Suriname, 20 dgn - september 2011
Reisverslag rondreis Djoser Suriname
Dinsdag 13 september 2011:
Om iets over 9 uur vertrek ik naar Schiphol. De reis naar Schiphol verloopt voorspoedig en daar ontmoet ik Gerrit, die ik ken van eerdere Djoser rondreizen. Na het inleveren van de bagage (inchecken had ik al via internet gedaan) konden we nog van een bakje koffie en een broodje genieten en daarna begon ook het boarden. Tijdens dit boarden en de zit in het vliegtuig goed rondkijken of we al groepsgenoten tegenkomen, maar helaas (alhoewel na later blijkt zaten er 2 vlak achter ons). De vlucht ging verder prima.
Eenmaal geland op luchthaven de Zanderij, welke overigens een desolate indruk maakte omdat het volledig leeg was, komt de tropische warmte ons meteen tegemoet ondanks dat het er al 17.30 uur was en de zon dus bijna onder was. Ook de paspoortprocedure en de bagageafhandeling liepen gesmeerd, waarna we de groepsgenoten ontmoeten bij het verlaten van de luchthaven. De groep is bijna vol met totaal 19 deelnemers (er was 1 annulering op het allerlaatste moment). We werden opgewacht door Jane, een aardige dame die als lokale reisleider voor Djoser opereert.
Tijdens de ruim 1 uur durende busrit van de Zanderij naar Paramaribo, geeft Jane een korte uitleg over het verloop van de reis en dat het schema van de reis iets is omgegooid omdat de mensen in Suriname nu vakantie hebben (het is droge tijd van begin september tot november, dus een perfecte periode voor vakantie).
Na aankomst in hotel Blue Heaven, de verdeling van de kamers, welke overigens meer dan prima zijn, en een uitgebreidere uitleg door Jane op het dakterras van het hotel, ben ik met nog 3 reisgenoten naar ’t Vat gewandeld (op 5 minuten wandelafstand) om te genieten van het eerste en vast niet laatste Parbo-biertje. We hadden nog geen Surinaamse dollars (SRD), maar met euro’s betalen was er ook geen probleem. Om 23.00 uur het heerlijke hotelbed opgezocht.
Woensdag 14 september 2011:
Toch wel lekker geslapen voor een eerste nacht. Eerst maar eens naar huis bellen om te zeggen dat ik veilig ben aangekomen. Na Paul bereik ik als 2e het dakterras waar het ontbijt wordt geserveerd. Het is pas 6.30 uur, dus zo kunnen we langzaam wennen aan de warmte. De temperatuur is om deze tijd al ruim 28 graden en veel kouder zou het de hele vakantie eigenlijk ook niet worden (deze temperatuur wordt alleen ’s ochtends voor zonsopkomst gehaald. Overdag schiet de temperatuur vrijwel elke dag ruim boven de 35 graden).
Voor vandaag staat een stadswandeling op het program welke om 9.00 uur begint en begeleid wordt door onze lokale reisbegeleider voor de komende 11 dagen, Kenneth. We wandelen in de bloedhitte o.a. langs Fort Zeelandia, het door de Unesco op de werelderfgoedlijst geplaatste stadsgezicht Waterkant, het onafhankelijkheidsplein waaraan teven het presidentieel paleis staat, lokale markten en enkele kerken. Opvallend in Paramaribo is dat een synagoge en moskee gebroederlijk naast elkaar staan en zelfs gebruik maken van elkaars parkeerfaciliteiten. Iets waar de Surinamers terecht trots op mogen zijn. De pittige bui van een kwartier gaf alleen tijdens de bui zelf verkoeling, maar direct daarna begon de zon alweer stevig te branden, waardoor het alleen nog maar benauwder werd. De wandeling eindigde om 14.00 uur bij ’t Vat, waar vrijwel iedereen ook zijn lunch bestelde.
Met nog 5 anderen besloten we terug te gaan naar het centrum om ansichtkaarten te kopen. Dit bleek makkelijker gezegd dan gedaan. Een speurtocht bracht ons uiteindelijk bij een boekenwinkel waar ze wel ansichtkaarten hadden, maar geen postzegels. Het postkantoor bleek al gesloten, dus er was nog maar 1 lokatie waar we terecht konden voor postzegels: Ready Tex (hier hadden we ook terecht gekund voor de kaarten), de souvenirshop van Paramaribo. Bij een koffietentje (met airco) snel de kaarten geschreven, voorzien van 3 postzegels en bij het postkantoor op de brievenbus gedaan. Iets simpels bleek uiteindelijk meer dan een middag werk te worden, want pas om 17.00 uur waren we terug in het hotel. Na een opfris douchebeurt en nog ff wat gebabbeld te hebben met groepsleden die ook op het dakterras aan het relaxen waren, zijn we in eerste instantie met zijn 4-en naar restaurant/eetcafe Zus&Zo gewandeld, welke we waren tegengekomen tijdens de wandeling door de Palmentuin (Zus&Zo zit er recht tegenover). Maar we bleken ‘gevolgd’ te zijn door een ander deel van de groep, die het ook wel aansprak om daar te gaan eten. En zo werden er een hoop tafels bij elkaar geschoven en at ¾ van de groep bij Zus&Zo. Erg gezellig en ook erg lekker!
De hitte i.c.m. de twee wandelingen en het tijdsverschil werken aardig vermoeiend, dus tegen 21.00 uur waren we alweer terug in het hotel. De komende 2 nachten slapen we in een hangmat, dus een beetje extra slaap kan geen kwaad.
Donderdag 15 september 2011:
Na het ontbijt de kleinere tas inpakken, welke nodig is voor de komende 10 dagen binnenland van Suriname (Boven Suriname). Je kan/mag dus niet je volledige bagage meenemen. Om 9.00 uur vertrokken we in onze rijdende snelkookpan (bus zonder airco) via de zuidmarkt van Paramaribo naar Domburg. Hier aangekomen stappen we over in een boot (korjaal genoemd). De bagage werd wel per bus naar de volgende accommodatie gebracht, dus deze hoefde gelukkig niet mee op de boot. Gelukkig had de korjaal een dak waardoor de zon niet direct op je hoofd brandde en de vaarwind zorgde voor wat verkoeling. Onze gids Kenneth zat voorop de boot en liet de boot stoppen als er iets bijzonders te zien was aan de waterkant. De tocht over de Suriname-rivier was erg mooi. Na 2 uur varen de eerste stop: de voormalige leprakolonie. De restanten van deze kolonie zijn sinds het verlaten in de jaren 70 volledig door de jungle opgeslokt en het kost Kenneth dan ook de nodige moeite om met zijn kapmes een weg door de vegetatie heen te banen. Duidelijk was wel dat patiënten en verplegend personeel er gescheiden verbleven. Het wild wat we zagen bestond uit bijzonder agressieve mierenvolken die graag hun kaken zetten in een paar blanke voeten.
Na nog een uur varen arriveerden we rond 15 uur in Overbridge, een kleine nederzetting aan de rivier. We blijven hier twee nachten in een hangmat en onder een klamboe. Deze moet je zelf ophangen, dus een cursus knopen was nodig. Als late lunch een broodje kroket en bitterballen gegeten. Daarna alle tijd om wat te gaan zwemmen achter de netten die zijn opgehangen tegen de piranha’s. Straks rond een uur of acht gebruiken we het gezamenlijke diner. De maaltijden worden vergezeld door een djogo. Zo noemen ze hier een literfles Parbobier. Zo heb je ook de halve en mini djogo. Na deze late lunch hebben we de hangmatten met klamboe dus opgehangen en dat dit met wisselend resultaat ging, mag duidelijk zijn. Maar waar nodig assisteerde Kenneth je graag. Sommigen hadden een eigen variant bedacht van knoppen en hadden hun hangmat met wel 10 knopen vastgemaakt. Daarover later meer…..
Tegen 19.00 uur werd het diner geserveerd in buffetvorm. Tegen 21.30 uur vond iedereen het wel mooi geweest en kon het gedoe met de hangmat beginnen. In het aardedonker je spullen zoeken en klaarzetten: vooral je zaklamp is erg belangrijk. Het lijkt erg lekker liggen in een hangmat en heel relaxt, maar er een paar uurtjes voor je lol in liggen is wel degelijk anders dan er in te moeten slapen. De positie die eerst zó lekker ligt, begint irritant te worden, verkrampen je spieren en draaien zit er niet in. De beste methode: beetje schuin gaan liggen, zo lig je ietwat recht en niet met een kromme rug.
Vrijdag 16 september:
Na een toch niet hele beroerde nacht komen ’s ochtends de verhalen: Mat is na een nachtelijk bezoek aan de WC niet geheel vlekkeloos in zijn hangmat gekomen, maar belandde met zijn kont op het harde beton en Paul’s hangmat zakte, ondanks zijn 10 knopen, zo ver door dat hij gewoon op de grond aan het slapen was.
Na het ontbijt vertrokken we om 8.00 uur met de korjaal naar de Jodensavanne. Deze plek werd al in 1684 door de kolonisten (destijds Engelsen) aan de Joden toegewezen, die daar hun nederzetting bouwden. Door de zandgrond wordt regenwater gezuiverd en is deze goed drinkbaar. Hier werd destijds dankbaar gebruik van gemaakt. Er zijn nog restanten van een synagoge en Joodse en niet-Joodse begraafplaatsen.
In het indianendorpje Reti Doti en de lokale ‘supermarkt’, waar we enkele koude djogo’s soldaat hebben gemaakt, bezochten we een schooltje waar uit Nederlandse boeken les wordt gegeven. Kinderen leren Sranan Tongo van hun ouders en andere kinderen, maar op school wordt standaard les gegeven in het Nederlands.
Na de terugtocht met de korjaal, nog even heerlijk verkoeling gezocht in de Surinamerivier en nog wat gerelaxt in het gemeenschappelijk deel van de accommodatie. Na het diner pakte Kenneth zijn gitaar en werden er nog leuke liedjes gespeeld, welke enkelen van ons konden meezingen. Tegen 22.00 uur de hangmat in.
Zaterdag 17 september
Een hangmat went snel. Ik heb al stukken beter geslapen dan de eerste nacht en dat waren ook wel de geluiden bij de rest van de groep. Het is wel een belevenis hoor, dat slapen in een hangmat. Na het ontbijt en het opruimen van de hangmat en klamboe, om 10.00 uur (de hele vakantie door hadden we late vertrektijden; ben ik niet gewend van Djoser reizen) vertrek naar Brownsberg via de stuwdam van het Brokopondomeer. Bij Brownsweg, een dorpje aan de voet van Brownsberg, zijn we overgestapt in een 4-wheeldrive bus en dit was niet voor niks! Ongeveer een uur lang wordt je heen-en-weer geslingerd in de bus die alle kanten op vliegt. Eenmaal aangekomen op Brownsberg, kregen we de lunch uitgereikt en konden we deze eten met een geweldig uitzicht over het Brokopondomeer. Hierna werden de kamers verdeeld. De accommodatie was zeer eenvoudig (stapelbed). Er was (nog) geen waterdruk omdat de elektra niet werkte en dit was vanwege een stroomstoring in het dorp.
Om 14.00 uur startte Kenneth met de wandeling naar de Ireneval, een waterval op ca. 1½ uur wandelen. Een mooie, maar pittige wandeling waarbij we o.a. een luiaard, een landspuntslang en apen hebben gezien. Kenneth’s uitleg over het gebruik van planten en bomen door de oorspronkelijke bewoners is indrukwekkend. Bij het bereiken van de wonderschone Ireneval, worden wandelkleren snel omgewisseld voor zwemkleding en wordt genoten van het frisse water van de waterval.
De wandeling terug zorgde ervoor dat je binnen 10 minuten alweer snakte naar het frisse water, maar je moet toch terug en al helemaal voor zonsondergang. Gelukkig kon je terug op eigen gelegenheid en kon je dus een hoger (en dus minder vermoeiend) tempo aanhouden. Eenmaal terug op de accommodatie bleek er nog geen elektra (en dus waterdruk) te zijn. Maar de djogo’s waren wel goed koud, dus begonnen we maar eens aan een verkoeling van binneuit! Daarna vulden we emmers met regenwater en gooiden we deze over ons heen als douche. Uiteraard is het water koud (soort van), maar dat is helemaal niet erg. In de keuken werd het eten gekookt bij kaarslicht en zo werd er uiteindelijk ook gegeten ’s avonds. Wel heel sfeervol. Femke had nog een kaartspel met mysteries bij zich en met enkelen van de groep speelden we dit spel nog tot 22.30 uur en toen werden de (stapel-) bedden opgezocht.
Zondag 18 september:
Nog voor zonsopkomst had Kenneth al pannen water op het vuur gezet om koffie te kunnen maken. Een goed begin van de dag! Vannacht was de elektra ook weer hersteld, wat er in resulteerde dat kamergenoot Gerrit eruit moest om onze kamerverlichting uit te doen.
Om 9.30 uur vertrek voor een wandeling naar de Witti-kreek. Het verzoek om eerder te beginnen aan de wandeling om zo de ergste hitte voor te zijn werd afgewezen door de beheerder van de accommodatie. Vroeg opstaan houden ze blijkbaar niet van hier in Suriname.
Voor de wandeling van slechts 3,8 km. staat op de heenweg 2 uur gepland, terwijl dit nog bergaf is. Wederom kregen we van Kenneth uitleg over (medicinaal) gebruik van enkele bomen en planten en vond hij soms gifkikkers (waar ik wel 3x mijn ogen voor moest knipperen om hem te zien) en mega-grote spinnenwebben. De paardenvliegen, die vooral tijdens de droge tijd erg actief zijn in de jungle, maken het stilstaan tot een enorme happening. De beesten steken namelijk fel en trekken zich niks aan van DEET. Je moet jezelf en een ander dus goed in de gaten houden en controleren op deze felle stekers. Regelmatig deel je een tik uit aan een groepsgenoot of incasseer je zelf een tik om een beet te voorkomen.
Eenmaal aangekomen bij de Witti-kreek tegen 12.00 uur, hees vrijwel iedereen zich weer in zijn/haar zwemkleding om te genieten van het koele water. Ter plaatse werd ook meteen de meegenomen lunch verorberd.
Gezien de heenweg, wist iedereen al wel dat het een helse terugweg zou gaan worden. Niet zozeer de afstand, maar de stijging van de wandeling i.c.m. de benauwde hitte zijn toch zaken waar je rekening mee moet houden. De einde van de wandeling is pas op 10 meter van het einde zichtbaar. Daarvoor lijkt het nog een oneindig lange weg uit de jungle. Dat de djogo daarna goddelijk lekker was hoef ik vast niet uit te leggen. Daarna lekker onder de koude douche afspoelen en droge kleren aantrekken. Meteen maar even wat t-shirts wassen in de ‘FA for men’ en uitspoelen en te drogen leggen in de zon. De rest van de middag lekker hangen, lezen, praten en wat drinken. ’s Avonds kip met rijst en kouseband gegeten, iets wat eigenlijk de afgelopen dagen en de komende dagen ook op het menu staat. Toch nog ff het kaartspelletje van Femke gespeeld en dan toch maar naar bed.
Maandag 19 september 2011:
We worden wakker en aaaai… wat zien we nu: Het heeft geregend vannacht: ineens besef ik me dat mijn was bijna droog…. was. Paul, José en Loes zitten al lekker te genieten op hun terras van de zonsopkomst die in enkele minuten gaat komen. Snel fototoestel pakken, kopje Nestlé oploskoffie erbij en genieten van de zon die opkomt aan de andere kant van het Brokopondomeer! Al snel verschijnen er meer groepsgenoten en terecht.
Nog voor het ontbijt nodigt Kenneth de groep uit voor een hele korte wandeling om op zoek te gaan naar de brulapen die ons al enkele nachten uit onze slaap houden, maar deze wandeling levert helaas niets op. Na ontbijt staat nog een wandeling gepland naar een plateau, maar gezien de opkomende hitte en de busreis naar Ston-eiland die daarna volgt zie ik af van deze wandeling en geniet van de rust van de omgeving. Het grappige dat tijdens deze periode dat de helft van de groep aan het wandelen is, er wel een aap verschijnt in de boom bij het hotel!
Wederom de hobbel-de-bobbel busrit vanaf Brownsberg van een uur, leidt ons naar een supermarkt in Brownsweg, waar we een pitstop houden. Hierna naar Ston-eiland gereden. Ston-eiland is een schiereiland aan het Brokopondomeer. Na enige onduidelijkheid over de kamerindeling en na het nuttigen van de lunch in de vorm van een broodje kip, vertrekken we aan het eind van de middag om op piranha’s te gaan vissen. Na ca. 20 minuten varen werd de boot aanvankelijk aangemeerd aan een eiland, maar al snel bleek dat de plek niet geschikt was. Daarom zijn we met 2 boten het meer opgegaan om daar te gaan vissen in dieper water. Wat aas in de vorm van kip aan de bamboehengel en vissen maar! Als een van de gevangen vissen van de haak ontsnapt en in de boot valt zijn de inzittenden in lichte paniek. De venijnige kaakjes zoeken naar bewegende tenen in de open schoenen. Kenneth vangt het beest uiteindelijk dat evenals zijn voorgangers door een forse macheteslag aan zijn einde komt. Uiteindelijk keren we met 9 gevangen piranha’s terug naar Ston-eiland waar de kok ze morgen zal klaarmaken.
Na het diner besloot vrijwel iedereen naar bed te gaan en/of nog wat te gaan lezen. Met een klein groepje zijn we naar het strand te gaan om sterren te kijken: tsjonge wat zijn het er veel, die zie je bij ons nooit! In de verte zien we het flitsen, maar een theorie van Kenneth is dat het niet zou gaan onweren vannacht omdat de sterren helder zijn.
Dinsdag 20 september 2011:
Kenneth had absoluut geen gelijk….. Vannacht kwam het echt met bakken uit de hemel en onweren dat het deed.
Gerrit en ik besluiten na het ontbijt onze vuile was in een ton met water en een stuk zeep te leggen laten weken. Hopelijk doet de zeep z’n werk goed! Vandaag staat de dorpswandeling door Brownsweg op het program. Brownsweg is eigenlijk een verzameling van 7 Marondorpen, waarvan enkele naar Brownsweg zijn verplaatst in 1965 vanwege de aanleg van de Brokopondodam. Aldaar gewandeld en geleerd van de lokale gebruiken. Het eerste dorp heeft een heuse medicijnman. We bezoeken hem en mogen alle vragen stellen, maar foto’s maken is er niet bij. Er zitten patiënten bij. De medicijnman leert het van vader op zoon. Hij is de tussenpersoon tussen de god en de geest van de hulpvrager, maar schrijft ook medicijnen en kruidenbaden voor. Met de snelle boten varen we tussen de oude bomen die al sinds 1964 boven het meer uitsteken. De stammen die onder water bleven, worden nu als eerste klas hout gewonnen en verkocht. Een kwestie van onder water zagen.
Na terugkomst op Ston-eiland genoten van een heerlijke Saotosoep (een gevulde soep met kip, gebakken aardappelreepjes, een hard gekookt ei en bouillon). Om af te koelen hoef je niet in het Brokopondomeer te zijn, want het water moet minstens 28 graden warm zijn. Toch ga je het water in, want het voelt wel als een soort afkoeling. Daarna lekker in de schaduw hangen met wat drinken en wat knabbels erbij.
’s Avonds staat wederom rijst met kip op het menu, maar daarna werd het gezellig omdat Kenneth buiten bij het strand aan het meer een kampvuur heeft gebouwd. Hij zat al klaar met zijn gitaar en ook hier werden wederom leuke liederen gespeeld en meegezongen.
Woensdag 21 september 2011:
Na de koffie, het traditionele ontbijt (bruin/wit brood, eieren, kaas, komkommer en tomaat; Mélánie is een goede kok) en het tas inpakken, tegen 9.45 uur per bus vertrokken naar Boven Suriname ten zuiden van het Brokopondomeer. Het zou een busrit worden van 3 uur, maar omdat de Chinezen druk bezig zijn het wegdek van asfalt te voorzien, was het maar 2 uurtjes rijden. Onderweg eigenlijk alleen gestopt bij een watermeloenverkoper, waar enkele meloenen zijn gekocht en verdeeld onder de groep. Opvallend is hoe weinig je van dit soort tentjes langs de weg tegen komt. In Azië, maar ook veel andere landen in Zuid-Amerika, struikel je er bijna over, maar deze man lijkt bijna de enige aan de lange weg tussen Ston-eiland en Atyoni. Tegen 11.45 uur aankomst in Atjoni. Atjoni is de uitvalsbasis voor vele vele Maronsdorpen die ten zuiden van het meer liggen. In Atjoni doen ze hun inkopen, laden het in hun korjaal en brengen het naar hun dorp. Marons zijn de nazaten van de slaven die na de afschaffing van de slavernij het oerwoud ingetrokken zijn. Ze leven in kleine nederzettingen die veelal onzichtbaar zijn vanaf de rivier. Aan het hoofd van een dorp staat de kapitein en deze wordt geassisteerd door meerdere basha’s. Een kapitein ben je voor het leven.
Na een korte boottocht per korjaal komen we aan in het vakantieressort (stel je van het woord ressort niet te veel voor) Danta Bai, waar we 3 nachten verblijven. Om 16.30 uur vertrek naar een grote stroomversnelling om te badderen, dus hebben we nog even de tijd om in de Surinamerivier bij het resort te badderen. Niet heel koud, maar het geeft toch wat verkoeling. Om 16.30 uur dus per korjaal naar een nog grotere stroomversnelling iets verderop. Het was daar bijzonder mooi! Maar door de stroomversnelling in de rivier wordt je alle kanten opgesmeten met als gevolg dat bijna geen cm2 van mijn huid onbeschadigd is gebleven, maar we hebben wel lol gehad! Bij terugkomst in het ressort meteen het dinerbuffet (hé bami met kip dit keer ) en eigenlijk weer erg vroeg naar bed. Eerst wel alles controleren op ongedierte, want de vogelspinnen, padden en meer van dat spul kruipt werkelijk overal rond.
Donderdag 22 september 2011:
Om 9.15 uur vertrek per korjaal naar 2 Maronsdorpen waar Kenneth een wandeling heeft georganiseerd. De wandeling was erg leuk en interessant. De mensen zijn nog echt 1 met de natuur, maar zijn erg bijgelovig. Het is er wel bloedheet, waardoor een groepsgenoot besluit haar handen af te laten koelen bij een kraantje die in aan grote tank met regenwater zit. Een moment later heeft ze het kraantje in de hand en spuit het regenwater uit de tank met volle kracht tegen haar aan! Na een verbouwereerd ogenblik kon ze de tank toch nog zelf repareren, maar shirt en broek waren doorweekt. Iedereen lachen natuurlijk, maar als enige had zij het nu niet warm!
We leren hoe cassavebrood gebakken wordt. Puur alleen cassavemeel, geen toevoegingen. We horen veel over planten en vruchten. Op de terugweg spotten we een kaaiman. Het dier lijkt opgezet, maar de blinkende tanden zijn vlijmscherp. De camera's klikken. Bij onze slaapplek is ondertussen een groene leguaan gevangen. Het dier van wel een meter lang verdwijnt uiteindelijk in een zak. De inlanders hebben een bijzonder maal.
Bij terugkomst in Danta Bai had Mélánie een heerlijke zoete cassavesoep voor ons klaargemaakt. Een van de beste maaltijden van de vakantie! De rest van de middag alle tijd om weer lekker te hangen, te badderen, te lezen, kortom relaxen. Tegen 16.30 uur begon de rondleiding door een modern Maronsdorp. Het oorspronkelijke Maronsdorp is door de Binnenlandse oorlog van Suriname (Brunswijk-Bouterse) volledig in de as gelegd, waardoor een nieuwer modern Maronsdorp is opgericht.
Net na zonsondergang kwamen de anderen terug en zijn we direct gaan eten en na enkele Parbo’s naar bed gegaan.
Vrijdag 23 september 2011:
Na een onrustig nachtje door onweer en heel veel regen zaten we om 7.00 uur weer paraat voor een bakje koffie en een uurtje later voor het ontbijt. Gebleken was dat niet alle huisjes even waterdicht waren. Enkele bedden zijn midden in de nacht verplaatst om te voorkomen dat het een waterbed zou worden. Om 9.00 uur aan de wandeling begonnen waarbij Kenneth weer verteld over het gebruik van planten en bomen. O.a. het vlechten van muren bij gebruik van een soort palmblad, de waterliaan (komt gewoon goed drinkwater uit), de rubberboom, de telefoonboom (er tegen slaan creëert een hol geluid dat op afstand goed te horen is) en de kankantree (de heilige boom voor de Marons). Dat Kenneth zelf een bijgelovig Maron is blijkt wel uit het feit dat hij altijd zo snel mogelijk weg wil bij een kankantree. Hij voelt zich er niet op zijn gemak. Verder tijdens de wandeling ook apen (kapucijnerapen) gezien. Terug met een korjaal wat op ons lag te wachten. De lunch was een heerlijke saotosoep. Rest van de middag ter vrije besteding. Enkelen besloten mee te doen aan een avontuurlijke canope (met zip-lines). Om 19.30 uur diner met dit keer aardappelpuree, kip van de BBQ en een koolsalade met scherpe pindasaus. Het was dan ook ons afscheidsdiner in Boven Suriname. Er was een culturele avond georganiseerd met een lokale band die Maronsmuziek zou spelen. Na een half uurtje spelen kregen de bandleden ruzie, waarschijnlijk over de te spelen muziek, dus dat was snel afgelopen. Snel werd besloten een kampvuur te maken en Kenneth speelde nog een vrolijke noot op zijn gitaar.
Zaterdag 24 september 2011:
Vandaag verhuisdag terug naar Paramaribo. Even nog de rekening betalen van 3 dagen Danta Bai (voornamelijk bier en cola, want het water werd verstrekt).
Vanuit de boot naar Atyoni direct de bus in die ons naar Paramaribo rijdt. Een pitstop voor de lunch in Brownsweg gehad, waar de meegenomen lunch werd verorbert. Door met de bus en de volgende stop was nabij de aluminiumfabriek genaamd Suralco. Suriname is rijk aan bauxiet, de grondstof voor aluminium.
Enkele kilometers verder stopten we nog even bij het Clarence Seedorfstadion. Een stadion die door de voetballer Clarence Seedorf is gebouwd ter stimulering van het jeugdvoetbal in Suriname.
Niet heel veel later kwamen we aan in het Blue Heaven Hotel in Paramaribo. Iedereen kreeg weer exact dezelfde kamer toegewezen als de eerste overnachtingen, wel zo leuk!
Daarna lekker douchen. Alle vuil van de binnenlanden (je douchet daar vaak gewoon met rivierwater) eraf spoelen, om er na het afdrogen achter te komen dat er nog vuil achterblijft op de handdoek. En er stroomde al bruin water de goot in!
Nog ff snel naar huis bellen om te zeggen dat alles goed met me gaat, tsjonge die airco is wel lekker zeg! Hierna naar ’t Vat gewandeld waar al enkele groepsgenoten aan het genieten waren van een koele versnapering en al snel volgden nog meer groepsgenoten.
Omdat het inmiddels tijd was om te gaan eten, besloten we met totaal 4 personen een taxi te nemen en een Chinees op te zoeken. Chinees klinkt gewoon, maar ook zij behoren tot een van de culturen die bij Suriname horen, omdat zij destijds als contractarbeider door de Nederlanders naar Suriname werden gebracht. Het Chinese restaurant (Lucky Twins) heeft echt Chinees eten en niet dat wat wij Chinees eten noemen. Gezien de enorm uitgebreide menukaart, besloten we de chef van het restaurant de vrije hand te geven in de maaltijd. Geen gekke keus, want we kregen van alles en nog wat! Wontons, loempia’s , Pekingeend, zoet-zure kip etc. etc. Heerlijk! Voor omgerekend € 10 incl. drankjes waren we klaar en genoten we een 3-gangen menu. De ober was eigenlijk een excentriek figuur, dus dat zorgde voor voldoende vermaak van onze kant. Om 21.30 uur terug in het hotel en na wederom een douchebeurt slapen in de koelte van een airco.
Zondag 25 september 2011:
Ik heb het onzalige idee opgevat om naar fluitende vogeltjes te gaan kijken. Op het Onafhankelijkheidsplein voor de ambtswoning van Desi Bouterse verzamelen zich steeds meer zangvogelsportmannen, die te voet, fiets, brommer of per auto aankomen. Ze hebben allemaal een of meer kooitjes bij zich met een vogeltje. Het is een heel ritueel. Een stok in de grond, het kooitje eraan of toch eerst even met het kooitje buurten bij een ander zangertje achter de tralies. Er komen steeds meer mannen, die de drie soorten vogels strikt gescheiden houden. De verkopers van vers zangzaad aan de halm doen goede zaken. Dit gebeuren is een zeer serieuze aangelegenheid hoor. Een jury van twee luistert hoe vaak de vogel binnen een bepaalde tijd een "haal" maakt. Een korte afgeronde melodie met in elk geval een hoge noot erin. De vogels zijn veel geld waard. Er zijn er bij die 5000 euro doen.
Om 7.30 uur neem ik, met nog 3 andere reisgenoten (Gerrit, Mat en Femke) afscheid van de groep (voor zover ze al wakker zijn) en stellen ons voor aan onze nieuwe gids: Chafid. Chafid is onze reisleider voor de komende 3 dagen naar Frans Guyana. De rit naar de grens was bijzonde slecht, maar doordat we nu in een klein busje zitten (met airco!), heb je er iets minder last van. Tegen 11.00 uur bereiken we Albina, de grensplaats van Suriname aan de Marowijnerivier die de natuurlijke grens vormt tussen beide landen. Na het uitchecken bij de douane van Suriname, de boottocht en het inchecken in Frans Guyana (in Saint Laurent du Maroni), kan de reis voort worden gezet richting hoofdstad Cayenne. Frans Guyana (FG) is een overzees Frans departement en behoort tot de EU. Daarom is de euro er ook het wettige betaalmiddel en spreekt iedereen er Frans. Een bezoek aan dit land is als Nederlander dan ook vrij eenvoudig, want meer dan je paspoort heb je eigenlijk niet nodig (af en toe schijnt er gevraagd te worden naar een bewijs dat je bent ingeënt tegen gele koorts).
Het eerste bezoek is aan het deportatiekamp van St. Laurent. Hier kwamen in de 18e en 19e eeuw de Franse schepen aan die gevangen bij zich hadden die niet meer naar Frankrijk mochten terugkeren. FG was een strafkolonie. Sommige gevangenen waren levensgevaarlijk en hadden een levenslange straf en werden doorgevoerd naar de Duivelseilanden (hierover verderop meer) en anderen konden in dit kamp hun straf uitzitten, waarna ze werden geacht de overzeese kolonie te bevolken. Papillon is een van de bekendste gevangenen.
Hierna volgde nog een autotrip van ca. 3 uur naar Cayenne, waarbij we alleen een korte pitstop hielden bij een klein dorpje voor de lunch: stokbrood wat anders? We verblijven in Cayenne omdat in Kourou, door lancering van een satelliet 2 dagen eerder, de hotels vol zijn geboekt door wetenschappers en andere belangstellenden.
Bij aankomst in de hoofdstad viel op dat het er wel heel erg rustig is. Okee, het is zondag, maar toch!? Vrijwel alles is gesloten. De hoofdstad heeft overigens slechts 50.000 inwoners, dus stel je er niet te veel van voor. Maar de typisch Franse huizen, rotondes met Franse beelden in het midden doen je echt meteen denken aan de inrichting van een gemiddeld Frans dorp.
Na een korte opfrissing in het hotel, stelde Chafid voor om door het stadje te wandelen. Dit was verder een leuke wandeling door Cayenne, waarbij we af en toe een stop maakten voor een drankje op het terras. De zoektocht naar een restaurant was een grotere opgave. Want op zondag blijken er eigenlijk alleen Chinese restaurants open te zijn, met 2 uitzonderen: Palmistes (waar we eerder al wat hadden gedronken) en Hippopotamus (vrij sfeerloos maar met airco). We besloten naar Palmistes te gaan, sfeervol restaurant en we konden in er in de binnentuin zitten. Heerlijk Europees gegeten! Redelijk bijtijds naar bed, want morgen om 7.00 uur vertrek!
Maandag 26 september 2011:
’s Ochtends op naar de dichtstbijzijnde boulangerie voor een ontbijt. Bij de boulangerie hadden ze de lekkerste verse broodjes (zoet of hartig en al dan niet belegd) en lekkere Nespresso koffie. Precies om 7.00 uur vertrek naar Kourou (rit van een uur) waar we aan boord zullen gaan van een catamaran die ons in een uur tijd naar de Duivelseilanden zou brengen. De catamaran was werkelijk prachtig en erg groot. Met ons zaten er nog andere mensen aan boord, maar gezien de grootte van het schip had je echt geen last van elkaar.
Na een uur legden we aan bij Illes Royal (eiland Royal), waar Chafid ons middels een wandeling e.e.a. vertelde en liet zien. Ile Royal behoort tot 1 van de 3 eilanden die vaak de Duivelseilanden worden genoemd (de andere eilanden zijn Ile du Diable en Ile St. Joseph). Op het eiland bevinden zich (herstelde) restanten van een gevangenis (waar bekende gevangenen als Dreyfus en Papillon hebben gezeten) en de diverse huizen van bewakers, commanant en kerk en ziekenhuis. Verder waren er op het eiland apen te zien (van dichtbij) en schilpadden die langs de waterkant van hun zeegras genieten.
Op het eiland konden we nog even van onze lunch genieten, alhoewel het pas 11.00 uur was. Om 12.30 uur terug op de kade om opnieuw op de catamaran te gaan voor een tochtje rond de 3 eilanden. Van deze 3 is alleen Ile du Diable niet toegankelijk per boot. Na de rondvaart, meerden we aan achter Ile St. Joseph waar je heerlijk kon zwemmen in het koele en vrij heldere water. Meteen ging ook de rumfles open en werden er cocktails voor je gemaakt (ach wat is het leven toch slecht).
Na even afgekoeld te zijn, nam Chafid ons mee voor een wandeling over eiland Ile St. Joseph. Op dit eiland staan eveneens ruïnes van gevangenissen, maar hier mag je officieel niet komen. Niet dat je de ruïnes afbreekt, maar er staan veel palmbomen met kokosnoten en als er 1 op je hoofd valt: auw! Maar zelfs de museumbeambte op het vorige eiland vertelde dat je gewoon onder het hekwerk door moet om de ruïnes te aanschouwen, iets wat we dan ook maar hebben gedaan. Meteen vonden we enkele kokosnoten met vocht, dus met vereende krachten werden de kokosnoten ontdaan van hun ‘jas’, waarna zowel het sap als het vruchtvlees met smaak werden opgegeten.
Eenmaal terug op de catamaran en terugvarend naar Kourou, werd de boot begeleid door dolfijnen! Iets wat volgens Chafid zelden of nooit voorkomt (hij doet al 2 jaar de excursies naar FG). Hebben wij even geluk! Na een uurtje terugvaren, een uurtje terugrijden en wat tijd om op te frissen in het hotel maar eens op zoek gegaan naar een leuk restaurantje. Een zoektocht leidde tot een leuk tentje waar we een pizza hebben gegeten.
Dinsdag 27 september 2011:
Vertrekdag uit FG. Om 7.00 uur weer eerst naar onze boulangerie voor lekkere broodjes én koffie! Vertrek om 8.00 uur uit het hotel, richting museum voor de ruimtevaart in Kourou. In Kourou worden ook de (Europese) satellieten de ruimte ingeschoten en er bevindt zich dus een lanceerstation en soort van museum. Het museum geeft inzicht in de geschiedenis en hedendaagse techniek van de lanceringen. Gelukkig zijn de teksten ook in het Engels gepubliceerd.
Daarna terug naar St. Laurent du Maroni, uitchecken in FG, boottocht terug naar Suriname en aldaar weer inchecken. Na een kwartiertje wachten kwam de groep ons ophalen. Zij zijn in de tussentijd naar het noordwesten van Suriname geweest (Nickerie e.o.). Iets verderop stopte de bus alweer om ons uit te laten stappen voor de boottocht naar Galibi. In Galibi kun je eigenlijk alleen per boot komen. Alle bagage en voedsel en drank voor de komende dagen wordt in een grote boot geladen en er wordt een stuk zeil overheen getrokken zodat deze niet nat wordt. Nat wordt? Ja… dat was onze gids even vergeten te melden. Je wordt gegarandeerd nat tijdens deze boottocht. Hmmm…. Ach het is toch 40 graden, wat kan ons gebeuren, bovendien is het toch te laat: de tassen zijn al ingepakt. De boot is goed en wel vertrokken en dat wat niemand verwacht gebeurd: een zware tropische bui valt op ons neer. Het deel van de groep uit Nickerie was hierop voorbereid en had poncho’s aan. Voor de FG-gangers zat er niets anders op dan in elkaar te kruipen en de harde regen zo min mogelijk pijn te laten doen. Na een kwartiertje hield de hoosbui op. Ik heb het voor het eerst deze vakantie zelfs een beetje fris gehad tijdens deze bui. Afijn, t-shirt uitwringen boven de rivier en op laten drogen in de zon die inmiddels alweer fel aan het branden is. Wat zien we nu: ai… nog een bui! Twee buien op 1 dag? Dat is een tegenvaller! En wederom laat Moeder Natuur zien wie het eigenlijk voor het zeggen heeft. Gelukkig houden we de sfeer, met het zingen van enkele waterliedjes, er wel in! Wederom na een kwartier is het weer droog en begint de zon te schijnen. Drijfnat komen we na ca. 1¾ uur varen (degene zonder poncho) aan in Galibi. Snel de boel uitladen uit de boot, door een ketting van mensen te vormen. Accommodatie ziet er meteen al goed uit: direct gelegen aan het water, zandstrand en ligbedden. De kamers worden verdeeld en na even relaxen wordt om 19.15 uur gefloten voor het dinerbuffet. Om 20.30 uur speelt gids Jeffrey (Galibi heeft haar eigen gids; Kenneth is in Paramaribo achter gebleven) met zijn band een potje lokale/inheemse muziek. Om 22.00 uur is het mooi geweest en zoekt iedereen zijn slaapkamer op, maar bij het binnenkomen van deze slaapkamer: poeh wat warm. De wind, die eerder nog zorgde voor enige verfrissing, is gaan liggen en dat was goed te merken.
Woensdag 28 september 2011:
Na dus een warme nacht toch maar tegen 6.45 uur op, kopje koffie en ontbijtje. Eten hier in Galibi is erg goed vergeleken met Boven-Suriname. Hier wordt, i.t.t. Boven Suriname, wel en ook veel fruit bij de maaltijden geserveerd. Om 10.00 uur met de boot naar de zandbanken. Deze staan met eb vrij van water en er kan op gewandeld worden. De contouren van de zandbank zijn wel erg mooi.
Hierna met de boot doorgevaren naar de overkant van de Marowijne rivier, naar FG. Het is geen officieel bezoek, want we stempelen dit keer niet uit Suriname en/of in FG. Hier een onderzoekstation en museum voor schilpadden bezocht. De zeeschilpadden leggen jaarlijks eieren op de stranden van zowel Galibi als aan de overzijde van de rivier in FG. Er stond een skelet opgesteld van een zeeschildpad. Hierna moesten we op het strand even wachten tot het weer vloed zou worden, want de boot kon niet verder doordat zandbanken de vaarweg versperren. Dus van de nood een deugd maken: zwemmen! Na een uurtje of wat gaf de bootsman aan te kunnen vertrekken. De rest van de middag kon je zelf gebruiken om wat te relaxen, lezen, zwemmen of luieren en wat te gaan drinken. Om 16.30 uur stond een dorpswandeling door Galibi op het programma, waarbij we ook langs/door de plaatselijke dierentuintje kwamen. De eigenaar heeft o.a. 3 verschillende apensoorten, een baby-anaconda, 2 luiaards, een toekan, boshaas, wilde zwijnen, papegaaien, een vogelspin en een panter-achtig beest. Bijna alle beesten liet hij ook los en je kon er mee op de foto komen als je dit wenste.
Vervolg van de wandeling ging langs allerlei huisjes en dorpse tafereeltjes. Bij een lokale supermarkt bestond nog de mogelijkheid om een gekoeld drankje te drinken, dus ach…. Bij zonsondergang waren we weer terug. Op tijd om op te frissen en te gaan eten (bami, macaroni, kousenband, ei en scherpe saté). Niet veel later begon de culturele avond georganiseerd bij de opa en oma van Jeffrey. Hier ging de lokale bevolking in indianenkleren en met wat ook echt als indianenmuziek klonk te spelen. De vrouwen dansen en de heren maken de muziek. Je mocht zelfs nog meedoen! Bij terugkomst zijn de laatste koele drankjes opgemaakt, zodat we die morgen niet meer mee terug hoeven te nemen, wel zo praktisch. Tegen 22.45 uur naar bed, maar dit keer wel gaan slapen met klamboe omhoog om toch nog enige wind te kunnen voelen. Dan maar goed insmeren met DEET.
Donderdag 29 september 2011:
Zonder klamboe slapen is me goed bevallen. Toch al om 6.10 uur wakker. Tijd voor een frisse ochtendduik. Ik was niet eens de eerste! Na deze dip in de Marowijnerivier snel fototoestel pakken voor een mooie zonsopkomst met een bakje koffie erbij. Na het ontbijt de tas inpakken; we gaan weer terug naar Paramaribo. Jeffrey maakt nog een rondje met ons door het dorp, omdat we nog niet het hele dorp hadden gezien. Nu zien we o.a. de kerk, de polikliniek en de school. Maar dan is het ook echt tijd om te vertrekken uit Galibi. Via een, gelukkig, iets drogere boottocht (en poncho aan) terug komen we na 1,5 uur aan in Albina. Daar aangekomen krijgen we onze lunch uitgereikt. Haast vanzelfsprekend is dit rijst en kip. We moesten nog even wachten op de bus, maar daardoor hadden we wel de tijd om even door Albina te wandelen.
Nadat de bus (met airco!) was gearriveerd, zijn we in ca. 4 uur teruggereden naar Paramaribo. Aan de weg wordt hard gewerkt, maar deze bestaat tot nu toe uit bijna alle verschillende deklagen die ik ken (soort van asfalt, zand, bauxiet en puin), waardoor een hoge gemiddelde snelheid niet wordt gehaald. Tegen 17.30 uur terug in het hotel. Even vlot opfrissen en op naar ’t Vat, na eerst nog wat geld te hebben gewisseld. Na enkele drankjes hebben we besloten om daar gemakshalve ook maar te gaan eten: hamburger en patat. Erg lekker, zeker na weer enkele dagen rijst met kip. Tegen 22.30 uur terug in het hotel. Het hotel besloot om 23.15 uur maar eens een belronde te houden, om iedereen er van op de hoogte te stellen dat we morgen om 7.45 uur klaar zouden staan voor de fietstocht. Beetje jammer, want ik lag net zo lekker te slapen.
Vrijdag 30 september 2011:
Vandaag staat een ‘zware’ fietstocht voor de boeg. Niet zozeer de afstand (ca. 40 km), maar fietsen op het heetst van de dag in de volle zon maakt het zwaar.
Tegen 8-en met gids Kenneth vertrokken naar de fietsverhuur-man die op 5 minuutjes wandelen gevestigd is. Snel een fiets uitgezocht en jawel, de mijne had als enige fietstassen. Bleek in die fietstassen een reparatiesetje en een fietspomp te zitten, dus ik werd meteen bestempeld als de wegenwacht-man. De fietsen zijn verder prima voor de vnl. vlakke rit. Iedereen zocht een fiets uit de bij zijn/haar lengte past en een klein half uur later vertrokken we. Fietsers hebben nauwelijks rechten in Suriname, dus als je het niet zeker weet: remmen. Ook mag je niet met 2 personen naast elkaar fietsen. Dus er ontstond een rij met fietsers van 15 personen en een gids voorop. We fietsten door de chique buurt van Paramaribo waar ambassades gevestigd zitten en ambassadeurs wonen. Bijna aan het einde van de straat woont president Desi Bouterse in een niet eens zo groot huis. Daarna de fietsen op de korjaal laden en met de boot over de oversteek van de Surinamerivier naar district Commewijne. Doorgefietst naar fort Nieuw-Amsterdam en deze tevens bezocht. Het fort is gebouwd door de Nederlanders bij de monding van de Surinamerivier en de Commewijnerivier tussen 1734 en 1747. O.a. kruithuizen, gevangenis en koetsen zijn mooi hersteld.
Daarna verder fietsen richting Frederiksdorp door o.a. voormalige plantage Alkmaar. Frederiksdorp ligt weer aan de andere zijde van de Commewijnerivier, dus hier moesten we wederom een oversteek met de boot maken. Aan de oever van deze rivier hebben we de lunch gekregen: roti. En deze was bijzonder lekker!
Na de lunch zijn we, na een kort stukje wandelen, naar een talapia-drogerij gegaan. Hier kregen we te zien hoe de vis werd schoongemaakt, gezouten en op grote roosters in de zon te drogen werd gelegd.
Na een fiets te hebben gerepareerd (ketting lag eraf), kon de reis worden voortgezet naar de oude plantage Frederiksdorp. De plantagewoningen zijn mooi opgeknapt door de familie Hagemeijer, die er nog steeds woont.
Na deze bezichtiging terug gefietst naar de boot en werd de fietstocht voortgezet naar de voormalige suiker- en rumfabriek Mariënburg. Hier kregen we een inspirerende rondleiding door een oud-werknemer dhr. Soekarno die ons liet teruggaan naar de hoogtijdagen van deze rumstokerij. Er is nog maar weinig van de fabriek over en het is duidelijk dat Moeder Natuur stukje bij beetje de fabriek terugneemt. Ondanks de leuke rondleiding, kon je merken dat de groep eigenlijk wel een beetje genoeg hadden van de zon en hitte.
Op de weg terug naar Paramaribo werd al snel gestopt voor het inslaan van koele drankjes. Daar knap je even van op! Vervolg natuurlijk weer fietsen, boot en weer fietsen en om 17.30 uur waren we terug in Paramaribo. Snel de fietsen ingeleverd en met een deel van de groep op het terras naast het hotel enkele djogo’s besteld om van binnenuit goed af te koelen. Hierna lekker douchen en om 20.00 uur met een deel van de groep afgesproken bij de receptie voor een soort van afscheidsdiner. We besloten te gaan eten bij Jim’s die iets verderop in dezelfde straat als het hotel zit. Het kostte wat overleg met de gastvrouw (ja, we kwamen wel onaangekondigd met 11 personen), maar we hebben er heerlijk en gezellig gegeten! Na weer een douchebeurt om 23.00 uur naar bed. Morgen kunnen we in principe uitslapen, want er staat (behalve het vertrek naar het vliegveld om 15.30 uur) niets op het programma.
Zaterdag 1 oktober 2011:
Aan alle goeds komt een eind, dus ook aan deze vakantie: vandaag is de vertrekdag uit Suriname. Met Gerrit besloot ik tijdens het ontbijt dat we nog een foto willen schieten van een bord waar plaatsnamen op staan. Deze zie je niet veel in Suriname en het bord wat wij ergens in Paramaribo zagen, was wel geschikt voor een mooie foto. De wandeling naar deze locatie viel toch wel tegen, want het was al gauw ruim een half uur wandelen. Daarnaast was het zaterdag en enorm druk in het centrum. Kinderen moeten maandag weer naar school na de zomervakantie en dus moeten er snel nog inkopen worden gedaan. Na de foto van het bord en het bezoek aan de nabijgelegen kerstwinkel, snel naar Rituals (een soort van Starbucks) voor een kopje koffie bij de airco. Daarna naar de Vaco voor nog een boekje voor onderweg, maar ook hier hingen ze er met de benen uit: erg druk. Lijkt wel alsof iedereen op het laatst de inkopen voor school doet. Een week daarvoor kon je nl. een kanon afschieten in de winkel.
Gerrit besloot daarna te gaan zwemmen in hotel Krasnapolsky, maar mede gezien de prijs had ik hier geen zin in. Heb zelf nog een beetje door het drukke Paramaribo geslenterd en ik wilde Fort Zeelandia nog bezoeken. Helaas is deze alle dagen van de week, behalve zaterdag, geopend: dat is jammer! Dan maar terug richting hotel. Bij ’t Vat zaten Paul en Marianne al, dus besloot ik er gezellig bij te gaan zitten om er even later ook te gaan lunchen en de laatste Parbo te drinken. Al snel volgden meer groepsgenoten die hetzelfde goede idee hadden.
Eenmaal terug in het hotel nog een keer lekker douchen, tas inpakken en op naar de receptie om uit te checken.
Om 15.30 uur arriveerde de bus die ons in 1,5 uur naar vliegveld de Zanderij bracht. Hierna ging alles vlotjes en soepel en na het opmaken van de laatste SRD’s, vertrok het vliegtuig stipt om 20.20 uur om ons in 9 uur terug te brengen naar Schiphol.
Zondag 2 oktober 2011:
Aankomst op Schiphol om 10.30 uur. Bij de gate van het vliegtuig wemelt het buiten al van de douane auto’s. Nooit eerder gezien, dus dit zal te maken hebben met de 100% controles, die eerder al eens in het nieuws waren. Verderop ook nog diverse controles, maar na ruim 1½ uur na aankomst aan de gate stonden we eindelijk in de aankomsthal: thuis!




Volg ons op:
Tel: 071-5126400