In de sporen van de Inca’s in de Heilige Vallei
Voor veel reizigers is de Heilige Vallei een snelle stop op weg naar de grootste toeristische trekpleister van het continent – we hebben het natuurlijk over Machu Picchu. Dat is jammer, want ook de rest van de vallei ligt vól met archeologische vindplaatsen van de Inca’s. Tel daar de kleurrijke dorpen bij op, en je ziet waarom de Heilige Vallei een bestemming op zich is.
Door Ynske Boersma

‘Ash, ash’, drijft ze haar ezel voort, op weg naar haar stukje land hoog in de bergen. Haar enige brandstof is een volle zak cocabladeren die ze om de zoveel tijd uit haar roze geweven omslagdoek haalt en een dikke pluk bladeren in haar wang stopt.
In de vroege ochtend zijn we vertrokken uit Cusco, ooit de ‘navel van de wereld’ van de Inca’s en nu een kosmopolitische stad gebouwd op de ruïnes van dezelfde Inca’s. De Heilige Vallei, gelegen bij Cusco, was het kloppend hart van het rijk van de Inca’s, die met ingenieuze landbouwmethoden hun voedsel verbouwden tegen de steile hellingen van de Andes. Anders dan in Cusco is het leven hier weinig veranderd sinds de komst van de Spanjaarden. Zoals in Pisac, waar we Aurelia ontmoeten. Ze spreekt – op wat gebrekkig Spaans na – alleen Quechua, de lingua franca van de Inca’s. Haar tienkoppige gezin leeft van wat ze op de door de Inca’s aangelegde terrassen verbouwen. Het is alsof de tijd heeft stilgestaan, en dat maakt de Heilige Vallei zo bijzonder.
Gatenkaas

De berghellingen rondom de stad zijn bedekt met perfect horizontale terrassen voor landbouw, elk afgebakend met een stenen muurtje. Die muurtjes houden de warmte van de zon langer vast, legt onze gids uit. Zo worden een soort van natuurlijke kassen gecreëerd. Handig, want ’s nachts koelt het fors af op deze hoogte.
Daarbij bouwden ze tempels en andere religieuze structuren, en astronomische observatoria. Even bijzonder is de begraafsplaats in de bergwand tegenover de vestingstad. In wat nog het meeste lijkt op een gatenkaas, liggen enkele duizenden graven in holtes in de rotswand. De Inca’s begroeven hun doden met al hun bezittingen. Naar het waarom van dat alles is het overigens gissen, want een schrift hadden de Inca’s dan weer niet. De beste manier om hun beschaving te ontdekken is dan ook door de ruïnes te verkennen en je fantasie de vrije loop te laten.

Maar hun wachttorens met panoramisch uitzicht ten spijt, uiteindelijk viel ook Pisac ten prooi aan de Spaanse veroveraars. In de zestiende eeuw vernietigden ze het Incacomplex en bouwden vijfhonderd meter naar beneden een nieuwe nederzetting. Het koloniale dorp met de typische kinderkopstraatjes en witgekalkte huizen met pannendaken is nu een traditioneel Quechua-dorp, waar op zondag alle boeren in de wijde omtrek naar afdalen om hun zelf verbouwde groenten te verkopen, of te ruilen tegen andere waren.
Andere koloniale stadjes werden juist pal bovenop de platgegooide Inca-structuren gebouwd. Als een toonbeeld van macht, maar ook omdat de Spanjaarden die stevige aardbevingsbestendige fundamenten wel prettig vonden. Zoals in Chinchero, onze volgende bestemming in de Heilige Vallei. Het inheemse weversdorp ligt op een adembenemende 3.762 meter hoogte, omgeven door besneeuwde bergreuzen. Ook dit dorp werd onderworpen aan de conquistadores, wat resulteerde in een samengaan van de twee culturen. Zo gaan de bewoners op zondag naar de kerk – die bovenop de oude Inca tempel is gebouwd – en bewaren ze hun inheemse rituelen voor andere dagen.
Geniale stedenbouwers

Ollanta was vermoedelijk de noordelijke verdedigingspost van de Inca’s in de Heilige Vallei. En de moeilijkst te nemen horde voor de Spanjaarden, die hier aanvankelijk het onderspit delfden tegen de Inca’s in 1536. We beklimmen het steile pad naar de voormalige ‘koelkasten’ van de Inca’s, een rij stenen graanschuren die hoog op de zonloze kant van de berg zijn gebouwd. “Zo konden hun voorraden maandenlang worden bewaard,” verklaart onze gids. We kijken uit over de vallei, met aan de andere kant het imposante fort vanwaar Incakoning Manco Inca de Spaanse aanval wist af te schudden door enorme rotsblokken naar beneden te rollen, waarna hij vluchtte.

We lopen het pad op, een hoek om, en zien dan de citadel liggen, gehuld in flarden ochtendmist. De stad is zo mooi dat het onwerkelijk lijkt, gebouwd op deze onmogelijke plek omringd door bergen en jungle, met zijn perfect in elkaar passende muren en trapsgewijze groene terrassen. Mystieke krachten? Wie weet. Geniale stedenbouwers? Dat zeker.
Bezoek het veelzijdige Peru zelf tijdens één van onze reizen.