Zanzibar

Stroomafwaarts over de Zambezi (Paul Theroux)

Tijdens de extravagante Afrikaanse zonsondergang was de Zambezi dieprood, een weerspiegeling van de hemel, en het water glansde in lussen over het schemerzwarte landschap van de vlakte als een ader, zwaar van bloed. Dat levendige beeld van een ader leek passend voor de Zambezi, die gist van leven over zijn hele lengte van 2450 kilometer. "Wat een schitterende rivier," riep David Livingstone uit toen hij hem in 1855 voor het eerst bevoer. Veelzeggender was dat hij hem "Gods hoofdweg" noemde, een toegangsroute voor christendom en handel. Livingstone zag de toekomst van de Zambezi als een enorme verkeersweg, hij stelde zich voor hoe behoorlijk grote vrachtschepen de rivier op en neer voeren en welvaart brachten naar de binnenlanden van Afrika.

De hele Zambezi is beeldschoon, maar aan het begin van de middenloop wordt de rivier dramatisch, door de Ngonye-watervallen. Die watervallen, die niet zo beroemd zijn als de veel grotere Victoria Falls, zijn een toevallig ontmoetingspunt geworden waar buitenlandse toeristen Afrikanen ontmoeten in aanwezigheid van krokodillen en otters. De watervallen liggen een uur rijden ten zuiden van Mongu, of een dag rijden ten noorden van Katima Mululo in de Caprivi-strook van Namibië. Afrikaner families, voor het weekeinde over uit Namibië, trekken zwemvesten aan en worden met rubberbootjes overgezet naar eilandjes om te picknicken, terwijl vrouwen van de Lozi hun was doen aan de rand van het water en kinderen het roet van de kookpotten schuren met nat zand, en ineenkrimpen bij het geluid van de buitenboordmotoren.

De Zambezi ten noorden van Sioma of Maziba Bay valt buiten bereik van de meeste reizigers, maar te beginnen bij deze watervallen en vervolgens helemaal tot aan de Kanyemba aan de grens met Mozambique - duizend kilometer -, vind je de toeristen, de safarireizigers, de bungeejumpers, de wildwatervlotvaarders, de kanoërs, de wildkijkers, de reizende fijnproevers, de nieuwsgierigen, de vakantiegasten, de mannen die in de kapconcessies werken en het type onwetende vreemdelingen dat, als je ze vertelt over de schamele oogst in het westen, alleen maar zegt: "Tja, dat is hún probleem. De regering doet veel te veel voor die mensen." Petrus en ik volgden de zuidoever van de Zambezi, Zambia uit, Namibië binnen, waar de rivier modderig langs Katima Mulilo en Schuckmannsburg stroomde. Algauw waren we weer in Zambia, en Petrus nam afscheid van me en zei "Goede reis", in zijn eigen taal. Ik herinnerde hem aan het spreekwoord in het Chichewa: "Reizen is dansen." De vele stempels in mijn paspoort - elke keer dat ik de rivier overstak, kreeg ik er een - bewezen dat de Zambezi een grens was. De rivier stroomt door, of vormt de grens met, zeven landen. We waren van Zambia over de Caprivi-strook in Namibië gereisd, door naar Botswana, en weer terug naar Zambia via Zimbabwe. Het Zimbabwaanse stadje Victoria Falls is zichtbaar welvarender dan de zusterstad, Livingstone, aan de andere kant van de brug, in Zambia. Maar ik constateerde dat in Livingstone nog een ouder, aangenamer Afrika bestaat, en dat de Maramba-markt daar mensen aantrekt van kilometers uit de omgeving - Afrikanen die kleren kopen en hun haar laten knippen en voorraden inslaan, en toeristen van over de grens, op zoek naar koopjes.

Dit meest toeristische stuk van de rivier was ooit de frontlijn geweest in de oerwoudoorlog tussen de Afrikaanse soldaten van de politieke partijen ZANU en ZAPU. "De Zambiaanse oever van de rivier wemelde in de jaren zeventig van Zipra-vrijheidsstrijders," hoorde ik van Colin Lowe. Colin, die geboren is in Zuid-Rhodesië, en die tabaksteler was geweest toen het land Rhodesië heette, was nu touroperator voor kanotochten, en trad op als gids voor groepen toeristen over de Zambezi. Hij gebaarde naar de Zambiaanse kant en zei: "De kampen werden getolereerd door Kaunda, en er zaten heel wat guerrilla's ingegraven in de oever. De Rhodesische veiligheidstroepen zaten aan de andere kant - daar. Die schoten almaar, en wanneer het vuur werd beantwoord, zagen ze waar het vandaan kwam, en dan gingen ze helemáál tekeer."

Op de Zambiaanse oever, waar de guerrilla's ineengedoken hadden gezeten met hun plannen voor een invasie, zie je nu boerderijen en kleine hotels, en op de Zimbabwaanse oever, waar de veiligheids-troepen zich hadden ingegraven, ligt nu het Victoria Falls National Park met zijn grazende dieren. Colin bracht me per kano stroomafwaarts, en we zochten een weg tussen de groepjes nijlpaarden. Bij de Zambiaanse oever die het dichtst bij Livingstone Island lag, werd ik overgenomen door een smalle boot - op de Zambezi heet dat een 'bananenboot' - naar het eiland zelf. Ik beschouwde het als een bof dat ik de Victoria-watervallen kon naderen vanaf de rivier, en die nacht kampeerde ik midden in de Zambezi, zo dicht mogelijk bij de watervallen, op Livingstone Island. De ontdekkingsreiziger zelf heeft, in november 1855, ook gekampeerd op dit kleine stuk rots met palmen dat hij "Garden Island" noemde, en achteraf heeft hij geschreven: "Niemand kan zich, op grond van wat dan ook in Engeland, voorstellen hoe mooi het hier is."

Weinig uitzichten in Afrika kunnen het, wat zuiver fysieke schoonheid betreft, opnemen tegen de Victoria Falls. Voor me uit, voorbij de rotsen en de snel stromende geulen, hing de rook die ik al weken had gezien, van de bosbranden van de zwerfcultuur. Die rook rees vijftien meter boven de rivier en de rotsige rand van de kloof omhoog, en van dichterbij leek het eerder op de damp uit een heksenketel, roze in de schemering. Maar die visuele prelude had men niet voorbereid op het geluid dat even later opsteeg, toen de boot dichterbij kwam: een zacht gemompel dat uitgroeide tot een machtig gebrul, en ten slotte een industrieel gebulder, en een merkwaardig schurend geluid dat nooit ophield. Het is een oorverdovende motor van neerstortend water waarboven een regenboog hangt, van Zambia naar Zimbabwe, en boven die regenboog de oprijzende damp, musi oa tunya, "de rook die dendert". De Victoria-watervallen zijn snel: het vlakke water van de rivier daarboven haast zich langs rotsige eilandjes, en op de rand van de afgrond begint het water te bewegen wanneer het valt, en het verbreedt zich tot een wit, rafelig gordijn van schuim, en stort zestig meter neer, in woeste razernij.

De kloof is nauw. Als de waterval niet zo luidruchtig was geweest, had je kunnen praten met de mensen die aan de overkant in Zimbabwe lopen. Toen ik op het eiland kampeerde, hoorde ik alleen het geluid van vallend water, hoewel het even werd doorbroken door de stoomfluit van de trein op zijn weg over het andere uiteinde van de kloof. Wat de Victoria-watervallen zo luidruchtig, zo ogenschijnlijk rokerig, zo dramatisch maakt, is de slanke steilte en de grote diepte van de afgrond. Dat betekent ook dat je er bijna recht boven moet zijn om ze te zien, maar dat is gemakkelijk - ze zijn van beide kanten toegankelijk, en je kunt er zo dicht bij komen dat je de spatten op je gezicht voelt en een duizelingwekkende blik kunt werpen in de groenige diepte van de kloof. De schaduwen van de rivier en het schuim maken dat het op marmer lijkt, als de vloer van een paleisgang.

'Stroomafwaarts over de Zambezi' is een fragment uit het gelijknamige verhaal opgenomen in 'Frisse lucht'. Een heerlijk dik boek met 600 bladzijden lees- en reisgenot van Paul Theroux, waarin hij zijn belangrijkste reisstukken van de laatste tien jaar heeft gebundeld. Ze zijn gerangschikt naar onderwerp als Reizen door de tijd, China en Reisboeken, waarin zowel zijn eigen boeken aan bod komen, als die van collega's. Er ontstaat tevens een mooi portret van Paul Theroux als reiziger. (Atlas, f 49,90.)



Aan de informatie in deze artikelen en verhalen kunnen geen rechten ontleend worden.
Terug naar boven