Met Cornelis de Bruyn naar de piramides
“Niet weinig was ik verheugd, dat my een zo schoone gelegentheid voorquam”
Na meer dan dertig jaar plannen maken en bouwen, opende het Grand Egyptian Museum begin november 2025 eindelijk zijn deuren. In een kolossaal, hypermodern gebouw kun je onder andere het immense beeld van farao Ramses II bewonderen, zijn alle vijfduizend items uit het graf van farao Toetanchamon stijlvol uitgestald en heb je een prachtig uitzicht over de nabijgelegen piramides en de sfinx. Dolend door het museum dacht schrijver Alexander Reeuwijk aan schilder en reiziger Cornelis de Bruyn, die zo’n 350 jaar geleden als een van de eerste westerlingen de piramides in kaart bracht.
Door Alexander Reeuwijk


In zijn beschrijving concentreert De Bruyn zich op de grootste van de drie, de piramide van Cheops. De twee kleinere vindt hij minder interessant, simpelweg omdat hij ze niet kan beklimmen of er in kan afdalen, hetgeen bij de grootste wel kan. Althans, als lokale bewoners de ingang zandvrij maken. Dat doen ze en dan daalt De Bruyn, gebukt en met een toorts in zijn hand, de graftombe in. Terwijl ik deze passage lees, lopen de rillingen me over de rug (ja, ik ben behept met claustrofobie…), want het gaat van kwaad tot erger. De Nederlandse reiziger vervolgt zijn reis door een gang die licht omhoogloopt en zo laag is “dat men zich op den buyk moet nederleggen, en ‘er, met den handen voor uit, doorkruypen, hebbende ondertusschen in d’eene een brandende kaars, daar men zich in deze naare duysternis verlicht.”

jammer genoeg leeg zijn… op vele tientallen vleermuizen na, die in paniek zo hard fladderen dat ze de kaars uitwaaien.
Op de terugweg gaat het toch nog bijna mis. De Bruyn tijgert op zijn buik naar de uitgang, als hij, met het einde van de tunnel in zicht, plotseling muurvast zit. Gelukkig kunnen een paar vooruit gekropen mannen te hulp schieten en zij trekken de kunstschilder los uit zijn benarde positie. Verwilderd en vies door het zweet en het stof, en met grote angstogen kruipt De Bruyn uit de piramide. De consul, die veilig boven de grond was gebleven, ziet hem en kan niet meer stoppen met lachen, om hem vervolgens aan te sporen meteen naar boven te klimmen, om geen kou te vatten. De Bruyn klautert omhoog, totdat hij bovenop het plateau staat en een majestueus uitzicht heeft over de overige piramides en over Caïro. En zoals een echte kunstenaar betaamt, pakt hij zijn schetsboek erbij en maakt tekeningen van de omgeving. Ze staan in de vorm van kopergravures in zijn boek. Het valt op dat de omgeving nog leeg was en dat Caïro een relatief kleine stad in de verte was.
Tegenwoordig is de stad opgerukt tot aan de piramides en de sfinx, met aan de rand het machtige Grand Egyptian Museum! Dus mocht je tijdens een van de prachtige Djoser Egyptereizen door de ramen van het museum naar de grafmonumenten kijken, bedenk dan dat een Nederlandse reiziger zo’n drieënhalve eeuw geleden zijn leven waagde om er zo mooi mogelijke afbeeldingen van te maken…
Alexander Reeuwijk is schrijver en reiziger, met een fascinatie voor Azië, natuurlijke historie en historische reisverhalen. In zijn boeken verweeft hij zijn eigen ervaringen met de verhalen van reizigers uit zowel de recente als verre geschiedenis.