Tibet

Een Tibetaanse tempel in Beijing

Op een kaart had ik gezien hoe ik ongeveer moest fietsen, maar dat ik onderweg zoveel puin zou tegenkomen had ik niet voorzien. Het leek wel of heel Peking tegen de grond werd gegooid. In een winkeltje, dat was blijven staan tussen de ruïnes, zat een verkoper voor zich uit te staren. Hij wachtte tot er nieuwe flats waren gebouwd en nieuwe klanten kwamen.

Ik zeulde mijn fiets over een voetgangersbrug en vervolgde mijn tocht aan de andere kant van de rondweg. De hemel opende zich, de lucht rook vochtig. Een tuincentrum moest makkelijk te vinden zijn, had ik verwacht, maar ze waren hier overal. Ik vergeleek de karakters op het visitekaartje in mijn hand met de karakters die boven een poort waren geschilderd. Deze moest het zijn. Velden met coniferen, potten met bonsaiboompjes en perken vol bloeiende dahlia's.

Carolijn Visser Een paar weken geleden ontmoette ik de eigenaresse van dit bedrijf in een klooster in Tibet. Ze heet Rode Bloem: haar ouders moeten altijd al geweten hebben wat de toekomst voor haar in petto had. Die dag was ze gekleed in een roze skipak, het was koud op drieduizend meter. Nu trof ik haar achter een bureau in een paarse blouse met opgestoken haar. “O yes!” zei ze, ze wist nog wie ik was. “Prachtig was het bij de monniken.” Daarom was ik gekomen. Ik wilde weten wat een gefortuneerde zakenvrouw uit Beijing in een Tibetaans klooster te zoeken had.
Uit een bureaulade nam ze een foto van een Tibetaanse lama die ze had ontmoet. Hij was wijs en vriendelijk, legde ze uit in de paar woorden Engels die ze sprak. Via een paarlemoerkleurige mobiele telefoon voerde ze een kort gesprek. “Let’s go”, zei ze daarna. “We gaan jiauze eten bij mij thuis.” Een auto met chauffeur bracht ons daar.

Koperen goden verdrongen elkaar
Mijn nieuwe vriendin woonde in een van de flats die onlangs waren voltooid. Nu nog aan de rand van de stad, maar er werd in de omgeving hard gewerkt om de grens opnieuw op te schuiven.
Het trappenhuis rook naar verf en nat cement. Ik werd binnengelaten in een ruimte met spiegelende wanden, witte meubels en gedempt licht.

Een luierende angorakat verhief zich op de bank. “Mijn moeder en mijn zoon zijn niet thuis,” zei Rode Bloem. Ik wist al dat ze gescheiden leefde van haar man. Die was no good, maar dat leek haar niet te hinderen. Ze zocht een paar spullen bij elkaar en maakte aanstalten het boudoir weer te verlaten. “De lunch wordt boven geserveerd”, zei ze. Op de bovenste verdieping bezat ze nog een flat. In de hal trokken we onze schoenen uit. Rode Bloem opende een deur. “Ahh”, zei ik, verbaasder dan zij die ochtend, toen ik onverwachts voor haar had gestaan. We betraden een tempel. Rond een verduisterd venster was een altaar ingericht. Op planken verdrongen koperen goden elkaar. Daaronder, op geel satijn, de offers: fruit, blikjes frisdrank, schalen water.
Rode Bloem ontstak wierookstokjes en rangschikte ze in een met zand gevulde porseleinen schaal. Alles kreeg extra glans door de gekleurde lampjes die door de kamer slingerden. Een blikken stem sprak ons toe. “Om Mani Padme Hum”, de mantra die Tibetanen honderden malen op een dag herhalen: in een cassetterecorder draaide hetzelfde bandje steeds rond en rond.

China Nu pas zag ik de op maat gemaakte kasten met vakken waarin boeken lagen opgetast, elk deel in een versierde doek gewikkeld. “De Kangyur”, knikte Rode Bloem, het heilige Tibetaanse schrift. Ze had de honderdacht boeken gekocht tijdens een van haar pelgrimsreizen en ze laten zegenen door de lama wiens foto aan de wand hing. “Heel zwaar waren al die boeken”, zei ze. “Ik heb ze allemaal per vliegtuig naar Beijing gebracht.” Zelf kon ze er geen woord in lezen, ze las of sprak geen Tibetaans, maar dat was ook de bedoeling niet. Soms kwamen Tibetaanse monniken naar Beijing, als ze haar bezochten konden ze er hun gebeden uit reciteren. Rode Bloem keek om zich heen. “Ik ben altijd gelukkig in deze kamer,” zei ze.

Hun geloof redde hen het leven
Mijn gedachten dreven af naar een andere tijd, een andere wereld. De legers van Djingiz Chan hadden het noorden van China veroverd, Peking platgebrand, de bewoners grotendeels vermoord. Daarna werd het Hsi Hsia-koninkrijk met zijn bewoners van de aardbodem geveegd. Toen de Mongoolse legers bij de Tibetaanse grens arriveerden, dreigden ze elke Tibetaan die zich niet wilde overgeven met dood en verderf. Maar voor het zover kwam, raakten de Mongolen onder de indruk van de wijze Tibetaanse lama's en de religieuze toewijding van het Tibetaanse volk.
Er kwam een overeenkomst. Als de Tibetanen hen het boeddhisme zouden onderrichten, lieten de Mongolen hen met rust. Hun geloof redde hen het leven.

Nu werd het bestaan van de Tibetanen opnieuw bedreigd. Niet door Rode Bloem, die in kleermakershouding naast me zat. Zij was gelovig in een communistisch land, zij trok zich niets aan van de gevestigde orde. Ik kreeg foto’s te zien van een bezoek aan een Tibetaanse tempel, die zijn er in Peking, van oudsher. “Al mijn vrienden zijn boeddhist”, zei Rode Bloem.

Er werd aan de deur gemorreld. Een vriendin kwam de jiauze brengen waar Rode Bloem om had gevraagd. Met zijn drieën zaten we op de grond, we luisterden naar het gezang van biddende nonnen in Tibet. Wat Rode Bloem zei, was waar: hun stemmen raakten je recht in het hart. Tussen ons in dampten de jiauze, met bieslook gevulde dumplings. We doopten ze in een saus van gember en azijn.

“Ik voel me erg goed”, zei Rode Bloem. Haar vriendin, veel jonger, een verlegen studente, knikte. “Ik ook”, zei ik, want de ontmoeting had me hoop gegeven voor de toekomst van Tibet. Rode Bloem en haar vriendin ontleenden hun geluk aan het Tibetaanse boeddhisme en hun groep was groeiende. Misschien konden de Tibetanen hun leven redden op dezelfde manier als destijds, toen de moordlustige Mongolen kwamen. Als de Chinezen hen rust en vrede gaven in ruil voor de wijsheid van hun lama's, kwam alles toch nog goed.

Carolijn Visser

Bekijk onze rondreizen door China.

Klantwaardering

9,0

Een fantastische reis: culturele bezienswaardigheden, induik...
Een fantastische reis: culturele bezienswaardigheden, induiken in de geschiedenis, fietsen en hiken in de natuur, vriendelijke interactie met de lokale bevolking, regionaal leren koken, KungFu met een echte Guru of ThaiChi of lekker bij de pool ontspannen. Zo gek als je maar wilt!

Barbara S. - 10,0
Terug naar boven