Spanje

Indrukken van een reis naar Andalucia

9 t/m 23 september, door Rob Lubbersen

Zondag 9 september

Om 02.30 uur, dus midden in de nacht, vertrek ik met reismaat Ton naar Schiphol. Zijn dochter Tessa brengt ons in haar Twingo naar het vliegveld. We beginnen aan een twee-weken-durende trip naar Andalucia in Spanje. Samen met nog 20 reizigers. Begeleid door Sylvo Buderman. Alles georganiseerd door Djoser.

Na een rustige vlucht met een Boeing 737 landen we op de luchthaven van Malaga.
Vanuit een luxe touringcar zien we aanvankelijk een verrassend vlak landschap. Gele velden met schapen. Verderop enkele plantages met sinaasappelbomen en heel veel olijfgaarden. Olijven. Hét product van Andalucia!

De snelweg ligt er strak bij en voert ons ook nog langs enkele windmolenparken. Wanneer we Ronda naderen wordt het landschap wat ruiger en bergachtiger. In Ronda zelf is het druk. Feest! Opgedofte dames in kleurige, klassieke Spaanse jurken met veel plooien en zomen en met opgestoken sluiers laten zich rondrijden in glimmend gepoetste koetsjes, getrokken door bruine hengsten en witte schimmels.
Hotel Royal licht dicht bij de brug die over een peilloos diepe kloof de twee delen van Ronda met elkaar verbindt. Dat levert een adembenemend uitzicht op over een eindeloze vallei.

Zowel ´s middags als ´s avonds wordt er tapas genuttigd. Aan het eind van de eerste dag hebben we tijdens die twee maaltijden voorbij zien schuiven én naar binnen geschoven: frietjes, mini-gehaktballetjes, garnalen, tonijn in pepersaus, uitjes, inktvisringen, aardappelsalade, kaas, ham, chorizo, tomaat, sla, olijven, groene asperge in zeezout, spekjes, gebakken geitenkaas, kroketjes, ossenstaart en zoete mini-gebakjes. Wat een variatie aan smakelijke hapjes. En dat voor 10 euro per maaltijd, inclusief drankje.

Maandag 10 september


Net over de brug, aan een smal hellend straatje, is de ingang van het Palacio del Rey Moro. Eén van de vele overblijfselen van de Moorse aanwezigheid in Andalucia. De Noord-Afrikaanse en islamitische heerschappij over Zuid Spanje van bijna 800 jaar (711 – 1492) heeft zo zijn sporen nagelaten. De paleistuin geeft toegang tot een in de rotsen uitgehouwen trap van 250 treden, La Mina. Beneden, op de bodem van de kloof die Ronda in tweeën splijt, ligt een meertje. Af en toe plonzen stenen van de eroderende wanden in het blauwgroene water.

Op de Plaza de Mandragon staat voor het klooster La Caridad een standbeeld van een non die in de streek alom geliefd moet zijn geweest, zuster Angela de la Cruz. Populieren die afsteken tegen een azuurblauwe hemel zorgen voor schaduw. Geen overbodige luxe met temperaturen ver boven de 30 graden.

Het is een beetje een allegaartje in Museo Lara. Maar wel een heerlijk, boeiend en behoorlijk uitgebreid allegaartje! Klokken, type-machines, pistolen, degens, camera´s, stoommachines, verrekijkers, microscopen, telefoons, generatoren, munten, archeologische vondsten, pennen, noem maar op. En dan zijn er in de donkere keldergewelven óók nog eens heksentaferelen en allerlei martelwerktuigen van de Inquisitie uitgestald. Tot en met een gebruikte guillotine!

Dineren doen we met een koude tomatensoep, gazpacho, vooraf. Met een paella, rijkelijk voorzien van vis en kip, als hoofdgerecht. En met een vanille puddinkje, een flan, met slagroom toe. Voor 15 euro. Ton is jarig en trakteert op karaffen sangria.

Dinsdag 11 september

Als opmerkelijk geologisch gebied wordt El Torcal bezocht. Daar zijn rotsplaten die soms horizontaal, soms verticaal zijn doorgesleten. Het resultaat is in het ene geval een stapel stenen pannenkoeken, in het andere geval een formatie torens van tientallen meters hoogte. We wandelen, nou ja, klauteren zo´n drie hete uren tussen deze rotspartijen. We sluiten het bezoek aan El Torcal af met een picnic op een plateau met een uitzicht dat bijna tot het 50 kilometer verder gelegen Malaga reikt. We verorberen onze lunch naast een bergje rotsblokken dat het hoogste punt van het plateau markeert, als een door de natuur gevormde Pieterman.

Terug in Ronda drinken we een welverdiende cerveza en dineren vervolgens in ´het oude dorp´ over de brug op een terras in een smal straatje met tapas mixtas. Op de terugweg spreken we onze verbazing uit over het feit dat Ronda en de Rondanezen er tamelijk welvarend uitzien. Van het gegeven dat Andalucia het armste deel van Spanje is, is weinig te merken. De stad wordt netjes onderhouden. De mensen zien er goed en goedgekleed uit. Ze rijden vaak in nieuwe en ook dure auto´s. Kennelijk is de regionale werkloosheid van 40%, onder jongeren zelfs 60%, aan Ronda voorbij gegaan. Mogelijk houdt het toerisme deze stad en deze mensen op de been. Misschien kijken we niet goed genoeg.

Woensdag 12 september

Onderweg naar Arcos de la Frontera maken we een tussenstop in Grazalema. Een slaperig wit dorp waar oude mannetjes op een bankje in de schaduw op het dorpsplein herinneringen ophalen aan hun goeie ouwe tijd. Net als Grazalema biedt Arcos, maar dan later op de dag, een weids panorama van de omgeving. Weidser nog. Met uitzicht over een immense vallei.

In Restaurante Boabdil worden we een hele avond vergast op tapas. En op een hoop drukdoenerij van de eigenaar, die niet kan dansen en zingen, maar toch een knap jonge vrouw aan de haak heeft weten te slaan. Achter zijn restaurant, in een grotachtige ruimte, bevindt zich een uitdragerij met kerstverlichting dat een soort streekmuseum moet voorstellen en waar wat wijnflessen liggen te bestoffen en wat kazen liggen te schimmelen.

Donderdag 13 september

Arcos, met zijn burcht en twee basilieken, is niet de enige plaats die jarenlang op de grens van een christelijk en een islamitisch rijk heeft gelegen. Er is vlakbij nóg een De la Frontera: Jerez! Beter bekend als sherry-stad. We bezoeken de vermaarde Bodega van Pedro Domecq. Met honderden vaten wijn, sherry en brandy. Waarbij kan worden aangetekend dat de brandy is uitgevonden dankzij enkele Nederlanders. Zij bestelden in de 19e eeuw een partij alcohol in Jerez, kwamen die niet ophalen en toen de Spaanse stokers na verloop van enige tijd van het goedje gingen snoepen, beviel dat zo goed dat alras een nieuwe loot aan de alcoholische consumptiestam kon worden verwelkomd! Niet geheel ten onrechte, zoals bij de proeverij werd aangetoond!

Weer redelijk nuchter bereiken we ´s middags Hotel Sevilla Palmera. Modern en met een enorme supermercado naast de deur. Per stadsbus, bus 37, karren we naar de rand van het centrum van Sevilla. Naar de rand, want het centrum zelf is autovrij. Fantastisch!
We dwalen wat door schilderachtige straatjes en over pleintjes zoals de gezellige Plaza Alfalfa. We eten een hapje en wandelen dan door verlicht Sevilla langs het zwarte water van de rivier Guadalquivir terug naar het hotel.

Vrijdag 14 september

Met stadsbus 37 op naar het Alcazar. Een paleisburcht waarvan de bouw begon in 913 onder islamitische vorsten. Vanaf de 15e eeuw is het door katholieke koningen verder uitgebouwd. De roomse koning Ferdinand ontving er Columbus na diens tweede tocht naar Amerika. Keizer Karel V trouwde er in 1526 met Isabella van Portugal. In de mooie tuinen van het Alcazar met meerdere vijvers staan hier en daar betegelde bankjes in de schaduw. Hebben Karel en Isabella daar ooit samen zitten vozen?

Bij de kathedraal van Sevilla staat zo'n enorme rij dat we God even met rust laten. In plaats daarvan eten we een goddelijke schotel gebakken vis. Met sprotjes, of is het ansjovis? In ieder geval met zachte inktvis, rode poon en kabeljauw die smelt op je tong.

Op het toilet bij dit restaurant, het geldt trouwens voor veel toiletten in Andalucia, valt op dat het licht automatisch aanfloept bij binnenkomst, maar dat je deur dan achter je moet sluiten door hem heel ouderwets op de knip te doen.

Tijdens de wandeling terug naar Hotel Sevilla Palmera valt iets anders op. Op vrijwel elke lantarenpaal zijn pamfletten geplakt. Daarop bieden allerlei lieden (schilders, oppassers, huizenbezitters) hun diensten aan. Voor het gemak van de potentiële klanten zitten er aan die pamfletten afscheurstrookjes met hun naam en telefoonnummer. Een oude traditie of maakt de crisis creatief?

's Avonds nuttigen we een brochette met Merluza aan de Plaza Alfalfa en stoten dan door naar de Carboneria, een nabijgelegen kroeg in een voormalige vleeshal. In een sfeervolle bloedhitte verzorgen op een eenvoudig podium een gitarist, een zanger en een danseres een flamenco. Het ritme raast, de zang schuurt de oren, het zweet spettert rond. Passie!

Zaterdag 15 september

Per inmiddels vertrouwde bus 37 naar de kathedraal van Sevilla. Op de plaats waar de grootste moskee van Sevilla stond, werd in de 15e eeuw dit enorme katholieke complex neergezet. Binnen is er heel veel ruimte tussen de gigantische pilaren in het middenschip. Daar is leegte. Maar de nissen rondom, de kapellen, zijn overvol. Religieuze rekwisieten, beelden, schilderijen, meubelen. Protserige pracht en praal. Hier bevindt zich het grootste altaar ter wereld. Van goud en zilver. Daar recht tegenover staat een beeldengroep die een doodskist draagt. Het graf van Christoffel Columbus!

Aan de kathedraal zit een toren vast, de Giralda. In plaats van via een trap ga je hier over een rondlopende schuine helling naar boven. Je zou het met een ezeltje kunnen doen. Eenmaal boven kijk je tussen de kantelen uit over heel Sevilla. Een hele mooie mirador.

Wie voor € 8,- de kathedraal bezoekt, mag gratis (!) de enkele straten verderop gelegen Iglesia del Salvador bezoeken. Heel wat kleiner dan de kathedraal qua omvang, maar niet minder protserig. Toch is deze kerk een stuk sfeervoller. Vooral de lichtstralen die binnenvallen door de glas-in-lood-ramen zorgen voor een betoverend effect.

Op de terugweg valt wederom iets op. Alle taxi's die in Sevilla rondrijden, in Ronda was het trouwens niet anders, lijken wel gisteren te zijn aangeschaft. Spiksplinternieuwe Toyota's, VW's, Fords, noem maar op. Smetteloze nieuwe witte wagens. Kennelijk gaat niet iedereen gebukt onder de gevolgen van de economische crisis. 's Avonds in het hotel zien we op televisie dat die gevolgen er (voor anderen) wél zijn: in Madrid hebben die dag honderdduizenden gedemonstreerd tegen de bezuinigingen van de rechtse regering Rajoy.

Zondag 16 september

Een touringcar brengt ons in twee uur naar Hotel Maestre in Cordoba.
We gaan gelijk door naar het Alcazar. Ook dit paleis beschikt over prachtige tuinen. Met kleurige bloemperken, hagen, enorme vijvers, fonteinen en beelden. De paleisburcht moge in de 16e eeuw door katholieke koningen zijn gebouwd, de tuinen stammen nog uit de Moorse tijd. Ze zijn van Arabische oorsprong. Ze zijn aangelegd in een tijd dat er nog geen gedoe was over anti-islamitische filmpjes en er niet dagelijks westerse amabassades in het Midden Oosten werden aangevallen, zoals de tv ons deze dagen voortdurend toont. Overigens waren er toen óók genoeg religieuze conflicten. Ook hier. Tot in de 19e eeuw zou in Cordoba een Hof van de Inquisitie onrecht spreken.

Na een siësta gedurende de heetste uren van de dag maken we een wandeling over de nieuwe brug over de Guadalquivir, lopen een stuk langs de oever en keren dan weer terug over een pas gerenoveerde Romeinse brug, recht tegenover de Mezquita.

We kruisen nog wat door de smalle straatjes van de Joodse wijk en dineren dan in restaurant Jaular. Ze serveren daar een verrukkelijk Iberisch wild zwijn met knoflooksaus, paprika, courgette, brood en bier. Voor Spaanse begrippen was de rekening niet mals (€ 25,- p.p.), maar het vlees was dat zeker wel!

Maandag 17 september

De poorten van de Mezquita gaan om half negen 's ochtends open. Dan kun je nog voor niets naar binnen. Negenhonderd zuilen met rood-witte bogen begroeten je. In het midden van dit enorme gebouw, door de Moren neergezet, is een ruimte ingericht als katholieke kerk. Met altaar, bankjes, preekstoel. Vanaf half tien wordt daar een mis opgedragen. PROCLAMATO LA MUERTE DE SENOR, galmt het gregoriaanse latijn van de dienstdoende priester tussen de arabische bogen. In de kapellen rondom, het zijn er een stuk of 30, liggen, hangen en staan achter stevige gietijzeren traliewerken de gebruikelijke tapijten, schilderijen en beelden. Elke nis is gewijd aan een bepaalde heilige. Op één plaats wordt de kring van kapellen onderbroken: daar is een oude Moorse poort, omlijst door teksten uit de Koran, intact gelaten. Een gezelschap Indonesische moslims geeft te kennen speciaal dáárvoor naar Cordoba te zijn gekomen.

Na een café con leche bezoeken we het Museo de Inquisition. Zoals gezegd was Cordoba een centrum van de onrechtspraak door dit instituut. We maken kennis met tal van gruwelijke instrumenten waarmee zogeheten ketters 'naar god werden geholpen'. Geen ledemaat, geen lichaamsopening was veilig voor de heren inquisiteurs. De donkere kant van het rijke roomse leven; de keerzijde van de in kathedralen tentoongestelde pracht en praal.

In het museum van de Torre de la Cahorra, aan de voet van de oude Romeinse brug, wordt een andere taal gesproken dan die van de inquisitie. Het verhaal van de audiotour is er vooral één van verzoening en verdraagzaamheid. Met teksten van Moorse en Spaanse wijzen, zoals Averoes, wordt gewezen op het belang van vreedzaam samenleven door christenen, joden en moslims. Het museum herbergt verder prachtige maquettes van de Mezquita én van het Alhambra van Granada. De toren van de Torre tenslotte biedt een mooi uitzicht over Cordoba en omgeving.

Paella Arroz Negro is een bijzondere maaltijd. Hoofdbestanddelen zijn: rijst, inktvis en de inkt van de inktvis. Het resultaat is een schotel met een zwarte, beetje modderige brei. Knap machtig.

's Avonds wonen we een fantastische show bij: La Magia Del Flamenco. Op een binnenplaats onder de open lucht, samen met nog 150 toeschouwers en een flink glas sangria op je tafeltje. De show is in handen en voeten van twee gitaristen, twee zangers, twee dansers en vier danseressen. Gitaren, handgeklap, schorre keelzang, stampende hakken, draaiende heupen, wervelende rokken. Een gezelschap uit de eredivisie van de flamenco. Vooral de danser in het zwart is fenomenaal. Als zijn voeten onnavolgbaar roffelen blijven zijn bovenlichaam en hoofd bewegingloos, doodstil. Hij danst met het machismo van een haan, maar ook met de sierlijkheid van een zwaan. Hij is stier en toreador tegelijk. De Messi van de Flamenco.

Dinsdag 28 september

De rit per touringcar naar Granada voert door een vrij vlak, droog en kaal landschap. Pas in de buurt van Granada doemen de bergen van de Sierra Nevada op. Het is heiïg, bewolkt, 30 graden, een beetje benauwd.
Vanaf hotel Aben Humeya wandelen we naar de Arabische wijk Albaicin. In een winkeltje aan het centrale plein, de Plaza Nueva, maken we kennis met een jonge man, half Spanjaard – half Marokkaan. Hij spreekt voortreffelijk Nederlands, is in Amsterdam opgegroeid en heeft ook nog een tijd in de Haagse Spoorwijk gewoond. Inmiddels is Nederland voor hem vakantieland en heeft hij zich voorgoed gevestigd in Granada. Vanaf het pleintje zien we in de hoogte een heuveltop van waaraf je goed zicht moet hebben op het Alhambra. Een mirador dus. We zijn benieuwd.

Na een korte 'tussenevaluatie' in de lobby van hotel Humeya, waarin vooral tevredenheid wordt uitgesproken, gaan we met taxi's naar de mirador van Albaicin. Daar hebben we inderdaad goed zicht op het Alhambra aan de overkant van de vallei waar Granada bezit van heeft genomen. De avondzon zet het immense bouwwerk in een sprookjesachtige, goudgele glans.

Wanneer de avond valt eten we aan lange tafels verse paella bij 'de zigeunerin' van Albaicin. Na afloop wandelen we (heuvelafwaarts!) door donker Granada terug naar het hotel.

Woensdag 29 september

Rond de kathedraal van Granada staan diverse stalletjes waar tientallen soorten thee worden verkocht. De muren achter de stalletjes zijn hier en daar opgesierd met klassieke feministische leuzen. “No=No. Stop agression” en “Que ningun hombre decida por ti” (Laat geen enkele man voor jou beslissen). De kathedraal zelf munt wederom uit in protserigheid. Helaas zijn de nissen in de buitenring, rondom het altaar en een immens vierdelig orgel, niet verlicht zodat er weinig goed te zien is. Santa Teresa bijvoorbeeld blijft in haar capilla goeddeels in het duistere gehuld.

Bij de koffie genieten we van een lokale lekkernij, de pionono. Een mierzoet, nat cakeje met appelsmaak. En daarna wachten we tevergeefs op stadsbus 30 of 32. Later blijkt dat buslijn 32 is opgeheven en dat van bus 30 de route is ingekort. Crisissymptomen? Dan maar een taxi. Die brengt ons in no time en voor € 8,- linea recta naar de toegangspoort van het Alhambra. Eenmaal binnen lopen we over een pad langs volop bloeiende bloemen en arriveren vervolgens bij een drietal torens waar zich een geweldig panorama aan ons ontvouwt. We zien het Alhambra-complex, de stad Granada en de wijde omgeving tot aan de Sierra Nevada. Een panorama waar volgens Louis Couperus in De Ongelukkige ook de laatste Moorse heerser in Spanje, Aboe-Abdal-Iah (Boabdil), in 1492 van genoten zal hebben.

In het Palacia Nazaries valt eveneens van alles te bewonderen. Betegelde muren, bewerkte plafonds, de bogen en galerijen, de vijvers en natuurlijk de wereldberoemde leeuwenfontein. In dit paleis wordt tevens werk van de schilder Sorolla tentoongesteld. Zijn schilderijen van het Alhambra, Granada, Andalucia en de Sierra Nevada zijn raak getroffen sfeertekeningen. Vooral zijn Reflejon En Una Fuente (Weerspiegeling In Een Fontein) maakt indruk. Alhambra, een plaats om net als Aboe-Abdal-Iah nog eens aan terug te denken.

Op de Plaza Nueva kun je voor € 22,- een varkenslapje eten die in sherry is bereid. Heerlijk. En dan krijg je er voor dat geld ook nog twee sangria's en twee koppen koffie bij.

In de lobby van hotel Aben Humeya ligt 's avonds een krant, de Granada Hoy. Deze dag opent de krant met een paginagrote foto van Santiago Carillo. Verderop worden nog 6 pagina's aan zijn leven gewijd. Hij was ruim 20 jaar leider van de Spaanse communistische partij PCE. Iemand die in de burgeroorlog nog tegen Franco vocht. Die zich ontwikkelde van meedogenloze stalinist tot een heel wat humanere eurocommunist. Overleden op 97-jarige leeftijd. Hij werd na zijn siësta om vijf uur 's middags op 18 september 2012 niet meer wakker.

Donderdag 20 september

Door een eerst weer vrij vlak landschap met veel olijfgaarden rijden we richting Nerja. Later wordt het weer wat wilder en bergachtiger. Maar dan: de Middellandse Zee! Op nog geen 50 meter van die zee, direct aan het strand, ligt ons hotel Perla Marina. Vanaf daar is het naar het hartje van Nerja maar een klein stukje lopen. Gelukkig, want het is nog steeds bloedje heet. Op het Balkon van Europa kijken we uit over de Middellandse Zee en als we betere ogen hadden gehad, nog hoger hadden kunnen klimmen en Afrika had wat dichterbij gelegen, dan hadden we ook nog de kust van het Zwarte Werelddeel kunnen ontwaren!

Wat in Nerja wederom opvalt, dat is dat we zo weinig last hebben van insecten. Een enkele wesp, nu en dan een een vlieg, maar van muggen hebben we helemaal geen last gehad. Een wisselvallig voorjaar schijnt daar debet aan te zijn. Waar we ook geen last van hebben gehad, dat zijn joggers. Die zijn er wel, tamelijk veel zelfs, en ze rennen tot op de heetste uren van de dag. Geen wonder dat Spanje momenteel sportland nummer 1 is van de wereld. Die joggers zijn er dus wel, en je krijgt het soms plaatsvervangend warm als je ze bezig ziet, maar verder heb je er gewoon géén last van.

Vrijdag 21 september 2012


Per touringcar brengen we een bezoek aan de grotten, de Cuevas de Nerja. Met naar verluidt de grootste stalactiet ter wereld, van 63 meter. Die hangende tiet hebben we niet kunnen ontdekken of herkennen, maar dat werd ruimschoots gecompenseerd door een aantal staande fallische stalagmieten. Sommige van die opgewonden mieten zorgden voor een hoop grotgegiechel.

Frigiliana is een mooi, schilderachtig wit stadje op een van de berghellingen van de Sierra Nevada. De smalle, steile straatjes voeren je langs tal van vriendelijke winkeltjes. Op het hoogste punt nuttigen we een Ajo Blanco, een koude soep à la de gazpacho, maar dan van knoflook in plaats van tomaat.

Frigiliana kreeg in 2011 wereldbekendheid toen een Nederlandse vrouw, Mary Anne Goossens, 18 dagen lang in een kloof doorbracht na te zijn verdwaald tijdens een wandeling. Er gaan geruchten dat ze die dagen gewoon heeft doorgebracht in een pensionnetje. Wat waar is weten we niet, maar vast staat dat Mary Anne hoe dan ook een tijdje de weg kwijt was.

Terug in Nerja als de avond is gevallen en zon is verdwenen achter de bergen, wandelen we langs het kiezelstrand en de branding. Op het zwarte water van de zee loopt van de kust tot aan de horizon een grillige witte baan. De weerspiegeling van een scherp afgetekende halve maan aan het firmament. Nachtelijke schoonheid.

Zaterdag 22 september

De zaterdag voor de reis huiswaarts is een rustdag. Tijd om nog wat cadeautjes te kopen voor het thuisfront. Onder andere bij de Supermercado kleine flesjes witte (!) Rioja. Tijd voor nóg een duik in de wilde golven van de Middellandse Zee. Tijd voor een lunch van Gambas al pil pil. Garnalen met knoflook in kokende olie. Tien stuks voor € 6,-. Tijd voor Ton's traditionele bezoek op reis aan een lokale kapper. Tijd voor een afscheidsdiner met een totaal over zijn toeren rakende ober die al voor de maaltijd volstrekt onbegrijpelijke rekeningnummers rondschreeuwt. Heb ik nou 21.1 of ben ik toch 23.2? Maar ook een maaltijd met een verrukkelijke stevige moot zwaardvis. En met een geweldig goed meegezongen afscheidslied voor onze reissteun en toeverlaat, Sylvo.

Zondag 23 september

Om 05.00 uur opstaan.
Om 06.00 uur ontbijt.
Om 07.00 uur bus in.
Om 08.00 uur vliegveld Malaga.
Om 09.00 uur inchecken.
Om 11.00 uur boarden.
Om 15.00 uur vliegveld Schiphol.
Om 16.00 uur afscheidszoenen.
Om 17.00 uur thuis.

Met dank aan: Ton, Sylvo, Ans en Gitta, Carla en Thea, Joop en Brigitte, Karin en Janneke, Liesbeth en Eric, Mario en Cor, Martine en Anita, Martin en Marion, Nelleke en Brigitte, Stefan en Thomas. Zonder hen was deze mooie reis naar Andalucia niet geweest wat ie was.

Rob Lubbersen

Klantwaardering

9,1

Deze reis is ons prima bevallen. Kleine groep. Uitstekend v...
Deze reis is ons prima bevallen. Kleine groep. Uitstekend vervoer. Goede hotels in of nabij centra steden. Zeer bekwame en behulpzame reisleidster. Goede combinatie van cultuur en natuur. Veel vrijheid om eigen wensen te realiseren. Zeer goede sfeer in de groep vooral tijdens de gezellige avonden.

Paul B. - 9,0
Terug naar boven
Chat met Djoser