Noord-Amerika en Oceanië

Alaska, Amerika's laatste wildernis

De trip met de MV Aurora van Whitthier naar Valdez duurt een kleine vier uur. Het is bewolkt maar droog en het zicht is goed. Het gaat hier weliswaar om een veerboot, maar de tocht haalt het niveau van een heuse Alaskacruise.

Met grote regelmaat zien we scholen vliegende vissen over het wateroppervlak van de Prince William Sound scheren en ook vertonen zich regelmatig zeeotters. Een paar passagiers, met betere verrekijkers of een grotere verbeeldingskracht dan ik, zien zelfs een walvis. Maar ik ben al heel content met die voortdurend vervliegende
watervliegtuigjes. “Mooi hè?”, grijnst een medepassagier met een exemplaar van Alaska for Dummies in zijn hand. “Ik lees hier net dat ze in Alaska zesmaal zoveel piloten en zestien maal zoveel vliegtuigen hebben als in de rest van Amerika. En da’s ook wel logisch, als je nagaat dat 75 procent van de staat onbereikbaar is over de weg.”

Na aankomst in Valdez, tegen half acht ’s avonds, moeten we nog een kleine twee uur rijden naar ons overnachtingadres in Copper Center. Dat gaat door onherbergzaam terrein, maar over een prima weg en met nog net genoeg daglicht om te kunnen constateren dat de lodge waar ons bed staat schandalig mooi is gelegen. Uitzicht op de bossen van Wrangel-St. Elias National Park en de verderop gelegen hellingen Mount Drum.

Elanden en berenjongen

Drie dagen later. Bij het doorkruisen van Denali National Park moet je een beetje geluk hebben. En dat hebben we niet, zo lijkt het. Natuurlijk, de toendra en Mount McKinley in de verte zijn woest en ongenaakbaar. Maar je komt hier natuurlijk voor het wildlife. Lange tijd moeten we het doen met wat plukjes nerveuze schapen die op een helling staan te kleumen, maar op driekwart van de rit krijgen we zowaar de gelegenheid om - van een afstand, dat wel - een eland te spotten, en tegen het eind wordt onze bus zelfs omsingeld door een peloton padvindertje spelende berenjongen. “Ik ken verschillende mensen die altijd zonder tent in Denali kamperen, gewoon in een slaapzak onder de blote hemel”, zegt Cindy, de park ranger die ons op onze trip door Denali begeleidt. “Maar als ik bedenk dat ook de vaders en moeders van deze jongens in de buurt rondscharrelen, vind ik dat toch altijd een minder aantrekkelijke gedachte.” Niet dat Cindy een watje is overigens. Ze woont in een blokhut zonder stromend water en elektriciteit, met alleen een houtvuur als verwarming en ze is al veertien jaar gids/chauffeur in Denali. Maar met beren moet je gewoon niet spotten.

Tralies tegen beren

De meeste bezoekers komen naar Alaska voor de imposante natuur, en gelijk hebben ze. Maar iedereen ontmoet op zijn reis door de staat op zijn minst een handvol fascinerende, kleurrijke bewoners. Alaskanen, da’s een slag apart. De meesten zijn niet in de staat zelf geboren, maar komen van buiten. Ze zijn naar Alaska gekomen om iets te vinden dat elders in de VS niet meer bestaat.

“Ik wilde mijn hele leven al naar Alaska. En nu wil ik er nooit meer weg”, grijnst Rick Simo de volgende dag, als we hem aanspreken tijdens zijn straatvegerswerkzaamheden, ergens op een parkeerplaats bij een uitkijkpunt. “Ik
kom uit Pennsylvania, waar ik 25 jaar mijnwerker ben geweest. Toen ik vijf jaar geleden met pensioen ging, heb ik al mijn spullen in een trailer geladen en heb in 19 dagen de 9000 kilometer naar Alaska afgelegd. Het eerste jaar heb ik daar in een tent gewoond, terwijl ik een blokhut bouwde van zelf omgehakte bomen. Ik had het geluk dat het die winter zelden kouder werd dan min tien. Als ik niet voor de State Parks werk, zoals nu, jaag ik op vossen, wolven en veelvraten. Fantastisch! Ik leef echt middenin de natuur. Ik heb tralies voor mijn ramen om de beren buiten te houden, en als ik ’s avonds in bed lig hoor ik tien meter verderop een eland knagen of een troep wolven rondscharrelen. Eenmaal heb ik oog in oog gestaan met een beer. Boy, wat een ervaring! Ik had hier 25 jaar eerder moeten komen.’

Beren spotten

Brooks Camp is een kleine nederzetting, middenin de bossen van de Alaska Peninsula, het schiereiland dat uiteindelijk uitloopt in de Aleoeten. Daar bevindt zich Brooks River, en in de rivier een van de beroemdste watervallen ter wereld. Niet omdat hij zo spectaculair oogt, maar omdat bijna alle foto’s en films van zalm vangende beren bij die waterval zijn gemaakt. Brooks Camp maakt deel uit van Katmai National Park en om zowel de beren als de bezoekers te beschermen sterft het er van de park rangers. Dat is handig, want zij kunnen je precies vertellen waar je de grootste kans hebt beren te zien. Elk jaar in juli keren grote scholen zalmen terug van zee en zwemmen de Brooks River op, om in het bronmeer van deze waterstroom kuit te schieten en na vervulling van dit levensdoel vredig te sterven. Beren zijn van dit feit uitstekend op de hoogte. Dus stellen ze zich elke julimaand parmantig in slagorde op, bovenaan Brooks Falls. Daar hoeven ze bij wijze van spreken hun bek maar te openen en de opspringende zalmen vliegen naar binnen.

Zalm maakt loom

Ik breng een paar uur door op de verschillende platforms, die zich alle een meter of drie boven de grond bevinden. Soms moet je een flinke tijd wachten tot zich een beer wenst te vertonen, dan weer wandelt er eentje doodgemoedereerd bijna onder je door. Net als ik zin krijg om een hapje te gaan eten in het eetcafé van het kamp, Bruin Lodge, blijkt dat mijn weg terug wordt afgesloten door drie beren die langs het pad liggen de slapen, loom geworden van de vele zalmen die ze
hebben verorberd. Ik was al voor dit fenomeen gewaarschuwd, maar het had
me wel erg toevallig geleken als het zich juist nú zou voordoen.

“Sorry folks, maar we zullen moeten wachten tot ze wakker worden en uit zichzelf weggaan”, aldus een montere park ranger, zelf net terug uit Bruin Lodge. “We proberen hier zo weinig mogelijk in de natuur in te grijpen. De mens is hier te gast, dat begrijpen jullie.” De ranger kijkt op zijn horloge. “Nog iemand die had willen lunchen? De keuken sluit over tien minuten.” Alaskaanse humor. “Wat stond er vandaag eigenlijk op het menu?”, vraag ik hem, meer uit verveling dan nieuwsgierigheid. En meteen als ik de grijns op zijn gezicht zie, besef ik dat ik het antwoord had kunnen weten. “Gegrilde zalm! Verser dan hier krijg je ze niet!”

Daarom Djoser

  • Veel individuele vrijheid
  • Gemak van een groepsreis
  • Kleine groepen
  • Oog voor cultuur & natuur
  • Scherpe prijzen
  • Nederlandstalige reisbegeleiding


Bij Djoser zit je goed!

Lees meer

Terug naar boven