Peru

Reisverslag Peru juni

Onze reis naar Peru, met Djoser, van 12 juni t/m 1 juli, een verslag:

Onze eerste wandeling is door Lima,  en op het Plaza de Armas  zien we de wisseling van de wacht voor het presidentiële paleis. Een hoop heisa met muziek van een blaaskapel en veel stram gestrekt synchroon benenwerk. Het is het eerste Plaza de Armas van deze reis, en we zullen er in iedere stad en dorp waar we komen een aantreffen.Het centrum met zijn pleinen is ruim opgezet en fraai bebouwd, maar Lima is niet heel indrukwekkend en heeft zeker geen Peruaanse uitstraling, het is een heel snel gegroeide verwesterde stad vol verkeer, waarvan een groot deel uit taxi’s bestaat. Dat maakt Lima in combinatie met de mist uit zee tot een stad vol smog. Het inwonersaantal steeg in een aantal decennia van 150.000 naar 8 miljoen! Veelal bevolking uit het binnenland, die fortuin zoekt in de stad, maar dat fortuin bestaat vooralsnog voornamelijk uit wonen in de sloppenwijken die aan Lima vast gebreid zitten en wat Sol verdienen met verkoop van souvenirs en toeristen rondrijden voor een habbekrats.


De taxiritten dwars door Lima blijven me bij. Taxi is vaak een groot woord voor de oude barrels. Van de eerste taxi slaat bij ieder stoplicht de motor af. Na wat gemorrel en gepor met een schroevendraaier onder de motorkap kunnen we weer verder naar het volgende stoplicht. Als we besluiten een andere taxi te zoeken en uitstappen raakt de chauffeur een beetje in paniek omdat hij zijn vrachtje dreigt kwijt te raken.  We stappen maar weer in en nadat hij minimaal getankt heeft kunnen we weer verder. Zijn rijstijl is woest en onberekenbaar, volledig aangepast aan het overige verkeer, dat kriskras door elkaar rijdt, vier of vijf rijen dik. Hij passeert links of rechts en dendert door bij een kruising, zonder acht te slaan op verkeer uit welke richting dan ook. Gierende remmen: Plaza St. Martin, 10 sol dus de winstmarge zal niet groot zijn.

We bezoeken het Franciscaner Klooster met een opmerkelijke bottenverzameling in de catacomben. 25000 doden, omgekomen bij een epidemie, zijn eerst opgestapeld met kalk ertussen voor de snelle ontbinding. En vervolgens zijn de schedels en botten gerangschikt in symmetrische figuren. Een beetje luguber is het wel.
De bibliotheek is prachtig, met reusachtige misboeken met Gregoriaanse muziek.
In het Nationaal Museum krijgen we een indruk van de historie van Peru, en van de voortbrengselen van de verschillende culturen, waaronder veel kleurig weef- en aardewerk.
Gezamenlijk diner in de mooie wijk Miraflores. We maken nader kennis met de groep.


Op weg naar Pisco! We gaan de ‘Pan-Americana’ op, dit is de autoweg die langs de gehele westkust loopt, van Alaska tot Chili. Rechts de stranden en links de uitlopers van de Andes.
Langs deze kust loopt de Humboldstroom, de koude golfstroom van Antarctica naar Midden-Amerika, die koude wind en mist meebrengt. Op de borden wordt het aangekondigd: Zona Neblina. Woestijnachtig landschap met verspreid staande houten huisjes, lange witte tenten, waar kippenboerderijen in gehuisvest zijn, kleine boomgaarden, koeien, eindeloze zandheuvels, groene oases en mist. Hier en daar worden akkers bewerkt en klaargemaakt voor het voorjaar. Langgerekte dorpjes, eenvoudige huisjes met winkeltjes langs de weg. Er is weinig verkeer, bussen en wat vrachtwagens. We maken een stop bij een wegrestaurant voor koffie of thee.
En verder gaan we weer. Tomaten worden geoogst. Een dorpje met een markt. Fruit en groente en kleurige bedrijvigheid. Op de velden maïs en aardappelen en bonen, alles in vele soorten. Het nationale voedsel van Peru. Mensen werken op het land, kinderen zitten bovenop de zwaar beladen vrachtwagentjes. Ezelswagentjes rijden overal tussen de boerderijen. Het wasgoed hangt te drogen op het dak. Een droge rivierbedding. Oranje maïs ligt te drogen. Huisjes van golfplaten, maïsloof in bergjes op het veld. Fruitstalletjes met een uitgebreide sortering. We kopen bananen en mandarijnen. Velden vol cactussen.
Voetgangers langs de weg, inlandse bevolking met de typisch Peruaanse kleding. Vaak bepakt en bezakt. Koopwaar of een kindje in een bonte draagdoek op de rug. Het wordt drukker op de weg en de lucht wordt blauwer.

We gaan het Nationaal Park Paracas bezoeken. Een weids woestijngebied met een klein museum en een uitkijktoren om de flamingo’s te spotten. Grillige rotsformaties aan de kust. Een rotspartij is uitgesleten door het water tot een boogvorm en wordt daarom de kathedraal genoemd. We wandelen wat rond, dalen af naar het strand en zoeken onze eerste stenen. Hans maakt prachtige foto’s van de bergen in nevelige laagjes en de al dalende zon boven veelkleurig zand.

We gaan varen naar de Islas Bellestas. Allemaal een zwemvest aan en full speed op weg naar de eilandjes waar we, naast heel veel vogels, pinguïns, zeeleeuwen en dolfijnen zullen zien. De Galapagos van de arme mensen worden de Islas Ballestas ook wel genoemd. Maar de beloofde dieren krijgen we te zien. Het geklik van de fototoestellen overstemt haast de vogelgeluiden. De geur krijgen we voor de volle honderd procent. Maar het went snel.
Terug in de haven van Paracas zitten we lekker in de zon op een terras en eten vissoep.

Daarna rijden we landinwaarts, op route naar het hotel in de oase: Huacachina.
Onderweg zandduinen met weinig tot geen begroeiing. Huisjes van riet, en ook weer ommuurd met rietmatten in de woestijn. Af en toe een oase in de zandvlakte. De mensen die op het land aan het werk zijn, zwaaien naar de bus. Weer hutjes, heel primitief. Verlaten kippenschuren. En zand, zand, zo ver je kijkt. Dan wat wijnvelden. Sinaasappelverkopers. Aspergeteelt en maïsvelden. Struiken vol pepertjes. Er liggen al hele partijen pepertjes te drogen in mooie rode vlakken. Nog meer wijnvelden, bodega’s. We maken een stop bij een Pisco-producent en krijgen een rondleiding en uitleg.
Huacachina is uniek. Een prachtig hotel midden in een oase tussen hoge zandduinen.
We nemen ’s middags een duik in het zwembad . Sandboarden behoort ook tot de mogelijkheden. Je ziet kleine figuurtjes langs de helling omhoog klauteren en, eenmaal op de kam, scherp afgetekend tegen de blauwe lucht.
‘S avonds kijken we naar de sterrenhemel, die veel voller is in een schaars verlicht land.

Op weg naar Nasca Een stop in Ica bij een klein museum over de Nasca-cultuur. 2000 jaar voor Chr. hadden ze al textiel! Prachtig bedrukt met symmetrische patronen, maar ook planten, dieren en mensenfiguurtjes. Schedeltrofeeën en mantels van bonte tropische vogelveren.
We zien een van de vroegste vormen van administratie. De Inca’s hadden nog geen  schrijfvormen. Maar wel hele inventieve ‘telramen’. Een aan een touw geregen en zo  bijeengehouden verzameling touwen en touwtjes met knopen, die door variatie van de kleuren, soorten strengen en de grootte van de onderbrekingen tussen de knopen allerlei gegevens over eigendommen, voorraden van landbouwproducten en levende have in beeld brachten. Quipus worden deze gecodeerde knoopkoorden genoemd.

En dan weer de bus is. Dorpjes met eenvoudige huisjes, alles laagbouw, ook veel krotwoningen. Maïs op de velden en artisjok. Bomen met vruchten, waarvan we de naam niet kennen. De Andes met zwartgele toppen. Aspergevelden. Weer een dorp. De huisjes half af, krotten en wat luxere nieuwbouw. Het is bijna winter, maar alles is droog en stoffig. Cactussen, wijngaarden, simpele nederzettingen, snel in elkaar geflanst en aan elkaar gebreid. Dadelpalmen, de velden nog groen. Wat runderen, ezels. Veel rieten huisjes. Met was aan de lijn, een hond, en kindjes in kleurige kleertjes. De velden zijn omzoomd met lemen ophogingen. Ze kunnen zo onder water gezet worden, dan loopt het water niet zo snel weg.
En dan weer zand zover je kijkt. En op de achtergrond de Andes. De  zandvlakte ineens bedekt met verspreid liggende stenen, en hier en daar wat begroeiing. Nog steeds de Pan-Americana. Velden vol gekweekte cactussen.
Weinig verkeer, geen levend wezen te bekennen. Een oase met sinaasappels en iets wat op katoenbomen lijkt. De bergen komen dichterbij. We rijden over een pas, een slinger door de bergen. Prachtige weidse blik in het dal, veelkleurige bergen met hier en daar oases en huizen. Kale geplooide bergen, gedrapeerde kleden lijken het. Het dal met graanveldjes in de oases. Mensen te paard in hun prachtige kleurige kleren. Vrouwen met vlechten en een hoed. Ze dragen bonte rokken en wollen kousen. Blote voeten met sandalen. Deze vrouwen zullen steeds terugkomen in het straatbeeld, en dus ook in mijn verhaal, om het plaatje iedere keer weer compleet te maken. Palmen, gaarden, akkers. Een dorp Rio Grande , prachtige bloeiende struiken bij de huizen. Maar we gaan door naar Nasca. We stijgen weer. Hellingen vol stenen links, en rechts in de diepte het dal. Sacramento, een dorp met huisjes in terrasbouw tegen de berghelling. Dan Palpa, het dorp van de sinaasappels.

We komen bij de uitkijktoren van de Nascalijnen. Vanaf deze toren kun je drie figuren zien.
De kikker, deze tekening wordt vanwege de grote voorpoten los manos genoemd. De warango, dit is een heilige boom. En de salamander. Dwars door de salamander loopt de Pan-Americana ! We gaan naar het hotel. Hele leuke kamers, rond het zwembad. Overal prachtige cactussen. We eten op het terras een lekkere sandwich.
´s Middags gaan we Nasca in. In verhouding weinig toeristen. De lokale bevolking in hun mooie kleren en kleuren. We slenteren wat rond, kriskras door de straatjes. Echte lokale winkeltjes en nerinkjes. Zakken met bonen en graan en rijst. Of in houten bakken langs de muur, met een schep en een weegschaal. Veelkleurig vlecht- en weefwerk. We kopen wat souvenirs. Nasca is leuk. Nasca geeft me voor het eerst écht het gevoel in Peru te zijn.

Een bezoek aan de Chauchilla begraafplaats. Er zijn paden gecreëerd tussen witgeverfde stenen op een rij. We lopen er braaf tussendoor van graf naar graf. De gemetselde grafkuilen zijn authentiek. De inhoud van de kuilen is her en der in het zand eromheen teruggevonden en hergegroepeerd. In foetus- houding zittende mummieachtige figuren met  doodshoofden en pruik. Rijtjes botten, wat aardewerk en lamavellen. De omgeving is indrukwekkend. Midden in de woestijn, omgeven door veelkleurige Andes-bergen.

Een stop bij een kopermijn, we scharrelen wat tussen een berg afval en nemen stukjes aquamarijn mee als aandenken. Door naar de aquaducten, de Puquios. Ze hebben de vorm van een slakkenhuis, gemetseld van ronde keitjes, en draaien zo de bodem in. Het zijn er wel twintig bij elkaar. Als we vragen waarom er zoveel waterputten bij elkaar zijn, krijgen we als antwoord van de gids dat het ´a sacred place´was. Waarvan akte. De gids is heel enthousiast en prijst luidkeels zijn eigen land aan. De Peruanen steken ook hun bewondering en waardering voor Maria Reiche, de Duitse wiskundige, archeologe en ontdekkingsreizigster
(1903/1998) niet onder stoelen of banken. Haar laatste jaren heeft ze in Nasca in een hotel gewoond en haar kamer draagt nog steeds haar naam. ´s Avonds is er in dat hotel een lezing over de Nascalijnen en de (vermeende) samenhang met de sterrenhemel.
Buiten mogen we na afloop door de telescoop naar Saturnus met ring kijken, en naar Jupiter met zijn 4 manen. Een mooie afsluiting van het warme en vriendelijke Nasca.

De rit naar Arequipa. Eerst nog een stuk over de Pan-Americana voordat we landinwaarts gaan. We zitten al snel in de mist, het begint heel prachtig met blauwe en roze tinten, dan trekt het helemaal dicht.
We dalen van Nasca, op 598 meter, weer naar zeeniveau, dwars door woestijngebied.
Er liggen rollen kabels voor internet, voor de rest weer zand-zand-zand. Op borden langs de weg staat Zona Arenamiento. Het zand is in grote hopen op de rechter weghelft geblazen door de wind. Af en toe halen ze het weg, zegt de chauffeur. Een klein bergdorpje, er loopt een vrouw langs de weg met lege tassen. Waarom nemen we haar niet mee? Ze zal alle bochten van de haarspeld moeten lopen. 3 km verder (of 4/5?)  zien we schoolkinderen wachtend op de bus. Dit hele stuk zal de vrouw op de terugweg ook weer moeten lopen en dan met volle tassen.
Rotsblokken in de zandheuvels, Maanlandschap. Weinig verkeer. En dan weer bergen, rood groen en bruin. Nog steeds rechts de oceaan. Langs Puerto Inca, waarvan ze denken dat het de haven van Cusco is geweest. Hele basic dorpjes, met sloppenwijken eromheen. Alle huizen lijken half af. De mensen stellen geen hoge eisen aan hun bewoning, ze zijn druk genoeg met overleven denk ik. We drinken koffie in een soort haventje. Wat vissersbootjes. Veel toeristengezeur over de toestand van de wc. En verder gaan we weer. De Andes in de mist gehuld. Voor de rest woestijn, af en toe een nederzetting met bedrijvigheid eromheen. Kleurige kindjes en vrouwen. Rechts zien we nog steeds de Pacific en links het prachtige Andes-gebergte. Een stop in Atico, waar we wat inkopen doen voor onderweg en foto´s maken in een klein overdekte mercado, waar van alles te zien is.

Cactussen op de hellingen, en wat struiken met bloemetjes. Dan weer kaal. Arequipa 232,5 km staat op een bord. Mooi zicht op de kustlijn en de golven. Links weer zandduinen, uittorenend boven de weg, de plukjes iele struiken ogen als beharing. Zand met prachtige structuren door de wind. Een klein rieten dorp, zwarte aarde en rotsen, een oase.
Een vismeelfabriek in het dal. Stenen huisjes tussen die van riet. Af en toe beschilderd in pasteltinten. Blauw of zachtgeel. Verkiezingsleuzen op de gevels. “Gil debe continuar”.
Hoge rotswanden en veel S-bochten. Rechts alleen de afgrond en de oceaan.
Weer een dorp, Ocoña, groene rechte akkers eromheen. Aardappels, bonen, maïs.
En dan weer woestijn. Zandduinen in alle vormen. Heel rond en dan weer scherp gesneden. Soms wit van het zout. Kilometers lang balen maïsstro langs de weg. Mensen aan het werk in het veld. De voorsteden van Camana, waar we zullen stoppen voor een lunch.
Voorsteden zoals we ze bij Lima en Nasca ook al zagen, huizen van riet en plastic. En vervolgens het stenen dorp. De weg is hier verhard. Struiken met bloemen bij de huizen, bougainville, fietsers, brommers, een enkele auto. Een Christusbeeld. Wasgoed op de daken, bakfietsen, een watertoren, volgeladen vrachtwagentjes, schoolkinderen in uniform,
fietstaxi’s. Stalletjes met fruit, winkeltjes, veel mensen op de been. Een kleurrijk gebeuren. En dan zijn we weer op een Plaza de Armas. Tijdens deze lunch maken we voor het eerst kennis met de vingerpoppetjes. Allerlei beestjes en figuurtjes.

Gebreid met geduldige handen door de vrouwen van Peru. We zoeken allerlei lokale dieren uit, een lama, een alpaca, een condor, en Peruaanse kindjes met een mutsje. Later breiden we onze collectie uit met apen, giraffes, leeuwen, rupsjes. Het is er allemaal. En ze kosten één sol. Nijvere huisvlijt voor een kwartje. Geweldig. Leuke cadeautjes voor thuis.

Al snel na Camana gaan we landinwaarts en weer klimmen. Overal woestijn. Rode poederachtige grond. Hele lage struikjes, hellingen vol distelachtige planten, alles bedekt met kalk. Stoffig en droog. Uitgestrekte zandvlakten aan beide zijden, alleen palen met elektriciteitsdraden. Af en toe steekt er een rode draad uit de grond. Aanleg internet?
Besneeuwde toppen komen in zicht. Van de vulkanen Misti, Chachani en Picchu Picchu.
Eén asfaltweg dwars door de woestijn leidt naar Arequipa, er zijn geen zijwegen.
Alom verkiezingsleuzen: Lourdes, Garcia.  Garcia die van 1980-1985 aan de macht was, Peru in economisch verval heeft achtergelaten en nu toch weer gekozen is.
De bergen hebben alle vormen, afgeplat, puntig en geplooid. Arequipa komt in zicht.

Arequipa, de witte stad. Gebouwd van de witte tufsteen uit de omliggende vulkanen. Ook hier hebben we een leuk hotel, met kamers, die uitkomen op binnenplaatsen en binnentuinen. ’s Morgens voor het ontbijt zitten we even heerlijk in de zon.
We brengen een bezoek aan het schilderachtige en fotogenieke Santa Catalinaklooster. Een heel dorp is het met smalle straatjes, warmrode muren en poortjes. Vol met geraniums en idyllische doorkijkjes. De rij wasbekkens wordt gevuld via een inventief ‘kranen’stelsel. Door de goot, waar het bergwater doorheen loopt, simpelweg met je hand te blokkeren, loopt het water via een pijpje in dat waterbekken, waar je het hebben wilt. Simpel doch doeltreffend heet dat.

We gaan lunchen aan een terras op de 2e verdieping van de Arcadenrij rondom het Plaza de Armas. Muzikanten met panfluit, charango en trommel zingen de liedjes die we willen horen en waarvan zij denken dat we ze willen horen.
Er is een demonstratie aan de gang, die later op de dag tot een staking zal uitgroeien. We vinden het vooral leuk om naar te kijken, simpele toeristen als we zijn.

Santuarios Andinos, het museum van ‘het ijsmeisje’, daar willen we heen. Ze was één van de uitverkoren meisjes die door Incapriesters geofferd werden aan de berggoden, in dit geval de vulkaan Ampato. “Een reis zonder terugkeer, op weg naar de goddelijkheid” zo staat het in de vertaling die we van het museum krijgen. Bij een vulkaanuitbarsting in 1995 werd ze gevonden. We krijgen een uitgebreide uitleg en kijken met verbijstering naar de 12- of 13-jarige ‘Juanita’ achter beijzeld glas.

Vanwege stakingen en barricades op uitvals- en toevoerwegen zullen we pas
’s middags van Arequipa naar Chevay vertrekken. Dus gaan we wandelen naar de oude wijk Lazaro (of Lazareth?) en zien in een park onderweg onze eerste lama. We bekijken het kleine kerkje en de koster wijst ons trots alle heiligen aan. We eten wat op een hoog terras, een heerlijk plekje. De groep begint al een beetje als familie te voelen. Muzikanten brengen weer hun muziek en zingen liedjes over dansen, het hart en de zon. Ze zijn zo enthousiast. We kopen een CD.
Als we tegen 3 uur bij het hotel terugkomen, kunnen we vertrekken. De bus kan ieder moment komen. We laden de koffers in en gaan op weg. Maar de stad komen we niet zomaar uit! We gaan op weg. Bij de eerste uitvalsweg is het al hommeles. Barricades van grote keien op de weg en veel mensen op de been met spandoeken. Ze versperren de weg. Er zit niets anders op dan de oude weg te nemen de stad uit. En ‘oude’ weg wil zeggen, niet verhard. In stofwolken gehuld neemt de bus steile helling na steile helling, op en af. We rijden over een vuilnisbelt, waar vlakbij huisjes staan. De bewoners slaan geen acht op ons en gaan gewoon hun gang. Weer een barricade. Er gaat een aantal heren de bus uit om de stenen te verwijderen. Kinderen komen naar de bus toe en we delen ballonnen en snoepjes uit. Zo werken we nog een aantal barricades af en dan kunnen we op route naar de hoge pas op 4800 meter hoogte. Veel water drinken is het advies. Het is al donker als we echt gaan stijgen. Bij een uitspanning drinken we thee van cocabladeren, ’s Nachts bonkt het in mijn hoofd en mijn mond is droog. Hoogteziekte? Als ik de volgende morgen weer op sta, is het weg! Ik kan gewoon mee om de condors te zien vliegen.

De route naar de Colca cañón toe is al geweldig. Uitzicht op bergen en akkers in alle tinten groen. Prachtige grillige terrasbouw. De oudste terrassen zijn al van vóór de Inca’s. De cañón zelf is mooi! We maken een wandeling nadat de condors zich van hun allerbeste kant hebben laten zien. Er groeit en bloeit van alles. Op de terugweg maken we een stop om oude inca-tombes: chulpa’s te bekijken. Het zijn bijenkorfachtige bouwsels hoog tegen de rotswand. Belangrijke inca’s werden zo, in foetushouding in deze tombes, begraven. Uiteraard kregen ze allerlei kostbare waar mee voor het leven hierna.

Als we de volgende dag richting Puno rijden, stoppen we nog even in Chivay bij een overdekte markt om fruit te kopen. Weer prachtige plaatjes. Hier kan ik uren kijken naar de koopwaar en de mensen, maar we gaan verder.
Van Chivay naar Puno gaan we de hoge pas weer over, maar we zijn al lichtelijk geacclimatiseerd. Veel water drinken we weer. Onderweg zien we vicuñas, het ree-achtige kleine broertje van de lama en de alpaca. Op het hoogste punt kun je zien waar de Amazonerivier ‘geboren’ wordt. Er liggen stapeltjes stenen, neergelegd door de lokale bewoners op weg naar de markt om hun spullen te ruilen. Ieder steentje heeft een betekenis: goede verkoop of ruil, gezond weer terug enz. Hoe hoger het stapeltje stenen, des te dichter waren ze bij het hoogste punt op 4910 meter.

Het is fris, maar er schijnt een heerlijk zonnetje bij de ‘mirador des Andes’. Uitzicht op al de vulkanen, en boven een ervan een rookpluim. Het dal is vol lama’s en alpaca’s en we proberen de verschillen te ontdekken. Allebei de soorten zijn er alleen nog als ‘domesticos’, als huisdieren dus, in kuddes.

We komen langs een verlaten pleisterplaats. Vroeger liep hier de weg naar Cusco en hamsterden de vrachtwagenchauffeurs hier fruit en verse groenten, brood en andere zaken voor levensonderhoud. Toen de weg verlegd werd, is het dorp verlaten.
Er loopt een spoorlijn van Arequipa naar Puno en naar Cusco op 4500 meter hoogte. Prachtige vergezichten op bruingroene heuvels, want zo zien verhogingen op hoogte eruit: als heuvels. De chauffeur vertelt dat hij aan deze weg heeft gewerkt, het stuk waar we nu rijden heeft hij geasfalteerd en het gebouwtje waar ze hun onderkomen hadden, staat er nog. Ik bedenk dat de Mont Blanc 4800 meter hoog is en dat je hier op die hoogte asfalt en bewegwijzering hebt. En een waarschuwingsbord voor overstekende lama’s. Heel apart. Overal kuddes met herder. De heuvels worden rotsiger. Gekartelde stenen als rotte tanden. De chauffeur drinkt cocathee uit een thermosfles. 
Rode, groene en gele heuvels met lama’s en alpaca’s ertussen. We vinden het al haast gewoon. Bij een meer met flamingo’s gaan we picknicken. Prachtige bergen, fris windje en de zon. Een mooiere picknickplek bestaat niet.

We dalen en stijgen, het golft nog steeds. Op de vlaktes tussen de glooiingen de kuddes.
Grillige geërodeerde rotsen, hoge bemoste kolossen. Het vrachtverkeer neemt toe. Af en toe een fietser, een volgepakte brommer, een busje vol met Peruanen. Een dorp St. Lucia. Langs de weg een vrouw, met kleurige rokken, vlechten en een hoed. We komen weer in de bewoonde wereld, 4100 meter hoog! Dan gaan we de onverharde weg op, dwars door een dorp. Vrouwen met kleurige buidels op hun rug. Als we het dorp weer uitrijden, bedankt het dorp ons op een bord voor ons bezoek, maar we laten alleen een stofwolk achter!
Een kudde schapen op de weg, de bus jaagt ze de berm in. Bepakte ezeltjes. Een landelijk schilderij van boerderijen, koeien, kippen en schoven. De mensen die aan het werk zijn zwaaien naar ons.
In het volgende dorp stoppen we even. Vilque. We bekijken het kerkje, kopen water en fotograferen de uitgelaten schooljeugd. Ze mogen in de schermpjes van de digitale camera’s de foto’s van zichzelf bekijken. We worden enthousiast uitgeleide gedaan. De jeugd is hier nog niet bedorven merkt iemand op.

Verder langs akkers met stenen muurtjes. Lama’s op het veld. Telkens als we water zien glinsteren in de zon denken we, dat we het Titicacameer zien. Het kan niet ver meer zijn.

Puno. We droppen onze bagage en gaan op pad om het hoge standbeeld van Manco Capac, de allereerste Incaheerser te bekijken. Puno ligt hoog, maar we moeten nóg hoger. We klauteren via trappen en langs rotsen er naar toe, om vervolgens te ontdekken dat je er van de andere kant op een wat comfortabelere manier kunt komen. Maar Manco hebben we gezien! Een witstenen krijger die uitkijkt over zijn rijk. We kijken nog wat rond op de markt.

Vandaag gaan we weer varen, naar de Rieteilanden en Amantani.  Een prachtige boottocht over het ‘hoogst bevaarbare meer ter wereld’. Dwars door rietkragen varen we van Puno weg. Bij Uros, een van de rieteilanden, stappen we wat onwennig aan wal. Zou het riet ons wel houden? We krijgen uitleg. Een jongen van het eiland komt naast me zitten, vertelt me dat hij Henri heet en vraagt naar mijn naam. Vervolgens pakt hij me bij de hand en laat me zijn huis zien. En met hem langs de kraampjes van zijn moeder en haar familieleden om wat te kopen natuurlijk. Vasthoudend zijn ze wel. Maar in ben niet de enige van de groep, die haast niet aan de Peruanen en hun koopwaar, waar dan ook, voorbij kan komen zonder iets te kopen. Het is ook allemaal zo kleurrijk. We nemen van alles mee naar huis.
Het eiland is heel apart. De bodem van riet, de huizen en de daken van riet, de uitkijktoren van riet. En ook nog bootjes van riet. Wie wil mag meevaren tot het volgende eiland. De bevolking zwaait ons uit.

En dan naar Amantani. We zullen er eten en slapen bij de plaatselijke bevolking thuis.
De burgemeester en zijn familie wacht ons op en verdeelt ons in groepjes van vier. Ze gaan per groepje mee naar het gastgezin. Wij slapen bij de burgemeester. Een hele eer dus.
Alfonso Quispe is zijn naam, en zijn vrouw heet Benita. Hele lieve vriendelijke mensen, waarmee we wat praten in het Spaans, en via de gids in het Engels. De gids Siro vertelt over zijn land. De Peruanen geven hun economie volledig uit handen, het treinenstelsel is in handen van Engelsen, de vliegmaatschappij in handen van de Chilenen en ga zo maar door.
Machu Picchu wordt beheerd door Amerikanen. Al het geld vloeit naar het buitenland.
Hij is het daar allemaal niet mee eens. Niemand doorbreekt dat, zegt hij. Zelf werkt hij voor een Amerikaans toeristenbureau.
Eén opmerking van hem vond ik wel apart: met geschiedenisles leren de Peruanen dat de Nederlanders, of Hollanders, eeuwen terug bekend stonden als piraten. Piraten? We waren toch zeehelden? Dat hebben ze óns geleerd! Nee, de Spanjaarden haalden al het zilver van de Inca’s weg en onderweg naar huis werden hun schepen overvallen door de Nederlanders, die al het zilver inpikten. Piet Hein, Piet Hein, Piet Hein zijn naam is klein…… Hoor je het verhaal ook eens van de andere kant!

De tempel van Pachapapa, de oppergod van de Inca’s op de top van het eiland is vanmiddag ons doel bij de wandeling. En dat wordt dus weer stijgen in het landschap. En stijgen terwijl je al op 4100 meter hoogte bent, dat betekent rustig lopen en veel drinken.
Een prachtig zicht op het eiland en het Titicacameer met een fris briesje erbij. Het is een mooie wandeling en heerlijk wandelweer. Het is gebruikelijk, vertelt de gids, om drie keer om de tempel heen te lopen. Eenmaal voor de condor, eenmaal voor de panter en eenmaal voor de slang. Dat doen we dus maar. De tempel is ommuurd en niet te zien, maar we zijn boven geweest. We zien de zon onder gaan. Een prachtige rode gloed. Waar was ook weer de allermooiste zonsondergang ter wereld? ‘Hier dus’ besluiten we terplekke. Als we teruglopen naar het dorp, wordt het snel donker. We pakken de zaklantaarns en gaan water kopen in een winkeltje, waar een kaars op de toonbank de enige verlichting is. Ook op onze slaapkamers zal dat straks het geval zijn. We waren vergeten hoeveel licht een kaars geeft.

Benita bereidt voor ons het avondmaal, ze zit in de hoek van de keuken bij het open vuur en maakt soep en rijst met groente-omelet voor ons. Ze lacht zo lief. Haar kinderen komen ook allemaal even gedag zeggen. Dochter Maria heeft haar kleine zoontje op haar arm. Hij heet Joël Beckham. Naar de engelse voetballer vernoemd. Later horen we van de anderen dat in hun gastgezin de kleinkinderen ook namen hebben van voetballers.
Na het avondmaal is er een verrassing voor ons. We gaan feestvieren en dansen met de gastgezinnen. Iedereen danst met iedereen. En allemaal met onze wandelschoenen aan.
We drinken wat en de eilandbewoners gieten naar Inca-gebruik wat bier op de lemen vloer: een gift aan pachamama ofwel ‘moeder aarde’.
Na het ontbijt, waar Benita pannenkoekjes voor ons bakt, terwijl ze zelf altijd met aardappelsoep ontbijten, nemen we afscheid. We maken foto’s van de hele gezinnen, die eerst snel hun mooiste kleren aan gaan trekken.

Op de terugweg naar Puno, gaan we aan op het eiland La Taquille. We wandelen omhoog, via de zonnepoort naar het dorpje. Op het plein kijken we rond. Kindjes verkopen gevlochten armbandjes en wie zegt er nou nee, als ze maar een sol kosten? Ik geef een meisje een bloknootje en een pen. Ze heet Maria Luz en ze kan  al schrijven zegt ze. Het lukt niet zo. Ik schrijf haar naam op het blaadje. Ze lacht herkennend en schrijft haar naam eronder na. We wandelen aan de andere kant weer de heuvel af, naar het haventje waar de boot op ons wacht. We varen weer richting Puno en zoeken in de randen van de bebouwing naar het beeld van Manco Capac.

Op weg naar Cusco kunnen we waardig afscheid nemen van Puno en het Titicacameer, we hebben er een prachtig zicht op. Dan volgt een vlakke weg. Peruaanse vrouwen met hun hoeden en een bundel op hun rug. Op weg naar een markt. We rijden door Juliaca. Druk verkeer hier ook weer. Fietstaxi’s overal tussendoor. Plaza de Armas, met jeugd in moderne kleding, de ouderen traditioneel gekleed. Bij het busstation is markt. Overal stalletjes, kleur, hectiek.  De hoofdweg is verhard, maar de overige straten niet. Cusco 345,5 km staat er op een bord. De spoorbaan naar Cusco loopt langs de weg. Ook hier afbeeldingen van
Che Guevarra. En een leuze: Luciano alcalde, por mas aqua! Het bier in de reclame is veranderd van Arequipeña naar Cusqueña. Vrachtwagens vol Peruanen met vlechten en hoeden en gehuld in dekens. Een kudde schapen op de weg, de hoedster met lange vlechten, brengt ze gauw in veiligheid. Op de snelweg lopen mensen met een handkar. De heuvels die we zien, zijn geen heuvels, er ligt sneeuw op de hoogste toppen. Prachtige bergen in alle vormen, gekarteld, geplooid, afgeplat. Groen en met sneeuw.
Een brug. Een vrouw met een kindje op haar rug leidt twee paarden en een veulen door de droge bedding. Weer overal lama’s. We klimmen naar 4260 meter, nog steeds de spoorlijn, en een prachtig dal vol boerderijen, akkers, schoven op het veld, vee en huizen. Het ziet er welvarend uit. De vruchtbare vallei van de Urubamba. Overal indianenkoppen op de huizen geschilderd. Indianen met lange haren, maar de Inca’s waren kaal, vertelt onze reisleidster Marcella.

De tempel van Raqui gaan we bekijken. Resten van zuilen, opslagplaatsen,en huizen.
De baan die de zon maakt op een dag, van zonsopgang tot ondergang loopt op 21 december als in Peru de lente begint,  exact over de ‘gang’ die tussen de gebouwen doorloopt.
 
En verder door het dal van de Urubamba. Akkertjes tot ver de heuvels op. Alles geordend en groen. Lemen huisjes met pannendakjes. Veel bomen hier. Hoge bergen aan beide zijden. Het oogt hier een beetje als Oostenrijk, maar de vrouwen met hun rokken en vlechten brengen je weer terug in Peru. En dan zien we bergen die je aan Machu Picchu doen denken, groen en puntig. Een idyllisch plaatje, maar de Incatrailers onder ons zullen een soortgelijke ‘piek’ (Picchu in Quechua) moeten trotseren. Morgenochtend vertrekken ze naar Ollantaytambo en zullen aan hun trail naar Machu Picchu beginnen.

Het verbaast me iedere reis weer, hoe vertrouwd je raakt met de groep na verloop van tijd.
We hebben geen zeurpieten, alleen enthousiaste mensen. Het enthousiasme waarvóór, én de leeftijden, lopen zeer uiteen, maar we kunnen heel goed overweg met elkaar.
We rijden San Jeronimo binnen, een voorstad van Cusco. “Bienvenidos a la feria" staat er op een bord. Welkom op de kermis! Welkom op de kermis die Cusco heet? Van Cusco stelde ik me niet zo heel veel voor, een drukke, moderne stad vol toeristen, dacht ik. Alleen maar een uitvalsbasis voor het hoogtepunt van de reis: Machu Picchu! Maar Cusco zal me verrassen.

De volgende dag gaan we de resten van de Incatempels rondom Cusco bekijken. Met de bus richting Pisac, eruit bij Tambomachay. De ‘plaats der vreugde’, ook wel ‘el baño del Inca’, de badkamer van de Inca’s genoemd. Hier vloeit aan alle kanten water uit de prachtige Incamuren. We herkennen ze al. De stenen op maat gebeiteld en geschaafd, om zo naadloos en zonder cement in en op elkaar te passen. Ieder muur is weer een boeiende steenpuzzel om te zien. Via Tambomachay maken we een schitterende wandeling dwars door het vrijwel ongerepte landschap, naar nog meer Incaresten: Pucapucara, Qenqo en Saqsaywaman.
We klimmen en dalen, lopen onder Incapoorten door, bekijken resten van huizen en tempels. Ontdekken slangen, poema’s, vissen en vogels in de grotten en muren.

 
Het is heerlijk weer en we picknicken met muesli-repen, mandarijnen en water. En met een uitzicht, fenomenaal! 
Via de wijk San Blas wandelen we Cusco weer in. Prachtige wijk. We drinken koffie bij ‘El buen pastor’ met iets lekkers erbij.

Vandaag gaan we met een aan tal mensen uit de groep weer op zoek naar Inca-overblijfselen in de Heilige vallei. We denken een beetje mee met de Incatrailers, die hebben vandaag hun zwaarste dag. Ook wij zullen moeten klimmen, want Incabouw betekent hoge trappen, trappen en nog eens trappen. Op en af. Chinchero, een leuk piepklein dorpje met immense Incatrappen en terrassen. Een kerkje vol fresco’s, waar de meningen zeer over verdeeld zijn. 

Ollantaytambo. Alleen om de naam al de moeite waard! Het aantal trappen en treden en terrassen is allang niet meer te tellen. Het is overweldigend. We nemen de Incatrap naar boven en de toeristentrap naar beneden. En ja, die van de Inca’s loopt beter. We zien de zonnetempel, die nog niet af was, toen de Spanjaarden roet in het eten kwamen gooien. Daardoor is juist wél te zien, hoe er gewerkt werd. Hoe de stenen verplaatst werden, hoe ze op hun plaats gewerkt werden en passend gemaakt. Immense stenen zuilen met de uitstulpsels voor het transport er nog aan.

En dan nog naar Pisac. Een wandeling naar het verlaten dorp op de heuvel, met uitzicht over de terrassen. Een jongen loopt met zijn kleine zusje om ons heen. Als we haar op de foto zetten snappen we gelijk dat dat natuurlijk het doel was. Hij houdt zijn hand op en krijgt zijn sol. Op de foto: een klein vuil smoeltje met schrale rode wangetjes, een snottebel en donkerbruine knikkerogen.

Dan staat er een prachtige treinreis op het programma, naar Aguas Calientes, een toeristendorp, uitvalsbasis voor Machu Picchu, maar toch leuk, en er zijn zoals de naam al zegt, warmwaterbronnen. Er ligt alleen een spoorbaan naartoe, geen weg, dus het ligt vrij geïsoleerd. Op het plein een beeld van Pachacutek, de Indiaan, die zoals in het boek staat: “ verantwoordelijk was voor de ontzaglijke expansie van het Incarijk”.  
Langs en over de spoorbaan maken we in de middag een wandeling naar de waterval, waarvan de gids op Machu Picchu later zal vertellen dat hier de ontmoeting plaatsvond tussen Hiram Bingham en een inlander. Bingham vroeg hem naar Vilcabamba, de laatste verblijfplaats van de Inca’s. De Peruaan, die op zijn zwerftochten incaruïnes had ontdekt, bracht Bingham er dwars door de neveljungle naar toe. Het ging niet om Vilcabamba, het was Machu Picchu.

Naar Machu Picchu. Zijn we nog wel ter verrassen, hebben we Marcella gevraagd. We hebben al zoveel gezien deze reis, en ook zoveel moois aan Inca-overblijfselen. Vroeg in de ochtend gaan we met de bus op een slingerpad over de bergen naar Machu Picchu. We komen er aan voordat de zon over de toppen in het dal schijnt. Dat hoort bij de hele entourage! De gids voert ons via trappen en terrassen naar een hoog punt, vanwaar we ‘de stad in de wolken’, de naam die Bingham eraan gaf, kunnen zien liggen, gehuld nog in nevels. Als de zon hoog genoeg is, zullen er steeds meer nevelflarden oplossen en zien we steeds meer van deze stad, waar we al zoveel over hoorden en lazen.  We zijn er stil van. De gids leidt ons rond en vertelt wat we zien en waar het voor gediend heeft lang geleden.
Uren later zitten we nog hoog op een terras en kijken alleen maar.

  

De laatste vakantiedag, voordat de vliegreis naar Lima, en vervolgens naar Amsterdam op het programma staat, besteden we om Cusco nog eens grondig te bekijken.
Een prachtige schone stad met heel veel bezienswaardigheden eromheen, maar ook in de stad is genoeg te zien en te beleven. We beginnen vandaag met een bezoek aan het Incamuseum. Daar worden alle lessen die we de afgelopen weken leerden over dit machtige volk nog eens herhaald. Foto’s, schilderijen, aardewerk, weefwerk, resten van kleding en siervoorwerpen. En ook mooie foto’s van de staat waarin Bingham Machu Picchu aantrof, en van de eerste restauratiewerkzaamheden. Dat bestond vooral uit verwijdering van de junglebeplanting, waarmee de stad overwoekerd was.
Op de binnenplaats van het museum zijn vrouwen aan het werk met weefgetouwen. Prachtige kleden, tassen en poncho’s worden er gemaakt.
En dan willen we uiteraard gewoon nog even rondslenteren, en kijken én kopen in de vele winkeltjes. Tot slot zitten we op de trappen van de kathedraal in de zon en kijken naar de mensen op het plein. Vanavond het allerlaatste diner met de groep.

Prachtig Peru, mensen van de groep, Djoser en Marcella: Bedankt. We hebben een prachtige reis gehad!

Klantwaardering

8,9

Prachtige reis beleefd! Alles tip top geregeld door Djoser....
Prachtige reis beleefd! Alles tip top geregeld door Djoser. Je kan in 2 weken écht wel de hoogtepunten van Peru zien en ten volle genieten van dit mooie land. Ik raad deze reis 100% zeker aan. Een pluim voor Djoser!

Krystina - 10,0
Terug naar boven