Overzicht Maleisie rondreizen van Djoser

De bizarre planten van Maleisië



Kaschef Rogier van Vugt van de Hortus botanicus Leiden vertelt over de weelderige natuur van de Cameron Highlands, één van de bijzonderste natuurparken van het Maleise vasteland. Van vleesetende bekerplanten, tot stinkende doerians en parasitaire bloemen. Rogier legt uit wat er bijzonder is en waar je op moet letten. 


De Cameron Highlands staan bekend om de bijzondere natuur. Wat vind jij de bijzonderste plant?

Een lastige vraag! De Cameron Highlands zitten vol bizarre planten. Als je geluk hebt bloeit bijvoorbeeld de Rafflesia. Die heeft geen wortels én geen bladeren: het is een verborgen kluwen van strengels en draden, die als een parasiet in een andere plant leeft. Die plant waarin hij groeit, heeft natuurlijk wel wortels en bladeren, en daar leeft de Rafflesia van. Totdat hij gaat bloeien is de Rafflesia onzichtbaar. Maar dan groeit er opeens een rare bloemknop, die na een jaar plots openklapt, om maar een paar dagen te bloeien. Het is een gigantische bloem, de grootste op aarde! Maar ook de geur is indrukwekkend. Omdat de bloem wordt bestoven door vliegen, verspreidt de bloem de geur van rottend vlees. De kans is groter dat je vleesetende planten ziet. Er leven veel verschillende soorten in de Cameron Highlands, maar de meest voorkomende zijn ‘Nepenthes’. Die zijn te herkennen aan de bizar gevormde bekers die aan de planten hangen. Mensen denken vaak dat dit de bloemen zijn, maar die zijn een stuk kleiner en moeilijk te vinden. De bekers zijn trouwens allemaal aangepast aan verschillende prooien. Donkere, op de grond liggende bekers zijn voor kruipende insecten, en hoge, felgekleurde exemplaren vangen vooral vliegen en wespen. In de Hortus botanicus in Leiden hebben we trouwens een grote collectie, met ook bedreigde soorten. Handig als je van te voren wilt weten waar je op moet letten!


Waar kan je deze planten het beste zien?

Voor de Rafflesia moet je veel geluk hebben omdat deze maar heel kort bloeit. Je kunt het beste een tocht met een lokale gids regelen. Die weten, vaak via-via, waar in het bos de planten bloeien. Voor Nepenthes hoef je gelukkig minder moeite te doen. Ik heb ze regelmatig aan de kant van de weg gevonden! Maar de mooiste vind je op de Gunung Brinchang: een goed begaanbare berg met een wirwar aan paadjes door een sprookjesachtig mosbos. Er groeien hier ook talloze orchideeën. Niet de pompeuze bloemen uit het tuincentrum, maar wilde soorten die allemaal hele bijzondere details hebben.


Er groeien ook veel eetbare planten, die wij niet allemaal kennen. Welke springt er wat jou betreft uit?

De rijkdom aan eetbare planten in Zuidoost-Azië is gigantisch. Slechts een heel klein deel is bekend in Europa. Meestal omdat de houdbaarheid slecht is, maar ook omdat we liever vruchten en groentes kopen die we een beetje kennen. Eén typische vrucht die hier wel eens te koop is, is de doerian. Die wordt ook wel de koning onder de vruchten genoemd. Ze groeien aan hoge bomen en het formaat kan variëren van de grootte van een sinaasappel tot een voetbal. De buitenkant is helemaal bedekt met dikke, piramide-achtige stekels. Het rijpe vruchtvlees is een soort custard, waar je een beetje aan moet zuigen. Het heeft alleen wel een vreemd geurtje die maar weinig mensen kunnen verdragen. Om die reden is het vaak verboden om hem te eten in hotels of bussen. Alhoewel ik veel mensen ken die het de allerlekkerste vrucht op aarde vinden, moet ik zeggen dat ik er persoonlijk niet wild van ben. Ik vind ze mooi om te zien, en daar houd ik het dan ook maar bij.