De laatste dagen van Pompeii
In de zomer van 1738 trekt het leger van de koning van Napels en Sicilië naar de hellingen van de Vesuvius. Gewapend met grote hoeveelheden buskruit, houwelen en een groep arbeiders beginnen ze de keiharde vijftien meter dikke laag vulkanisch puin open te leggen.
De onderneming is een initiatief van de koning, op aandrang van zijn kersverse echtgenote, Maria van Saksen. De kunstzinnige prinses ziet in de Napolitaanse parken en paleizen de vele klassieke standbeelden en raakt geïnteresseerd, dus moet er verder worden gezocht op de vindplaats van die beelden. Vrijwel meteen stuiten de troepen op de brokstukken van een theater, volgens de opschriften uit het stadje Herculaneum. De nogal lukrake opgravingen worden tien jaar later verplaatst naar een gebied dat gemakkelijker te doorploegen is en door geleerden wordt aangewezen als locatie van de oude stad Pompeii. Zo wordt deze Romeinse plaats beroemd als een van de eerste archeologische vindplaatsen ter wereld.
Pompeii kun je nu bezoeken op onze Wandelreis naar de Amalfikust
