Tibet

Een reisverhaal van Carolijn Visser

Het klooster Ganden, deels gerestaureerd, de rest nog steeds ruïnes

Langs het pad moesten we ons tussen twee enorme rotsblokken door wringen. Dolma zei dat de goden ons dan zouden vergeven voor de vliegen en muggen die we in ons leven hadden gedood.

Om zes uur 's ochtends hadden zich tientallen pelgrims verzameld op het plein voor de Jokhang tempel. Mannen met bruinverbrande gezichten, vrouwen met sieraden van turkoois en bloedkoraal in hun haar. Dolma zat tussen hen in op een stoeprand. Ze droeg een modieuze spijkerbroek en een trui van oranje fleece. Het was haast niet te geloven dat ze het kind was van een boerenfamilie uit het verre oosten van Tibet. Wangmo, haar nichtje, leunde op haar schouder. Dat was wel echt een plattelandsmeisje met rode appelwangen en gekleed in een traditionele chupa. Sinds ze in Lhasa waren aangekomen, had ze Dolma als een schaduw gevolgd. De bus stond bijna op vertrekken toen Lhamo er aankwam, zeulend met een zware tas. Ook zij was geboren in de afgelegen streek Kham, maar ze woonde sinds jaren in Lhasa. De grote stad had haar niet frivool gemaakt, integendeel. Zij was de vroomste van de drie. Het was haar idee geweest vandaag een bezoek te brengen aan het klooster van Ganden. Dat zou goed voor ons karma zijn, had ze gezegd.
We vonden plaats achterin de bus, naast een nomadenfamilie. De kinderen droegen amuletten op hun borst, hun voeten staken in versleten katoenen schoenen. Eenmaal buiten de stad volgden we de Kiyuchu rivier die snel stroomde omdat het de afgelopen dagen had gegoten. Langs de oevers groeiden wilgen en populieren, verder was de vallei kaal en ongenaakbaar. Rotsige hellingen rezen steil op. In de stenen woestenij doemden een paar figuurtjes op. We minderden vaart: politie. Iedereen moest zijn identiteitspapieren laten zien. Een doodse stilte daalde over de passagiers terwijl de agenten zwijgend hun werk deden. Twee mannen voor ons, gekleed in ruim zittende chupa's, werden uitgescholden omdat ze niets konden overleggen. Daarna hield de politie het voor gezien. Dolma lachte opgelucht: ook zij bezat geen enkel document.
Moeizaam slingerde de bus zich tegen een berg op, de rivier verdween in de diepte. Zigzaggend bracht de chauffeur ons verder omhoog. "Ganden," wees Dolma. Verscholen in een plooi lag het klooster. Een deel was gerestaureerd, de rest bestond nog steeds uit ruïnes. "Zullen we iets eten," stelde ik voor: we hadden vanmorgen geen van allen iets gegeten en inmiddels was het bijna tijd voor de lunch. Maar mijn voorstel werd weggewuifd. "Eerst moeten we de kora maken," zei Dolma. Ze knikte naar de pelgrims uit de bus die een pad waren opgelopen. Lhamo gooide haar tas over haar schouder en ging hen achterna.
Ik kon de drie vrouwen met geen mogelijkheid bijhouden, Dolma bleef steeds op me wachten. Ze kwam wonderbaarlijk snel vooruit op haar plateauschoenen. Wangmo zat hoog boven ons op een steen, ze was op haar gemak in de leegte. Lhamo had de kam van de berg al bereikt. Ze zette haar tas neer en trok daar een lange slinger uit. Rode, groene, blauwe en gele gebedsvlaggen schitterden in de zon. Dolma versnelde haar pas: ze moest Lhamo assisteren. Ze greep een uiteinde van de slinger, terwijl Lhamo met het andere in haar hand als een berggeit over de rotsen klauterde naar een volgende top. Daar maakte ze het touw vast. De gebedsvlaggen zweefden nu vrij tussen twee pieken. Lhamo was binnen een mum van tijd weer terug en overzag tevreden haar werk. Ver beneden ons lag het klooster en bijna onzichtbaar in de diepte stroomde de Kiyuchu. Voor ons keken we in de peilloze diepte van de volgende vallei. Dolma leunde tegen een rots en begon met vaste stem te zingen. Het was alsof ze de maan aanriep die boven ons in de blauwe hemel hing. "Ik bid," verklaarde ze tussen een paar strofen door. "Ik bid voor geluk, voor ons allemaal." Lhamo ging ondertussen geruisloos verder met haar werk. Ze stak jeneverbestakken in brand. Die had ze ook meegebracht: er moest rook naar de goden worden gezonden.
Daarna daalden we af, om vervolgens in een wijde cirkel rondom het klooster te lopen. Langs het pad lagen twee enorme rotsblokken dicht tegen elkaar. Daar moesten we ons tussendoor wringen. Dolma zei dat de goden ons dan zouden vergeven voor de vliegen en muggen die we in ons leven hadden gedood. Verderop lag een platte, gegraveerde steen. Dolma liet zien wat hier de bedoeling was. Ze maakte een koker van haar hand en keek daardoorheen naar de heilige steen. "Dan zie je God," zei ze. We staarden naar het zwarte vlak, eerst door de ene, toen door de andere hand. "Ik zie hem niet," stelde Dolma vast. Lhamo was al verder gelopen naar een rots die op veel plaatsen was uitgehold. Met een ronde kei probeerde ze de gaten verder uit te diepen. Ook dat droeg bij tot een goed karma.
Toen we de eerste kloostergebouwen bereikten, was het alsof er iets in de lucht veranderde. De tempels waren nieuw, binnen rook het naar verf. De godenbeelden hadden uitdrukkingsloze gezichten. Behalve de pelgrims van de bus was hier niemand te bespeuren. "Vroeger woonden hier duizenden monniken," fluisterde Dolma. De catastrofe die het Ganden klooster had getroffen, had alle kloosters in Tibet verminkt.
Dolma en Wangmo leken verdiept in sombere overpeinzingen, maar Lhamo ging verder met het vervullen van haar verplichtingen. Ze haalde een boterlamp uit haar tas en stak die aan. Op elke kaars, in alle tempels druppelde ze een beetje vet zodat de vlam langer zou kunnen branden. Onvermoeibaar ging ze daarmee door, terwijl wij drieën lusteloos achter haar aansloften. We hadden nog een half uur voordat we zouden vertrekken. In de herberg van het klooster bestelden we boterthee en noedelsoep met yakvlees.
In volle vaart koerste de chauffeur van de berg af. Bij de eerste haarspeldbocht heeft hij moeite de bus op de weg te houden, maar hij geeft opnieuw gas. Steeds sneller koersen we op de Kiyuchu rivier af. Ik klem me angstig vast aan de stoel voor me, maar de Tibetanen lachen van plezier. Zij hebben vandaag zoveel goeds gedaan voor hun karma, wat kan hen nu overkomen?

Rondreizen Tibet.

Klantwaardering

9,0

Een fantastische reis: culturele bezienswaardigheden, induik...
Een fantastische reis: culturele bezienswaardigheden, induiken in de geschiedenis, fietsen en hiken in de natuur, vriendelijke interactie met de lokale bevolking, regionaal leren koken, KungFu met een echte Guru of ThaiChi of lekker bij de pool ontspannen. Zo gek als je maar wilt!

Barbara S. - 10,0
Terug naar boven