewijd is aan één of andere heilige en een kerk met twee torens altijd gewijd is aan één of andere heilige maagd.
Door de hele vallei zie je, waar je ook rijdt, overal terrassen. Deels bedoeld voor de landbouw en veeteelt en deels bedoeld (de smalle) om erosie tegen te gaan. De terrassen zijn van oorsprong overigens aangelegd door een pre Inca beschaving (de Colluhuas) en dus al meer dan duizend jaar oud. Verder valt het op dat de vallei intensief bebouwd wordt. Alle dorpen zijn overigens van Spaanse origine. De dorpen waren bedoeld om de indianen onder controle te krijgen, te bekeren en te onderdrukken.

Cruz del Condor
Het beroemde uitzicht punt van de canyon. Om even over acht arriveren we bij het cruz. Er zijn naast andere toeristen ook erg veel condors te zien. Erg imposante vogels die op de aanwezige thermiek door de lucht zweven. De spanwijdte van een volwassen condor kan wel drie meter bedragen. Als dat dan dus op 20-30 meter boven je hoofd voorbij suist is dat een fantastisch gezicht. De bekende vraag doet zich dan weer voor wie bekijkt nu wie. Je ziet dat ze naar thermiek van de juist opgekomen zon zoeken. Een aantal zitten nog wat dieper in de canyon en een aantal zitten al wat hoger. Ze komen wel allemaal op onze hoogte voorbij. Condors worden in de Andes nog waargenomen tot op 6000 meter hoogte. De volwassen exemplaren met de witte veren en witte kragen en de jongeren die alleen grauw zijn. De witte veren komen pas na het derde jaar.
Als het aantal condors wat minder wordt vertrekken ook weer een aantal bussen met toeristen en wordt het wat rustiger. Dan komen er nog twee condors kennelijk een paartje. Ze geven een demonstratie thermiek zweven en komen op zo'n tien meter hoog herhaald over onze hoofden zweven. Ze strijken ook nog samen neer op een rotspunt iets onder ons uitzichtpunt. Werkelijk een fantastisch gezicht. Ze zijn nog niet maximaal groot maar het blijft grandioos.

Nadat we bij de condors zijn uitgekeken brengt de bus ons nog iets verder de canyon in om vandaar uit een wandeling van een paar uur te starten. De bus rijdt verder en zal ons op het verste punt weer oppikken. Een aantal van ons wandelt niet mee. De wandeling wordt echt leuk als we op een gegeven moment van de weg afgaan en via kleine paadjes het landschap ingaan. We komen een klein lokaal boerderijtje tegen waar we nog even binnen kunnen kijken. De lemen muurtjes omgeven een woondeel en een aantal stal-delen. Meneer en mevrouw leiden ons vol trots rond. De beesten die je hier ziet zijn konijnen, cavia's, een paar kippen, en wat schapen. We wandelen verder langs de terrassen naar beneden. Soms wat gewassen, soms wat koeien en schapen. De landbouw is nog niet echt gestart, de lente begint hier net en het regenseizoen moet nog beginnen.
Na het dalen moet er uiteraard ook weer een stuk geklommen worden en dat is dan een vrij steile klim waar je makkelijk buiten adem raakt, je bent tenslotte op 3500 meter hoog. Na de klim volgen we een irrigatie kanaal en waar water stroomt is het uiteraard bijna vlak. Leuk is het als het kanaaltje in een tunnel verdwijnt en wij dus ook. Soms lukt het alleen door wijdbeens op de beide betonnen randen van het kanaal te lopen. Dan ineens staat daar de bus en kunnen we instappen en rijden we naar het restaurant van het verderop gelegen dorp. Onderweg pikken voor de laatste paar kilometer nog twee liftende kinderen op die in dat zelfde dorp naar school moeten.
Na de lunch rijden we in ruim twee uur terug naar het hotel in Maca. Halverwege tijdens een fotostop hebben de chauffeur en de gids een aantal cactus vruchten gevonden waar we allemaal een stukje van moeten proeven.
Een deel van de groep stapt een kilometer voor het hotel uit en loopt door het dorp Maca om ook dat nog even te bekijken. Een kleine jongen die bij Maaike op de foto gaat en daarvoor de onvermijdelijke SOL incasseert zie je onmiddellijk naar een winkeltje gaan om twee broodjes te kopen. Zie je in ieder geval dat je geld goed besteed wordt. Behalve de kleine huisjes van het dorp is er erg weinig te zien.
Aangekomen in het hotel is Marga, die in de bus is blijven zitten, toch op bed gaan liggen. Ze voelt zich beroerd. Ik ga zelf in de hal een biertje drinken. Op een gegeven moment gaat, als het wat later is geworden, de openhaard aan. Op deze hoogte vriest het hier 's nachts. Het wordt iets warmer maar vooral veel rokeriger de schoorsteen werkt in ieder geval niet optimaal. Bij het verhaal van Debby hoe zij de karnaval viert wordt erg gelachen.
Om half acht zouden we gaan eten. Het loopt iets uit en daardoor trakteert "het huis" op pisco sour. Soep en een hoofdgerecht en om 9 uur terug naar het huisje. Je loopt overigens buiten langs en wat heb je dan op deze hoogte en zonder verlichting uit de buurt een prachtig gezicht op al die sterren.

Dag 11, 19 september 2003
Het is stralend blauw en koud. Een muurtje is zelfs te koud om er even op te gaan zitten. Later op de dag zullen er steeds meer wolken komen, dat was gisteren ook zo. We rijden vandaag een groot stuk van de weg van eergisteren terug, via Chivay en over de Patapampa, de pas van 4910 meter tot de afslag naar Puno. Ezels regelen het vervoer in deze streek. We stoppen onderweg voor benzine en ik speel een potje voetbal met een jochie. We zitten nog steeds erg hoog en dat is te merken. Het hoogste punt rijden we voorbij en bij het "stenen woud" is er weer een thee en WC stop. De weg naar Puno is een mooie asfaltweg. We rijden op 4200 meter hoogte door het national Aquada blanca reserve en zien nog een paar vicuña´s. Kilometers vlak land met soms schapen, Alpaca´s , flamingo´s en koeien. We picknicken bij lago Lagoni, een heel groot meer. Na de lunch is het nog 2 ½ uur rijden naar Puno. In de buurt van Puno staan mooie huizen van adobe, soms met een verdieping er op. We rijden over een vlakte met dorpen en wat landbouw en veeteelt. De lucht is stralend blauw, alleen boven de bergen hangen wolken. Er wordt weer water aangevoerd door betonnen bakken. Het gebied is nu moerassig. Langs de weg staan tig ovens van adobe om rode stenen met gaten te bakken. We rijden door Juliaca, de hoofdstad van het departement Puno. De rest van de weg naar Puno is een tolweg. Puno is ook een grote stad aan het Titicacameer. We rijden tot helemaal in het centrum. Het hotel Buho ( = uil) ligt bij een autovrije winkelstraat en de plaza. We hebben een kamer op de derde verdieping en er is geen lift. Alleen de trappen op lopen is al meer dan genoeg om op deze hoogte van 3800 meter buiten adem te zijn. We laten de koffers graag dragen. Na de rust lopen we de winkelstraat op en neer, zitten even op een plein (ze steken vuurwerk af voor een kerkgebouw aan het plein. Het lijkt Nederland wel, de aanwezige politie zorgt er wel weer voor dat de taxi´s rond blijven rijden en doet niets aan het vuurwerk.), kopen snoep om cadeau te geven aan ons gastgezin op Amantani en een pennywafel voor mij. Ik heb honger en behoefte aan iets zoets. Daarna kopen we nog water en koekjes, smarties en nootjes. We verzamelen voor het diner. Wij eten forel met allebei een ander sausje. Het is erg lekker. Daarna naar het hotel en alle trappen weer op, inpakken voor morgen en slapen. Morgen loopt om 6 uur de wekker weer af.

Dag 12 zaterdag 20 september 2003, Puno
Hier zitten we dan, heerlijk met zijn allen in 't zonnetje op de boot. Alize, Egon, Herman en Marga zitten op het dak, wél in een frisse wind.
Edith, Jorg, Hans en Nolmie zitten binnen. De rest geniet achterop de boot van de zon en het uitzicht.
Jammer genoeg heeft Evert last van de hoogte, daarom zijn hij en Michiel in Puno gebleven. Arend houdt liever vaste grond onder zijn voeten en is dus niet mee.
Om acht uur klaar staan want we gaan naar het Titicacameer. Wij maar wachten op de bus, staan er opeens tien fietstaxi's op de stoep. Geweldig!
Alize en ik zaten als tweede in de kopgroep, maar we werden al snel ingehaald. Het was voor onze chauffeur flink doortrappen. Op de een of andere manier was het voor ons zo hilarisch dat we er de slappe lach van kregen.
In het haventje aangekomen hadden we nog even de kans om versnaperingen te kopen. Simone stelde de gids aan ons voor, hij zal ons de komende twee dagen begeleiden. Gilbert ging ons voor naar de boot.
Het meer lag er schitterend bij. Veel riet om ons heen. Op de eilanden noemen ze het riet; totora.
Op het eerste eiland werden we hartelijk verwelkomd, iedereen kreeg een totorabootje omgehangen. Erg lief.
Op de boot heeft Gilbert ons het een en ander verteld over het ontstaan van de rieteilanden.
De Urosindianen dachten dat ze zwart bloed hadden. En om dit niet te laten vermengen met andere rassen zijn ze apart gaan leven. Uiteindelijk is dit inmiddels wel gebeurd en zijn de mensen die er nu nog wonen half of kwart Uros.
Met een grote totoraboot zijn we naar een ander eiland gevaren. Een prachtig van riet gemaakte boot die door één man mat een soort peddel voortgevaren wordt. Deze boot wordt door twee man in ongeveer één maand gemaakt. De boot gaat zo'n anderhalf jaar mee.
De rieteilanden worden ook regelmatig bijgevuld met totora.
De kleine kinderen van het eiland hebben voor ons gezongen. Wij hebben daarna ook even ons best gedaan en hebben Berend Botje gezongen.

Inmiddels zijn we bijna bij het eiland Amantaní. De logeer adressen zijn inmiddels verdeeld. We slapen met zijn allen bij vier verschillende families.
Het eiland is een en al terras met bomen en huisjes ertussen, vanaf het water.

Net terug van de klim naar de ruïne op de berg, op zo'n 4000 meter. Erg lekker om weer even goed in beweging te zijn. Bijna bovenaan was een klein museum. Simone noemt het een 'lief' museum.
Gilbert heeft uitleg gegeven over de verschillende goden. Ik moet eerlijk zeggen dat ik er weinig van meegekregen heb, omdat ik nog wat aan het uithijgen was.
Op de berg was het uitzicht erg mooi. De ondergaande zon, de wolken en het berglandschap in de verte maakten alles bij elkaar een fantastisch plaatje.
Er is een legende die zegt dat je drie keer om de ruïne moet lopen dan mag je een wens doen. Dit hebben we dus maar even gedaan. De wens moest in de opening van de ruïne gedaan worden. Alize hing zover over het muurtje heen, dat het bijna instortte (dat was waarschijnlijk een erg vurige wens!).
Daarna zijn we aan de andere kant van de ruïne teruggelopen. Een stukje incatrail. Vanaf daar konden we de berg 'Ilianpa' zien, deze is 6300 meter hoog en is Boliviaans.

We zijn nu op de kamer terug, 19.00 uur gaan we eten bij dhr Benedicto en zijn familie. Vanmiddag hebben we lekker geluncht. Soep van 'quinua' met brood en daarna kingfish met rijst, aardappels en salade. Een uitgebreide maaltijd!
Na het was er feest. Iedereen droeg de traditionele Peruaanse kledij.
De dames droegen een rok, een blouse met kleurige borduursels en een grote zwarte hoofddoek. De mannen hadden een poncho aan en een muts op.
Een jongensband speelde Peruaanse muziek. Iedereen was erg enthousiast, alle families waren ook van de partij. Het dansen ging prima al was het voor de meeste mensen best vermoeiend op zo'n hoogte!
Zelf hebben we ook nog wat gezongen en de polonaise gedaan. Ons repertoire was niet zo uitgebreid dus waren we gauw uitgezongen.
Nu lekker slapen en morgen weer terug naar Puno.
Het was wéér een geslaagde dag!

Maaike

Dag 13, 21 september Amantani - Puno
Na het ontbijt dat bestond uit pannenkoeken vertrokken we richting boot. Onze stug doorbreiende gastdame, Augustina, ging voorop. De afdaling verliep vlotjes en al snel kwamen we bij het kleine haventje. Enkele vissers waren hun vangst aan het drogen. Duizenden op sardientjes lijkende visjes lagen op het gras of op een plastic zeiltje in de zon.
Om ca. half negen was iedereen van de groep met hun gastheer/vrouw in de haven aangekomen. Dit was het moment waarop ons cadeau aan het gastgezin werd overhandigd. Het cadeau was een verrassingspakket bestaande uit: Nescafé oploskoffie, thee, kaarsen, rijst, zeep, suiker, fruit en een tolletje voor de kinderen. Hierna werd afscheid genomen en de motoren van de boot werden gestart.
In het begin waren er veel golven maar hierna werd het Titicacameer rustiger. Tijdens de overtocht legde onze gids, Gilbert, uit hoe de locale bevolking natuurverschijnselen interpreteert en gebruikt om te voorspellen hoeveel neerslag zal vallen tijdens de komende regenperiode.
Zo blijkt dat als de meerval (catfish) haar eieren ondiep legt dat er veel regen zal gaan vallen. Echter als deze vis haar eieren diep legt zal het een droog jaar worden. Wanneer vogels hun nest hoog in het riet maken zal er komend regenseizoen veel neerslag vallen, waardoor het waterniveau van het Titicacameer stijgt. De boeren zijn dus gewaarschuwd.
Deze belangrijke informatie wordt verwerkt in het breiwerk. Zo wordt de boodschap doorgegeven aan de andere bewoners van de Altiplano. De gebreide patronen zijn weer gebaseerd op de natuurverschijnselen.
Zo wordt een voorspelling van een goed jaar aangeduid door een voorstelling van een zwemmende vogel gevolgd door veel jonkies. Wordt er een mager jaar verwacht dan verschijnt dezelfde zwemmende vogel maar nu slechts gevolgd door enkele kleintjes in het breiwerk. Het breiwerk kan ook als geheugensteuntje voor de boer worden gebruikt. Bij de akkerbouw maken de lokale boeren gebruik van wisselbouw. Hiervoor moet je weten welk gewas er op ieder perceel staat en welke gewassen er de voorgaande jaren op hebben gestaan. De boeren verwerken deze informatie in hun breiwerk.
Tot slot kan je aan de muts herkennen of iemand vrijgezel is of niet. Dit geldt voor zowel vrouwen als mannen. Mannen van Taquile maken de hun mutsen zelf.
Na dit boeiende verhaal begeleid door plaatjes van hierboven beschreven patronen kwam de haven weer in zicht. Dit keer werden we niet per fietstaxi naar het hotel gebracht maar er wachtte een bus op ons. Om circa twaalf uur kwamen we terug in ons hotel, El Buho, te Puno. De deelnemers van de Inca-Trail kregen informatie voor de aanstaande trektocht. De rest van de dag kon vrij besteed worden en werd onder andere gebruikt voor het inkopen van proviand voor de Inca-Trail.

Jorg

Dag 14, 22 september, Puno - Cusco
7.00 AM: op weg met een bus van het hotel in Puno, El Buho. Onderweg is op de daken van de huisjes een combinatie van twee stieren en een kruis te zien, een vermenging van katholicisme met een ouder geloof. De stieren jagen de boze geesten weg.
Na ongeveer drie kwartier komen we aan bij Sillustani. Lekker vroeg zodat we als eerste rond konden kijken… Dat ging dus niet door: er stonden al een aantal bussen bij de ingang. Ondanks deze andere toeristen is het wel de moeite waard. Sillustani, een plaats met oude graftorens (ofwel chullpa's), is zeer mooi gelegen aan een laguna. De torens zijn gebouwd door de Colla's. De oudste zijn gebouwd voor de Inca's in dit gebied kwamen. Later werden de torens meer op de Inca manier gemaakt, met op maat gemaakte stenen.
Vannacht heeft het voor het eerst geregend en naar men zegt zelfs behoorlijk geonweerd (zelf lag ik lekker te slapen). Ook onderweg zijn er plassen te zien.
Er worden verschillende fotostops gemaakt. Onder andere bij een tweetal mooi gelegen besneeuwde bergtoppen en verder bij een berg waarvan de begroeiing op de hele top in de brand stond (volgens de gids van de Inca trail gebeurt dit onbedoeld, wanneer een boer zijn eigen stukje land afbrandt loopt dit wel eens uit de hand).
Vervolgens is het tijd voor de lunch. Vandaag is die bij Sicuani, Vacacional, het is een buffet. Alles erop en eraan, verschillende soorten voorgerecht, hoofdgerecht en dessert met voor iedereen een klein keramiek potje.
Onze reis vervolgt richting Raqchi, het eerste Inca centrum dat we bezoeken. Volgens een legende is Viracocha op deze plek verschenen. Toen er een aantal krijgers op hem afkwamen heeft hij de vulkaan laten uitbarsten.
In Raqchi is vooral het grote aantal voorraadsilo's (qolqa's) erg opvallend, verder zijn er de muren van een tempel en een dorp voor de priesters en de maagden. Met name bij de tempel zijn er een aantal mooie stenen te zien die op de Inca manier op elkaar gezet zijn. Onze weg vervolgt zich richting Cusco. We horen dat Cusco is afgeleid van het Quechua woord "Gozco (of hoe je dat precies schrijft)" wat navel betekent. Voor de Inca's was deze stad de navel van de wereld.
In het donker komen we aan in Cusco. Voor we echt naar het hotel kunnen moet eerst de bagage in een kleiner busje worden overgeladen omdat de bus niet kan afladen voor het hotel. Om zo ongeveer 18.15 arriveren we in het hotel. Hier kunnen we lekker zelf koffie en thee zetten.
Vrij snel volgde de briefing voor de Inca trail. Na een diner, een aantal boodschappen en een stoeipartij met de plunjebaal (waar de spullen voor de trail in moeten) was er nog tijd om een paar uur naar bed te gaan. De wekker stond klaar om de volgende ochtend 4 uur AM af te gaan.

Edith

Klantwaardering

8,9

Prachtige reis beleefd! Alles tip top geregeld door Djoser....
Prachtige reis beleefd! Alles tip top geregeld door Djoser. Je kan in 2 weken écht wel de hoogtepunten van Peru zien en ten volle genieten van dit mooie land. Ik raad deze reis 100% zeker aan. Een pluim voor Djoser!

Krystina - 10,0
Terug naar boven