Tibet

Met de hemeltrein van China naar Tibet (door Ronald Naar)

Meer dan 1000 kilometer spoor over de hoogvlakte

Tekst en fotografie door Ronald Naar

Op de kaarten staat het aangegeven als de Trans-Himalaya. De Tibetanen noemden deze pieken Tyenchen Tanglha - een met gletsjers gestoffeerde bergrug, ver oprijzend boven de roestbruine heuvels die het azuurblauwe meer Nan Tso omzomen, vele tientallen kilometers verwijderd van de bewoonde wereld. Alleen nomaden komen hier, en alleen ’s zomers.

Mag_10najaar_pv_china_trein02

Ik had er The Times Atlas of the World vaak op nageslagen. Verre bergen die zeer moeilijk bereikbaar zijn fascineren me. Vandaar. Kleine witte stipjes op de kaart waar zelfs Google geen betrouwbare informatie over weet te vinden. Het zijn de allerlaatste stukken Terra Incognita van onze planeet. Maar dergelijke gebieden dreigen een razendsnel uitstervend geografisch fenomeen te worden. Hun aantal slinkt aan het begin van de 21e eeuw als sneeuw voor de zon, zeker in het moderne China. Heinrich Harrer, de Oostenrijker die wereldberoemd werd dankzij het boek ‘Zeven jaar in Tibet’, trok in 1944, op zijn vluchtweg naar Lhasa, als eerste westerling over deze bergketen. ‘Het landschap waar wij doorheen trokken was onvoorstelbaar mooi’, noteerde hij. Op dat moment had hij al maanden door het Himalayagebergte getrokken en een groot deel van het Tibetaanse plateau doorkruist. Hij kon het dus weten. Aan de voet van de Nyenchi Tenglha, op de 5972 meter hoge Gurung La, schrijft hij vol verwondering: ‘Weer troffen wij die typische steenhopen aan en daarop de bontste gebedsvlaggen die ik ooit heb gezien. Daarnaast stond een rij in steen uitgehouwen gebedstafels - onvergankelijk geworden uitdrukking van de vreugde van vele duizenden pelgrims, wanneer na de vermoeienissen van hun pelgrimage deze pas hun de weg naar de heilige stad opent.’ In 1951, zeven jaar later, vluchtte Harrer voor de Chinese bezetters uit Tibet. Met de komst van de Chinezen werd Tibet hermetisch van de buitenwereld afgesloten. Bijna dertig jaar achtereen werden de Tibetanen onderdrukt en hun heiligdommen vernield, en dat alles in naam van Mao en het zegenrijke communisme. Vanaf 1980 mogen buitenlanders, eerst mondjesmaat, later vliegtuigladingen vol, Lhasa bereizen. In het begin waren het vooral bergbeklimmers die tegen astronomisch hoge bedragen hun stoerheid mochten bewijzen op de berg Chomolongma, bij ons beter bekend als Mount Everest, en enkele andere ijle toppen. In 1982 was ik één van hen. Wat een hoogtepunt in mijn leven moest worden, werd uiteindelijk een dieptepunt, een nachtmerrie. Maar dat is een heel ander verhaal.

Qinghai-Tibet spoorlijnMag_10najaar_pv_china_trein01

De Nyenchi Tenglha zag ik destijds niet. Het gebied rond Nan Tso was in die tijd nog volstrekt verboden gebied. Verboden en dus onbereikbaar. Vanuit de bus op weg naar de Himalaya tuurde ik veelal de andere kant uit. Mijn ogen zochten naar de Nyenchen Tenglha, de glazen bergen van Sven Hedin en Heinrich Harrer. Maar het bleven toppen waarvan je alleen kunt dromen. Het is nu 2006. De wereld verandert in hoge snelheid, zeker in China. Over de vlakten waarvan ik in 1982 droomde, leiden sinds enkele maanden rails. Want op 1 juli werd de Qinghai-Tibet spoorlijn voltooid, 1142 kilometer enkelspoor over een hoogvlakte die voor 85 procent meer dan 4000 meter boven zeeniveau ligt. Het traject is er sowieso één van superlatieven. De spoorlijn werd in nog geen vijf jaar tijd aangelegd; het hoogste punt is de Tangu La op 5072 meter waarmee de spoorlijn alle concurrentie in het Zuid-Amerikaanse Peru met een straatlengte op achterstand zet. Om de trein stabiel over de hooggelegen permafrost te laten lopen werden op sommige stukken honderd meter diepe heipalen geslagen; het taluud is op plaatsen honderden meters breed, elders dragen betonnen bruggen de rails over ravijnen en moerassen. Er werkten 38.000 arbeiders aan de aanleg. Het project kostte meer dan 4 miljard dollar en de trein was één jaar eerder voltooid dan de bedoeling was.

Zilten steppen en geërodeerde bergen
Zittend in de trein zie je in Qinghai de bergwoestenij beginnen: zilten steppen met geelbruin gras waaruit diep geërodeerde bergen oprijzen. Roestbruin, donkerrood, soms doorsneden met lijnen groen en zwart. De trein kruist een rivier die zich diep in een fel roodbruine kloof heeft ingesneden. Het goudkleurige water van de stroom is verzadigd met fijn materiaal dat door een recente regenbui uit de bergen omlaag is gesleurd. Deze bergstroom zal honderden kilometers verderop opgaan in de Gele Rivier, die als een litteken door China zal meanderen alvorens enkele duizenden kilometers verderop in de Gele Zee uit te monden. In de wagons van de fonkelnieuwe Qinghai-Tibet spoorlijn wordt je geen moment rust gegund. Via luidsprekers wordt ons de heilzame betekenis van het nieuwe spoor uitgelegd, eerst in het Chinees, later in het Engels. “Het spoor zal de Tibetanen good luck brengen”, klinkt het. “Er is allermodernste technologie gebruikt. Uitgebreide maatregelen zijn genomen om de kwetsbare bodem te beschermen.” Na het laatste woord van de speaker zet een vrouwenkoor in en schallen gillende stemmen door de coupé. Na een kwartier ratelt de stem in het Tibetaans verder - de tweede voertaal op de stations en in de rijtuigen -, nog een kwartier later gevolgd door de Engelse versie - de derde voertaal. “Dear friends, please enjoy the great Qinghai-Lhasa railway.”

Leegte, leegte, leegte
Na het passeren van het Kun Lun-gebergte begint het noordelijke Tibetaanse plateau. We denderen met een snelheid van zo’n 80 tot 100 kilometer per uur over vlakten en heuvels. Dit is een fors tempo als je beseft dat de treinen op de permafrost van het hoogontwikkelde Noord-Amerika bijna stapvoets rijden. En dan te bedenken dat we inmiddels op 4800 meter hoogte zitten, dus net zo hoog als de top van de Mont Blanc. De drie diesellocs maken in de ijle lucht overuren. Aan de speciaal tegen het felle UV-licht geprepareerde ramen glijden uren achtereen schier eindeloze steppen en heuvels voorbij dunne sprieten vers gras dat is opgekomen door de recente regen. Het landschap van noordelijk Qinghai is ronduit saai. Het is vooral het besef van leegte dat indruk maakt. We rijden zes, zeven uur achtereen zonder een nederzetting van betekenis te passeren, alleen een enkel benzinestation langs de geasfalteerde weg die meestentijds parallel aan de spoorlijn loopt. Om vier uur ’s middags passeren we de 5072 meter hoge Tangu La, de ‘grens’ tussen Qinghai en Tibet. Voorbij de vlakke pas verandert er niets wezenlijks aan het landschap. Even lijkt het bergachtiger te worden. Aan de horizon, ijl en ver weg, doemt voor de tweede keer sinds ons vertrek uit Golmud besneeuwde bergketen op. Of ze met gletsjers is bedekt of dat het alleen maar kale toppen
zijn die als gevolg van het slechte weer van de afgelopen dagen zijn besneeuwd, kan ik niet zien. Mijn kaart vermeldt naam noch hoogte.

Aankomst in Lhasa
Steeds donkerdere wolken pakken zich samen boven het plateau en de bergen, het decor van de Qinghai-Tibet spoorlijn. Bliksemschichten schieten omlaag. De schemering valt en de trein dendert de nacht in. Zo boemelen we een paar uur achtereen door de inktzwarte duisternis die zelfs niet door maan en sterren wordt verlicht. Pas tegen negenen rijden we -
zonder enige overgang - vanuit de donkerte van de nacht een zee van licht binnen: Lhasa’s gloednieuwe station. Vier perrons, acht sporen, digitale dienstregelingen met in drie talen de aankomst- en vertrektijden, een in roodbruin stukwerk afgewerkt stationsgebouw dat je als design zou kunnen omschrijven. Iedere Nederlandse provinciestad zou zo’n station willen hebben. Maar in Tibets Lhasa reageer ik geremd, zelfs enigszins geschokt. En waarom? Een halfuur later rijd ik Lhasa binnen, maar het is een totaal ander Lhasa dan waar ik bijna een kwart eeuw geleden was. De stad is geëxplodeerd. Destijds had je de oude Tibetaanse stad, het Chinese legergarnizoen en nog wat nieuwe gebouwen ertussen. We sliepen in een laagbouwhotel met binnenplaatsen. Er waren niet of nauwelijks buitenlanders. Nu passeren we via een grote brug de rivier en komen op het eiland waar vroeger een park was waar Tibetanen zich graag ontspanden. Het park is weg; het is volgebouwd met Chinese gebouwen, lichtreclames, bars, hotels. We passeren rotondes, stoplichten en brede lanen die zich naar twee kanten uitstrekken, aan beide zijden volledig volgebouwd. Ik ben geschokt, maar een medereiziger stelt ontnuchterend: “Tibet had
toch onmogelijk het Marken van onze aarde kunnen blijven, met mensen in klederdracht om als aapjes door de toeristen te worden gefotografeerd.”

Tastbare spiritualiteit
In de war door alle tegenstrijdigheden wil ik Lhasa het liefst zo snel mogelijk verlaten. Ik wil leven met de mensen die het dichtst bij de natuur staan. Meereizen met de nomaden die over de barre Tibetaanse hoogvlakten trekken, en dan liefst tegen het decor van besneeuwde bergen. Want dat laatste maakte me pas echt gelukkig. Ik vind ze uiteindelijk op de hoogvlakte aan de oevers van het Nam Tso, een zoutwatermeer aan gene zijde van het Tyenchen De totale lengte van de Qinghai-Tibet spoorlijn is 1956 kilometer.
De passagiers vermaken zich prima tijdens de lange treinreis. De zonsondergang bij het Potala paleis in Lhasa is adembenemend. Tanglha-gebergte. Hier, op bijna 5 kilometer hoogte, is het gras bespikkeld met zwarte en witte punten - yakharen tenten en de yaks zelf. Ik moet denken aan de nuchtere woorden van Heinrich Harrer in diens ‘Zeven jaar in Tibet’: ‘Het landschap waar wij doorheen trokken was onvoorstelbaar mooi.’ Dat is zacht uitgedrukt. Aan de oevers van de Nam Tso voel je de leegte van een landschap dat een volk van strijders er eeuwen geleden toe bracht wapentuig in te ruilen voor kloosters. De spiritualiteit is in Tibet bijna tastbaar. Ik strek me uit in het gras en kijk, liggend op mijn rug, hoe de wolken, tastbaar dichtbij, over me heen glijden. Ik heb het gevoel dat ik de hemel kan aanraken.

Mag_10najaar_pv_china_trein03

Deze treinreis kun je met Djoser maken in de 30-daagse China & Tibet reis en de 30-daagse reis van Delhi naar Beijing 

Klantwaardering

9,0

Een fantastische reis: culturele bezienswaardigheden, induik...
Een fantastische reis: culturele bezienswaardigheden, induiken in de geschiedenis, fietsen en hiken in de natuur, vriendelijke interactie met de lokale bevolking, regionaal leren koken, KungFu met een echte Guru of ThaiChi of lekker bij de pool ontspannen. Zo gek als je maar wilt!

Barbara S. - 10,0
Terug naar boven