Booming in Oman

Booming in Oman

oman_large_01
WADI'S EN WOESTIJNEN: TOERISME EN ECONOMIE ZIJN BOOMING IN OMAN
Een paar decennia geleden bevond Oman zich nog ‘in de Middeleeuwen’. Onder sultan Qaboos maakte het land echter een
geweldige inhaalslag en de laatste jaren is het sterk in opkomst als toeristenbestemming. Geen wonder: de natuur is ongenaakbaar mooi, de bevolking opvallend gastvrij en Sindbad de Zeeman vaart ook nog rond.

oman_small_01OMAN
In Oman houden ze van netjes. Hoe diep in de woestijn je ook komt: de dishdasha’s (witte gewaden) van de mannen zien er altijd uit of ze rechtstreeks uit de kookwas komen. Langs de wegen vind je overal bezemende Sri Lankezen of Bengalezen. En om de overal uit de gebouwen stulpende airconditioners zijn altijd keurige houten hokjes gebouwd, want anders oogt het zo lomp. Al gisteravond laat, toen we van de luchthaven naar Muscat reden, vielen me de schone wegen, uitbundige beplanting en fraai uitgelichte moskeeën op. “De mooist versierde van de hele regio”, had gids Reinhold verteld. Die indruk wordt vandaag bevestigd. Waar het elders in het Midden-Oosten nog wel eens rommelig en shabby wil zijn, is hier alles schoon en helder. Oman: het klinkt nog altijd als een land dat oneindig ver weg ligt en waar je eigenlijk niets te zoeken hebt wanneer je niet toevallig bij een oliemaatschappij werkt. Maar dat is een vooroordeel dat met het jaar onhoudbaarder wordt. Want het toerisme in Oman is booming en de faciliteiten die het land voor buitenlandse bezoekers creëert, boomen lekker mee. “De Omani zijn geen wereldvreemde mensen”, zegt Reinhold, een naar Oman geëmigreerde Zuid-Afrikaan, die me rondrijdt in zijn four-wheel-drive. “Ze hebben nu inkomsten genoeg dankzij de olie, maar ze weten dat dat een keer ophoudt. Dus investeren ze in toerisme. Er komen steeds meer prima hotels, het wegennet gaat met sprongen vooruit en toeristen wordt echt het gevoel gegeven dat ze van harte welkom zijn.” Na een korte rit door Muscat, waarbij we het paleis van Sultan Qaboos, de forten van Mirani en Jalali, het Natural History Museum en de nog slaperige soek bekijken, rijden we zuidwaarts langs de kust. We arriveren bij Quriyat, waar langs de kustweg vrachtwagens vol geschaafd ijs staan te wachten op de vissersbootjes, die tegen het eind van de ochtend stuk voor stuk binnenkomen. Jongetjes met kruiwagens rennen naar de houten aanlegsteigertjes, laden de kruiwagens vol met tonijn en rennen dan naar de vrachtauto’s. Terwijl we langs de kust rijden, zien we regelmatig dhows op en neer varen. Het zijn de traditionele zeilschepen waarmee vanouds de handel met India en China werd onderhouden. Misschien zijn de tijden van Sindbad de Zeeman - die volgens de verhalen uit Oman kwam - toch nog niet helemaal voorbij.

VERLATEN PARADIJSJE
De volgende morgen staan we om half vijf op, om bij Raz Al Junaiz de schildpadden (green turtles) aan land te zien komen. De dieren komen er hun eieren begraven. Met een beetje geluk kun je vele tientallen schildpadden het strand op zien kruipen. En met een beetje pech niet één, zo blijkt. Zodat we vol goede moed doorrijden naar Wadi Bani Khaled, één van de grootste wadi’s van Oman. Onderweg komen we de eerste kleinere zandduinen tegen, alsook de eerste bordjes die waarschuwen tegen onbegaanbare wegen ten gevolge van die zandduinen. Hoewel een wadi volgens mijn aardrijkskundelessen op school een drooggevallen rivier is, blijkt Wadi Bani Khaled een heuse oase. We rijden door een diepe geul, aan weerszijden begroeid met dadelpalmen en in het midden een glashelder riviertje. Er waait een mild en verkoelend briesje. Verderop in de wadi komen we een Omani-gezin tegen dat een dagje uit is: man, vrouw en baby genieten van de schaduw, de drie wat oudere zoontjes zwemmen en duiken van een rots het heldere water in. Verder is er in dit hele paradijsje niemand. Als we een wandeling maken door de wadi, zien we hoe er vanuit het riviertje een systeem van door de mens aangelegde kanaaltjes voert. Dit is het zogeheten falaj-systeem, waarmee de Omani door de eeuwen heen hun land leefbaar en bewoonbaar hebben gemaakt. Zonder dat ingenieuze irrigatiesysteem zouden er nooit dorpen in het binnenland kunnen bestaan. Zelfs vandaag de dag is het falaj-systeem een heuse levensader.

oman_small_02GLOOIENDE ZANDDUINEN
In de loop van de middag rijden we in de richting van de Wahiba Sands, een woestijngebied dat precies biedt wat je als westerling van een woestijn verwacht: vrijwel geen begroeiing, alleen maar glooiende zandduinen. Het zand is hier dieprood, niet geel, zoals in de Sahara. De Wahiba Sands bieden hetzelfde landschap als de beroemde en beruchte Rub al Khali oftwewel het Lege Kwartier, in het zuiden van Saudi-Arabië, met een kleine uitloper in Oman. In het Lege Kwartier kunnen alleen bedoeïenen overleven. Het doorkruisen van de veel kleinere Wahiba Sands is wél voor ons weggelegd. Hier kun je de sfeer van een woestijntocht proeven, maar het toch leuk houden. Reinhold heeft een afspraak gemaakt met Rashid, een jonge bedu (zoals de bedoeïenen ook wel worden genoemd) die ons van de rand van het woestijngebied naar het tentenkamp tussen de zandduinen zal rijden. De bedu hebben nog altijd kamelen, maar houden ze tegenwoordig vooral als huisdier en wedstrijddier. Kamelenraces zijn populair. Voor het dagelijks vervoer hebben ze four-wheel-drives, waarmee ze toeren uithalen, dune bashing geheten, die voor een gewone chau eur niet zijn weggelegd. Na een spectaculair partijtje dune bashing met een onverschrokken Rashid achter het stuur, komen we bij het permanente tentenkamp, dat Reinhold en de zijnen in de woestijn hebben gebouwd. In de omgeving bevindt zich ook een kleine bedoeïenennederzetting. Vooral de bedoeïenenvrouwen, met hun fraaie gezichtsboerka’s (geen gewaden waar je geheel onder schuil gaat, maar versierde maskers), zijn fascinerend om te zien. Niet lang daarna valt de avond. Binnen de kortste keren is het donker. Reinhold tovert wat blikjes bier uit de koelbox in zijn 4WD. We maken het ons gemakkelijk met wat kussens en genieten onder de sterrenhemel van ons koude bier. Het is doodstil. Geen krekels of wat voor dierengeluiden ook. Uit de beduwoningen komt geen licht meer. Iedereen is al naar bed. Een zacht briesje waait als een föhn langs mijn gezicht. De verkoeling moet hier echt van het bier komen. Dus trekken we nog een blikje open en voelen ons één met het lege landschap.
 
Bekijk de rondreizen door Oman.

Terug naar boven