Sri Lanka

Sri Lanka: het VOC - monopolie op kaneel en olifanten

Kaneel en olifanten waren voldoende motief voor de VOC om
op het tegenwoordige Sri Lank a de strijd aan te binden. Het
eiland ten zuiden van India was rond 1600 gedeeltelijk in
Portugese handen, maar de Nederlanders sloten een bondgenootschap
met de koning van Kandy en verdreven de Portugezen.

Sri Lanka ontwikkelde al ruim 2000 jaar geleden een rijke
beschaving. De grote koninkrijken van Anuradhapura en
Polonnaruwa (tot 1215) waren sterk in zowel economisch
als in cultureel opzicht. Het boeddhisme veroverde in
deze periode de positie van staatsgodsdienst. Dat is nog
steeds te zien aan de indrukwekkende architectuur uit
die tijd in de voormalige hoofdsteden. De resten van de
klassieke tempels en paleizen tonen het hoge niveau van de schilder- en beeldhouwkunst.

Antieke waterreservoirs
De Singalese bevolking verstond ook al vroeg de kunst
van het irrigeren. Vanaf de 3e eeuw voor Christus
ontwikkelden zij wijdvertakte bevloeiingssystemen.
Eerst met aarden walletjes om rivierwater in de juiste
richting te sturen, vervolgens met steeds grotere
waterbekkens, verbonden aan vernuftige stelsels
van kanalen. Veel van die antieke waterreservoirs
zijn nu de beroemde kunstmatige meren met een
rijk vogelleven. In de 12e eeuw verwierf Sri Lanka
hiermee zijn positie van belangrijk rijstexporteur.
Het verval sloeg snel daarna toe. Indiase vorsten veroverden
het eiland en onbekwame bestuurders zorgden voor
verdeeldheid. De bevolking trok naar het zuiden om te
ontkomen aan de aanvallen van de grote noorderbuur. Verwaarlozing
van het irrigatiesysteem degradeerde de eens zo
bloeiende, effi ciënte rijstbouw tot armzalige veldjes. De opbrengst
kelderde tot onder de behoefte voor eigen gebruik en
het land moest voor het eerst rijst gaan importeren. Gelukkig
leverden peper en kaneel daartoe voldoende middelen.

Europese bemoeienis
De Aziatische handel in specerijen trok de
aandacht van Europese handelaars. Sri Lanka
lag strategisch op de route naar het oosten en
zou 450 jaar onderwerp worden van Europese
bemoeienis. Als eersten arriveerden in 1505 de
Portugezen die het eiland de naam Cilao gaven.
Zij maakten gebruik van de verdeeldheid onder
de elkaar bestrijdende koninkrijkjes. De Portugezen
vestigden zich vooral in de kustgebieden waar de tempels
moesten plaatsmaken voor katholieke kerken en forten. Ze
brachten de handel in specerijen en edelstenen tot grote bloei
en bouwden een haven in Colombo.
Begin 17e eeuw probeerden de Portugezen ook het binnenland
te veroveren, waar de koning van Kandy het nog
altijd voor het zeggen had. Om de Portugezen te verdrijven
verzekerde hij zich van de steun van de VOC, in ruil voor
het exclusieve recht op export van kaneel en olifanten. De op en vormen nu een belangrijke
toeristische trekpleister.


Sri-lanka_KaneelCeylon
In Europa veroorzaakte de
Franse revolutie aan het eind
van de 18e eeuw grote bestuurlijke
verschuivingen. Mede
daardoor verloor de VOC veel
van zijn macht, waarna de Britten zonder
veel moeite het eiland konden overnemen. Zij noemden het Ceylon.
Ook de Britse periode heeft bijna anderhalve eeuw geduurd, van
1802 tot 1948. De Britten legden de basis voor de tegenwoordige
politiek en economie. Als eerste buitenlandse macht brachten ze
het hele eiland, inclusief het koninkrijk Kandy, onder één bestuur.
Voortbouwend op de basis die de Nederlanders hadden gelegd,
richtten ze Ceylon verder in als exporteur van tropische gewassen.
De aanleg van wegen en spoorwegen stond in dienst van het vervoer
tussen de plantages en de havens. De Britten ontdekten bovendien
dat de glooiende heuvels en het milde klimaat op het eiland zich bij
uitstek lenen om thee in vele soorten en van voortreffelijke kwaliteit
te verbouwen. Sindsdien is Ceylon synoniem voor thee.
achter bij het binnenlands gebruik en moet Sri Lanka ook nu nog
rijst importeren. Schaalvergroting moet uitkomst brengen, maar de
meeste boeren zijn te arm om te kunnen investeren.
Sri Lanka is ‘s werelds grootste exporteur van thee. Andere belangrijke
exportproducten zijn rubber en kokosnoten, koffie, cacao,
kaneel, en arecanoten. De kokosnoot is overigens ook in eigen land
niet weg te denken. Sri Lankanen gebruiken alle onderdelen: zelfs
arak, de lokale whiskey, wordt gemaakt van kokosmelk.

Sri Lanka
Ceylon kreeg in 1948 de onafhankelijkheid terug, maar
maakte zich pas in 1972 los van het Britse koningshuis om
een republiek te worden onder de naam Sri Lanka.
Nog altijd is landbouw de belangrijkste bron van inkomsten.
Eenderde van het landbouwgebied wordt gebruikt voor rijstbouw.
Rijst is de basis van de dagelijkse maaltijd, maar wordt
nog altijd kleinschalig verbouwd. Daardoor blijft de opbrengst.

Bij Djoser kun je kiezen uit een 18-daagse rondreis naar Sri Lanka en een 21-daagse combinatiereis Sri Lanka en de Malediven. In de schoolvakanties organiseren we bovendien Juniorreizen naar Sri Lanka.

Terug naar boven