Midden Oosten

Souvenirs en schatgravers (door Maarten J. Raven)

De man en vrouw aan de andere kant van mijn bureau zagen er nog heel gebruind uit. “Net een week terug uit Egypte”, legden ze uit, “en dit hebben we meegenomen. Is het echt?”

door Maarten J. Raven

Rijksmuseum van Oudheden
Voorzichtig rolde ik de versleten badhanddoek uit waarin het voorwerp was gewikkeld. Het was een heel kwetsbaar houten plankje met grote wormgaten, dat duidelijk eeuwen in de woestijn had gelegen. Op één van de kanten van het plankje prijkte een heel verfijnde schildering in tere kleuren. Mag_10najaar_pv_souvenirs_schatgravers01Over de voorstelling zaten wat vegen van aarde of modder, die suggereerden dat het pas kort geleden uit de grond te voorschijn was gekomen. Maar wacht eens: die voorstelling van een echtpaar achter een offertafel, dat was toch een scène uit het bekende rotsgraf van Sennefer in Luxor? Hoe kan daar nu een verkleinde kopie van op een houten plankje staan? Toen ik beter keek en er een vergrootglas bij haalde, begreep ik het. Op het plankje was een snipper van een reisbrochure geplakt met een illustratie van dit graf. Als je goed door de modderlagen heen keek, zag je de stippeltjes van de offsetdruk: een techniek die in het Oude Egypte toch echt onbekend was. En zo waren ook deze toeristen weer vakkundig opgelicht door de handige souvenirverkopers van Luxor.

Zet er de zaag maar in !
Dit soort bezoekjes van toeristen, verzamelaars of kunsthandelaars hebben we in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden bijna iedere week. Vroeger hadden we daarvoor een aparte taxatiemiddag, maar het is in de praktijk handiger als mensen gewoon even bellen of mailen voor een afspraak. We doen dat geheel kosteloos, want het heeft ook voor ons vaak voordelen. Als je regelmatig geconfronteerd wordt met de vraag of iets echt of vals is, leer je je eigen kritische vermogens ontwikkelen. Verder blijf je op de hoogte van de nieuwste trucjes van de vervalsers. En af en toe zitten er natuurlijk voorwerpen tussen die echt de moeite waard zijn, en die soms zelfs voor onze eigen collectie kunnen worden verworven. Maar dat zijn zeldzaamheden. Zo was daar een keer die kunsthandelaar (zijn naam zullen we hier beter maar niet noemen). Hij had een paar kleine voorwerpen meegenomen, stuk voor stuk echt maar niet heel erg bijzonder. Toen liet hij nog een foto zien: “Dit was een beetje te groot om mee te nemen.” Een spectaculaire mummiekist, geheel beschilderd en puntgaaf. Daarbij van een zeldzaam type waarbij je als museumman meteen denkt: is dat niet wat voor ons? Maar dat zeg je natuurlijk niet meteen tegen een handelaar, dus je vraagt eens: “Mooi, maar waar staat deze nu? Kan ik hem eens in het echt zien?” “Jawel, maar dat gaat nog even duren. Deze kist staat nu nog in Egypte. Om hem hier te krijgen moet ik hem in drieën zagen. Jammer eigenlijk, hè?” Mijn mond viel open van verbazing. Deze man was zo naïef mij een kijkje te gunnen in de keuken van de kunstsmokkelaars. Grote voorwerpen meenemen? Geen probleem: zet er de zaag maar in, zodat het past in de koffers van piloten (die worden toch niet gecontroleerd), en dan zet je het in Nederland gewoon weer in elkaar. Er zijn genoeg verzamelaars (en zelfs musea in landen als Japan of Zwitserland) die geen vragen stellen bij zulke rare zaagsnedes dwars door een voorwerp!

Mag_10najaar_pv_souvenirs_schatgravers02
Export oudheden verboden
Deze twee voorbeelden geven ongeveer de twee uitersten weer van wat mensen meenemen uit Egypte. Aan de ene kant de goedwillende toerist, die thuiskomt met een vervalst prul. Aan de andere kant de gewiekste handelaar die weet hoe hij de controles kan omzeilen. De meeste mensen zitten daar natuurlijk tussenin. Ze nemen wat eenvoudige amuletten of scarabeeën mee, of van die bekende geglazuurde lijkbeeldjes in mummievorm. Een enkeling komt met stukjes beeldhouwwerk, liefst koningskopjes, of met kalksteenscherven vol hiërogliefen. En gelukkig zijn de meeste zaken hartstikke vals. Gelukkig? Ja natuurlijk! Weet dan niemand dat de koopwoede van al die miljoenen toeristen de clandestiene opgraving van duizenden jaren oude grafvelden tot gevolg heeft? Of dat zelfs hele scènes van beschilderde grafwanden bruut worden uitgehakt en in verkoopbare stukjes gebroken? Het is daarom dat Egypte in 1983 een wet heeft uitgevaardigd die de export van alle oudheden verbiedt. Bovengenoemde kunsthandelaar was dus net zo goed in overtreding als iedere toerist die een eenvoudig scarabeetje koopt. Het mag gewoon al bijna dertig jaar niet meer! Wie door de Egyptische douane wordt gesnapt, heeft pech en verliest niet alleen zijn aankoop maar ook het recht om Egypte nog eens te betreden.

Kopen of niet kopen?
Het verzamelen van Egyptische oudheden is daarmee niet onmogelijk geworden. Alleen moet je zulke zaken niet in Egypte zelf kopen, maar in Europa of Amerika bij bona fide kunsthandelaren of op veilingen. Toch weet iedereen die de krant leest, dat ook daar het ene na het andere schandaal speelt over voorwerpen die toch recent uit Egypte zijn gesmokkeld. Het is heel moeilijk te bepalen wat nog gekocht kan worden en wat niet. In het algemeen nemen musea de datum van 1970 aan, toen Unesco een aanbeveling deed over het tegengaan van illegale kunsthandel. Wat vóór die tijd al buiten Egypte in omloop was, kan gerust gekocht worden. Aankoop van wat daarna het Nijlland heeft verlaten is eigenlijk niet ethisch, en dat geldt zeker voor de termijn van na 1983. Dat maakt het verzamelen van Egyptische kunst tot een hachelijke zaak. Niet alleen ben je al gauw handlanger van grafrovers en andere louche types, ook word je gemakkelijk het slachtoffer van vervalsers. Dat overkomt zelfs professionele handelaren. Zo was er die relatie van ons museum die bij me kwam met een bijzonder houten voorwerp. Twee zijden van een houten kistje die nog aan elkaar zaten, beide van buiten beschilderd. “Dit is nageschilderd van het beroemde dodenboek van Any in het British Museum.” Alweer viel de decoratie al gauw door de mand. In één minuut kon ik een plaatje uit een boek ernaast leggen om het te bewijzen. Maar wat was er nou toch met dat kistje aan de hand? Beide plankjes hadden aan de binnenkant een verdiepte sleuf. En de plankjes zaten met een zwaluwstaartverbinding aan elkaar, een techniek die in Egypte nauwelijks werd gebruikt. Ineens ging mij een licht op. “Dit is het duurste Bruynzeel keukenlaatje dat ik ooit heb gezien!”

Rondreizen Egypte.

Daarom Djoser

  • Veel individuele vrijheid
  • Gemak van een groepsreis
  • Kleine groepen
  • Oog voor cultuur & natuur
  • Scherpe prijzen
  • Nederlandstalige reisbegeleiding


Bij Djoser zit je goed!

Lees meer

Terug naar boven