Tibet

Reizigersdagboek Tibet/ Nepal (1)

Dag 3 : Kathmandu
Vandaag vertrekken we om 8.00 uur te voet richting het centrum van de stad: Durbar Square. Durbar betekent paleis in het Nepalees; dus het plein van de paleizen. Ons hotel ligt in de wijkt Thamel en door de nauwe en drukke straatjes van de stad lopen we een richting centrum. We kijken we onze ogen uit: oude ‘vervallen’ huizen, overal handelaren die je opdringerig van alles proberen aan te smeren, hygiëne die compleet anders is, nieuwe ‘geursensaties’ in je neusgaten, plassende mensen langs de kant van de weg, enorm keelgeroggel waarna een stevige fluim wordt uitgespuugd op straat en een enorm verkeersgekrioel waarbij echter ongelukken uitblijven (tot ieders verbazing).

De reden van het vroege vertrek naar Durbar Square is omdat er die dag een festival gaande is en er vroeg het meeste te zien is. Het festival Gai Jatra (de processie van de koeien) wordt gevierd. Op deze dag nemen alle families waarvan pas iemand overleden is deel aan de processie, biddende dat de overledene goed worden herboren. Op deze dag gaan de poorten van de onderwereld open en beslist Yama Raj, heerser van de dood, waar de overleden zielen zullen worden herboren. De heilige koe duwt met de hoorns de poort van de onderwereld open en beschermt de overledene tegen alle gevaren op de weg naar wedergeboorte. De processie in het centrum is een groot feest waar zowel echte koeien en grote stieren vergezeld van muziek door de straten lopen, als talloze kleine jongetjes die mooi gekostumeerd en geschminkt rondlopen. Het was een drukte van belang op Durbar Square.

Bij Durbar Square staat ook het huis van Kumari. Kumari is een echte, levende godin. Het is een jong uitverkoren meisje dat totdat ze bloedt (eerste menstruatie of een simpele verwonding) als godin wordt behandeld en in een huis als zodanig behandeld wordt en amper voor de buitenwereld zichtbaar is. Bij een eerste bloeding is ze godin af en wordt er een ander gezocht. Het schijnt dat geen enkele man met een ex-Kumari wil trouwen (al zijn er ook uitzonderingen bekend).

Na een lunch op een dakterras met uitzicht op Durbar Square zijn we slenterend door de drukke straatjes naar het hotel terug gelopen. Onderweg zijn we nog gestopt bij de Kathesimbu stupa. Deze boeddhistische stupa is een verkleinde versie van de stupa van Swayambhunath. Met een paar man zijn we ’s middags in twee taxi’s naar de tempel van Swayambhunath gereden. Deze ligt hoog op een heuvel aan de rand van de stad en staat ook bekend als de apentempel, vanwege de talloze apen die en rondzwerven. Na een bezichtiging met een mooi uitzicht over Kathmandu zijn we een stuk teruggelopen naar een enorm boeddha beeld, vanwaar we met de taxi weer terug naar het hotel gingen.


Dag 4 Kathmandu vallei: Patan en Bhaktapur
Om 9.00 uur gaan we richting Patan. Patan ligt tegen Kathmandu aan, aan de andere kant van de Bagmati rivier. In Patan bezoeken we het ook hier aanwezige Durbar Square. Het plein bevat diverse interessante bouwwerken, tempels en kleurrijke mensen. Op een kleine afstand van Durbar Square is de Gouden Tempel gelegen. De Gouden Tempel is een boeddhistische tempel met klooster, daterend uit de 1409. De tempel heeft een overdaad aan koper en ontleent de naam aan het grote koperen dak. Vanuit de Gouden Tempel zijn we met een paar mensen naar de Kumbeshwar tempel gelopen: één van de weinige tempels die vijf verdiepingen hoog is. In de buurt bevonden zich wasplaatsen waar mensen druk bezig waren en op het tempelcomplex zelf stonden vrouwen, gekleed in prachtig rood, in een lange rij te wachten voor toegang tot de tempel.

Tegen 12.00 uur vertrekken we vanuit Patan naar Bhaktapur, ruim 15 kilometer van Kathmandu vandaan. Het Durbar Square van Bhaktapur is veel groter dan dat van Patan en het entreegeld hakt er voor Nepalese begrippen ook in, maar het is voor een goed doel: het behoud van het centrum. Het oude centrum is ruim en op het plein gaan we eerst wat eten, alvorens aan een sightseeing wandeling te beginnen. Er zijn diverse mooie gebouwen, straatjes en tempels te bezichtigen. We brengen ook een kort bezoek aan de buurt die bekend staat om de pottenbakkerij. Daarna lopen we naar een ander plein: Tachpal Tole. Hier vallen we alweer met de neus in de boter: er is weer een festival gaande. Ruim voor het plein staat een enorme rij vrouwen met offergaven te wachten, gekleed in prachtige rode kleuren. De lange rij blijkt te eindigen voor de Dattatraya tempel. Het schijnt dat de vrouwen in de rij staan om te offeren voor vruchtbaarheid en een goed huwelijk. Vanuit een terrasje op de eerste verdieping, gelegen aan het plein, konden we alles op het gemak van dichtbij gade slaan. Rond 16.30 uur verlaten we Bhaktapur weer richting Kathmandu.


Dag 5 : van Kathmandu naar Nagarkot
We verlaten Kathmandu om op weg te gaan naar Tibet. Om 9.00 uur vertrekken we richting Nagarkot. Nagarkot ligt nog steeds in Nepal, maar vanuit daar heb je een mooi uitzicht op de reuzen van het Himalaya gebergte. Kathmandu ligt op 1300 meter hoogte en we stijgen langzaam naar het enkele honderd meters hoger gelegen Nagarkot. Onderweg stoppen we bij een mooie gerestaureerde tempel. Het is de Changu Narayan tempel uit 1702, met sporen van veel langer geleden: uit de 4e eeuw.

Na het tempelbezoek en wat te drinken hebben we een ruim anderhalf uur durende wandeling door het heuvellandschap gemaakt. Het was een lekkere wandeling onder de brandende zon, met mooie uitzichten en onderweg nog badende waterbuffels. Uitgeput van de wandeling zijn we vervolgens met de bus naar Nagarkot gereden. Nagarkot ligt op ca. 1950 meter hoogte en het hotel bood een fantastisch uitzicht over de bergen en de vallei. Alleen gooide de nevel en lichte regen roet in het eten door het uitzicht volledig te verpesten. Na een wandeling naar het dorpje en het avondeten lekker slapen.


Dag 7 : van Zhangmu naar Nyalam
Zhangmu is een door de Chinezen gebouwde grensplaats en ligt op een bijna onmogelijke manier hoog tegen een berg aangeplakt. Om 8.00 ontbijten we omdat we om 9.30 uur nog bij het openen van de grens de officiële paspoortcontrole moeten ondergaan. Het duurde echter langer dan verwacht omdat het stijve protocol niet opschoot en er eerst nog werkoverleg bleek te zijn van een half uur. Na 10.00 uur konden we eindelijk op weg gaan. Bagage en passagiers worden gesplitst: bagage in een terreinauto rijdt vooruit, passagiers in de (ruime) bus volgen. In Zhangmu is de weg nog goed, maar zo gauw we het dorp verlaten wordt de weg omhoog een ware hel. De bus blijkt echter goed bestand hiertegen. Bagagerekken veranderen in lanceerinrichtingen en waterflessen mogen daar niet meer liggen en handbagage kan beter goed vastgesnoerd zijn.

Halverwege de weg naar Nyalam komen we stil te staan voor een gevreesd fenomeen in de regentijd: landslides (landverschuivingen). De regen had daar enige tijd geleden voor een landverschuiving gezorgd en de weg weggeslagen. Chinese wegwerkers waren druk bezig de weg te repareren en alleen tijdens lunchtijd was er gelegenheid te passeren. Na enige tijd wachten konden we er langs en de weg vervolgen.

Na de middag, rond 13.30 uur, arriveren we in Nyalam. Nyalam is niet meer dan een gehucht en ligt op 3750 meter hoogte. Hier worden we voor het eerst echt geconfronteerd met de hoogte. Menigeen was uit voorzorg Diamox aan het slikken. Omdat ik in het Andes gebergte nergens last van heb gehad, zag ik geen aanleiding ook maar iets te slikken. Rustig aan doen, veel water drinken en van de alcohol afblijven helpen het beste. Het hotel was zeer eenvoudig, met een gemeenschappelijk primitief toilet en douche. ’s Middags was er tijd om te rusten en met gepast tempo het dorp te bekijken. Gedurende deze dagen is vlees niet te vertrouwen en dus eten we gemeenschappelijk vegetarisch: rijst met diverse groenten. Mijn darmen waren echter nog niet de oude en dus hield ik het bij rijst, wat bananen en cola (dit helpt altijd fantastisch tegen diarree). ’s Avonds werd er nog feest gevierd door de dorpelingen, maar in verband met maagkrampen heb ik dit helaas niet bijgewoond en ben het bed in gedoken.


Dag 8 : van Nyalam naar Tingri
De nachtrust heeft veel goed gedaan en na het ontbijt vertrekken we om ca. 8.45 uur richting Tingri. We rijden verder bergopwaarts door een schitterende omgeving. Langs de weg zien we ook nomadenvolken met hun tenten opgezet. Een eind buiten Nyalam houden we een tussenstop om Nyalam Pelgye Ling te bezichtigen. Dit is een kleine kloostertempel die de grot herbergt waar de grote boeddhist Milarepa (eind 11e / begin 12e eeuw) drie jaar heeft geleefd. Over de Tong-La pas (5120 meter hoog) en de nog iets hogere Lalung-La pas gaan we richting Tingri en zien onderweg besneeuwde bergtoppen en gebedsvlaggetjes op de toppen van de passen. Op de toppen van de passen is er erg ijle lucht, waait het en is lopen een vermoeiende bezigheid. Na een eindje te zijn afgedaald stoppen we na de middag voor een lunchpauze in de vorm van een picknick in het gras. De kinderen van het nabij gelegen dorp kregen de bezienswaardigheid snel door en kwamen op ons af om te kijken of er nog wat te halen en te zien viel.

Na de lunch reden we door naar Tingri. Tingri is een klein dorpje met een militaire basis. Het dorp ligt op 4390 meter hoogte. We overnachten in een soort kazerne met binnenplaats even buiten het dorp. De toiletten zijn buiten en zijn niet meer dan een gleuf in de bodem van het gebouwtje waardoor je je behoefte naar beneden kunt laten vallen (mits je goed kunt mikken). ’s Avonds weer een gezellig gezamenlijk vegetarisch maal uit een knus restaurant/keuken op het terrein, met tot een ieders stomme verbazing heerlijke frietjes. Na het eten werd het wat donker, maar ook helder, waardoor we de top van de Mount Everest (8848 meter) op grote afstand konden zien liggen. Met z’n vieren zijn we nog slenterend langzaam een wandeling naar het dorpje gaan maken, alvorens het bed op te zoeken.


Dag 9 : van Tingri naar Shigatse
De reis heeft enkele lange reisdagen en dit is zo’n dag. In het nog donkere en slapende Tingri is het om 5.30 uur reveille, 6.00 uur ontbijten en om 7.00 uur vertrek in de duisternis op weg naar Shigatse. Omdat Tingri een militaire basis heeft is de weg rond Tingri geasfalteerd, maar even buiten de stad worden we weer compleet wakker geschut door de bedroevende kwaliteit van het wegdek. De weg lijkt eindeloos en menigeen wenst stiekem een pondje meer spek op het zitvlees om als stootkussen te dienen. Inmiddels bestaan de hoofdbezigheden in de bus uit: water drinken (4 liter per dag), rondkijken en wegdommelen. En omdat we noodzakelijkerwijs zowel vocht innemen, moet er regelmatig gestopt worden om het ook weer kwijt te raken. Een eind buiten Tingri stoppen we bij de afslag naar het Everest Base Camp. Na de bewegings- en plaspauze gaan we rechtdoor, maar ca. 100 kilometer rechtsaf bevindt zich het startpunt van menige expeditie naar de top van de hoogste berg ter wereld: de Mount Everest (8848 meter). We bekijken Mt Everest op een afstand en rijden verder. Onderweg zweren we meermaals nooit meer te klagen over slecht wegdek in Nederland, want dit overtreft domweg alles. Behalve bij Chinese checkpoints en militaire punten is de weg erbarmelijk. Over de ruim 5 kilometer hoge Gyatso-La pas rijden we naar de stad Lhatse, waar we stoppen voor een late lunch. Na de lunch gaat het verder en we moeten af en toe met de bus door diepe blubber heen vanwege regenbuien. De omgeving en de uitzichten blijven afwisselen en een ieder boeien. Na een reisdag van bijna 12 uur, komt tegen zevenen Shigatse in zicht. Tot een ieders aangename verbazing overnachten we in een schitterend luxe hotel, met eigen douche en toilet, warm water en een lekker bed. Eigenlijk té luxe, maar het doet de afgelopen nachten en de lange ongemakkelijke busreis snel vergeten. ’s Avonds zijn we met z’n allen gaan eten bij een gezellig en goed Tibetaans restaurant, waar we ook niet meer vast hoefden te houden aan vegetarische keuzes, omdat het vlees weer te vertrouwen was.


Dag 10 : Shigatse
Shigatse ligt op 3900 meter hoogte en vandaag is een vrije dag. Het motregent licht en we brengen een bezoek aan het Tashilhunpo klooster. Het klooster is in 1447 opgericht, door de Chinezen grotendeels verwoest en inmiddels weer gerestaureerd. Zoals de Potala en Norbulinka in Lhasa het winter- en zomerpaleis zijn van de Dalai Lama, zo is Tashilhunpo in Shigatse de zetel van de Panchen Lama, de één na hoogste geestelijke. Zo oud als het klooster is, zo verbazend modern is het toegangskaartje. Het kaartje is een soort CD-ROM in een plastic hoesje, van het formaat van een creditcard. In het kader van de werkverschaffing knipt de eerste controleur een gaatje in het hoesje, geeft het CD-the aan nummer twee, die het plaatje voor een scanner houdt en waarna een Chinese groet klinkt en we het geheel retour krijgen en door kunnen lopen. Onze Tibetaanse gids Tashi leidt ons vervolgens met goede uitleg door het complex. Binnen is fotograferen verboden (of is niet te betalen), maar buiten kunnen we diverse monniken in het vizier nemen. Het is een mooi en groot klooster.

Na het bezoek gaan we lunchen, waarna ieder zijn eigen weg vervolgd voor de middag besteding. Met z’n drieën lopen we richting het oude, oorspronkelijke gedeelte van de stad. Onderweg komen we langs een markt, waar van alles te koop is: fornuiskachels, meubilair, kleding, huishoudelijke waren, fruit, specerijen etc. Het meest interessante was wel de tandarts die aan een tafeltje in de open lucht praktijk voerde en niet gefotografeerde wilde worden. Met angstaanjagend gereedschap werden tanden getrokken, stifttanden aangebracht etc, geheel onder pijnlijke gezichttrekken van de patiënt (amper verdoving?). Met z’n tweeën moesten we gelijk denken aan het bezoek dat we direct na de vakantie in Nederland aan de tandarts moeten brengen. Doorgelopen komen we in het oude Tibetaanse gedeelte van de stad en op de Tibetaanse markt. We bekijken rustig de markt en alle kleurrijke mensen en de diverse gezichten. Daarna lopen we door de oude, smalle steegjes, op ontdekkingstocht door de oude stad. Vervolgens lopen we door diverse interessante straatjes richting hotel. Onderweg ziet iemand nog een mooie motor waar ze best een ritje op wil maken. Het mocht echter niet van de Chinees; poseren voor een foto op de motor mocht wel, dus dan dat maar. ’s Avonds weer heerlijk gegeten bij de Tibetaan.


Dag 11 : van Shigatse naar Tsetang
De reis had één aanpassing die we in Kathmandu al te horen hadden gekregen. Omdat er door de regenval een brug was weggeslagen, konden we niet naar Gyantse. Daarom rijden we van Shigatse direct door naar Tsetang en zullen we een dag langer in Lhasa blijven. Omdat het best weer een lange reisdag is, vertrekken we weer bijtijds. Om. 6.45 uur zouden we in het hotel ontbijten, maar rond die tijd was het restaurant nog dicht en de receptie donker en verlaten. Na de nodige krachtige woorden werden de nodige krachten gemobiliseerd om het ontbijt aan te rukken. Met wat hulp van ons en later van de gids, kwam de ontbijtvoorziening goed op gang. Eén ober zag eruit alsof hij net uit bed kwam, z’n pyjama nog onder zijn uniform aanhad en de scheerzeep nog in z’n gezicht had. We werden wel jolig van het hele gebeuren, hetgeen zorgde voor een goede ochtendstemming. Met weinig vertraging konden we tegen 8.00 uur vertrekken. Vlak voor het middaguur stoppen we bij een wierook makerij. Het is een zeer primitieve onderneming aan de oever van een rivier. Het poeder wordt met een door waterkracht aangedreven houten schoepenradinstallatie vervaardigd. Omdat het hard geregend heeft, was enkele dagen ervoor een gedeelte van de installaties door het wassende water weggeslagen. Dat gedeelte werd nu herbouwd.

Na de lunch aan de kant van de weg (waar de plaatselijke jeugd als een zwerm vliegen op af kwam), vervolgen we de weg om het turkooizen meer te zien. Dit meer zouden we anders vanuit Gyantse op weg naar Tsetang gezien hebben, nu rijden we wat om het te zien. Het wordt een lange rit bergop, slingerend over een smalle weg waar het moeilijk passeren is voor tegenliggers. Onderweg komen we eindelijk ook een kudde yaks tegen, waarvan we natuurlijk foto’s moeten nemen. Boven op de bergpas, op 4794 meter hoogte stoppen we om het Yamdrok-Tso meer. Het meer heeft inderdaad een mooie turkooizen kleur en er is een schitterend vergezicht met besneeuwde bergtoppen op de achtergrond. Boven op de pas konden we ook op een mooi uitgedoste yak gaan zitten voor een leuke foto. Na dit schouwspel rijden we dezelfde weg bergafwaarts terug en vervolgen de route naar Tsetang. Daar komen we rond 19.00 uur aan. Hier wordt de flexibiliteit van de groep getest, omdat er te weinig kamers waren gereserveerd door de plaatselijke agent. Dit betekende met max. vier personen een kamer delen. Deze proef doorstond de groep met glans, waarna we konden dineren in het hotel. Probleempje: we waren laat voor Chinese begrippen en de bediening las of sprak geen woord Engels. Gevolg was dat bestellen 45 minuten duurde voor 8 personen, en na afloop duurde het afrekenen en wisselgeld halen ook ruim 20 minuten. Uiteindelijk toch lekker slapen en morgen gezond weer op…..


Dag 12 : Tsetang
De dag is vrij te besteden, met een facultatieve excursie naar het Yumbulhakang klooster (even buiten Tsetang) op het programma. De rit naar het klooster, zo’n 12 kilometer, gaat over een weg in aanleg, dus weer een ruig ritje. Yumbulhakang heeft de naam om het oudste gebouw van Tibet te zijn. Het is een klein klooster / fort, op een rotspunt in een vallei gelegen. In feite is het huidige gebouw een gerestaureerde kopie van het origineel dat in de Culturele Revolutie grotendeels door de Chinezen verwoest is. De locatie is schitterend en binnen krijgen we weer uitleg van onze gids. Buiten het gebouw treffen we een jonge Tibetaanse monnik die de belangstelling op ons had gericht en wel eens een stoere zonnebril en dito baseballcap op wilde hebben. Ook met ‘m op de foto was geen enkel bezwaar. Bij vertrek bleek onder aan de voet van de rots dat de monnik met een goed gevulde rugzak ons volgde. Hij was te voet op doortocht naar Lhasa. Toen we het dorpje aan de voet van de rots gingen bezoeken vervolgde hij zijn eigen weg. In het dorpje hebben we met de gids een huisje van een jong gezinnetje van binnen mogen bekijken. Tevens werden we getrakteerd op een heerlijk kopje zoute en vette yakboterthee (bah!). Het is fascinerend om te zien hoe en onder welke omstandigheden mensen daar wonen. Op de terugweg naar Tsetang hebben we nog een ander klooster bezocht: Trandruk.

Na een lunch in het hotel zijn we met een groepje de kora (pelgrimsroute) in de oude stad gaan lopen. Allereerst bezoeken we het 14e eeuwse Tsetang klooster, gevolgd door het Ngachö klooster met een zetel van de Dalai Lama. Vervolgens gaat de route omhoog een heuvel op, vanwaar een mooi uitzicht op de stad zichtbaar wordt. Boven tegen de heuvel bevindt zich het nonnenklooster, één van de weinige kloosters met vrouwelijke monniken. Het is een leuk en knus klooster, waar we gastvrij in de keuken werden uitgenodigd op een kopje yakboterthee. Met een kleine woordenlijst proberen we wat te communiceren, tot vermaak van de nonnen. Na een tijdje lopen we verder door de oude stad, richting het moderne Chinese centrum om vervolgens ieder zijn eigen weg te kiezen en nog wat rond te lopen of in het hotel te gaan rusten.


Dag 13 : van Tsetang naar Lhasa
Vandaag vertrekken we om 8.00 uur vanuit Tsetang richting Lhasa. Na een uurtje rijden stoppen we aan de rivier. Een veerpont moet ons naar de overkant varen om aan de overkant het Samye klooster te gaan bezoeken. We moeten de Tsangpo rivier oversteken. De Tsangpo is beter bekend als de Brahmaputra rivier die kronkelend door de Himalaya uiteindelijk door India in de Indische Oceaan uitmondt. De overtocht heen duurt dik 1,5 uur in verband met de sterke stroming. De terugtocht zou ruim twee keer zo snel gaan, omdat dan de stroming mee zit. Al met al geeft de tijd een goede indicatie voor de immense breedte van de rivier. Het Samye klooster is één van Tibet belangrijkste kloosters en was Tibet eerste klooster. De gids leidt ons weer door de verschillende verdiepingen en vertrekken van het (hoofd)gebouw. Helemaal boven in het gebouw waren tussen de balken verstopt kleine foto’s van de Dalai Lama aangebracht. Na de bezichtiging van het hoofdgebouw konden we gaan lunchen in een restaurant. In het restaurant stierf het van de vliegen, die de eetlust van iedereen bedierf. Bijna niemand had meer zin om te lunchen en hield het maar bij koekjes en cola. Omwille van het lange vervolg van de reisdag, wilden de meesten eerder weg dan gepland, om ook bijtijds in Lhasa te arriveren.

Onderweg naar Lhasa zijn we nog gestopt bij een dorpje waarop ambachtelijke wijze de oogst werd binnengehaald en verwerkt. Bij het uitstappen werden wij al een bezienswaardigheid en toen er het een en ander werd uitgedeeld leek het wel Sinterklaas en werd en niet meer gewerkt. Met enigszins gemengde gevoelens over de uitdeelactie werd de reis naar Lhasa vervolgd. Vlak voor Lhasa zijn we nog gestopt voor enkele belangrijke rotsschilderingen. Later begrepen we uit de reisgids dat 500 meter verderop van die plaats alle executies van ter dood veroordeelden wordt voltrokken…..

Na zessen rijden we Lhasa binnen. Ik was enigszins geschrokken van de overheersende Chinese invloed: van het oude Lhasa is minder over dan ik dacht. We blijken een hotel te hebben wat in het hart van het oude stadsdeel ligt, centraal voor alle bezienswaardigheden. Ons hotel ligt pal naast de Jokhang tempel, het religieuze centrum van Tibet, een betere plaats om te overnachten konden we ons niet wensen.
’s Avonds zijn we met de hele groep gaan eten bij Snowland Restaurant: heerlijk eten en uitstekende bediening.


Dag 14 : Lhasa: vrije dag (Jokhang)
Het verblijf in Lhasa, de hoofdstad van Tibet, begint met een vrije dag zonder geplande excursies. Even een rustpuntje in de reis, een moment om je eigen plan te trekken, de stad te verkennen en uit te slapen. Op ons gemak gaan we met z’n vieren om 9.00 uur richting Snowland Restaurant voor een heerlijk relaxed ontbijtje. Wakker worden bij een warm croissantje, een mok warme chocolademelk en goed gezelschap aan tafel. Dit wordt waarschijnlijk vaste prik ’s ochtends. Een uurtje later gaan we op ons dooie gemak richting Jokhang om die maar eens van binnen te gaan bekijken. De Jokhang tempel is het religieuze hart van Tibet. In het hart van de Jokhang staat het belangrijkste boeddhabeeld van heel Tibet. In de Jokhang lopen pelgrims de kleine kora (pelgrimsroute) binnen het complex, langs alle gebedsmolens. De kora moet met de klok mee gelopen worden, met gebedsmolen, gebedssnoer en onder het gemompel van diverse mantra’s, waarvan ‘Om mani padme hum’ de bekendste is. Het centrale gedeelte waarin het heiligste beeld van Tibet staat, bleek helaas gesloten. Daarvoor zouden we een andere keer terug moeten komen. We bekijken de rest van het complex en nemen ook de trap naar het dak. Vanaf het dak van de Jokhang heb je een geweldig uitzicht over de stad, het Barkhor plein voor de tempel en je hebt uitzicht op de Potala, het winterpaleis van de Dalai Lama. Na het bezoek aan de Jokhang zijn we de omgeving gaan verkennen: het oude stadsgedeelte met steegjes met diverse stalletjes, maar ook marktjes op plaatsen waar je het niet verwacht. Je blijft de ogen uitkijken.


Dag 15 (vrijdag 17 augustus): Lhasa: Potala
’s Ochtends brengen we met de hele groep een bezoek aan het winterpaleis van de Dalai Lama: de Potala. De toegangspoort van de Potala ligt op circa twintig minuten lopen van het hotel. Lhasa ligt op zo’n 3650 meter hoogte en de Potala ligt op een heuvel gebouwd, hetgeen inhoud dat we nog een stevig steil klimmetje van circa 200 meter hoogteverschil moeten maken, alvorens bij de ingang van het gebouw te komen. De bouw van de Potala is in 1645 begonnen met het witte gedeelte. Het gebouw bestaat uit een wit en een rood gedeelte. Het witte gedeelte bevat(te) de regeringsvertrekken en het rode gedeelte bevat(te) de religieuze vertrekken. Het rode gedeelte is geopend voor publiek, inclusief het dak. Binnenin het rode gedeelte bevinden zich ook de graftombes (chörten) van de vroegere Dalai Lama’s. De meest spectaculaire is die van de 5e Dalai Lama; deze is ruim 12,5 meter hoog en hierin is 3721 kilo goud verwerkt! Sommige delen hebben veel weg van schatkamers. Door de diverse gangen, trappen en vertrekken lijkt het soms ook wel een doolhof. Uiteindelijk komen we ook op het dak terecht, vanwaar een geweldig uitzicht over de stad te bewonderen is. Vanaf het dak begint een afdaling via allerlei trappen naar de uitgang, en vanuit de uitgang weer verder bergafwaarts tot aan de voet van de heuvel. Na de lunch lopen we met z’n vieren in een lichte motregen rustig richting het oude gedeelte van de stad. Daar bekijken we de diverse stalletjes eens en gaan nog wat drinken.

Laat in de middag stonden nog twee opties op het programma: een bezoek brengen aan het ziekenhuis en daarna een bezoek aan een blindeninstituut. Het Tibetan Traditional Hospital (Mentsikhang) bevindt zich dichtbij het Barkhor plein. Deze vestiging is de enige die gespecialiseerd is in traditionele Tibetaanse geneeswijzen. De onderzoekswijzen, diagnosemethoden en geneeswijzen zijn eeuwen geleden al op thanka’s (beschilderde doeken) vastgelegd. Studenten bestuderen deze thanka’s nog dagelijks om de oude kennis tot zich te nemen. Tevens wordt in de geneeswijze gebruik gemaakt van typisch Tibetaanse acupunctuur. Een arts legt ons de traditionele geneeswijze uit in de bibliotheek en laat vervolgens de kruidenapotheek zien.

Na dit bezoek gaan we naar het blindeninstituut, niet al te ver van ons hotel vandaan. De indruk die dit bezoek achteraf achterlaat doet veel tot dan toe opgedane indrukken enigszins verbleken. Het instituut is in 1998 door de Duitse Sabriye Tenberken (zelf in haar jeugd blind geworden) en de Nederlander Paul Kronenberg opgezet om blinde Tibetaanse kinderen een zelfstandig leven te leren leven en hen tevens te leren lezen en schrijven. Kinderen uit de bergen die blind zijn geworden of blind zijn geboren, worden vaak verstoten of als paria’s gezien. Het instituut leert de kinderen omgaan met de blindheid en het ten goede te gebruiken. De kinderen wordt in 2,5 maand tijd braille en spreken geleerd in het Tibetaans, Chinees en zelfs Engels! We zijn stomverbaasd dat de kinderen ons in het Engels toespreken en blij zijn ons te ontmoeten, dat in contrast tot de meeste restaurants waar het Engels een enorm gestuntel is. Sabriye laat ons het gebouw zien en vertelt hoe alles ontstaan is. Ze is van onze leeftijd of jonger en heeft een ongekende passie, gedrevenheid en doorzettingsvermogen. Haar daden, ondersteund door Paul laten een zeer diepe indruk achter en we hebben enorm veel respect en bewondering voor haar geslaagde project. ’s Avonds gaan we weer lekker eten in Snowland en daarna nog met een paar man gezellig in het Barkhor café nog een paar potjes toepen.

Dag 16: Lhasa: vrije dag
Vandaag is er de mogelijkheid om het klooster van Ganden te bezoeken. Echter: de rit duurt circa twee uur, bergop én met slecht wegdek. Kortom: een lange dag als je meegaat. Omdat een dag rust wel lekker is en er ook enige tempelmoeheid te bespeuren viel, hebben ik en enkele anderen besloten om toch niet mee te gaan en het die dag rustig aan te doen. Ik had nog een ander voornemen: eindelijk wat beweging zien te krijgen. Dit is te realiseren door de grote kora (pelgrimsroute) te lopen, de Lingkhor kora van 8 kilometer. Deze route voert door een groot deel van de stad, waardoor je ook wat meer van de stad ziet. Op de route liggen het oude stadsdeel met oa. de islamitische wijk, het nieuwe stadsdeel, de heilige berg (heuvel) met rotsschilderingen en de Potala. De route voerde ook in de buurt van het Lhasa Hotel; de enige plaats om op die dagen reischeques te wisselen, omdat de Bank of China een software-upgrade onder kantooruren aan het implementeren was en er daar geen mogelijkheid tot wisselen was. Uiteindelijk zijn we met z’n vieren de kora gaan lopen, met ook een ommetje naar het Lhasa hotel in de planning. Bij de heilige berg / heuvel worden we aangenaam verrast door de variëteit en hoeveelheid aan rotsschilderingen. Ook hier hangen weer de nodige gebedsvlaggetjes. Net voorbij de berg komen we bij de Muur met de 1000 rotsschilderingen; een naam die niets aan onduidelijkheid overlaat. Daar rusten we uit en zien nog een soort heilige ‘piramide’ waar je omheen kon lopen. Twee pelgrims duiden ons aan dat we er rustig omheen mogen lopen. Als we ze volgen, stopt één van hen plotseling en blijkt vervolgens een mier op te rapen en naast het pad te laten lopen, zodat die niet doodgetrapt kan worden! Waar we rusten komen we ook twee anderen van de groep tegen, die een deel van de kora in tegengestelde richting zijn gelopen (foute boel!). We besluiten om met z’n allen naar het Lhasa Hotel te gaan voor degenen die nog reischeques moeten wisselen: drie gaan er met de taxi en wij lopen natuurlijk. Een Thaise prinses blijkt uit een spandoek ook in het Lhasa Hotel te verblijven. Na het wisselen besluiten we er ook maar te lunchen. Het was een heerlijke lunch. Het huidige Lhasa Hotel is het vroegere Holiday Inn hotel. Dit werd ooit gerund door een Fransman, die al z’n doldwaze belevenissen in boekvorm heeft uitgegeven: dus het boek kopen in Nederland. We vervolgen na de lunch de Kora. Achter de Potala worden we verrast doordat daar een soort permanente kermis cq. pretpark blijkt te staan waar zelfs kamelen (of toch dromedarissen?) rondlopen. Door het oude stadsdeel komen we uiteindelijk weer uit bij het hotel.

’s Avonds gaan we eten bij een Tibetaans restaurant waar het eten in buffetvorm klaarstond. Ook werd er een folkloristisch optreden verzorgd, waar een traditionele yakdans werd opgevoerd. Leuk om te zien, al viel de kwaliteit van het optreden wat tegen. Na het optreden was het ineens afgelopen, stroomde het restaurant leeg en schalde er muziek van Abba en John Travolta door de luidsprekers van het restaurant. Een gezellig afzakkertje was er niet bij. Bij vertrek kregen we nog een wit gebedssjaaltje omgehangen. In de lobby van het hotel hebben we nog even zitten toepen om vervolgens naar bed te gaan, want morgen moeten we weer vroeg uit om niets te missen.


Dag 17: Lhasa: Yoghurt-festival bij Drepung
Om niets te missen van het grootse Yoghurt-festival (Shötun) bij het klooster van Drepung, moeten we weer eens vroeg het bed uit. Om 5.30 uur ontbijten en om 6.00 uur vertrekken we naar Drepung. Het klooster van Drepung was ooit met ruim 10.000 monniken het grootste klooster ter wereld. Nu leven er nog zo’n 600 monniken en is het nog steeds een groot complex. In het donker komen we aan bij de toegangsweg tot het klooster, zo’n 10 kilometer buiten Lhasa. Daar moeten we de bus uit, want die kan niet verder omhoog rijden tot de ingang vanwege de (verwachte) drukte. We moeten dus een flink eind bergop lopen. Als het op de weg te druk wordt, neemt de gids een binnendoor pad, door de bush-bush. Enkelen kunnen met een zaklamp wat licht schijnen en dit was op dat tijdstip (6.30 uur) wel nodig. De klim valt menigeen zwaar tegen en er moet de nodige keren gestopt worden om op adem te komen. We hebben in het donker geen idee waar en waarheen we lopen; we vertrouwen op de gids. Even na zevenen komen we in de ochtendschemer aan bij de ingang van het klooster. Het blijkt daar al aardig druk te zijn. Na het kopen van toegangskaartjes lopen we naar een mooi punt om te zien waar we zo vroeg voor zijn opgestaan: het ontrollen van een enorme thanka. Op een aardige afstand, maar wel goed zichtbaar, zien we hoe rond 7.30 uur wordt begonnen met het ontrollen van de thanka. De thanka is de afmeting van een klein voetbalveld! De inmiddels aanhoudende stroom (lokale) bezoekers zwermt als een hoop mieren uit over het feestterrein en om de thanka. Nadat de thanka volledig zichtbaar is, beginnen de monniken met gebeden en beginnen ze vanaf de top van de thanka op gebedshoorns te blazen. We lopen door het gedruis richting de thanka en besluiten ook een pelgrimsroute eromheen (dus naar boven en weer terug) te lopen. Dit levert een schitterend uitzicht op, alsmede ‘geelmutsen’ die bovenaan op de gebedshoorns staan te blazen. Weer terug aan de voet van de thanka gaan we op een trappetje zitten om het feestgedruis op ons gemak gade te slaan. Na verloop van tijd keren we terug naar het klooster, bekijken dat nog vluchtig en lopen vervolgens weer naar beneden, naar de bus. Dan blijkt pas goed hoe druk het op de berg bij Drepung is: het ziet zwart van de mensen. ’s Middags blijkt dat het anders zo drukke oude centrum van Lhasa ook erg rustig is: Drepung is de start van een algeheel volksfeest in Lhasa. Die middag hebben we weer rustig aan gedaan en wat geshopt voor souvenirs. ’s Avonds weer lekker gegeten bij Snowland, nog even een avondwandelingetje gemaakt en omdat het een lange dag was, redelijk bijtijds naar bed.


Dag 18 : Lhasa: Norbulingka en Sera
Op deze laatste dag in Lhasa staan er vanmiddag twee excursies op het programma, maar de ochtend is vrij. Dat betekent relaxed om 9.00 uur ontbijten. Daarna gaan we met zes man naar de tapijtfabriek. In de reisgids stond dit als de moeite waard om te bezoeken aangeschreven. Het fabriekje was ook niet al te ver lopen van het hotel. Na enig zoekwerk kwamen we erachter dat we aan het goede adres waren, maar helaas was de fabriek gesloten. Er kwam wel iemand aangelopen om de verkoopzaal te openen, maar dit had niet onze interesse: we hadden dus pech.

Na de lunch stond een excursie naar Norbulingka, het zomerpaleis van de Dalai Lama, op het programma. Het oudste deel van Norbulingka stamt uit 1755, een nieuwer gedeelte stamt uit 1956. Het nieuwe gedeelte bevat ook de enige officieel toegestane afbeelding van de Dalai Lama, en dit alleen omdat die in een muurschildering verwerkt is. Vanuit dit paleis is de huidige Dalai Lama voor de Chinezen het land uit gevlucht via Nepal naar India. We dachten dat het rustig zou zijn, maar het yoghurt-festival ging nog steeds door, nu in de tuinen van Norbulingka. Het zag dus zwart van de Tibetanen die al picknickend het feest vierden. Na een snelle rondleiding vertrokken we daarna naar de tweede excursie van die middag: het klooster van Sera met de debatterende monniken.

Het klooster van Sera bevindt zich even buiten Lhasa, net als Drepung aan de voet van het omringende Himalaya gebergte. Het laatste stukje weg bleek weer van de inmiddels beruchte abnormaal slechte kwaliteit. De monniken bleken al aardig opgewarmd te zijn er waren al volop op de binnenplaats aan het discussiëren toen wij aankwamen. We wisten niet wat we konden verwachten. Het bleken een soort één-tweetjes te zijn tussen twee monniken. De één zit op de grond en de ander staat. Het gaat er soms aardig fel op en de manier waarop gediscussieerd wordt lijkt soms meer op karate cq. handjeklap dan op discussie. De staande monnik slaat vanuit een soort karate houding in z’n handen voor de neus van de zittende monnik om de argumentatie kracht bij te zetten. Het is buitengewoon interessant om te zien en om toe te kijken, al heb je geen flauw idee waar ze het over hebben (domme toeristen die toekijken?). Ook is het leuk om te zien wat diegenen doen die even geen zin hebben: een groepje was met de gebedssnoer (soort rozenkrans) elkaars oorgrootte aan het opmeten en schoot in de lach toen ze in de gaten kregen dat wij hen observeerden. Na ook nog even het klooster van buiten te hebben bekeken (oa. divers mooie rotsschilderingen), zijn we weer richting Lhasa gereden. Daar hebben we voor de laatste keer genoten van het eten en de bediening in Snowland Restaurant.


Dag 19 : terug naar Kathmandu
Omdat het vliegveld van Lhasa zo’n 90 kilometer verderop ligt (op de weg naar Tsetang) en we op tijd op het vliegveld aanwezig moeten zijn, moeten we weer vroeg op. Om 5.30 uur ontbijten en om 6.00 uur vertrek om een kleine twee uur later op het vliegveld te arriveren. Vervolgens begint het wachten in te checken en alle bureaucratische checks te doorlopen. Een wat excentrieke dame mocht alle bagage met souvenirs uitpakken en alles werd grondig door de Chinezen gecheckt. Onze groep kwam er redelijk ongeschonden en vlot doorheen. Rond 10.00 uur vertrok het vliegtuig, een Boeing 757 van China Southwest Airlines, richting Kathmandu. De vlucht van schitterend. Op een hoogte van ruim 10 kilometer vlieg je over de bergreuzen van de Himalaya. Je had een uitzicht over het wolkendek, waaruit ineens enorme sneeuwpieken steken: de toppen van Mount Everest en omliggende reuzen van ruim 8 kilometer hoog steken grillig en imponerend door het wolkendek heen. Fantastisch om te zien!

Na een uur vliegen landen we voor de tweede keer op de luchthaven van Kathmandu. De klok gaat weer 2.15 uur terug, dus we landen rond 8.45 uur lokale tijd: de dag begint dus net in Nepal. Na alle spullen naar het hotel te hebben gebracht en na de lunch gaan we naar Pashupatinath, even buiten Kathmandu. Dit is het centrum van het Hindu geloof in Nepal, en… er was een festival gaande (we hadden weer mazzel!). Vrouwen waren in prachtig rood met goud gekleed en het was een kleurrijk geheel. Pashupatinath is ook de plaats waar de Hindu’s hun doden cremeren aan de oever van de rivier. Toen wij op het tempelcomplex aankwamen, lag er nog een en ander na te smeulen op een crematieplatform.

Na het bezoek aan Pashupatinath lopen we in zachte regen over gladde trappen naar het anderhalve kilometer verderop gelegen Bodhnath. Grappig dat geloven zo dichtbij elkaar liggen: in Bodhnath staat de grootste Boeddhistische stupa van Nepal. Na een kort bezoek gaan we met de taxi weer terug naar het hotel om daar uit te rusten.


Dag 20: trekking in de vallei van Kathmandu
Voor de liefhebbers, de meesten onder ons, is er vandaag een trekking georganiseerd in de vallei van Kathmandu: door de bergomgeving en rijstvelden. Om 8.00 uur vertrekken we voor een anderhalf uur durende busrit naar het startpunt van de trekking. Op het startpunt bleek het te regenen en betrok de lucht en ontstond er nevel. Gewapend met paraplu’s, poncho’s en regenjassen beginnen we te lopen. Het eerste gedeelte gaat langzaam bergop. Op het hoogste punt zit een restaurantje waar we wat drinken. Het was daar dicht bewolkt. De eigenaar liet foto’s zien van het uitzicht bij helder weer. We hebben voor de regentijd veel geluk gehad met het weer, maar vandaag betalen we de tol en hebben we pech. We lopen en lopen, maar het uitzicht blijft verpest door bewolking en regen. Op sommige stukken is het lastig klimmen, maar vooral nog lastiger dalen door gladheid vanwege de neerslag. Rond het middaguur stoppen we om het meegebrachte lunchpakketje op te eten. Ik heb lekker gelopen, maar m’n humeur is aangetast omdat ik weinig van het uitzicht kan genieten door de dichte bewolking. Aangezien er geen shortcut naar de bus is, moesten we de hele route van zes uur uit lopen, weer of geen weer. Gelukkig was het ’s middags af en toe droog en trok de lucht helemaal open en m’n humeur helemaal bij. Hoewel het van de zes uur lopen vijf uur regende, was de middag schitterend: lekker lopen en een mooie omgeving. We lopen door de bergen / heuvels, afgelegen dorpjes en langs knalgroene rijstvelden. Moe, nat, maar voldaan bereiken we de bus. De bus bleek niet op de afgesproken plaats te staan maar nog veel verderop, omdat de weg door de regenval amper begaanbaar was. We moesten zelf ook goed uitkijken waar we liepen en soms zakten we tot aan de enkels in de blubber. Tegen zevenen zijn we weer terug in het hotel. ’s Avonds gaan we met z’n tweeën gezellig eten bij de Thai, even weg van de groep.


Dag 21 : shoppen voor souvenirs in Kathmandu
Enkele anderen gaan ’s ochtends vroeg nog een keer naar Pashupatinath om de ceremoniële Hindoestaanse crematies mee te maken. Monique en ik zijn met z’n tweeën de stad ingetrokken om op het gemak langs alle winkeltjes te lopen en voor souvenirs te shoppen. Onderweg biedt een riksja rijder ons een ritje van een uur door de stad aan. Omdat we tijd genoeg hadden en nog niet in een riksja gezeten hadden, zijn we na afdingen op het bod ingegaan. Je zit met stomme verbazing achterin te kijken dat er geen ongelukken gebeuren. We rijden door de nauwe straatjes en stoppen bij een Hindoestaans tempeltje om dat even te bezichtigen. De berijder vertelde in z’n beste Engels over de stad en wat er te zien was. Richting de rivier bleek (alweer) een festival gaande te zijn en ons werd gevraagd of we dit wilden zien: waarom niet? Met grote moeite kwam de berijder heuvelopwaarts omhoog: afstappen en duwen. De festivalplaats was leuk om te zien en er was geen toerist te bekennen. Na rond gekeken te hebben, wilden we naar Durbar Square om te lunchen. De weg erheen had een lang stuk vals plat, waar onze berijder voor moest afstappen. Ik besloot om de rollen maar eens om te draaien en mijn eigen conditie te testen. Ik zei tegen de berijder dat ik dit stuk vals plat wel wilde fietsen en dat hij achterin plaats mocht nemen. Ik nam plaats op het zadel, hij twijfelde en liep eerst ernaast, maar kon het tempo toch niet bijhouden en stapte toch achterin. Boven aangekomen begonnen de smalle straatjes weer en mocht hij het weer overnemen. We werden netje bij Durbar Square afgezet en na een goede fooi namen we afscheid en gingen lunchen op het dakterras waar we de eerste dag ook gezeten hadden. Na de lunch zijn we rustig lopend door alle straatjes richting hotel gelopen en onderweg nog veelvuldig gestopt om te shoppen en geld te wisselen. Een leuke dag. ’s Avonds zijn we met de hele groep gaan eten en hebben we Jan, de reisbegeleider, bedankt voor zijn goede werk.


Dag 22 : terugreis naar Amsterdam
We moeten weer op tijd op het vliegveld zijn, dus 7.00 uur ontbijten en 8.00 uur vertrekken. Het inchecken verloopt vlot, al moet de bagage twee of drie keer door de scanners en worden we twee keer gefouilleerd: één keer bij de douane en één keer boven aan de vliegtuigtrap. Zelfs daar werd de handbagage voor de zoveelste keer nog eens ingekeken. Met enige vertraging vertrokken we uiteindelijk naar Islamabad. We stapten bij een temperatuurtje van 36 graden uit. De overstap was dit keer iets beter georganiseerd. Er kwam iemand die ons door het vliegveld loodste naar een aparte incheckbalie. Daar bleek dat men een lijst had met maar de helft van de namen van de groep: geen plaatsen in het vliegtuig voor de helft??? Het bleek een storm in een glas water, want men kon geen Engels lezen en had nog nooit gehoord van de page-down knop op de terminal. Een schermpje lager stonden de andere namen en die hadden ze vergeten ook af te drukken: iedereen kon mee. De volgende controles liepen, na enig vriendelijk aandringen en uitleg van de controles in Kathmandu, redelijk vlot. Ons aansluitende toestel was niet al teveel vertraagd en we verlieten Islamabad redelijk op tijd. Het was een non-stop vlucht van bijna acht uur en tegen acht uur ’s avonds landden we op Schiphol, Amsterdam. Na het afhalen van de bagage en van iedereen afscheid genomen te hebben, was ik net voor middernacht weer thuis.

Klantwaardering

9,0

Een fantastische reis: culturele bezienswaardigheden, induik...
Een fantastische reis: culturele bezienswaardigheden, induiken in de geschiedenis, fietsen en hiken in de natuur, vriendelijke interactie met de lokale bevolking, regionaal leren koken, KungFu met een echte Guru of ThaiChi of lekker bij de pool ontspannen. Zo gek als je maar wilt!

Barbara S. - 10,0
Terug naar boven